Niemand geeft om de Brusselaars

Wij bestaan, nous existons

België heeft nog steeds geen regering en Brussel is blut. In de hoofdstad van Europa groeit de kloof tussen arm en rijk en is het centrum een banlieue geworden.

WIE AANKOMT op station Brussel-Zuid, niet ver van het centrum van de stad, knooppunt van internationale treinverbindingen als Eurostar, Thalys, ICE of TGV, heeft niet meteen de indruk de hoofdstad van de rijkste politieke unie ter wereld te betreden. De louche aankomsthal met zijn lage plafond en witte kunstlicht, de ellendig lange rijen, treinkaartjes als vliegtickets, of de ‘automatische verdeler van vervoerbewijzen’, een grote grijze bak die niets accepteert behalve de lokale bankkaart en die net als de pinautomaat - totdat die kort geleden werd vervangen - lijkt te stammen uit het tijdperk van de floppy: het is eerder Oost-Berlijn, dertig jaar geleden.
Net als de eeuwige alcoholisten op de grond van de uitgang aan de Avenue Fonsny en de vervallen bebouwing daaromheen. Zelfs de nieuwe, lege kantoorgebouwen recht tegenover kunnen de ingegooide ramen van de huizen ernaast niet verdoezelen. De stad begon hier twintig jaar geleden aan een grootschalig en controversieel bouwproject dat een soort klein Manhattan moest maken van de verarmde stationsbuurt. Zonder succes. De afbraak en onteigening deden de buurt alleen nog meer verloederen.
Wie doorloopt, de heuvel op, langs de gapende bouwput, de Afrikaanse restaurantjes, Arabische slagers, Portugese cafés en het voetbalveldje van de woonflats, komt al snel het domein van de bobo’s binnen, de bourgeois-bohémiens, de sociale elite van Franstalig Europa. Zij doen zich te goed aan bier en pastis op de terrassen van het marktplein van Sint-Gillis om zich daarna terug te trekken nog verder de heuvel op, richting het bos en de eurocraten.
Wie, daarentegen, rechtsomkeert maakt en onder het spoor door gaat, komt in Kuregem, de beruchte woonwijk die vorig jaar de internationale pers haalde nadat er rellen waren uitgebroken tussen jongeren en politie. Parijse toestanden, werd gezegd, New Yorkse toestanden zelfs. Bronxelles! Dagblad De Pers stuurde oorlogscorrespondent Arnold Karskens naar 'het nieuwe Beiroet’. Een cameraploeg van de NOS werd belaagd toen die er getuige was van een mislukte tasjesroof (YouTube: 'Ploeg NOS aangevallen in Kuregem’).
The Bronx is het niet, maar gezellig is anders. Veel huizen zijn dichtgespijkerd, grote flats duiken op uit het niets. Belshops, autogarages en niet nader te verklaren winkeltjes wisselen elkaar af. Het weinige groen groeit waar het kan en overwoekert de vele braakliggende terreintjes. Zwerfvuil en sluikstort liggen soms rustig in de berm, zoals in de Rue des Marchandises, die er nog net zo bij ligt als in oktober vorig jaar, toen een boze buurtbewoner zijn camera ter hand nam (YouTube: 'Bruxelles, saleté!).
De eigenaar van Librairie de Cureghem, Mohammed Suhail, een jonge Pakistaan die sinds een jaar of vier boven zijn bescheiden krantenwinkeltje woont en zelf achter de toonbank staat, denkt erover om de boel te verkopen. 'Het is een jungle’, zegt hij over de wijk. Zijn vrouw is al verhuisd omdat ze zich er niet veilig voelde. Net als veel andere oud-buurtbewoners trouwens. Hijzelf houdt altijd een honkbalknuppel bij de hand, 'voor het geval dat’. Hij is al een keer beroofd. Nergens heeft hij zo veel ellende gezien, zegt hij. 'En ik heb in Manchester gewoond!’
De helft van de bevolking hier is jonger dan 25. De helft daarvan is werkloos, meest jongens. Velen hebben hun middelbare school niet afgemaakt. Een op de twee kinderen heeft werkloze ouders. Het gemiddelde inkomen ligt meer dan twee keer zo laag als in Brussel in het algemeen - beneden de armoedegrens van 850 euro netto per maand - en er wonen twee keer zo veel mensen op een vierkante meter. En ja, het merendeel van de jongeren heeft ouders uit Marokko.
Wie nog een paar kilometer verder loopt, richting het westen, ziet een groot, groen bord langs de kant van de weg: 'Dilbeek, waar Vlamingen THUIS zijn…’ De straten zijn schoon, de parken groen, de mensen wit en de straatnaambordjes in het Nederlands. Geen woord Frans te bekennen. 'Als u geen Nederlands spreekt’, staat in vier verschillende talen op een geplastificeerd A4'tje aan het loket van het gemeentehuis, 'dan vragen wij u vriendelijk u door een tolk te laten begeleiden.’
De uitbater van de lokale snackbar, die liever niet bij naam wordt genoemd, is wel blij met de harde lijn van het gemeentebestuur. Het groene Vlaamse land rondom de grijze Franstalige stad staat al jaren onder druk. Hij is de 'verfransing’ van zijn gemeente meer dan beu - en, zegt hij sotto voce, de verkleuring. Hij heeft Nieuw-Vlaamse Alliantie (N-VA) gestemd bij de laatste verkiezingen, net als een kwart van alle andere Vlamingen. De zogeheten 'humanitaire nationalisten’, die niet een wit, maar wel een onafhankelijk en Vlaams Vlaanderen nastreven, werden zo uit het niets tot grootste partij van het land gebombardeerd.
Dat was op 13 juni, ruim een jaar geleden. En als er nog steeds geen regering is gevormd, dan is dat vanwege Brussel. Vlamingen en Walen zijn het over bijna alles oneens, maar het is hun gezamenlijke hoofdstad die een akkoord tot nu toe in de weg staat. Ook de meest recente poging van formateur Elio di Rupo verandert daar niets aan.
Brussel is beschonken met paleizen en parlementen en alles in hun vaarwater. Koningen en keizers hielden er al hof, boven op de heuvel, lang voordat ze besloten dat België moest bestaan. De koning zit er nog, nu in het gezelschap van de Belgische en Vlaamse overheden, samen met, net iets verder op de heuvel, die van Europa. Nog iets verder ligt het hoofdkantoor van de Navo.
De stad ligt mooi in het midden van het land tussen de industriële brandhaarden van Charleroi en de haven van Antwerpen. De fabrieken zijn inmiddels vertrokken; kantoren zijn gekomen. De economie van Brussel bestaat vandaag voor negentig procent uit diensten. Het huist een tiende van de Belgische bevolking, maar produceert een vijfde van de welvaart en een zesde van alle banen in het land.
Het Jeruzalem van Europa, zeggen ze wel eens. Het ligt pal op de tektonische plaatgrens tussen de Germaanse en Romaanse wereld. Historici zijn het zelfs niet eens over de herkomst van de naam van de stad: Gallisch of Germaans. Vroeger was het Nederlandstalig (als we het Brabantse dialect van de oude Brusseleirs Nederlands mogen noemen), vandaag is het grotendeels Franstalig. Het is een gedeeltelijk autonome stadstaat in een federaal België, compleet met eigen regering en parlement, een officieel tweetalige enclave in het zuiden van een ééntalig Vlaanderen.

BRUSSEL IS GEMAAKT van goud, maar het glittert niet. Een op de vijf inwoners is werkloos; een op de vier kinderen groeit op in armoede. De sociale ongelijkheid is er groter dan waar ook in het land - net zo groot als in Tbilisi, Georgië. Wijken als Kuregem zijn er meer. De jongens en meisjes daar zijn niet geschikt voor een baan in de meest hoogopgeleide arbeidsmarkt van Europa. 'De internationale functie van de stad verscherpt de sociale ongelijkheid’, zo leest de conclusie van een recente studie van de denktank Brussels Studies. 'De theorie van het trickle down-effect, of het idee dat de economische ontwikkeling van de bovenlaag de hele samenleving ten goede komt, lijkt de toetsing aan de Brusselse werkelijkheid niet te kunnen doorstaan.’
Werk voor lageropgeleiden is er wel, maar buiten de stad en dus buiten bereik, want in Vlaanderen en Nederlandstalig. Brussel is een vierde kleiner dan Amsterdam, maar het gedeelte uitgaande forensen is er twee keer zo klein (vijftien procent, vergeleken met 29 procent in Amsterdam). Wel krijgt het elke dag meer dan 350.000 inkomende forensen te verwerken, of meer dan de helft van de totale arbeidsmarkt. Zij vermoeien de stedelijke infrastructuur, maar betalen hun belastingen in Vlaanderen of Wallonië. Anders dan in andere Europese steden liggen de getto’s van Brussel in het centrum van de stad.
De bevolking, in de tussentijd, explodeert. 150.000 nieuwkomers in tien jaar, is de verwachting, op een totale bevolking van 1,1 miljoen. Dat is te danken aan studenten en jonge expats, maar vooral aan jonge ouders met veel kinderen, die niet de middelen hebben om een aangenamer onderkomen te zoeken. Brussel vergrijst niet; Brussel verjongt. Die mensen moeten ergens wonen en de kinderen moeten naar school, maar waar precies lijkt niemand echt te weten. Brussel is al dichtbevolkt (anderhalf keer zo dichtbevolkt als Amsterdam), net als de scholen. Sociale huisvesting is zeldzaam; lege kantoorruimte overvloedig.
De huren zijn nog redelijk betaalbaar, vergeleken met andere Europese steden, 'maar ze zijn snel gestegen’, zegt de directeur van het sociale welzijnskantoor van Anderlecht, de gemeente waar Kuregem deel van uitmaakt. 'Je betaalt nu al vierhonderd euro voor een kleine kamer’, vertelt hij, 'met gedeelde badkamer en wc.’ Hij ziet de toekomst somber in. Er kloppen steeds meer mensen aan voor financiële hulp. 'Ik zie niet echt een oplossing.’
Charles Picqué, al twintig jaar minister-president van Brussel (met een tussenpoze van vier jaar) en lid van de Waalse Parti Socialiste (PS), zegt 'vaak het gevoel te hebben in een snelkookpan te zitten met de deksel er stevig op, maar zonder de mogelijkheid om de temperatuur te regelen’. Eric Corijn, socioloog aan de Vrije Universiteit Brussel en auteur van een recent boek over de problemen in de stad, zegt ook dat er snel iets moet gebeuren. 'Brussel is een tikkende tijdbom.’
Daar is iedereen het over eens, ook Bart de Wever, leider van de N-VA, en Elio di Rupo van de PS, zijn aartsrivaal en in alles zijn tegenvoeter: De Wever is dik, cynisch en macho; Di Rupo is dun, dramatisch en ijdel. De Wever is Vlaams-nationalist en rechts-liberaal; di Rupo is Belgicist en, bovenal, socialist. 'De verschillen zijn interplanetair’, zei De Wever kort geleden.
De Walen zouden het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, zoals de stadstaat officieel heet, het liefst willen uitbreiden met de omliggende Vlaamse gemeentes. Zij wijzen fijntjes op het feit dat de stadsgrens, zoals die in 1963 werd opgetekend, niet meer overeenkomt met de werkelijkheid van vandaag. Dilbeek zou dan bij Brussel moeten gaan horen. Net als de ring, die bijna volledig over Vlaams grondgebied loopt. De borden langs de snelweg rond de hoofdstad van Europa zijn in het Nederlands, en in het Nederlands alleen.
Maar de Vlamingen, die denken over het geven van land aan Franstaligen als Zeeuwen over polders aan de zee: ze zijn unaniem tegen. Sterker, zij voeren al jaren een regionale politiek om de Vlaamse Rand, in hun eigen woorden, Vlaams te houden. Wie er een huis wil kopen moet aantonen te beschikken over 'een voldoende band met de gemeente’. Kandidaten voor een sociale woning moeten Nederlands spreken of 'de bereidheid tonen om het aan te leren’ - iets waarover het VN-comité tegen discriminatie zijn zorg heeft uitgesproken en waarover een klacht loopt bij de Europese Commissie.
De Vlamingen wijten de ellende aan de chaos in de stad. Er zijn zes verschillende politiezones en negentien verschillende gemeentes, elk met een eigen burgemeester en wethouders. Samenwerking is er nauwelijks. Het parkeerbeleid aan de ene kant van de straat kan verschillen met dat van de overkant. 'Een institutioneel labyrint’, schrijft Corijn. 'Het gewest kent meer dan tien verschillende overheden, die elk hun eigen bevoegdheden op hetzelfde territorium uitoefenen.’ Maar de Walen huiveren van elke roep om reorganisatie als ware het een ordinaire machtsgreep. De negentien burgemeesters hebben een relatief grote autonomie en zijn allemaal lid van een Waalse partij.
'Iedereen wil een stuk van Brussel’, zegt Philippe Delstanche, leider van Pro Bruxsel, naar eigen zeggen de enige tweetalige politieke partij van het land, 'maar niemand geeft om de Brusselaars.’ Hij laakt de manier waarop Vlaanderen en Wallonië zich willen 'bedienen’ van de hoofdstad: Vlaanderen om 'te kunnen genieten van de geproduceerde rijkdommen’; en Wallonië, met vier miljoen inwoners, om 'hun gezamenlijk [Franstalige] gewicht in de weegschaal te gooien, tegen zes miljoen Vlamingen’.
Het is een venijnige machtsstrijd - woorden als 'verfransing’ en 'vervlaamsing’ doen denken aan minder glorieuze tijden - die niet alleen een regeerakkoord in de weg staat, maar ook een adequaat, grootstedelijk beleid voor Brussel. Het land vaart nog relatief wel met een regering van lopende zaken (premier Yves Leterme is populairder dan ooit), maar Brussel kan zich niet veel stilstand meer veroorloven.
Een prille emancipatiebeweging lijkt groeiende. Delstanche was mede-ondertekenaar van een petitie, 'Nous existons! Wij bestaan! We exist!’, samen met Corijn en meer dan tienduizend anderen, vlak voor de federale verkiezingen van 2007. 'Wij, inwoners van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest’, zo leest de eerste regel, 'weigeren ons lot op deze wijze te laten bepalen.’ Twee jaar later kreeg Pro Bruxsel twee procent van de stemmen bij de regionale verkiezingen en werd het de grootste kleine partij. 'Jammer dat de expats niet mogen stemmen’, zegt Delstanche, 'anders hadden we het nog beter gedaan.’
Een kwart van de Brusselse bevolking is niet-Belg. Een van hen is Mana Livardjani, Française uit Straatsburg en voorzitter van Cafebabel, een Europees platform voor expats. 'Een schande’, zegt ze over de manier waarop haar stad behandeld wordt. Ze woont al zeven jaar in Brussel. 'Als een melkkoe’, zegt ze, 'als een doorvoerplaats.’
Het is een publiek geheim dat België zonder Brussel al lang niet meer zou bestaan. En Brussel zonder België? Livardjani zou kiezen voor een Europees district, in het geval van een splitsing van het land, een soort Brussel D.C. Net als 36 procent van de Brusselaars, blijkt uit een recente peiling van de Université Libre de Bruxelles. Negentien procent kiest volledige onafhankelijkheid. Dat betekent dat meer dan de helft van de bevolking van Brussel, in het geval dat, niet met Vlaanderen noch met Wallonië in zee wil.
'De bevolking van Brussel kan niet zomaar herleid worden tot Vlamingen enerzijds’, leest de petitie verder, 'en Franstaligen anderzijds.’ Dat, in ieder geval, is moeilijk te ontkennen. Ruim de helft van de Brusselaars heeft buitenlandse roots. Voor hen zijn de Belgische twisten vaak niet meer dan een verre komedie.


Stuurloos
België is weer terug bij af, dertien maanden na de verkiezingen. De achtste formateur op rij – of informateur, preformateur, bemiddelaar, verduidelijker, onderhandelaar – diende vorige week zijn ontslag in bij de koning.
Wat de koning nu gaat doen is onduidelijk. Veel mogelijkheden heeft hij niet. Nieuwe verkiezingen? Die zouden de kloof alleen maar vergroten. De Vlaams-nationalisten maakten gehakt van het laatste voorstel van formateur Elio Di Rupo en zullen daarvoor beloond worden, niet afgestraft. Hun leider, de charismatische Bart de Wever, werd onthaald als een popster (‘Bartje! Bartje!’) toen hij een paar dagen na het afschieten van het finale voorstel van Di Rupo kwam spreken op de Vlaamse nationale feestdag in Kortrijk.
De Wever formateur? Een nachtmerrie voor velen, die hem als niets anders dan de antichrist beschouwen. Zonder de Vlaams-nationalisten? Dat gaat niet, dan is er hoogstwaarschijnlijk geen meerderheid. De demissionaire regering meer bevoegdheden geven? Antidemocratisch en gedomineerd door de Vlaamse christen-democraten, de grote verliezers van de verkiezingen en sindsdien de schoothond van de nationalisten. ‘Tijd voor een internationale bemiddelaar’, twitterde een lid van het Vlaams parlement. ‘Echt gemeend. We geraken er anders nooit.’ De namen van Carl Bildt en Martti Ahtisaari zijn al genoemd.