Collectivisering in de zorg

Wij is terug

Het nieuwe zorgstelsel moest de kroon op de liberale individualisering worden. Het luidde de comeback van het collectief in. Keert de verzuiling terug via de wachtkamer?

Toen vvd-minister Hans Hoogervorst een revolutie in de zorg aankondigde, moet hij iets anders voor ogen hebben gehad dan een massale collectivisering. Toch is dat precies wat op dit moment gebeurt, blijkt uit het nieuwe rapport Verzekerdenmobiliteit en keuzegedrag van Vektis. Volgens het informatiecentrum voor de zorgverzekeraars steeg het percentage collectief verzekerden van 29 procent in 2005 naar 44 procent een jaar later en niet minder dan 57 procent in 2007. Het percentage verzekerden dat een individuele zorgpolis afsloot, daalde het afgelopen jaar van 56 naar 43 procent. De vvd wilde met de omwenteling in het zorgstelsel een nieuwe bevolking van consumenten creëren. Ze kreeg het oude collectivisme. Het is de tragiek van één stap vooruit en twee stappen terug. Wat het sluitstuk van twee decennia individualisering had moeten zijn, is hard op weg de terugkeer van het wij te worden.

Het gaat hier niet om een archaïsch sentiment bij ouden van dagen. Jongeren onder de achttien en mensen tussen 45 en 64 jaar kiezen het meest voor een collectieve verzekering. De 65-plussers zijn veruit in de minderheid. De stijging van het aantal collectief verzekerden is des te opmerkelijker gezien het geringe percentage Nederlanders dat dit jaar van verzekeraar wisselde: slechts 4,5 procent, tegenover negentien procent vorig jaar. Naast tevredenheid over de huidige verzekeraar en de geringe premieverschillen noemt Vektis in zijn rapport ‘keuzemoeheid’ als mogelijke oorzaak.

Dat een groot deel van de bevolking weinig enthousiasme kan opbrengen voor het avond aan avond spellen van brochures over verzekeringen, mobieltjes of energiecontracten moge duidelijk zijn. De vraag is hoe de terugkeer van het collectief vorm krijgt. Bundelen consumenten hun krachten in gelegenheidsallianties? Of staan collectieven op basis van een gedeelde maatschappelijke achtergrond of levensbeschouwing sterker?

Die vraag heeft Vektis niet onderzocht. Uit een andere enquête blijkt wel dat de zogenoemde bedrijfscollectieven de voornaamste groep vormen. Zij verenigen ongeveer 44 procent van alle verzekerden. Maar hun monopoliepositie zijn ze kwijt. In het oude zorgstelsel gaven zorgverzekeraars alleen korting aan bedrijven. Werkgevers konden vrijwillig een deel van de premie van hun particulier verzekerde werknemers betalen. Voorwaarde daarvoor was dat de werknemer zich aansloot bij de zorgverzekeraar waarmee de werkgever een collectief contract had afgesloten. Die exclusieve financiële prikkel is met het nieuwe zorgstelsel komen te vervallen. Het gevolg is een wildgroei aan collectieven, van Rabobank-leden tot vegetariërs, van patiëntenverenigingen tot bonden. In totaal bedienen deze nieuwe collectieven ruim tien procent van de zorgmarkt.

Een voorbeeld is het collectief van de fnv, met 241.661 verzekerden een van de grootste. De vakbond heeft voor zijn leden een meerjarig contract afgesloten bij Menzis. Ten opzichte van 2006 is dit collectief gegroeid met zes procent – naar een omvang die een zorgverzekeraar kan maken of breken. Leo Hartveld, als bestuurder van vakcentrale fnv verantwoordelijk voor de zorgverzekering, noemt de collectieven een vorm van ‘gebundelde consumentenmacht’. De fnv volgt daarbij een tweesporenstrategie, legt hij uit. ‘We zetten als vakbond én in op collectieve zorgcontracten via ondernemingen-cao’s, want die kunnen vaak scherper zijn, én op een verzekering voor iedereen die niet tot een ander collectief kan of wil behoren.’

De onderhandelingen met Menzis vergelijkt Hartveld met willekeurig welke bespreking met werkgevers. ‘Met als verschil dat het om een vrijwillig contract gaat. De sanctie is dus niet pamfletten en werkstakingen. We stemmen met de voeten.’ Een vakbond als de fnv heeft daarbij volgens hem verschillende voordelen boven de losser georganiseerde gelegenheidscollectieven, zoals Independer. ‘Achter het collectief staat een organisatie die niet alleen stevig kan onderhandelen met zorgaanbieders, maar ook een inhoudelijke visie op de gezondheidszorg heeft. Wij hebben bijvoorbeeld ook een opvatting over de no-claim, daar willen we van af. En de inperking van het basispakket ten opzichte van het ziekenfonds vonden we ook niet terecht. Op deze manier hebben we al een paar resultaten binnengehaald, zoals de tandartscontrole die weer terug is in het basispakket.’

Ook woordvoerder Arno Heltzel van de katholieke Unie kbo, met ruim driehonderdduizend leden de grootste seniorenorganisatie van Nederland, ziet voordelen in collectieven vanuit sterke organisaties met een trouwe achterban. ‘Je hebt collectieven van bijvoorbeeld bedrijven die vooral als doorgeefluik van een leuke korting functioneren. En je hebt collectieven als het onze die er dieper in gedoken zijn, die veel communiceren met de leden en niet alleen op korting onderhandelen maar ook inhoudelijk meepraten.’ Het leverde het bij Zilveren Kruis Achmea aangesloten collectief van Unie KBO een flinke groei op: van 52.000 naar 57.000 polishouders.

Eén verzekeraar biedt inmiddels een collectief contract voor de ‘collectieflozen’. Hun enige gedeelde kenmerk is dat zij tot dan toe geen collectief contract hadden. De grenzen van de collectivisering komen daarmee langzaam in zicht. ‘Wanneer alle verzekerden een kortingsvoordeel krijgen bij een collectief contract, verdwijnt uiteindelijk de meerwaarde van een collectiviteit’, merken de onderzoekers van Vektis op. Toekomstige collectieve contracten zullen daarom volgens hen meer moeten bieden dan enkel kostenvoordeel. Grote, hechte collectieven op basis van een gedeelde maatschappelijke achtergrond – of het nu werk, religie of leeftijd is – lijken daartoe beter uitgerust.

Waar mensen zich op basis van een gedeelde identiteit in plaats van individuele keuzes verzekeren, gaan verzekeraars hun klanten daar ook op aanspreken. Dat is niet helemaal nieuw. Het christelijke Pro Life Zorgverzekeringen, tegenwoordig onderdeel van Agis, bestaat bijvoorbeeld al twintig jaar. De verzekeraar is opgericht vanuit christelijke artsen en een christelijke patiëntenvereniging. Pro Life garandeert zijn klanten ‘medische ingrepen die tegen uw en onze opvattingen indruisen’ te weigeren. ‘Dus geen abortus, geslachtsveranderende operaties of euthanasie.’ Sinds het nieuwe zorgstelsel is het aantal verzekerden aanzienlijk gestegen, meldt een woordvoerder. ‘Dat heeft waarschijnlijk met bewustwording te maken. Op het moment dat er over bijvoorbeeld palliatieve zorg gediscussieerd wordt en er een schone polis als de onze is, gaan mensen daarover nadenken.’ Pro Life heeft ook de nodige collectieve contracten afgesloten, met christelijke werkgevers, de Nederlandse Patiënten Vereniging en een kleinere christelijke vakbond.

Ook de katholieken worden bediend. De in het zuiden van Nederland gevestigde zorgverzekeraar CZ organiseert samen met de stichting Nederlandse Lourdesbedevaart voor Zieken dit najaar een reis naar Lourdes. Deelnemers kunnen ter plekke meedoen aan ‘eucharistievieringen, gebedsoefeningen, de dagelijkse eucharistische aanbidding en lichtprocessie, en een internationale hoogmis in de ondergrondse Pius X-basiliek’. CZ gaat overigens fuseren met OZ, dat onder andere de leden van de christelijke vakbond cnv tot zijn clientèle mag rekenen.

Christelijke zorgverzekeraars aan de ene kant, zorgcollectieven vanuit christelijke en vakbondshoek aan de andere: heet dat niet verzuiling? Geen sprake van, vinden direct betrokkenen. Hartveld van de fnv: ‘Het gaat bij ons niet om een levensbeschouwelijk collectief. Met een term als verzuiling doe je ook geen recht aan de motivatie van collectief verzekerden. Zij zijn echt niet ineens meer verzuild dan twee jaar geleden, vóór het nieuwe zorgstelsel.’

Volgens woordvoerder Heltzel speelt het katholicisme geen rol bij het zorgcollectief van Unie KBO. Waar het om gaat, is de eigen achterban korting te bieden en hen bij te staan bij het maken van keuzes. Heltzel: ‘Al die keuzemogelijkheden maken mensen onzeker. Veel oudere consumenten varen daarom blind op ons aanbod. Jongere leden vinden het handig omdat ze gewoon geen zin hebben om het allemaal uit te zoeken.’ Voor andere vers geprivatiseerde markten geldt hetzelfde. Niet voor niets heeft Unie KBO inmiddels ook een collectief telefoniecontract afgesloten met kpn. ‘En op dit moment zijn we bezig met een energieaanbieder om prijsvoordeel te bewerkstelligen’, aldus Heltzel.

De individuele consument lijkt met al die ontwikkelingen geen lang leven meer beschoren. Of zijn de aanbiedingen voor collectieven niet meer dan slimme trucs van bedrijven, die zo interessante doelgroepen aanboren én zekerheid krijgen over hun afzet? Waarschijnlijk vooral dat laatste. Veel hangt af van hoe actief de collectieven de belangen van hun achterban gaan vertegenwoordigen. En hoever ze daarbij bereid zijn te gaan. Wat als bijvoorbeeld onverzekerde illegale fnv-leden – op dit moment uitgesloten van zorg – bereid zijn te betalen voor een zorgverzekering? Hartveld noemt het een gewetensvraag. ‘Het zit een beetje aan de grens van de wet. Maar ik kan me voorstellen dat we ons daar hard voor zouden maken. Op het moment dat zo’n groep mensen zich daadwerkelijk wil verzekeren en dat niet lukt, vind ik dat we ons daarvoor moeten inzetten.’