Wij en het grotere bestaan

‘De wereld schreeuwt om actie maar deze top antwoordde daarop met gefluister’, zei Chema Vera, de directeur van Oxfam International na de VN-klimaatconferentie in Madrid, die afgelopen zondag twee dagen later dan gepland eindigde. De top was een mislukking: de deelnemende landen toonden geen grotere ambitie om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, hoezeer de laatste stand van de wetenschap daar ook om smeekt; ze bereikten geen akkoord over de handel in emissierechten; en ze maakten geen afspraken over wie het klimaatbeleid in ontwikkelingslanden gaat betalen. Alle belangrijke onderwerpen werden doorgeschoven naar volgend jaar, als er weer een klimaatconferentie is, ditmaal in Glasgow.

Het gebrek aan ambitie, en de slakkengang waarop veranderingen worden doorgevoerd, vormt een schril contrast met het groeiende klimaatactivisme. Buiten de conferentiehal in Madrid gingen zo’n vijfhonderdduizend mensen de straat op met de roep om daadkracht. Onder de demonstranten was Greta Thunberg, die eerder per boot naar Amerika was gezeild en nu met de trein naar Madrid was gekomen.

Greta Thunberg werd deze maand gekozen tot Time Person of the Year, met haar zestien jaar de jongste ooit. Met haar schoolstaking voor het klimaat heeft de Zweedse scholiere een wereldwijde beweging aangejaagd, aldus het tijdschrift. Ze sprak het afgelopen jaar regeringsleiders toe voor de Verenigde Naties in New York, ontmoette de paus, sprak met president Trump, en inspireerde vier miljoen mensen wereldwijd tot een klimaatstaking: de grootste klimaatdemonstratie uit de geschiedenis. Voor de lexicografen van het Collins Dictionary was ‘klimaatstaking’ daarom woord van het jaar.

De ‘Zweedse Jeanne d’Arc’, dixit Margaret Atwood, staat symbool voor de jonge mensen die oudere generaties aansporen in hun beleid rekening te houden met wie nog een lange toekomst voor zich heeft. Behalve de schoolstakers voor het klimaat zijn dat de Britse jongeren die de 65-plussers kwalijk nemen dat zij hun Europese toekomst hebben afgesneden, de jonge opstandelingen in Hongkong, Libanon en Chili. Bij de protestgolf die het afgelopen jaar over de wereld rolde, waren het veelal jonge activisten die het voortouw namen. Niet voor niets groeide ‘OK Boomer’ dit jaar uit tot slogan onder scholieren en studenten en was ‘boomer’ volgens de Van Dale het Nederlandse woord van het jaar.

Het is natuurlijk niet nieuw dat de jonge generatie zich afzet tegen de oudere, maar nu staat er wel meer op het spel dan ooit. De protesten gaan niet alleen om een betere, rechtvaardiger wereld, al gaat het ook daarom, maar om de toekomst van de mens op onze planeet. Jonge mensen beginnen het verraad van de oudere generatie te begrijpen, zei Greta Thunberg tegen de regeringsleiders in New York. ‘De ogen van alle toekomstige generaties zijn op u gericht. En als u ervoor kiest ons in de steek te laten, zullen we het u nooit vergeven.’

Wat is onze plaats in het grotere ‘plan der dingen’?

Het besef dat de wereld na ons doorgaat, in een eindeloze keten van generaties, dat is wat ons menselijk maakt. We leven niet alleen in het hier en nu, maar ook met een oog op de toekomst, op dat wat we doorgeven en wat we nalaten aan hen die na ons komen – al valt het ons moeilijk onszelf daarbij iets te ontzeggen. Het doorgeven en nalaten doen we in het klein, als we stilstaan bij hoe we onze kinderen opvoeden. We doen het in het groot in dat wat we maken: kunst, paleizen, monumenten, die dingen waarmee we een gooi doen naar de eeuwigheid.

Dat wat we willen doorgeven moest het thema van ons kerstnummer worden, bedacht de redactie, ook omdat het thema nu een grote urgentie heeft door de klimaatcrisis waarin de aarde verkeert. We wilden het thema niet alleen groot benaderen, maar ook klein, niet alleen somber, maar ook hoopvol. Zo staan we stil bij wat wordt doorgegeven in families, van vader en moeder op zoon en dochter, maar ook bij wat we willen nalaten als wij, als mensheid, er niet meer zijn en wat we opslaan in archieven diep onder de grond of in capsules de ruimte in schieten. Het stelde de Nasa, toen zij flessenpost het heelal in schoot, voor pijnlijke dilemma’s: als we moeten kiezen, bewaren we dan Mozart of Bach? The Beatles of Chuck Berry?

Barbara Ehrenreich vraagt zich in haar essay over de wonderlijke schilderingen die onze verre voorouders in de Oude Steentijd in grotten over de hele wereld aanbrachten af waarom zij de grote dieren die hen omringden zo minutieus en imposant afbeeldden en zichzelf zo miezerig en schematisch. Zou dat komen, bedenkt ze, omdat zij beter wisten wat hun plaats in het grotere ‘plan der dingen’ was? ‘Mijn eindige bestaan lijkt me onderdeel van een veel groter bestaan’, schrijft ook Oek de Jong in dit nummer, al twijfelt hij of de mens hem meer waard is dan ‘de natuur op aarde, in al zijn veelvormigheid en mysterieuze vernuft’.

Uiteindelijk gaat het daarom in dit nummer (en in deze tijd): de plaats die wij innemen in de keten der generaties en in de grotere orde der dingen. Onze paleolithische voorouders schatten die plaats niet heel hoog in – en lachten daarom. Het is wat Barbara Ehrenreich ons nu ook aanraadt: laten we onszelf relativeren en om onszelf lachen.

Ik wens u mooie kerstdagen en een gelukkig Nieuwjaar.


PS Ons eerstvolgende nummer verschijnt op 9 januari