Die eeuwige religie De ondergang van de anglicaanse kerk

‘Wij modderen voort’

Engeland kent geen scheiding tussen kerk en staat. In de Engelse praktijk van excentrieke instituties blijkt dat geen kwaad te kunnen. Maar de anglicaanse vrijzinnigheid wordt bedreigd, door mensen van buiten en door evangelische en katholieke geldingsdrang.

HET VEELBESPROKEN VERVAL van de Church of England lijkt zich in Greenwich te hebben beperkt tot het bijna driehonderd jaar oude kerkgebouw zelf. De Saint Alfege Church, gebouwd door een leerling van Christopher Wren, staat in de steigers om te worden gerenoveerd voor het duizendste sterfjaar van de martelaar waar de kerk naar vernoemd is. En voor de Olympische Spelen, die in hetzelfde jaar zullen plaatsvinden. Pastoor Christopher Moody oogt als een tevreden man wanneer hij op de mountainbike arriveert, een praatje maakt met de bouwvakkers en mij rondleidt in de kerk waar hij wekelijks voor zo'n driehonderd gelovigen voorleest uit het Book of Common Prayer. Nadat hij even heeft stilgestaan bij de plek waar de aartsbisschop van Canterbury Alfege op 19 april 1012 door de Vikingen op bloedige wijze werd geëxecuteerd, praat de 59-jarige Moody me onder meer bij over de bloedgroepenstrijd binnen de Church of England, tussen de vrijzinnige anglo-katholieken en de conservatieve evangelisten. Een verhaal met een eeuwenoude voorgeschiedenis.
De bronnen voor deze tweespalt liggen eveneens in het koninklijke stadsdeel. Dit is de geboorteplaats van Henry VIII, de koning onder wiens heerschappij de Engelse kerk zich losmaakte van Rome. Zoals zoveel gebeurtenissen in de geschiedenis speelde ook hier een al te menselijk motief. De koning, gedoopt in genoemd godshuis, wilde scheiden van zijn eerste vrouw, Catharina van Aragon, omdat zij hem geen zonen kon schenken om de Tudor-dynastie te kunnen voortzetten. Paus Clemens wees het verzoek af, waarna Henry de anglicaanse kerk stichtte, te meer daar hij in religieus opzicht geen waardering kon opbrengen voor het alternatief, de protestantse Reformatie. Hiermee had hij een derde weg gecreëerd tussen Rome en Wittenberg. De nieuwe kerk zou instabiel blijven totdat zijn dochter Elizabeth I de positie van de anglicaanse kerk verstevigde door te bepalen dat haar onderdanen naar de anglicaanse kerk moesten gaan en aldaar het Book of Common Prayer gebruiken. Rooms-katholieken en niet-anglicaanse protestanten kregen de status van tweederangs burgers, een situatie die tot de eerste helft van de negentiende eeuw zou blijven voortduren.
De Virgin Queen bepaalde voorts dat de vorst het hoofd van de kerk is. Hierdoor kent Engeland geen scheiding tussen kerk en staat, wat wordt benadrukt door de aanwezigheid van 26 Lords Spiritual, onder wie de aartsbisschop, in het Hogerhuis. Regelmatig mopperen staatsrechtgeleerden over de principiële onjuistheid hiervan, maar in de praktijk blijkt het geen kwaad te kunnen. Daarmee past de anglicaanse kerk goed bij het Engelse politieke bestel en de rechtspraak, het gewoonterecht, allemaal licht excentrieke instituties met ongerijmde elementen. Dat komt doordat ze niet zozeer bedacht als wel gaandeweg ontstaan zijn. Het gaat er niet om of ze theoretisch gezien puur zijn, maar of ze werken, en de anglicaanse kerk is een goed voorbeeld van een eeuwenlang succesverhaal.
Omdat het een wankele confessionele coalitie betreft, zijn doctrinaire vragen altijd vermeden. In religieus opzicht is het daarom een vaag geloof, of zoals de filosoof, en kerkorganist, Roger Scruton het uitdrukt in England: An Elegy: ‘Voor de anglicanen doen helderheid en zekerheden van het geloof minder ter zake dan de gedeelde ervaring van de geloofsbelijdenis, waarin ze hun eigen land en samenleving op vertrouwde en verheven toon zegenen.’
Door dit gebrek aan principes en haar status als het gevestigde geloof heeft de Engelse staatskerk een vrijzinnig karakter gekregen. Hoewel nog geen twee procent van de Engelsen tegenwoordig naar de kerk gaat, vult driekwart zonder nadenken 'Anglican’ in wanneer bij volksonderzoeken naar de geloofsovertuiging wordt geïnformeerd. Net als de joden beschouwen de Engelsen zichzelf van oudsher als het uitverkoren volk. Volgens de Elizabethaanse hofbeambte John Lyly zag God de Engelsen als 'His chosen and peculiar people’, terwijl William Blake door middel van het gedicht Jerusalem het gerucht verspreidde dat Jezus van Nazareth voet heeft gezet op de groene heuvels nabij Glastonbury.
Maar waar de joden tal van veeleisende voorschriften moeten volgen, daar eist de anglicaanse kerk amper iets. De journalist Jeremy Paxman bemerkte de lichtheid van het geloof toen hij tijdens het onderzoek voor zijn boek The English aan de bisschop van Oxford vroeg wat je zoal moet geloven om jezelf lid te noemen van de anglicaanse kerk. Lichtelijk verbaasd begon de geestelijke zijn antwoord: 'Een intrigerende vraag…’ Paxman schreef dat de anglicaanse kerk zo gekmakend is door de manier waarop de Engelsen hun geloof het liefst zien: pragmatisch, comfortabel en zonder hindernissen. De kerk biedt hierdoor ruimte aan vrijzinnige geesten, zelfs voor iemand als de Very Rev. Hugh Heywood, die als proost van Southwell ooit een bordje op de kerkdeur hing met de mededeling dat honden ook welkom zijn. Hij organiseerde eens een dienst waarbij in het gangpad fluitende fietsers, liefkozende koppels en een boer met een luchtdrukpistool voorbij paradeerden, wat doet denken aan de huldiging van Gerard Reve in de Allerheiligste Hartkerk, eind jaren zestig.

DEZE VRIJZINNIGE VANZELFSPREKENDHEID lijkt zijn langste tijd te hebben gehad. Dat heeft mede te maken met het moderne streven naar duidelijkheid in een chaotische wereld. Helderheid is nodig om een boodschap via de media over te brengen en dat lukt niet wanneer je een vraag beantwoordt op de manier waarop de bisschop van Oxford dat deed. Dat de Church of England geassocieerd wordt met een sociaal-politieke structuur op het grondgebied van een bepaalde natie was lange tijd een voordeel, maar dreigt zich nu tegen haar te keren.
'Die natie, Engeland, heeft steeds minder te zeggen in de wereld en lijdt onder een verlies aan identiteit op eigen grondgebied’, beweert Scruton desgevraagd. 'Ze staat onder druk van de Keltische randgebieden (vooral Schotland) met de Labour Partij als hun vertegenwoordiging en van massale immigratie uit de voormalige koloniën. In een stad als Bradford zijn meer moslims dan christenen en heeft de anglicaanse kerk weinig betekenis meer voor de autochtone bevolking. Alleen op het platteland speelt de kerk nog een rol van betekenis. Voor het eerst sinds de Reformatie ziet de kerk zich genoodzaakt om zichzelf te definiëren als een spirituele in plaats van een sociaal-politieke entiteit. En opeens ontdekt ze haar geestelijke armoede.’
Met het overbrengen van een boodschap hebben rivaliserende geloven, het heidendom incluis, minder moeite. Met hun welbespraaktheid, fanatisme en mediagenieke optredens zijn de volgelingen van de islam beter uitgerust voor het mediatijdperk dan hun anglicaanse collega’s. Hetzelfde geldt voor de drie atheïstische musketiers Richard Dawkins, Christopher Hitchens en Anthony Grayling die ondanks hun huisbakken kennis van religieuze zaken nadrukkelijk aanwezig zijn in het publieke debat en de anglicaanse kerk aanvallen op een manier die ze niet zouden durven hanteren jegens de islam. Hun kruistocht motiveert gemeenten om uitdrukkingen als 'singing from the same hymn sheet’ te verbieden tijdens gemeenteraadsvergaderingen, dit om ongelovigen niet te kwetsen.
In de schaduw hiervan bloeit het hindoeïsme, eerder een manier van leven dan een echte officiële godsdienst. Vooral in Oost-Londen verrijzen tempels die niet zouden misstaan in Madoerai, zoals de Murugan-tempel aan Church Road in het West Ham waar dagelijks honderden hindoes bidden, offeren en bijpraten op de verwarmde marmeren vloer. De grootste zorgen maken de anglicanen zich over de groei van de evangelische en katholieke geloofsgemeenschappen, wat symbolisch is voor de groeiende invloed van Amerika en Europa.
Het evangelisme kende in de jaren vijftig een sterke impuls toen Billy Graham een week lang predikte voor in totaal twee miljoen Engelsen. 'Mensen verlangen ernaar om woorden te horen die rechtstreeks uit de bijbel komen. Vrijwel alle voorgangers in dit land prediken op een sappige wijze, maar ik denk dat ze zich te veel van het woord hebben verwijderd’, zei de charismatische Amerikaan indertijd. Een teken van de groeiende invloed van de evangelisten was het fanatieke protest toen de BBC enkele jaren geleden Jerry Springer: The Musical uitzond. Een film als Life of Brian, die eind jaren zeventig zonder noemenswaardige protesten in première ging, zou nu met moeite of zelfs niet kunnen worden gemaakt.
Het katholieke geloof wordt ook populairder. Dat heeft deels te maken met de immigratie van Poolse en Roemeense gastarbeiders, maar ook binnen de hogere klassen wint 'Rome’ aan invloed. Bekende katholieken zijn Tony Blair, BBC-baas Mark Thompson en vele prominente journalisten en schrijvers, onder wie Peter Ackroyd en Antonia Fraser. In aanloop van zijn bezoek aan Engeland komende maand heeft paus Benedict XVI ontevreden anglicanen uitgenodigd om, met behoud van hun geestelijke en liturgische identiteit, over te lopen naar de rooms-katholieke kerk. Gehuwde anglicaanse priesters zouden hun functie, ondanks het celibaat, gewoon kunnen blijven uitoefenen.
Concrete aanleiding voor deze handreiking is de vraag of vrouwen en homoseksuelen priester mogen worden. De meeste liberale anglicanen hebben daar geen moeite mee, maar binnen de evangelische en een deel van de katholieke vleugel ligt dat anders, ook al is het hoofd van de kerk een vrouw, de koningin. Door deze discussie komt meteen het eeuwenoude verstandshuwelijk onder druk te staan tussen de High and Low Church, een scheiding die, zoals te doen gebruikelijk in Engeland, alles te maken heeft met politiek en klasse. High Anglicans vormen de anglo-katholieke vleugel, die gelieerd is aan de Conservatieve Partij, ook wel 'the Church of Engeland in prayer’ genoemd. Daar tegenover staat de Low Church, de evangelisten en de Engelse neefjes van de Kleine Luyden.
Tussen deze twee vleugels zoekt Rowan Williams, de aartsbisschop van Canterbury, een evenwicht. Deze Welshman, een vrijzinnige denker die boeken heeft geschreven over Hegel en Dostojevski, neemt regelmatig stelling, bijvoorbeeld over de Labour-regering die religie beschouwde als een 'excentriek fenomeen, gepraktiseerd door mafkezen, buitenlanders en minderheden’ en over de opkomst van karakterloze winkelstraten. Tevens verdedigt hij waar mogelijk het multiculturalisme. Niet dat het veel invloed heeft. Ter geruststelling schreef de anglicaan A.N. Wilson ooit in The Spectator dat de Engelsen hun aartsbisschop niet als hun paus zien: 'Met andere woorden: ze nemen geen van zijn overpeinzingen erg serieus.’ Conservatieve tegengeluiden volgen meestal van de tweede man binnen de anglicaanse hiërarchie, de Brits-Oegandese aartsbisschop John Sentamu, en van de Brits-Pakistaanse bisschop Michael Nazeer-Ali, die beiden juist argwanend staan tegenover het multiculturele ideaal.

IN GREENWICH zegt priester Moody dat zijn congregatie neigt naar het 'hogere’ gedeelde van de anglicaanse kerk en benadrukt het vrijzinnige karakter: 'Dat hoort natuurlijk bij de stedelijke omgeving waarin Greenwich ligt. Onder onze bezoekers zijn heel oude en ook jonge mensen oververtegenwoordigd, en ze zijn vrijzinnig op hun eigen manier.’ Moody denkt niet dat zijn gehoor moeite zou hebben met een homoseksuele bisschop, hijzelf in ieder geval niet. Deze kwestie is in Greenwich van belang omdat het onder het bisdom van Southwark valt, waar de Crown Nominations Commission de homoseksuele (en celibataire) priester Jeffrey John heeft voorgedragen als bisschop. De top van de anglicaanse kerk staat onder druk om Johns benoeming tegen te gaan. Niet alleen conservatieve christenen in Engeland, maar vooral ook anglicaanse kerken in Afrikaanse landen als Ghana en Oeganda zijn bezorgd. Moody op zijn beurt is bezorgd dat de anglicaanse kerk, in haar drang om zich sterker te profileren, als het Vaticaan geleid zal gaan worden.
Van oudsher is de anglicaanse kerk decentraal van karakter. Dat de belangrijkste bisschoppen zetelen in de provinciesteden Canterbury en York is typerend. Moody: 'Er bestaat al jaren iets als South Bank Theology, waarmee de vrijgevochten kerkgemeenschappen ten zuiden van de Theems worden bedoeld. Zuid-Londen is historisch gezien altijd wat losbandig geweest, en dat weerspiegelt zich in de beleving van het geloof. Het zou jammer zijn als wij onze relatieve onafhankelijkheid verliezen.’
Dat losbandige wordt soms wat al te letterlijk genomen, in het bijzonder door de huidige bisschop van Southwark Tom Butler. Vier jaar geleden dronk hij wat te veel tijdens een receptie op de Ierse ambassade en op weg naar huis belandde hij dronken op Crucifix Lane, niet ver van zijn kathedraal. Daar klauterde hij in een geparkeerde Mercedes om, gekleed in bisschopsmantel, comfortabel zijn kater uit te slapen. Het leverde hem een blauw oog op van de auto-eigenaar en een standje van Canterbury. Leden van zijn parochie toonden vergiffenis.
De groeiende machtshonger van Canterbury is evenmin populair bij de 38-jarige theoloog en publicist Theo Hobson, die zichzelf omschrijft als een post-Anglican. In zijn boeken Anarchy, Church and Utopia: Rowan Williams on the Church en Against Establishment: An Anglican Polemic viel hij de kerkleiding aan die volgens hem haar liberale traditie verwaarloost bij haar pogingen om de zaak bijeen te houden. 'Tot de jaren tachtig voer de kerk een progressieve koers, maar dat veranderde, zowel in de theologie als in de praktijk. Onder druk van maatschappelijke veranderingen begonnen onze kerkvaders te zoeken naar puurheid, naar authenticiteit. Vroeger was de kerk bijna agnostisch van aard en nu wordt de geloofsbelijdenis weer een stuk serieuzer genomen.’
Hobson heeft zich binnen anglicaanse kringen niet populair gemaakt door te pleiten voor de scheiding tussen kerk en staat. 'Daar zou het debat over moeten gaan, en niet over de vraag of God echt bestaat, iets waar de militante atheïsten hun intellectuele krachten aan verspillen. Ook het debat over vrouwelijke en homoseksuele priesters is een manier om een fundamentele discussie te vermijden, iets waar wij Engelsen sowieso in uitblinken. Misschien zijn we gewoon te trots om te erkennen dat de Amerikanen het destijds goed hadden gezien door een grondwet op papier te zetten en de positie van de kerk vast te leggen. Wij Engelsen kiezen er zoals gewoonlijk voor om voort te modderen.’ Wat dit betreft kijkt Hobson met belangstelling uit naar het moment waarop prins Charles koning wordt, als dat ooit gaat gebeuren. De kroonprins heeft laten doorschemeren dat hij beschermheer van alle geloven wil zijn.
Hobson wil dat de geloofsbelijdenis kunstzinniger, ironischer en hipper wordt. Ter illustratie wijst hij op het nut van muziekfestivals met een minimalistisch christelijk karakter, iets waar naar zijn idee ook optredens van U2 toe behoren, een groep die bestaat uit twee katholieken, een protestant en een atheïst. Hobson geeft toe dat dit allemaal een evangelisch karakter heeft, maar zou er veel symboliek en theatrale rituelen aan willen toevoegen. 'Een exotische manier van devotie is heel belangrijk voor een dynamisch geloof en wat dat betreft kunnen we wél van Rome leren.’
En van Obdam, opper ik, waar een Oranje-kerkdienst werd gehouden door pastoor Paul Vlaar op de dag van de WK-finale. 'Dat klinkt als een interessante heidense aanvulling’, beaamt Hobson, die tevens wijst op de BBC-serie Rev, over het wel en vooral wee van een priester in een Oost-Londense achterbuurt. 'De priester probeert het beste te maken van een lastige situatie en heeft alles tegen, maar iedereen houdt stilletjes van hem, zoals de meeste Engelsen van hun eigen kerk houden.’ Rowan Williams was naar het schijnt gecharmeerd van deze serie.
In Greenwich probeert Moody op een meer traditionele wijze het geloof levend te houden, onder meer met gratis recitals en door te vechten voor het vrijzinnige karakter van Saint Alfege, waar het mooiste koor van Londen zingt, in elk geval van Zuid-Londen: 'Mijn anglicaanse geloof zoekt naar een weg door veranderende omstandigheden, zonder dat het een inwisselbare, gemiddelde belijdenis wordt.’