De klimaattop in Parijs

‘Wij? Een droomwereld?’

Of de wereldleiders half december, als de klimaatonderhandelingen zijn afgerond, geschiedenis hebben geschreven, valt te betwijfelen. De klimaatbeweging voert daarom de druk almaar verder op.

Medium rtx1wz7m

Shuttlebussen leveren non-stop bezoekers af bij conferentiecentrum Le Bourget. 195 met vlaggen getooide pilaren – één voor ieder land – moeten het grauwe terrein in het noorden van Parijs wat opfleuren. Van 30 november tot en met 12 december vindt hier het officiële gedeelte van de 21ste VN-klimaatconferentie plaats. Tijdens de spitsuren vormen zich opstoppingen bij de metaaldetectors in de ontvangsthal. Diplomaten uit alle windstreken kletsen gemoedelijk terwijl ze gelaten de strenge veiligheidscontroles ondergaan. Sommigen zijn keurig in pak gestoken, anderen gaan gehuld in traditionele kledij. Zo’n veertigduizend mensen zijn voor de conferentie naar de Franse hoofdstad afgereisd: een bont gezelschap van politici, wetenschappers, activisten, lobbyisten en journalisten.

Als het hele circus half december weer is opgedoekt, moet hier geschiedenis zijn geschreven. President François Hollande schuwde zelfs de vergelijking met de Franse Revolutie niet. Maar als hier met het ancien régime wordt gebroken, gebeurt dat op een behoorlijk duffe manier. In de praktijk komt de conferentie over de ‘toekomst van het leven’ (Hollande’s woorden) vooral neer op een hoop gesteggel over bewoordingen en interpunctie. Begint een zin met reaffirming, endorsing of met considering? Heten de voorgestelde emissiereducties straks commitments of contributions? Streven we naar net zero emissions of naar carbon neutrality?

Wie de wereldleiders op de eerste conferentiedag hoorde spreken, zou denken dat een mondiaal akkoord een koud kunstje is. Zoveel eensgezindheid over de omvang van het probleem en de nood aan doortastende acties. Maar toen de staatshoofden vertrokken waren en hun hoogdravende retoriek nog nagalmde, kwamen de onderhandelaars al gauw terecht in de harde wereld van geopolitiek. Want iedereen mag het er dan over eens zijn dat actie geboden is, wie hierin welke verantwoordelijkheid heeft blijft een heikele kwestie. En dus is de toekomst van de planeet deze dagen inzet van een diplomatiek steekspel op het hoogste niveau.

Onder academici die zich bezighouden met klimaatverandering is het volgende grapje in zwang: wat is het verschil tussen een klimaatwetenschapper, een econoom en een hoogleraar internationale betrekkingen? Antwoord: de eerste zal vertellen waarom er acuut actie ondernomen moet worden. De tweede zal uitleggen hoe dit het meest efficiënt geregeld kan worden. En de laatste zal verklappen waarom er uiteindelijk toch niets van terechtkomt. Werp een blik op de historie van de VN-klimaatonderhandelingen en je weet dat deze grap op z’n zachtst gezegd een kern van waarheid bevat. Al sinds de conferentie in Rio de Janeiro in 1992 bestaat er onder de lidstaten van de Verenigde Naties consensus over het feit dat de opwarming van de aarde een halt toegeroepen moet worden. Toch falen politici top na top. Even leek er sprake van een doorbraak, toen regeringsleiders in 1997 het Kyoto-protocol ondertekenden. Er lag een bindend verdrag, waarmee staten gedwongen werden hun CO2-uitstoot terug te brengen. Maar zoals Thomas Hobbes al constateerde, zijn ‘convenants without the sword’ niets dan woorden. Omdat op het internationale toneel een overkoepelende autoriteit ontbreekt die het zwaard bij het woord kan voegen, blijft ‘juridisch bindend’ een relatief begrip. De Verenigde Staten ratificeerden het Kyoto-protocol nooit en Rusland, Canada en Japan trokken zich terug.

Sindsdien wordt er naarstig gezocht naar een nieuw internationaal klimaatakkoord. De top in Kopenhagen, zes jaar terug, had een ijkpunt moeten worden, maar werd een flop. In Parijs moet dan eindelijk de overeenkomst worden gesloten die de mensheid voor de ondergang behoedt. Niet dat regeringsleiders een ultieme oplossing denken te presenteren. Vooraf was al duidelijk dat er geen akkoord gesloten zal worden dat gevaarlijke opwarming onmiddellijk voorkomt. We moeten de 21ste Conference of Parties (cop21), zoals Parijs heet, vooral beschouwen als een startpunt, klinkt het. Maar wat zegt het over het VN-proces dat er na ruim twintig jaar onderhandelen nog altijd een wezenlijk begin gemaakt moet worden?

‘Als de onderhandelingen alleen maar zouden gaan over emissiereducties zouden we de stekker er beter uit kunnen trekken’, zegt Yvo de Boer aan de telefoon. Daarom mochten landen in de aanloop van de conferentie hun vrijwillige reductieplannen indienen. ‘Maar klimaatbeleid gaat over veel meer: over aanpassingsproblemen, financiering en overdracht van technologie. Dat maakt het ingewikkeld.’ De Boer kan het weten: van 2006 tot 2010 was hij klimaatchef van de VN. De deceptie in Kopenhagen voltrok zich onder zijn voorzitterschap. ‘Volgens mijn vrouw was ik in vier jaar tijd tien jaar ouder geworden.’ Nu volgt hij als directeur van het Global Green Growth Initiative de top in Parijs nauwgezet.

‘Accepteer je straks een slappe uitkomst en presenteer je tenminste een akkoord, of houd je voet bij stuk en zeg je: dit is niet genoeg?’ vraagt De Boer retorisch. ‘Ik weet niet of het VN-proces een mislukking in Parijs kan overleven.’ Nee, het gaat allemaal niet snel genoeg, erkent hij. Dat krijg je als je een mondiaal akkoord probeert te smeden, met landen wier belangen zoveel uiteenlopen. Je hebt te maken met de Golfstaten die qua inkomsten afhankelijk zijn van olie en met eilandstaatjes die onder de zeespiegel dreigen te verdwijnen. Toch gelooft De Boer dat er in Parijs een bescheiden stap voorwaarts gezet kan worden. ‘Als er wordt afgesproken dat staten hun klimaatplannen iedere vijf jaar evalueren en bijstellen, kan hier een fundament worden gelegd. Je kunt wel beginnen een mooi dakkapelletje te bouwen, maar we hebben eerst een laag stenen nodig.’

‘Stop de hypocrisie! Zij zijn het probleem, niet de oplossing!’ Op Gare du Nord heeft iemand uit frustratie een van de vele advertentieposters voor cop21 beklad. ‘Zij’, dat zijn de politici en hun entourage. Een aanzienlijk deel van de klimaatbeweging heeft weinig vertrouwen in het politieke proces. Om klimaatverandering te stoppen is een systeemverandering nodig, geloven zij. Ieder klimaatakkoord zal tekortschieten zolang de fundamenten van ons economische stelsel niet tegen het licht worden gehouden.

Je kunt wel beginnen een mooi dakkapelletje te bouwen, maar we hebben eerst een laag stenen nodig’

Voor een gebouw dat het midden houdt tussen een bunker en een gymzaal staat een jeugdige menigte te wachten. Het contrast met de ambtenaren in het officiële conferentiecentrum kan niet groter. Hier geen pakken, maar spijkerjasjes, geen stropdassen, maar hanenkammen. Ze staan in de rij om Naomi Klein te horen spreken. De Canadese activist en schrijver heeft zich sinds de publicatie van This Changes Everything ontpopt tot leider van de klimaatbeweging. Volgens haar moet alles anders, als we nog een kans willen maken om een ecologische ramp te voorkomen.

‘Het is moeilijk voor de grassroots-beweging om gehoord te worden’, zegt Matt Hammer (24), een van de bezoekers. Als jongerenvertegenwoordiger gaat hij regelmatig naar het conferentiecentrum om een oogje in het zeil te houden. ‘De conferentie in Le Bourget is spannend, maar ook ontzettend technisch en ingewikkeld. Om het echt te kunnen volgen heb je aardig wat kennis en ervaring nodig.’ De jonge Canadees draagt een slonzig colbert en heeft met zwarte stift een cirkel rond zijn linkeroog getrokken. ‘We hebben vanmiddag actie gevoerd’, legt hij uit. Hij toont zijn handpalmen waarop twee getallen staan: 0, de gewenste CO2-uitstoot, en 2050, het jaar waarin dat gerealiseerd moet zijn. ‘Als actievoerders moeten we creatief zijn. Ons belangrijkste doel hier in Parijs is om een krachtige beweging te bouwen.’

Op het podium steekt Naomi Klein de activisten een hart onder de riem: ‘Ons wordt soms verweten dat we in een droomwereld leven. Politici zouden een realistische blik hebben. Maar het is precies andersom. De politici die nu opgesloten zitten in Le Bourget jagen een fantasie na. Hier zitten de mensen die inzien dat we de toekomst van de planeet niet kunnen overlaten aan degenen die ons in de problemen hebben gebracht. Het leiderschap zal moeten komen van buiten de electorale politiek.’

De grote makke van het VN-proces is volgens Klein en consorten dat de onderhandelaars klimaatverandering beschouwen als een geïsoleerde kwestie, terwijl ze in wezen nauw verbonden is met allerlei sociale problematiek. In het conferentiecentrum zal voornamelijk onderhandeld worden over technologieoverdracht, financiering en de juridische status van het verdrag. Het is wat filosoof Karl Popper piecemeal social engineering noemde: stapje voor stapje met rationeel beleid bijschaven en bijsturen, maar de fundamenten intact laten. Geen grootse utopieën najagen, alleen de ergste kwaden proberen te verhelpen.

‘Alleen Bolivia zegt onomwonden: “Kapitalisme is het probleem”’, zegt Ike Teuling van Milieudefensie. ‘Maar ze worden vierkant uitgelachen.’ Ondanks de wat boude bewoordingen heeft het Zuid-Amerikaanse landje wel een punt, gelooft Teuling. ‘Klimaatverandering is niet zomaar een milieuprobleempje, het is een systemisch probleem.’ Omdat je met die boodschap binnen de muren van Le Bourget nauwelijks voet aan de grond krijgt, richten veel ngo’s zich rechtstreeks tot burgers. Zo krijgt de klimaatbeweging wél wat voor elkaar: president Obama besloot na hevige protesten af te zien van de Keystone-pijpleiding en de divestment-beweging overtuigt steeds meer investeerders hun geld uit de fossiele industrie te halen. Teuling: ‘De politiek loopt achter op de maatschappij. Ze laten hun oren te veel hangen naar het bedrijfsleven. De klimaatbeweging wordt steeds breder: het zijn niet alleen geitenwollensokkentypes of verstokte activisten, maar ook vakbonden en vooral veel normale, bezorgde burgers.’

Grote witte paviljoententen – van het soort dat in Nederland wordt gebruikt voor de opvang van vluchtelingen – bieden onderdak aan de Climate Generations Area. In dit publiek toegankelijke deel van de conferentie broeit het van de bedrijvigheid. Het geheel heeft nog het meest weg van een gigantisch professioneel congres: visitekaartjes gaan constant van hand tot hand. Netwerken is een essentieel onderdeel van de klimaatkaravaan.

In vrijwel elk hoekje doet iemand een presentatie. Klimaatverandering draait om watermanagement, roept de een. Laten we eerst de bossen beter beschermen, zegt de ander. Bedrijven kunnen de motor zijn van een duurzame transitie, vindt een man in pak. Zolang onze politici niet durven optreden tegen multinationals zijn we gedoemd, schreeuwt een verstokte activist.

Aan initiatieven buiten de interstatelijke onderhandelingen geen gebrek. Maar zonder politiek kader blijft het los zand. Uiteindelijk is het de taak van politici om de lijnen uit te zetten. Alle spaarlampen in de wereld wegen niet op tegen het sluiten van kolencentrales. Durfkapitalisten kunnen nog zoveel geld uittrekken voor een energierevolutie, als er in Indonesië ieder jaar tropisch woud in brand wordt gestoken blijft de CO2-concentratie in de atmosfeer stijgen. En kunnen we wel verwachten dat er serieuze vooruitgang wordt geboekt zolang politici bedrijven die verantwoordelijk zijn voor klimaatschade als legitieme onderhandelingspartners beschouwen?

De internationale klimaatpolitiek zit gevangen in een beangstigende paradox: pragmatisme is nodig om überhaupt tot een akkoord te komen, maar een pragmatisch akkoord voorkomt niet dat het probleem blijft groeien. De klimaatbeweging gelooft dat er eerst een maatschappelijke kentering moet komen voor de politiek tot inkeer komt, ze zijn erop gebrand na 12 december de druk verder op te voeren. ‘Mark my words’, waarschuwde de Canadese auteur Maude Barlow, die na Klein de zaal met activisten mocht toespreken: ‘De regeringsleiders zullen straks zeggen dat in Parijs stappen in de juiste richting zijn gezet. Maar we hebben geen behoefte aan stapsgewijze verandering. Het wordt tijd dat we de macro-economische grondslagen ter discussie durven te stellen.’


Beeld: Parijs, 3 december 2015. Foto Eric Gaillard / Reuters