De broederschapsrevolutie of: wie is wij? (2) Londen

‘Wij geloven niet in civil war’

In zijn zoektocht naar broederschap in Europa bezoekt Bas Mesters Londen. Terwijl hij met conservatieve en progressieve denkers praat, verbranden tachtig mensen in Grenfell Tower. Zij waren ‘het afval van onze individualistische cultuur’.

Medium gettyimages 801668142
Londen, 26 juni © Carl Court / Getty Images

Twee uur was het op zijn wekker toen Said Puneli wakker schrok van geschreeuw op straat. Door zijn raam drong een oranje gloed naar binnen. Hij graaide naar zijn jas, denderde de trappen af, zijn huis uit, de herrie tegemoet. Overal sirenes, overal mensen. Op nog geen tweehonderd meter van zijn voordeur stond een gigantisch huizenblok in lichterlaaie. Het zou wereldnieuws worden en het gebouw zou in de dagen erna uitgroeien tot de ‘Tower of Shame’ van het Verenigd Koninkrijk: Grenfell Tower, North Kensington, Londen. Op 24 verdiepingen van de 67 meter hoge flat vochten mensen voor hun leven. Minstens tachtig van hen zouden het niet redden. Een bijna vergelijkbaar aantal raakte gewond. Honderden moesten dagen, weken wachten voordat de overheid iets voor ze deed.

Eenmaal buiten keek Said om zich heen. Hij zag steeds meer zwaailichten van ziekenwagens en brandweervoertuigen. Groepjes renden naar de flat om te helpen. Maar Said was bang. Voor het vuur, en vooral voor arrestatie door de politie. Hij stond als aan de grond genageld. Vol twijfel. Wat te doen? Wat als de brand het gevolg was van een aanslag?

De politie zou op moslims lijkende mensen oppakken. Veel moslims, zo had de Iraniër na de aanslagen in Manchester en Londen ondervonden, durfden om die reden niet meer naar het centrum van de stad. Said wilde zijn studie fysiotherapie afronden. Hij moest de volgende dag – op zijn verjaardag – weer werken in de nachtdienst, waar hij tegen de regels in onder het minimumloon werd betaald. Hij ging terug zijn huis in, probeerde de slaap te vatten. Wat niet lukte.

Said was de portier van het hotel waar ik in Londen incheckte. Hij vertelde me over zijn weinig heldhaftige besluit de brand de rug toe te keren en zijn huis in te gaan, toen we twee dagen na de ramp naar de toren liepen. Het speet hem dat hij niet anders had gekund, in een stad waar hij al tien jaar woonde, maar waar zijn toekomst nog altijd aan een zijden draadje leek te hangen. De wandeling naar Grenfell Tower illustreerde zijn dilemma’s.

De straten waren afgesloten met rood-witte linten en door dwars op de weg geparkeerde politieauto’s. Dagjesmensen schuifelden het hele weekend al in stilte naar de plek des onheils. Said wees op de rijtjeshuizen vlak bij de verkoolde toren en vertelde dat die huisjes meer dan een miljoen pond kosten. Kensington is de duurste wijk van Londen. Zo duur dat mensen er een tweekamerappartement kopen en de grond onder hun huis weggraven om er twee extra kamers bij te creëren en flink winst te maken, een usance die in heel Londen school maakt als gevolg van de onroerend-goedspeculatie.

Said wees me op de smeedijzeren hekken voor de tuintjes. A4’tjes met namen van vermiste personen waren aan de spijlen geplakt. Hij moedigde me aan ze te lezen: ‘Al kijk je een kwartier naar deze foto’s, je vindt geen Engelsman. De slachtoffers zijn zwart, moslim, uit Afghanistan. Je herkent ze aan het gezicht: Afrikanen, Pakistanen, Ethiopiërs. Een Syrische jongen die als vluchteling kwam, zat op de universiteit, stierf hier.’

Na een lange stilte aan de voet van de verkoolde toren vuurde hij zijn vragen op me af: waarom moesten in de rijkste wijk van Londen honderden mensen onder die condities in dat blok leven, zonder sprinklers? Waarom die gevelbekleding die brandgevaarlijk was? Waarom veel te veel mensen in een kamer, met liften die het niet deden en te weinig vluchtroutes? Waarom deed men daar niets aan, terwijl erover was geklaagd? En waarom snelden de mensen nu met duizenden toe om te helpen, en gebeurde er vooraf niks? Waarom waren staat en markt zelfs na de brand nog afwezig? De mensen steunden elkaar, het bestuur van deze rijkste wijk van Engeland deed niks, en de markt die almaar streeft naar winstmaximalisatie en kostenreductie, die was de indirecte oorzaak van deze ramp.

Ik was in Londen die junidagen, op mijn reis door Europa van verkiezing naar verkiezing: Parijs, Londen, Berlijn, Amsterdam. Ik wilde weten wat ons in Europa nog bindt, wat er over was gebleven van de kernwaarden van de Franse Revolutie, die onze westerse samenleving al ruim tweehonderd jaar schragen: vrijheid, gelijkheid en broederschap. De hoofdvraag van mijn reis werd geleidelijk: wie is wij? Niet, wie ben ik? Niet, wie zijn wij? Maar: wie is wij? Is de overheid nog wij? Is de markt wij? Is de democratie wij? Ik sprak in Londen met conservatieve partijideologen, met rechtsfilosofen, leden van grassroots-organisaties. En toen was er de brand.

Juni was een maand waarin meer gebeurde dan normaal in tien jaar, zo verzekerde een bevriend journalist me: onzekerheid over de Brexit; een afstraffing voor premier May tijdens tussentijdse verkiezingen; aanslagen door moslimfundamentalisten in Manchester en Londen, de brand in Grenfell Tower. De als stoïcijns bekend staande Britten leken daadwerkelijk de kluts kwijt. Antwoord op de vraag ‘wie is wij?’ bleek verre van in aantocht. May was inmiddels zo verward dat ze het niet eens kon opbrengen om direct na de brand in Grenfell Tower de slachtoffers te bezoeken en hun een hart onder de riem te steken; haar bijnaam Maybot deed ze eer aan.

Enkele dagen voor de brand, de ochtend na de verkiezingen, ontmoette ik een van de belangrijkste conservatieve denkers van het land: Phillip Blond. Deze rechtsfilosoof, theoloog en directeur van de denktank Respublica publiceerde in 2010 het boek Red Tory: How Left and Right Have Broken Britain and How We Can Fix It. Hij inspireerde de regering-Cameron destijds tot het creëren van een soort participatiesamenleving. Het project, genaamd Big Society, mislukte uiteindelijk – mede door de crisis – faliekant, omdat het uitdraaide op bezuinigen zonder hervormen. Bezuinigen in de zorg, op bibliotheken, op de politie, op het gevangeniswezen. Zijn voorstel om gemeenschappen te activeren en te verbinden met de overheid kwam niet van de grond, omdat de overheid geen overtuigend aanbod had en het te veel van bovenaf oplegde.

De conservatieve ideoloog Blond had nauwelijks geslapen toen ik hem trof in de met marmer en spiegels aangeklede Londense hotellobby. Hij had net als veel anderen de hele nacht getuige willen zijn van de verrassende verkiezingsuitslagenavond. In de kiosken lagen inmiddels kranten met koppen als ‘May’s grote gok mislukte’ en ‘May opgehangen om te drogen’. De gok van tussentijdse verkiezingen om een sterkere positie te krijgen in de Brexit-onderhandelingen had zelfs bijna geleid tot een onverwachte verkiezingsoverwinning van Labour-leider Jeremy Corbyn.

‘Al kijk je een kwartier naar deze foto’s, je vindt geen Engelsman. De slachtoffers zijn zwart, moslim, uit Afghanistan’

Blond erkende dat de uitslag ook voor hem een verrassing was, maar niet verbazingwekkend: ‘Het bevestigt mijn punt dat het oude conservatieve aanbod dood is. De oude budgettaire strengheid, het snijden, die neoliberale agenda is echt voorbij.’ De uit de pan rijzende woningprijzen, de wijze waarop grote groepen nieuwe Britten aan hun lot worden overgelaten, de flexibilisering van de economie, het nationale humeur – al die ontwikkelingen hebben volgens hem geleid tot ‘een zucht naar broederschap, maar een onvermogen om dat te realiseren’.

De man die als adviseur de wereld over reisde na de publicatie van zijn boek waarin hij een pleidooi hield voor herstel van gemeenschapsrelaties bleef bij zijn analyse van 2010. ‘Zestig jaar van overheidsbeleid heeft in essentie de menselijke relaties vernield die nodig zijn als het fundament van sociale politiek.’ Volgens Blond heeft zowel links als rechts zich de afgelopen decennia gericht op het veiligstellen van de autonomie van het individu. Eerst deed links dat via de staat en vervolgens rechts via de markt. ‘Als persoonlijke autonomie je einddoel wordt, dan bouw je een enorm gevaar in. Namelijk dat je mensen verdeelt en de samenleving fragmenteert. Je beschadigt de gemeenschappelijke waarden die mensen nodig hebben om te bloeien. En dat is gebeurd.’

Waardenpolarisatie is volgens Blond een groot gevaar. Het multiculturalisme van de jaren zestig heeft zijns inziens een wereld van waardenpolarisatie gefaciliteerd. Het maakte het voor mensen mogelijk om zich autonoom en los van elkaar te ontwikkelen in hun eigen etnische kantons, zonder oog te hebben voor anderen. Voor Blond bestaat er geen twijfel over: als je naar de driehoek vrijheid, gelijkheid en broederschap kijkt, kun je de eerste twee niet zonder de derde realiseren. Broederschap komt zelfs op de eerste plaats. ‘Fraternity is first’, zo stelt hij. ‘Als je als liberaal denkt dat alles draait om vrijheid van de staat, oftewel dat jouw eigen wil voorop staat, dan ben je totaal niet in staat om relaties en consensus aan te gaan met anderen en produceer je een wereld waarin de meest machtigen altijd zullen winnen.’

Opzienbarend om een Tory dit te horen zeggen, een lid van de partij van Margaret Thatcher, John Major, Theresa May, die de markt en het individu alle vrijheid wilden geven. Over de nederlaag van May zegt Blond: ‘Als we dit verkiezingsresultaat moeten analyseren door de lens van vrijheid, gelijkheid en broederschap zou ik zeggen dat de uitslag de nederlaag van vrijheid is, het nastreven van gelijkheid (wat Labour vooral promootte), en het verlangen naar broederschap.’ Te veel vrijheid heeft ons gelijkheid en broederschap onthouden. Blond is er zeker van dat de Tories op dit moment geen goed ‘broederlijk’ aanbod hebben: ‘Met het “Boris Johnson-stuff” gaat het niet lukken. They can’t do fraternity.’

In zekere zin is er volgens hem zelfs sprake van een ‘conflict of fraternity’. De Brexit bracht dat duidelijk aan het licht. Enerzijds heb je de hogere middenklassen van kosmopolitische Europeanen die pleiten voor een liberale EU-fraternity, anderzijds de lagere klassen die voor een nationalistische vorm van broederschap zijn. De winnaars van het liberalisme tegen de losers die de kosmopolieten verwijten dat ze alleen onderling aan broederschap doen.

Wie er in conservatieve kringen nog dieper over broederschap heeft nagedacht is Danny Kruger, een voormalig politiek journalist van The Telegraph, die voor een denktank van Thatcher en later voor David Cameron werkte en die sinds tien jaar allerlei charity-organisaties leidt. Ik zocht hem op in het kantoor van het Legatum Institute, een internationaal opererende onderwijs-charity waar hij fellow is. Hij ontving me in het hoofdkantoor in de chique wijk Westminster in een ruime stadstuin met een engelfonteintje aan de muur. De veertiger, die tien jaar geleden het essay On Fraternity: Politics beyond Liberty and Equality schreef en daarbij Hegel en andere filosofen uitgebreid citeerde, trad me tegemoet in korte broek. Hij toonde zich opvallend openhartig over zijn loopbaan: ‘Ik ben het product van een geprivilegieerde opvoeding. Je weet wel: de deuren stonden open. Ik volgde bepaalde scholen, ik had bepaalde connecties. Ik heb nooit een sollicitatiegesprek hoeven doen voor een baan. Ik kende gewoon mensen. Zo werkt het in de elite, is het niet?’

Medium img 4736  crop
picknick in Broomfield Park, geïnspireerd door de oproep van Brendan Cox om samen te komen © Bas Mesters

Volgens hem is zonneklaar dat alle klassen, alle generaties, alle etnische groepen op hun manier onderschrijven dat we meer gemeenschap nodig hebben. Ze smachten ernaar. De Brexit, Marine Le Pen, Donald Trump illustreren dat ook. ‘Een groot deel van de leave-vote bij het Brexit-referendum kwam voort uit het verlangen naar een meer verbonden samenleving waar mensen elkaar kennen. De boodschap was: ik wil mijn land terug, ik wil minder Brussel, ik wil minder migranten. En eronder zat het gevoel: ik wil mijn buren kennen, ik wil zelfcontrole, ik wil me deel voelen van het land en de gemeenschap waar ik in leef. Men voelde dat men dat niet kon krijgen van de EU.’

Er zit, aldus Kruger, een conservatieve kant aan de Brexiteers, maar ook een linkse kant, want ze willen sociale rechtvaardigheid en sterke gemeenschappen. ‘De grote vraag is hoe we het land weer kunnen verenigen rondom gedeelde waarden. Hoe een jonge moslim ook het gevoel te geven dat hij erbij hoort. Jullie in Nederland hebben ditzelfde acute probleem. Ik denk dat een verhaal rond gemeenschap, relaties en erbij horen krachtiger is dan het narratief rond individuele vrijheid of gelijkheid. Voor veel mensen is hun culturele identiteit belangrijker dan hun economische situatie. Niet gelijkheid is in eerste instantie het antwoord, maar erkenning op basis van menselijke gelijkwaardigheid.’

Kruger schreef zijn boek On Fraternity in 2007, nog voor de financiële krach. Hij was politiek journalist en dacht veel na over politieke theorieën. Hij had Edmund Burke bestudeerd aan de universiteit en probeerde daarna een doctrine van conservatisme te presenteren die niet tegen de vrije markt is, maar die beklemtoont dat de vrije markt steunt op fundamenten die buiten zichzelf staan: op vertrouwen en sociale solidariteit. ‘Mensen die in een markt opereren kunnen niet zonder gemeenschappelijk begrip en vertrouwen. Vertrouwen hangt af van solidariteit, en solidariteit van relaties. Familierelaties, relaties van de familie met de buitenwereld, en vervolgens het lokale netwerk. Voor mij is dit, heel consistent, het conservatieve gedachtegoed door de jaren heen, maar de taal van gemeenschap en relaties is overgegeven aan politiek links. En dat is deels omdat politiek rechts zich prettiger voelt bij de individuele noties van vrije markt en kapitalisme. Rechts denkt dat gemeenschap en familie niks met politiek te maken hebben en dat dat enkel privézaken zijn. Ik denk dat het erg belangrijk is dat we de essentiële rol erkennen die privé-relaties kunnen spelen in ons publieke leven.’

Over de ontvangst van het essay moet hij tien jaar later lachen. ‘Het vatte bepaald geen vlam. Niemand las het. Het was tamelijk abstract, vol Hegel. En er is een probleem met het woord broederschap. Het is gendered. Het zal nooit door links worden opgepakt, al zouden ze in feite wel heel geïnteresseerd moeten zijn in de term. Er is een politieke-correctheidsprobleem met het woord broederschap.’

‘De boodschap was: ik wil mijn land terug, ik wil minder migranten. En eronder zat het gevoel: ik wil mijn buren kennen’

Daarnaast denkt hij dat het woord broederschap niet aansloeg omdat het niet op de vrijheid-en-gelijkheid-as zit waar mensen aan gewend zijn. Als je vrijheid, gelijkheid en broederschap als een driehoek ziet, dan zit alle energie op de lijn vrijheid-gelijkheid, meent Kruger. ‘Bij fraternity denkt men: o ja, liefdadigheid, kerken, familie.’ Dit zijn niet de belangrijke thema’s voor een overheid die beleid wil voeren. ‘Het gaat al decennia om staat en bedrijfsleven. Fraternity is soft, het is oud. En links kan niet accepteren dat het geen deel uitmaakt van wat zij al doen. Zij geloven dat de staat fraternity doet. In mijn boek zegt een links iemand: “O, broederschap is hetzelfde als gelijkheid.”’

Kruger vermoedt dat broederschap door de eeuwen heen niet serieus is genomen omdat het niet echt in de basisidealen van de Franse Revolutie zat. ‘Ik ben geen expert van die geschiedenis. Maar de idealen waren vrijheid en gelijkheid.’ De revolutie was juist tegen broederschap. Die was van het dorp, van de kerk. En ten tijde van de communistische revolutie honderd jaar geleden werden broederlijke instituties eveneens doelbewust opgebroken. Links spreekt van solidariteit, maar die is gericht tegen de bazen, tegen de rijken. ‘Hun kameraadschap is een broederschap die één partij in de burgeroorlog verbindt tegen de andere. Eigenlijk zoals populisten zich nu ook tegen migranten afzetten.’

Dat is heel wat anders dan het broederschapsconcept dat Kruger voorstelt, beklemtoont hij. ‘Ik wil sterke families en sterke lokale buurtgemeenschappen. Edmund Burke, de conservatieve denker, sprak in dat verband van little platoons.’ Die vormen de eerste schakel in de keten die ons aan ons land en aan de mensheid koppelt. ‘Als je sterke lokale relaties hebt, kun je ook goede nationale en globale relaties vormen. Links is niet geïnteresseerd in kleine pelotons, ze willen alleen grote, solide, nationale of mondiale relaties. Links spreekt over humaniteit: we zijn allemaal één. Maar zeker met de vele etniciteiten en de zucht naar etnische cohesie is dat moeilijk. Mensen willen tot een lokale entiteit behoren.’

In zijn charity-werk ziet hij het als zijn hoofdtaak om dergelijke lokale relaties te stimuleren: ‘Ik denk dat het antwoord op veel problemen van achtergestelde mensen luidt: netwerken, relaties en connecties. Wat je kunt vertalen naar broederschap.’ Hij refereert aan Grenfell Tower. Waarom was de overheidsreactie op het vuur zo traag? ‘Ik denk dat niemand kan zeggen dat de lokale wijkraad niet genoeg geld had. Die raad is de rijkste van het land met bewoners met heel hoge inkomens en dus heel hoge lokale belastinginkomsten. Maar ze gaven het niet uit, omdat ze niet wisten aan wie. Ze hadden hun geld beter moeten besteden aan sociale infrastructuur. De belangrijkste vraag in deze tijd is: wie voorziet in de sociale infrastructuur? Ik denk dat het goed is dat er veel vrijwilligers en goede doelen waren die meteen kwamen helpen. Ik denk dat dat geen schande is. Maar wat niet goed geregeld was, waren de verbindingen op de grond tussen de vrijwilligers, charities en de overheid.’

Kruger merkte in de afgelopen periode dat ook op links dergelijke analyses worden gemaakt. Bijvoorbeeld door Alex Smith, een ex-adviseur van voormalig Labour-minister Ed Miliband, die net als Kruger de politiek heeft verlaten om in de goede doelen te gaan werken. Hij heeft het project North London Cares opgezet dat eenzame mensen verbindt. Hij zet jongeren aan om vriendschap te sluiten met ouderen. ‘De impact op gezondheid en sociale zorg en op welzijn en wonen is enorm positief’, zegt Kruger. ‘En het zorgt ervoor dat jonge mensen zich verbonden voelen met hun gemeenschap.’

Mensen hebben relaties nodig, geen diensten, beklemtoont Kruger, en de overheid begint dat langzaam in te zien. Dokters schrijven steeds vaker sociale activiteiten voor in plaats van medicijnen. ‘Dus geen pillen, maar een tuiniersproject of een vrijwilligersgroep, of een geschiedenisclub. Social prescription heet het. Het groeit. De National Health System maakt er geld voor vrij.’

Ook ter linkerzijde borrelt de broederschap onderhuids. Iemand die het grootschalig aanpakte was Brendan Cox, de weduwnaar van Labour-politica Jo Cox, die in haar maidenspeech in 2015 in het parlement had gezegd dat de Britten ‘veel meer verenigd zijn en veel meer gemeen hebben dan wat ze verdeelt – of ze nu al decennia op dezelfde plaats wonen of vorig jaar uit Pakistan of India kwamen’. Ze moest die uitspraak en haar streven naar gezamenlijkheid, naar coulantie met vluchtelingen en haar standpunten tegen de Brexit bekopen met de dood. Op 16 juni 2016 schoot een rechtse extremist met nazistische sympathieën haar neer met een geweer met afgezaagde loop en stak haar vervolgens enkele keren in de borst. Jo Cox’ laatste woorden tegen een oudere man die haar aanvaller te lijf wilde gaan en gewond raakte, luidden: ‘Ga weg, laat hem mij pijn doen, laat hem jou niet treffen.’ De laatste woorden van de gearresteerde dader waren: ‘Britain first. Britain will always come first.’ De moord op Jo vlak voor het Brexit-referendum werd wereldnieuws. De hashtag #MoreInCommon ging na de aanslag regelmatig viraal op Twitter. En haar man Brendan zwoer haar gedachtegoed levend te houden.

Een jaar na de moord op zijn vrouw riep hij op tot het organiseren van picknicks, straatfeesten en barbecues, waar honderdduizenden Britten, volgens sommigen miljoenen, gevolg aan gaven: The Great Get Together, toevallig precies in het weekend na de brand in Grenfell Tower. In de week van de herdenking publiceerde hij ook het boek Jo Cox: More in Common. Hij schreef het omdat hij de strijd van zijn vrouw wil voortzetten, ‘tegen degenen die gemeenschappen willen verdelen in plaats van bij elkaar brengen’.

Het hele weekend kwamen mensen samen in parken, op pleinen, in straten. Ze deelden hun filmpjes op sociale media. Vier oud-premiers, John Major, Tony Blair, Gordon Brown en David Cameron, maakten samen een filmpje over wat Britten verenigt. Brendan Cox zei: ‘Wat Jo dreef was mensen van verschillende achtergronden en gemeenschappen samenbrengen, maar zo’n opkomst als deze zou haar heel verlegen hebben gemaakt: 120.000 events in het hele land. Ik denk dat dit toont dat het land schreeuwt om deze gevoelens van gezamenlijkheid.’

Medium img 4755
Rouwdienst in St. Clement Church waar nabestaanden samen met de burgemeester van Londen, Sadiq Khan, de slacht­offers herdenken © Bas Mesters

Onder een treurwilg in Broomfield Park schoof ik aan bij zo’n picknick van enkele tientallen personen die elkaar niet kenden en die hun kleedjes hadden uitgerold en hun marmelade, brood en soep met elkaar deelden. Ik was er samen met de Ierse rechtsfilosoof David Keane, associate professor aan Middlesex University in Londen, en met zijn vrouw Michaela Alfred-Kamara, een community worker en anti-slavernij-activist van de Labour-partij met ouders uit Sierra Leone. De gesprekken gingen tijdens de picknick over de brand, over de huren die de pan uit rijzen, over de gentrificatie. En over het paradoxale feit dat zestigers in een paar jaar tijd miljonair werden door de enorme stijgingen van de huizenprijzen, terwijl hun kinderen noodgedwongen vertrokken uit de wijk, omdat ze zich er geen huis meer kunnen veroorloven.

‘Deze rampen zijn verschrikkelijk, maar juist nu ben ik geïnspireerd door wat ik heb gezien van mijn medemensen’

Ik had Keane de dag ervoor al ontmoet voor de British Library, waar hij als mensenrechtenjurist veel nadenkt over broederschap. Hij doet dat samen met een collega, de rechtsfilosoof professor Jeremy Gilbert, specialist in mensenrechten aan University of Roehampton. Twee niet-Britten in Londen, beiden immigrant vanuit de EU, beiden best enthousiast over de mogelijkheden die ze in de UK krijgen, maar beiden criticasters van het neoliberalisme en de EU zoals deze nu functioneert, die ze zien als een doorgeschoten vrijheidsrevolutie, terwijl de hymne toch was en is: Alle Menschen werden Brüder.

Net als ik bleken ze gefascineerd door de trits vrijheid, gelijkheid en broederschap en wat die nu nog kan betekenen, in dit polariserende Europa. In hun research gingen ze terug naar deze fundamenten van het Europees recht om te onderzoeken hoe men kan samenleven in de hedendaagse multi-etnische westerse maatschappij. En ze wilden het niet bij filosofische analyses en vergezichten houden, ze wilden het concept broederschap juridisch en constitutioneel wakker kussen. Gilbert nam het initiatief tot het rechtsfilosofische broederschapsartikel. Hij wilde broederschap lanceren als leidend principe voor burgerschap in plaats van enkel gelijkheid of vrijheid. Ze werkten twee jaar aan de tekst Equality versus Fraternity? Rethinking France and Its Minorities. Hun doel was ook de basis leggen voor een reactie op het discours in de Franse pers dat er een burgeroorlog gaande is in de banlieue tussen de mensen daar en de politie. ‘Wij geloven niet in dat civil war-narratief’, aldus Gilbert.

Gilbert wilde met Keane ook begrijpen waarom broederschap veel minder prominent de moderne westerse cultuur bepaalt dan vrijheid en gelijkheid. Broederschap, zo vertelden ze, is ergens in de Franse Revolutie zoek geraakt. Robespierre pleitte in 1790 voor vrijheid, gelijkheid en broederschap, maar broederschap werd niet opgenomen in de Verklaring van de Rechten van de Mens van 1789. Gelijkheid en vrijheid wel. Met Robespierre verdween de term broederschap onder de guillotine. Alleen vrijheid en gelijkheid bleven over. Broederschap maakte het decennium erna wel nog een curieuze comeback als leus op de knopen van de uniformen van de soldaten van Napoleon. Gilbert: ‘Maar de term werd toen gebruikt om de natie en het leger eendrachtig te houden tegen de vijand. Dat was een wat verdrietige transformatie van het begrip broederschap.’ Gericht tegen de ander, zoals hardcore supporters, motorbendes, extreem-rechtse groeperingen het nu ook onderling gebruiken.

Gilbert en Keane gaven hun artikel een motto mee dat ze overnamen van de Franse filosoof en socioloog Edgar Morin: ‘Liberty on its own kills equality; equality imposed as a unique principle kills liberty. Only fraternity allows us to support liberty while fighting against inequalities.’ Hun artikel identificeert broederschap als een slapende term in de Franse constitutionele architectuur, die een weg zou kunnen openen naar de erkenning van de rechten van minderheden. Ze tonen hoe onder meer in India de term broederschap een dergelijke functie in de grondwet heeft. Hoe die helpt bij het onder ogen zien van de rechten van de outcasts, de onaanraakbaren.

De twee definiëren broederschap niet. ‘Ik heb geen definitie’, zegt Keane. ‘Het is een tegenwicht tegen pure gelijkheids- en vrijheidspolitiek. Fransen zeggen dat iedereen gelijk is, maar als je dat zegt terwijl er grote ongelijkheid bestaat, heeft dat geen zin.’ Britten prediken de vrijheid, neoliberalisme, maar Grenfell Tower en de dilemma’s rond die ramp tonen aan dat vrijheid alleen niet werkt. De Verenigde Naties zijn gebaseerd op gelijkheid van landen. Maar gelijkheid in de wet en gelijkheid op de grond zijn twee verschillende dingen. ‘Feitelijke gelijkheid is er nog niet. Daar is broederschap voor nodig om gelijkheid te realiseren. Broederschap kan een licht schijnen op ongelijkheid.’

Tijdens de Eur-Afrikaanse top vorige week hebben de wereldleiders dat weer mogen ondervinden. Zonder broederschap kun je geen gelijkheid realiseren. Zonder meer gelijkheid geen blijvende veiligheid, en zonder veiligheid geen vrijheid. ‘Fraternity helpt de mensen te bepalen waar de focus moet liggen, waar gelijkheid en vrijheid kwetsbaar zijn. Broederschap is een tegenwicht’, aldus Keane. ‘Niet alleen bij mensenrechten, maar ook in de discussie omtrent het klimaat en het milieu kan het juridische concept broederschap van waarde zijn.’

Op links en op rechts is er dus drang naar broederschap. Danny Kruger vertelde me dat er Red Tories zijn, rode conservatieven, die achter de schermen contact hebben met Blue Labour, gematigde socialisten, die samen aan gemeenschapsprojecten willen werken. Maar de Brexit en de moeilijkheden van May hebben alles op scherp gesteld. Zowel de conservatieven als de socialisten zijn verdeeld, sommigen vóór en anderen tegen de Brexit, en dat maakt het moeilijk om gesprekken tussen de partijen op gang te krijgen. Kruger: ‘Alle puzzelstukjes vliegen deze weken en maanden door de lucht, en het is wachten hoe ze terecht gaan komen na de Brexit. Dat zal bepalen of er meer ruimte komt voor broederlijke politiek.’

Een dag na het bezoek met Said kon ik het niet laten weer naar de zwarte toren te gaan. Opnieuw staarden groepen mensen omhoog. De een schudde zijn hoofd, de ander sloeg de hand voor de mond: mannen in shorts, vrouwen in boerka’s, zwarten, latino’s, blanken. Dit was de brotherhood of the suffering, zoals Hannah Arendt het omschreef. Niemand sprak, maar de vraag was duidelijk: hoe was dit mogelijk? Wat betekent dit? Die vragen galmden ook na in de St. Clement Church vlak bij Grenfell Tower, waar father Alan Everett (59) voorging in de rouwdienst.

Het was drie uur in de nacht van de ramp toen deze vicaris van St. Clement Church de lichten van zijn kerk ontstak en de deuren opengooide. ‘Twee acties, dat moment: het voelde als de kern, het hart van mijn opdracht als priester’, schreef hij achteraf. Daarna stroomden de getraumatiseerde mensen binnen: daklozen uit Grenfell Tower, geëvacueerde buurtbewoners, vrijwilligers. En ook de dozen met hulpgoederen. Het hele middenschip van zijn kerk veranderde in één groot pakhuis en een gaarkeuken. Daar waar de overheid er niet in slaagde te reageren deden de kerken en de buurt dat wel. Daar waar de buurtbewoners hun woede niet meer konden inhouden richting de gemeente, probeerde Everett te bemiddelen. Hij riep premier May op terug te komen naar de wijk, naar zijn kerk, om nu wel met buurtbewoners en slachtoffers te spreken.

Ik bezocht de rouwdienst het weekend na de ramp. Een zeer emotionele bijeenkomst waar nabestaanden samen met de burgemeester van Londen, Sadiq Khan, een moslim van Pakistaanse afkomst, de slachtoffers herdachten. In de preek bracht father Robert Thompson alle opgekropte woede van de buurt naar buiten. Hij verwoordde wat in media en in de buurt die dagen al te horen was geweest. Volgens hem bracht wat in en rond Grenfell Tower was gebeurd aan het licht dat ‘de creatie van een rechtvaardige en gezonde gemeenschap altijd vraagt om goede communicatie en goede verbindingen’. De lokale samenwerking van vrijwilligers, nooddiensten, de giften van over de hele wereld, toonden volgens hem hoe goede communicatie deze verbinding kan voeden en hoe dit kan leiden tot een levendige en ondersteunende gemeenschap.

Maar de ramp zelf en het falen van de staat waren volgens hem ook voor een groot deel het gevolg van gebrek aan betekenisvolle communicatie of verbinding tussen bestuur en de burgers in deze wijk. ‘De mensen met de laagste inkomens in deze gemeenschap, de armste mensen van dit gebied, voelen zich eenvoudigweg niet gehoord door de machthebbers, noch deze week, noch in vorige jaren.’ Erger nog dan dat de regels over gevelbedekking niet werden nageleefd en dat de sprinklers het niet deden, is volgens hem ‘dat sommige mensen zijn verworden tot het afval van onze neoliberale, ongereguleerde, individualistische, kapitalistische en consumentistische cultuur’.

Goede gemeenschap vraagt om goede communicatie, herhaalde Thompson diverse keren. En goede communicatie vraagt in eerste instantie om fysieke ontmoetingen tussen personen. Na afloop van de mis sprak ik voorganger Everett aan. Hij stelde dat broederschap in de menselijke natuur zit. De mens beschikt over het potentieel om te transformeren en hoop te creëren. ‘Deze rampen zijn verschrikkelijk en ik weet dat ik het wellicht niet mag zeggen, maar juist nu ben ik geïnspireerd door wat ik heb gezien van mijn medemensen. De bereidheid te helpen, zo hard te werken, te geven, te verbinden. Het was uitzonderlijk.’ Broederschap, zo zegt hij, is er wel, maar het lijkt alleen naar boven te komen in tijden van nood.