Brusseprijs

Wij hebben hen gesluierd

Medium anp 29975362
Bagdad, 15 november 2014. Een dag na de zelfmoordaanslag van Sultan Berzel © ANP

Volgens zijn moeder heeft Sultan Berzel platvoeten. Verder is hij wat iel, niet echt sportief en heeft hij een meisjesachtig gezicht. En dus wordt de tiener uit Maastricht door zijn meerderen bij Islamitische Staat in Syrië niet geschikt bevonden om op het slagveld te strijden. Zijn vriend en buurtgenoot Rezan is een goede voetballer, heeft een sterker lijf. Hij wordt wél getraind om de wapens op te nemen tegen de vijanden van de islam en de troepen van Assad. Voor Sultan zit er maar één ding op: hij moet een martelaarsoperatie uitvoeren.

De voorbereidingen beginnen in een speciaal trainingskamp voor shaheeds, martelaars, waar ze goed te eten krijgen, zakgeld ontvangen en rondjes mogen rijden in auto’s. Ze doorlopen daar een proces van morele ontkoppeling, zo valt te lezen in Sultan en de lokroep van de jihad van de onderzoeksjournalisten Johan van de Beek en Claire van Dyck van De Limburger.

Alles wordt gedaan om wat de shaheed gaat doen te zien als een sociaal en moreel acceptabele daad in dienst van God: er is een klein kwaad nodig om een groter kwaad te bestrijden. En dat grotere kwaad zijn de ongelovigen. Er wordt door de leraren in het kamp benadrukt dat zelfmoordaanslagen zijn toegestaan in de islam. Dat wordt geslikt. Want, zo valt ook te lezen in het boek, veel jihadisten hebben eigenlijk weinig kennis van de islam. Er is een bekend verhaal van twee Britse moslims die als voorbereiding voor hun reis twee boeken kopen op Amazon: Islam for Dummies en The Koran for Dummies.

Ze krijgen in het kamp verhalen te horen over andere martelaars die al in de hemel zijn. Verder drinken ze thee en eten koekjes, wordt er gelezen uit de koran. Op de laatste avond wast de shaheed zich grondig. Lichaamshaar, vooral rond het geslachtsorgaan en onder de armen, wordt geschoren. De nagels worden schoongemaakt. En het Troonvers wordt gereciteerd. Ayat-ul-Kursi. Of soera Jaa Sien (36:9). En Wij hebben een hinderpaal vóór hen en een hinderpaal achter hen geplaatst en Wij hebben hen gesluierd, zodat zij niet kunnen zien. Door dit vers zou de shaheed onzichtbaar zijn voor opsporingsdiensten en kan hij zichzelf makkelijk opblazen. Bij het verlaten van het kamp vragen zijn kameraden of hij ze wil voordragen voor een plek in het paradijs, want een martelaar krijgt zeventig plekken.

De Iraakse Ahmed Saadawi won met Frankenstein in Baghdad verschillende prijzen en was dit jaar genomineerd voor The Man Booker Prize. Hij schrijft over ‘het ding zonder naam’ (de shismu), een door een zwerver aan elkaar genaaide verzameling lichaamsdelen die na bomaanslagen zijn achtergebleven, die tot leven komt om wraak te nemen namens de slachtoffers. Sultan zou als eerste in aanmerking komen om belaagd te worden door het ding. De actie van de tiener uit Maastricht, die voor zijn daad vanuit Syrië naar Irak is doorgereisd, maakt van hem vermoedelijk de grootste Nederlandse massamoordenaar uit de recente geschiedenis. Hij neemt 23 mensen mee de dood in. Enkele maanden eerder had de jongen die wereldnieuws werd nog moeite met presentaties op het mbo.

De kameraden van de martelaar vragen hem of hij ze wil voordragen voor een plek in het paradijs

Opvallend is dat in 2014 in korte tijd drie tieners uit Maastricht naar het kalifaat reizen. Behalve Sultan en zijn vriend Rezan verlaat ook de bekeerlinge Aïcha haar veilige haven om zich bij ‘IS-posterboy’ Yilmaz aan te sluiten, een Turkse Nederlander met wie ze zonder elkaar te ontmoeten trouwt via Skype. Vervolgens vertrekt ook de Limburgse Milana met twee van haar kinderen naar Syrië.

Er wordt in het boek gezocht naar een verklaring, zoals dat altijd gaat bij dit soort zaken: hoe kan het dat vier jonge Limburgers naar het kalifaat afreizen? Maar die verklaring wordt niet echt gevonden, simpelweg omdat die er nooit echt is. Natuurlijk, Sultan was vlak voor zijn vertrek uit Limburg voor langere tijd geschorst van school en bleef daarom zitten. Maar dat is niet dé reden. Aïcha had veel vriendjes en was een moeilijke puber, mede door een vervelende ervaring uit haar jeugd. Maar dat is niet dé reden.

En natuurlijk halen ze allemaal informatie van internet, maar het boek laat overtuigend zien dat het echt een mythe is dat jongeren alleen door op websites te surfen kunnen worden overtuigd om naar Syrië af te reizen. Daartoe worden ze altijd aangezet door iemand, die directe hulp verleent door de reis te regelen of die ‘de geest rijp maakt’ voor de jihad. Een andere overeenkomst, behalve hun woonplaats: de uitgereisde Limburgers volgen lessen aan of zijn op andere wijze betrokken bij een islamitisch schooltje, gerund door iemand die in het boek wordt aangeduid als De Emir. Uit strafrechtelijk onderzoek blijkt niet dat hij iets met het uitreizen te maken heeft, maar de schrijvers van het boek zeggen het niet te kunnen uitsluiten.

Het is de schrijvers gelukt niet alleen een spannend verhaal te vertellen, maar ook veel informatie te geven over radicalisering en een achtergrond te schetsen van het Marokkaanse milieu in Maastricht. Van de Beek en Van Dyck laten met dit zeer geslaagde boek zien dat je niet van Marokkaanse komaf hoeft te zijn om diep door te dringen tot die gemeenschap. Ook is het een bewijs dat het ingeslagen pad van De Limburger een voorbeeld is voor andere regionale titels: inzetten op kwaliteit en onderzoeksjournalistiek in de provincie.