Opheffer 

Wij filmmakers

Ik ben nog niet uitgedacht over Amerika, waar ik een week geweest ben. Opvallend: de rol van de film. Ik was dus in Park City. Een klein stadje in de staat Utah. Je kunt het vergelijken met Dronten, maar dan typisch Amerikaans. Een mall twintig mijl buiten de stad – opgezet als een klein dorp (te vergelijken met Bataviadorp) waar iedereen in de omgeving zijn boodschappen doet. Verschil met Nederland: niemand loopt, iedereen autoot. Er is een boekwinkel – enorm groot overigens (de autobiografie van Donovan werd er verkocht en Donovan zelf kwam signeren) – maar een grote interesse in de moderne literatuur is er niet. Je vindt er de boeken die Oprah aanprijst, de toptienlijst en verder veel boeken over de provincie, de stad en het land. En natuurlijk over indianen. En je vindt boeken – honderden – over film. Helaas maar een paar boeken die ik zocht (biografieën over regisseurs), maar enorm veel over sterren.

Ik weet: kijk juist in dit soort boekhandels als je iets over de cultuur van een land wilt weten – en ik was verbaasd over die filmboeken. Ik zag ze ook verkocht worden. Door wat burgerlijke Amerikanen, ongetwijfeld Republikeinen, waarschijnlijk ook nog eens Mormonen, die je herkent aan hun slechte huid en grote beleefdheid. Ik raakte met die man in gesprek en die wist alles, maar dan ook werkelijk alles van film. (En gek genoeg niets van literatuur.) Film was zijn leven. De filmzaal was meer een institutie voor hem dan de kerk. Hij vertelde dat hij ook geen televisie keek, maar dvd’s.

En opeens besefte ik dat iedereen die ik in Park City had gesproken ongelooflijk veel van film wist. De juffrouw in de pizzeria, maar ook de jongen die in het theater onze jassen aannam. Ik meende dat dat kwam door het filmfestival waar ik was, maar ik zag later hoe de film de Amerikaanse cultuur bepaalt.

Het zijn niet zozeer bijbelteksten of shakespeareaanse zinnen die in het collectieve geheugen van de Amerikanen zitten, het zijn films, filmbeelden. Begrijpelijk: Amerika is een smeltkroes. Alle volkeren namen hun eigen cultuur mee en zo’n cultuur werd maar moeizaam gedeeld. Maar film was Amerika, dat was hun eigen cultuur. Dat waren de beelden van iedereen. Alle culturen bevonden zich in de bioscoop – dat was geoorloofde kerk. De helden op het doek hadden dan ook mythische proporties aangenomen. En de helden kwamen van overal, dus iedereen kon zich ermee identificeren.

Hier in Europa praten we over boeken. We praten over Sartre en Sloterdijk. Over Shakespeare en Flaubert. Over Multatuli en Hermans en Reve. Ik voer eigenlijk zelden een gesprek met mijn vrienden over Fons Rademakers of Paul Verhoeven. Als we dat al doen, is het meestal weinig bewonderend – het heeft niet de toon en de kennis die we hebben ten aanzien van Reve, Hermans of Multatuli.

Verwijzingen naar films worden dan ook razendsnel opgepakt. En film beantwoordt van alle muzen (ik noem het een muze) het meest aan de Amerikaanse droom. Zowel van de binnenkant als de buitenkant. Je kunt een held worden op het doek, maar ook achter het doek. En niet alleen de acteurs. De producent, de schrijver, de regisseur – ze kunnen allemaal van de ene op de andere dag beroemd worden. De krantenjongen droomt van een carrière in de filmindustrie, maar ook de ober, ook de directeur van een groot bedrijf, ook de tandarts doet dat. Zoals hier iedereen ervan droomt om ooit nog eens een boek of een dichtbundel te publiceren.

Film is religie in Amerika. En wij, filmmakers, zijn absoluut de dominee en de pastoor, of minstens de geestelijk raadsman van het Humanistisch Verbond. Wij bezitten kennis die de anderen niet hebben – de kennis van hoe je geld bij elkaar krijgt om een film te maken en de kennis om daadwerkelijk een film te maken.

Daarom is het zo prettig om in Amerika te zijn als filmer. Opeens praat je met soortgenoten. Je praat met mensen met wie je eigenlijk niets te maken hebt, maar met wie je een vreemde vorm van herinneringen deelt.

Opeens blijk je te beschikken over een taal die door anderen – die je niet eens erg sympathiek vindt of die een totaal andere politiek voorstaan dan jij – begrepen wordt.

Dat is een merkwaardige ervaring.