Wij hebben deze stad gebouwd

Te zien tot en met 26 mei (beh. zo en ma) in Theater Bellevue, om 12.30 uur. Reserveren: 020-6247248.
In Oud, de nieuwe voorstelling die Koos Terpstra als lunchvoorstelling maakte voor Theater Bellevue, neemt acteur Jurg Molenaar een aparte positie in. Hij zit net als zijn drie medespelers achter een tafel, maar hij zegt veel minder. Hij draait zo nu en dan een shaggie en luistert. Een keer barst hij uit in een korte monoloog, waarin hij aankondigt dat hij het gaat maken, de wereld verbeteren, ze zullen allemaal nog van hem horen! Zijn medespelers laten Jurg beleefd uitpraten en gaan dan weer verder met hun eigen verhaal. Jeugdige overmoed, denken ze waarschijnlijk. Vergeleken bij hen is Jurg immers maar een broekje. Hij is nog maar tweeenzestig. En zij, Greet Groot, Jaap Hoogstra en Georgette Reyevsky, zijn bijna tachtig. Of nog ouder.

Twee jaar geleden, in een lunchvoorstelling met de titel Zweet, gaf Terpstra dezelfde Jurg Molenaar een vergelijkbare positie. Hij speelde ook toen een man die dicht bij zichzelf lag. En net als de Jurg in Oud werd hij niet helemaal serieus genomen. Niet omdat hij te jong zou zijn - in Zweet was Jurg ineens de oude man. En dat kwam alleen maar doordat de rest van de spelers niet ouder maar jonger waren. De herinnering aan Zweet geeft de verschijning van Jurg Molenaar in Oud nog meer betekenis. In eigen persoon verbeeldt hij de relativiteit van het begrip ouderdom.
Er zijn nog meer parallellen tussen de twee voorstellingen, die door Terpstra dan ook nadrukkelijk als delen van een serie zijn aangekondigd. Jurg was in Zweet een blinde ziener. Hij keek steeds uit het raam van de Paloni-zaal van Bellevue (waar de voorstelling voor was gemaakt) en de jongeren moesten hem vertellen wat ze zagen. Zijn verleden had hem blind gemaakt voor het heden, hij kon niet meer zien of het regende, en of er meeuwen voor het raam verschenen. In Oud zijn het juist de oude mensen die kunnen zien. Jurg hult zich in een wolk van idealen, maar een van zijn bejaarde tegenspelers vertelt hoe zij onlangs voor het eerst een meeuw werkelijk had bekeken. En over het scheppingswonder dat zij toen zag.
De stad buiten is in beide lunchvoorstellingen meer dan alleen decor. In Zweet werd er naar buiten gewezen als het ging over gewelddadige dingen die ‘ver weg’ gebeurden - de stad als een anonieme jungle waarin je je kunt onttrekken aan wat er bij je buren gebeurt. In Oud is de stad een tastbaar teken van het verleden. 'Wij hebben deze stad voor jullie gebouwd’, zeggen de drie oude spelers, en ze zijn er trots op dat-ie net echt lijkt. Een mooi voorbeeld van de betekenisvolle manier waarop Koos Terpstra in staat is de actuele werkelijkheid in zijn toneelstukken te verweven. Door oude mensen over de stad te laten praten als over een prachtig decor, krijgen de huizen en de straten buiten weer de glans mee van hoop, van (weder)opbouw, van verwachting.
Maar dit is een van de weinige momenten in Oud dat Terpstra de toneelillusie en de werkelijkheid in elkaar laat grijpen. Hij vertrouwt in Oud voornamelijk op de kracht van de werkelijkheid. De drie oude acteurs spreken, gesecondeerd door de 'jonge’ Molenaar, over hun eigen verleden en over hun visie op de ouderdom. In Zweet verwerkte Terpstra die documentaire gegevens in een wreed sprookje. Karaktertrekken werden uitvergroot, tegenstellingen aangescherpt, het thema werd samengevat in een sterke metafoor. De rauwe poezie van Terpstra’s handschrift mis ik in Oud. De acteurs zijn bijzonder om naar te kijken, ze zeggen ware en rake dingen, en poezie is ook wel er in hun spel en in hun woorden. Maar in z'n geheel heeft Oud te weinig richting. De tegenstelling tussen de 'jonge’ Jurg en de oudere spelers is nauwelijks uitgewerkt. Twijfels, vragen, onmacht, het wordt allemaal even lichtjes aangestipt door de ouderen zelf. Alsof ze alles al weten en er niets meer uitgevochten hoeft te worden. Ze zijn met te veel respect behandeld, zou ik zeggen. Maar misschien zegt dat alleen iets over mijn eigen jeugdige overmoed. En bestaat er niet zoiets als te veel respect als het gaat om tachtigjarigen.