Crisislessen van Cristina Kirchner

‘Wij hebben de besmetting vermeden’

Volgens president Cristina Kirchner heeft de wereld weinig geleerd van het faillissement van Argentinië. ‘Uiteindelijk bleek dat we het probleem correct te lijf waren gegaan.’

‘WAT IS HET IMF?’ Een moeilijke vraag en geen van de kinderen aan wie hij wordt voorgelegd weet dan ook het antwoord. ‘Een troep paarden’, zegt er een. ‘Een satelliet die tegen de maan te pletter is geslagen’, fantaseert een ander. ‘Een land waar alles omgekeerd is’, probeert een derde. Het leukste antwoord is van een meisje dat haar tekening omhoog houdt: ‘Dit is IMF die zijn hond uitlaat.’

Hoeveel grote mensen in de wereld weten dat IMF staat voor Internationaal Monetair Fonds, laat staan wat deze organisatie zoal in de praktijk doet? In Argentinië ligt dat anders. Daar kent iedereen het IMF: die kapitalistische club die het land steeds meer geld leende, de economische wet voorschreef, en met die combinatie medeverantwoordelijk was voor de totale economische ineenstorting van Argentinië eind 2001.

De ondervraagde kinderen traden vier jaar geleden op in een verkiezingsspot van Cristina Kirchner, de presidente die op 23 oktober zo goed als zeker herkozen zal worden. En die kinderen waren niet dom, integendeel, het waren heel gezonde eigentijdse kinderen, zei de voice over: ‘Wij hebben het voor elkaar gekregen dat jouw kinderen en de kinderen van jouw kinderen geen idee hebben wat IMF betekent.’ Want normale kinderen horen dit soort dingen niet te weten.

Dat Cristina herkozen zal worden komt niet alleen door de complete verdeeldheid in het kamp van de oppositie. Zij voert campagne met haar economische successen, en die mogen er wezen. Sinds 2003, toen haar man Néstor Kirchner president werd, die zij in 2007 opvolgde, kent Argentinië een gemiddelde economische groei van acht procent per jaar. Daarmee is het land dat politiek en economisch volledig kopje onder was gegaan weer flink overeind gekomen.

Om het hoofd te bieden aan de door de opgelopen staatsschuld onhoudbaar geworden financiële situatie besloot de Argentijnse regering in december 2001 alle banktegoeden van de burgers te bevriezen. Dit zogenoemde corralito leidde tot een volksopstand en het aftreden van president Fernando de la Rua. In de daarop volgende chaos benoemde het parlement vier nieuwe presidenten in tien dagen. Een van hen, de eendagsvlieg Adolfo Rodríguez Saa, kondigde het default af: Argentinië stopte het betalen van zijn schulden.

In de jaren negentig domineerden in het Zuid-Amerikaanse land twee begrippen: herstructurering van de schuld en privatisering. Het laatste werd zo extreem doorgevoerd dat heel Argentinië in de uitverkoop ging en tegen vriendenprijzen belandde in handen van buitenlandse, met name Spaanse en Franse bedrijven. Tegelijk werd onder toezicht van het IMF, dat die privatiseringen oplegde, de buitenlandse schuld steeds geherstructureerd, dat wil zeggen dat nieuwe leningen op al onbetaalbare leningen werden gestapeld met telkens hogere rentes. Om de fictie van een mogelijke afbetaling in stand te houden voerde de regering strenge bezuinigingen door. De afloop kon een kind voorspellen.

Het scenario komt ons nu, precies tien jaar later, bekend voor. Gek genoeg zijn de doktersrecepten niet geactualiseerd. Cristina Kirchner heeft gelijk wanneer zij benadrukt dat de wereld weinig heeft geleerd van de gang van zaken rond het faillissement van haar land. De bestrijders van de financiële crises in verschillende Europese landen maken precies dezelfde fouten als toen: ‘Hoewel ze al eerder een zieke hebben gezien met dezelfde symptomen, willen ze nu hetzelfde medicijn toedienen dat die zieke toen doodde.’ Het default van Griekenland is onvermijdelijk, zegt de presidente al maanden: ‘Ze stellen het uit, maar hoe langer ze het uitstellen, hoe verschrikkelijker de crisis zal zijn, zoals in Argentinië gebeurde.’ Van een kale kip kun je immers niet plukken.

Het ‘project K’ zoals het economisch model van Néstor en Cristina Kirchner wel wordt genoemd, draait om de absolute prioriteit voor de binnenlandse markt en het beperken van de import. Dat creëert werk en inkomens en dus stimuleert het de consumptie. In het economisch leven dient de staat opnieuw een belangrijke speler te worden. De overheid heeft een fonds opgezet dat, bij ontstentenis van bankkapitaal, kredieten verstrekt aan bedrijven en bedrijfjes. Het succes is gestimuleerd door een ‘rugwind’, met name die van de explosief gestegen wereldmarktprijs voor de soja.

Maar het resultaat mag er zijn. Volgens het laatste rapport van ‘erfvijand’ IMF is Argentinië nu het land met het hoogste inkomen per hoofd van Latijns-Amerika (15.901 dollar per jaar). De werkloosheid, die in 2003 tegen de dertig procent lag, is onder de tien procent gezakt en de armoede is gehalveerd. ‘Wat hebben we gedaan sinds 2003? We zijn een economisch en politiek project begonnen dat heeft geresulteerd in een groei van tachtig procent van het bnp in de laatste acht jaar, met als spil de binnenlandse sector die een heel belangrijke plaats heeft verworven, met salarissen met de grootste koopkracht van Latijns-Amerika, en we zijn begonnen onze schuld af te betalen zonder toegang te zoeken tot de kapitaalmarkt, waardoor we de besmetting van de giftige activa hebben vermeden’, aldus Kirchner.

Een belangrijke stap in de wederopstanding van Argentinië was de herstructurering van de buitenlandse private schuld in 2005. Toen ging ruim negentig procent van de obligatiehouders akkoord met een reductie van vijftig procent van de schuld van 192 miljard dollar.

Het is overigens natuurlijk niet waar dat de Argentijnse ondergang alleen voor de buitenlandse investeerders een aderlating was. In 2002 maakte president Duhalde een einde aan de pariteit van de peso en de dollar, waarvoor voortaan drie pesos moest worden betaald. Toen het corralito werd beëindigd en de banktegoeden weer werden vrijgegeven waren die nog slechts eenderde waard. Met andere woorden, alle Argentijnen verloren in één klap tweederde van hun spaarcenten.

Voor Argentinië bleef de toegang tot nieuwe leningen geblokkeerd, maar het land was daardoor juist gedwongen een gezonder alternatief te zoeken, stelt Kirchner: ‘De enige politieke en economische mogelijkheid om aan onze buitenlandse verplichtingen te voldoen was door middel van groei en het ontwikkelen van de interne markt, het creëren van arbeidsplaatsen, efficiënte sociale programma’s en het recupereren van de rol van de staat. Er was een hoop ophef over de herstructurering, maar uiteindelijk bleek uit de cijfers dat we het probleem correct te lijf waren gegaan. We hebben de permanente speculaties van de grote gierfondsen, de financiële centra en de kredietbeoordelaars ontweken. Nu zien we opnieuw hoe die groepen geruchten en politieke machinaties de wereld insturen.’

Een van de grootste successen van de Kirchners is dat zij erin geslaagd zijn de Argentijnen, en met name de rijke Argentijnen, belasting te laten betalen en zo flinke reserves op te bouwen. Er is in Argentinië veel kritiek geweest op het feit dat de regering besloot de reserves van de Centrale Bank te gebruiken voor de aflossingen van de staatsschuld in 2010 en 2011. ‘Maar wat voor zin heeft het dat een land financiële reserves heeft waarvoor het een half procent rente per jaar ontvangt en tegelijk financiering moet zoeken op de markt die ons vijftien procent rente in rekening brengt? Daar is geen logische verklaring voor. Om dit te zien hoef je geen heterodoxe econoom of vermetel president te zijn, een beetje gezond verstand is voldoende.’

Het IMF stelt overigens niet alle vormen van bezuinigen op prijs. Geen ongewenste inmenging meer in de Argentijnse economie, was de kern van het ‘model’ van Néstor Kirchner. Daarom betaalde hij in 2005 in één keer de totale schuld van 9,8 miljard dollar aan het IMF af. Argentinië bespaarde door de versnelde betaling een miljard dollar aan rente. Want het IMF is natuurlijk geen charitatieve instelling. De ‘hulp’ die het aan armlastige landen biedt, wordt duur betaald. Maar een minstens zo belangrijk argument voor Kirchner en Lula was dat zij hiermee verlost waren van de IMF-pottenkijkers die zich altijd met de plaatselijke economische politiek bemoeien.

DAT ARGENTINIË min of meer is losgeraakt van het internationale financiële systeem bleek een groot voordeel bij het losbarsten van de kredietcrisis in 2008. ‘Natuurlijk merken wij die’, zei Cristina, ‘maar het feit dat wij sinds 2003 een eigen plan hebben getrokken, gericht op onze eigen belangen, helpt ons.’ Tijdens een bezoek aan New York sprak zij ironisch over de ‘jazzcrisis’, naar analogie van benamingen in het verleden als de tangocrisis en de tequilacrisis, en noemde zij het reddingsplan van president Bush voor de banken de grootste staatsbemoeienis in de geschiedenis.

‘Maar wij zien de crisis ook als een kans om een bepaald beleid te corrigeren, want tegen ons, landen van Zuid-Amerika, hebben ze tijdens het neoliberalisme altijd gezegd dat de markt alles regelt, dat staatsinterventie nostalgie was van groepen die niet hadden begrepen dat de economie was geëvolueerd.’ Er is echter een wezenlijk verschil tussen het overheidsingrijpen in de rijke landen en in Argentinië: ‘Terwijl de belangrijkste staten een politiek voeren om de banken te beschermen, kiezen wij ervoor de gepensioneerden en werknemers te beschermen.’

De strijd tegen de almacht van ‘de markt’ en voor het corrigeren van het internationaal economisch beleid wordt nu geleid door Amado Boudou, minister van Economie en Cristina’s kandidaat voor het vice-presidentschap. De kans dat de rijke landen naar hem luisteren is gering, weet Boudou, maar dat is geen reden om te zwijgen: ‘Het zou een beetje infantiel zijn de internationale economische en financiële orde niet te erkennen, maar het zou lafhartig zijn niet te proberen die te veranderen.’

De bezuinigingsoperaties die in Europa mede op instigatie van het IMF worden uitgevoerd in de strijd tegen de crisis zijn volgens de Argentijnen schadelijk. ‘De sleutel van het kapitalisme is de consumptie, en alle recepten van het monetarisme komen neer op het beperken en ondermijnen van de consumptie’, waarschuwt Cristina keer op keer. ‘De bezuinigingsoperaties zijn door en door antikapitalistisch. Bovendien is er geen economie die op een duurzame manier kan groeien door de kloof van ongelijkheid te vergroten.’

Ze krijgt bijval van Dilma Rousseff, de presidente van dat andere succesland van de laatste jaren, Brazilië. ‘De geschiedenis bewijst dat het overwinnen van de crises alleen mogelijk is door het stimuleren van de economische groei door een politiek van macro-economische stabiliteit samen met een sociale politiek die inkomen en werk genereert’, zei Rousseff vorige week tijdens een bezoek aan Brussel. ‘Het doorvoeren van alleen recessieve bezuinigingen heeft geen enkele zin. Je toevlucht nemen tot de internationale financiële instellingen genereert alleen maar een enorme staatsschuld. Brazilië en andere opkomende landen hebben de laatste jaren bewezen dat groei, het scheppen van werk en het verhogen van inkomens uitstekend samengaan met fiscaal evenwicht.’

Wat ‘de internationale financiële sector’ heet, zijn grotendeels handelaren in speculaties, een activiteit die dikwijls weinig van doen heeft met het daadwerkelijke productie- of consumptieproces. En laten we wel wezen, zo benadrukken veel Latijns-Amerikaanse politici én economen, economie is geen exacte wetenschap maar een geheel van ideologische stellingnames. De laatste decennia is de wereldeconomie geheel gedomineerd door één geloofsrichting, het neoliberalisme. Daar is in een groot deel van Latijns-Amerika, althans voor het moment, korte metten mee gemaakt.

De vraag is of de eerste signalen van opstand in Europese landen en in de VS zullen leiden tot de politieke gevolgen die de crisis rond de eeuwwisseling had in vrijwel heel Latijns-Amerika: weg met de traditionele politieke partijen en een flinke ruk naar links. Want het lijkt vergeten, maar de in Europa zo bekritiseerde figuren als Hugo Chávez, Rafael Correa, Evo Morales en niet te vergeten Cristina Kirchner zijn niet uit het niets gekomen. Ze verschenen één voor één als reactie op het ‘laat ze allemaal ophoepelen’ waarmee de traditionele politieke klasse op vrijwel het hele continent werd weggehoond.