Amsterdam, 2 februari. Sylvana Simons bereidt zich voor op haar speech bij de start van de verkiezings­campagne van BIJ1 © Jean-Pierre Jans / ANP

Onder een brug in Amsterdam-Zuidoost staan wat mannen met een blikje bier in hun handen met elkaar te praten. Het is een zonnige middag in februari, niet ver van het Bijlmerplein. Waar ze het over hebben, weet niemand, want het is een groep die je normaal gesproken zonder te kijken voorbijloopt. Sylvana Simons (50) stapt echter recht op ze af met een verkiezingsflyer van BIJ1 in haar handen. Ze wordt meteen herkend. Maar als een anp-fotograaf ook die kant op loopt, gebaart een van de mannen woedend dat hij niet op beeld wil. Pas als de camera zakt, verdwijnt de gespannen sfeer en gaat Simons in gesprek met de mannen.

BIJ1, de politieke partij waarvan Simons oprichter en lijsttrekker is, is een maand voor de verkiezingen aan het flyeren. Eerst in de brievenbussen, maar al snel zoeken ze het contact op bij de winkels van de Amsterdamse Poort. Ze zijn juist in Zuidoost en niet in een regio waar ze nog onbekend zijn, legt campagneleider Ruud Tevreden (34) uit. ‘Zuidoost is een plek waar weinig mensen naar de stembus gaan, blijkt uit verschillende onderzoeken. Ze voelen zich niet vertegenwoordigd of geloven niet in de huidige politiek. En wij vinden het belangrijk dat de mensen hier, veelal met een Surinaamse, Antilliaanse of Afrikaanse achtergrond, gaan stemmen. Het liefst op ons, maar we vinden het nog belangrijker dat ze überhaupt gaan stemmen.’ Dat blijkt ook in de praktijk als Simons een flyer geeft aan een voorbijlopende man. Hij bekijkt het papier in zijn handen aandachtig en zegt dan: ‘BIJ1? Ik stem niet op jullie, hoor.’ Simons antwoordt: ‘Geeft niet. Als je maar gaat stemmen.’

‘Dit is mijn buurt’, zegt Vayhishta Miskin, de nummer vijftien op de kandidatenlijst. Ze is hierheen gelopen met haar vierjarige dochter op de fiets. Ze deelt aan het team T-shirts en tote bags uit met de regenboogkleuren van de partij en de slogan ‘beken kleur’. ‘In Zuidoost is alles gebaseerd op menselijk contact en vertrouwen’, zegt ze met een stapel flyers in haar handen. ‘Sociale-mediacampagnes werken niet. Die mannen onder de brug bereik je niet via Instagram of WhatsApp. Maar ze gaan nu wel aan iedereen die ze kennen vertellen dat ze ons hebben gezien en gesproken. Zo werkt het hier.’

Miskin spreekt vervolgens drie jonge vrouwen aan die op een bankje voor een gesloten Wibra zitten te roken. ‘Vertel me wat je belangrijk vindt en dan leg ik uit hoe wij er in staan.’ Miskin en de vrouwen beginnen een gesprek over ‘dure zorg’ en ‘onbetaalbare woningen’. Twee witte jongens stappen ondertussen enthousiast op het team af. ‘Mogen wij ook een flyer? Wij vinden wat jullie doen geweldig. Wij stemmen zeker op BIJ1!’ Enkele dagen later spreken we Simons via Zoom. Ze blikt terug op de flyeractie. ‘We doen ons best om zorgvuldig te zijn.’ Ze denkt even na. ‘Ook omdat we ons geen fouten kunnen veroorloven naar de mensen toe die hun vertrouwen in de politiek zijn verloren. Die mensen in de Bijlmer, I cannot fail them. Ze worden niet gehoord of gezien. Ik zeg: ik zie en hoor je, en dat maakt ze trots. Ik ben een van hen, een dochter, een zusje. Wij brengen nieuwe hoop.’

BIJ1 is de partij die Simons in december 2016 begon, nadat ze na een kort avontuur uit DENK stapte. Binnen die partij was er aandacht voor racisme en discriminatie van mensen met een migratieachtergrond, maar ze vond dat ze te weinig ruimte kreeg om ook op te komen voor de lhbtqi+-gemeenschap en vrouwenrechten. BIJ1 heette toen nog Artikel 1, een verwijzing naar de eerste paragraaf van de grondwet: ‘Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.’ Maar na een rechtszaak moest de partij enkele maanden na de Tweede Kamerverkiezingen in 2017, waar ze er niet in slaagden een zetel binnen te halen, verder onder een andere naam – en dat werd BIJ1.

Simons’ engagement werd voor het grote publiek zichtbaar toen ze in 2015 als tafeldame bij De wereld draait door tegenover Martin Simek zat. Het gesprek ging over Afrikaanse vluchtelingen die per boot de oversteek maakten en aanspoelden op Zuid-Europese stranden. ‘Zwartjes’, noemde Simek, die zelf aan de Italiaanse kust woonde, ze en Simons vroeg of hij dat ‘grappig’ bedoelde. Het bracht iets op gang, dat tot op de dag van vandaag voortleeft. Simons kreeg behalve bedreigingen half Nederland over zich heen en een stroom van racistische en seksistische haatberichten, die nooit is gestopt.

BIJ1 brengt een beweging naar de politiek die zich de laatste jaren steeds luider verzet tegen ‘de bestaande machtsstructuren’. Het is een beweging die theorie vindt bij wetenschappers als Philomena Essed en Gloria Wekker, de straat op gaat met Kick Out Zwarte Piet (kozp)en Black Lives Matter (blm) en zich nu in de politiek vertegenwoordigd ziet. ‘Als je kijkt naar de geschiedenis van de Tweede Kamer en de politieke vertegenwoordiging van mensen die eruitzien zoals ik’, zegt Simons, ‘dan is die altijd mondjesmaat geweest. De mensen van kleur in de Kamer vielen vooral onder de vlag van de pvda. Wat wij nu gaan doen is zélf die plek aan tafel innemen, niet gedicteerd door anderen, maar alleen door onze eigen context.’ Want, zegt kunstenaar Quinsy Gario (36), de nummer twee op de lijst en bekend als een van de eersten die het racistische karakter van Zwarte Piet aankaartte: ‘Op een gegeven moment moet het gaan over wie er aanspraak maakt op macht. Groepen die niet tot de norm behoren – zoals migrantengemeenschappen – hebben te vaak gevraagd. Nu is het moment om te eisen.’

Volgens Liza Mügge, hoofddocent politicologie aan de Universiteit van Amsterdam, is dat een belangrijk verschil met twintig jaar geleden, toen er ook zwarte vrouwelijke Kamerleden waren. ‘Maar zij profileerden zich niet als zodanig. Er is nu een verhoogd bewustzijn over sociale onrechtvaardigheid en racisme. Simons heeft haar eigen partij opgericht en hoeft zich niet te wringen naar de verwachtingen van anderen. Bovendien’, zegt ze, ‘heeft ze een niet te onderschatten voorbeeldfunctie. Uit onderzoek weten we dat jonge meisjes, die zich in Simons herkennen, zich bewuster worden van politiek en erover gaan praten.’

Waar de partij bij de Tweede-Kamerverkiezingen vier jaar geleden volledig leunde op de bekendheid van Simons, begint BIJ1 nu een volwassen partij te worden. Er is een verkiezingsprogramma van 170 pagina’s, een bijzonder diverse lijst met kandidaten, een bestuur, een team vrijwilligers, en een (in verhouding tot andere partijen weliswaar bescheiden) campagnebudget. En niet onbelangrijk: BIJ1 heeft sinds drie jaar een zetel in de Amsterdamse gemeenteraad.

Met die ene zetel heeft BIJ1 veel voor elkaar gekregen, merkte burgemeester Femke Halsema op bij Simons’ afscheid uit de gemeenteraad afgelopen november om zich te richten op de landelijke verkiezingen. ‘Ik denk dan zelf bijvoorbeeld aan het formuleren van een klimaatparagraaf die elk beleid toetst aan de klimaatdoelstellingen’, zegt Simons. ‘Of de motie die stelt dat de thuissituaties van ouders niet meer mag meewegen bij het schooladvies. Dat is zo’n discriminerend element in de schoolcarrière van een kind en heeft een impact op toekomstige generaties. Ik ben trots dat ik dat heb kunnen doorbreken.’

‘Simons heeft een niet te onderschatten voorbeeldfunctie. Jonge meisjes herkennen zich in haar, en worden zich bewuster van politiek’

Maar, merkte Halsema ook op, het grootste verschil maakte BIJ1 niet eens met moties, amendementen en initiatiefvoorstellen, maar op een ander punt. ‘Het wezenlijke van uw bijdrage in de raad is dat door uw doordachte en doorleefde betogen al deze onderwerpen (sekswerk, daklozen, slavernijverleden en structureel racisme) nog grondiger worden besproken en voortvarender aangepakt. En dat door uw moedige en persoonlijke confrontaties met onwetendheid, haat en bedreigingen u ons er nog eens van doordringt hoe belangrijk het is om racisme uit onze stad te bannen. U heeft van anderen geleerd en wij van u. Zo werkte u geduldig aan de uitbreiding van ons vocabulaire. De term intersectioneel is bijna ingeburgerd in deze raad. Aan toxische masculiniteit moeten sommige mannen in de raad nog wennen, maar daarvoor is in de raad vast nog een cursus gereed.’

Nu is het tijd om de landelijke politiek in te gaan, zoals altijd al het plan is geweest. Al zien de peilingen er niet meteen rooskleurig uit: BIJ1 schippert tussen nul en één zetel. Maar de peilingen maken geen indruk bij de partij. ‘Geen zetels is niet aan de orde’, zegt Simons. ‘Als het ons nu niet lukt, dan vrees ik dat we voor de eerste vijf tot tien jaar uitgesproken zijn. Ik zal dan het verwijt krijgen: “Mevrouw Simons, uw achterban boeit het niet, uw achterban gaat niet stemmen.” Dit moet nu gebeuren. Wij móeten die Kamer in. Dat is van een belang waar ik af en toe niet eens aan durf te denken.’

Flyeren in Amsterdam- Zuidoost, 20 februari. Van links naar rechts Rebekka Timmer, Sylvana Simons, Ömür Sönmez, Mona Dahir en Perry Gits © Rob Godfried

Sandra Salome (53) zat op 3 juni gespannen thuis. Op het scherm van haar laptop keek ze naar de livestream van de blm-demonstratie in Rotterdam. Zij was het die de demonstratie mede had georganiseerd en op haar naam had aangevraagd. Hoe groot zou de opkomst zijn? En zou het allemaal probleemloos verlopen? De spanning viel enigszins van haar af toen ze de Erasmusbrug zag vollopen. De tranen die vloeiden waren van blijdschap. Maar het voelde ook bitterzoet. Doordat ze tot een risicogroep behoort, kon ze er zelf niet bij zijn.

Ze dacht aan al die keren dat ze had gedemonstreerd, soms met een handvol anderen en geregeld in de stromende regen. Ze dacht ook aan die keer dat ze bij een congres van kozp in Den Haag werden aangevallen door extreem-rechtse hooligans, aan de bedreigingen bij haar thuis in de brievenbus, en aan de zevenduizend online haatreacties nadat ze op sociale media de hema had aangesproken op het uiterlijk van Zwarte Piet. ‘Het gaat zelfs zo ver dat ik niet meer met een tasje van kozp of BIJ1 over straat durf.’

Salome heeft een Surinaamse vader, maar groeide op bij haar witte moeder en stiefvader. ‘Het was best een racistisch gezin. Ik leerde dat mijn huidskleur iets was waar ik niet over mocht praten. Ik kreeg mee: als je het er niet over hebt, ziet niemand het. Dat deed ik dus ook, zwijgen, om erbij te horen. Toen mijn kinderen werden geboren, zei mijn moeder: “Gelukkig zie je bij hen bijna geen kleurtje meer.”’ Alles veranderde toen haar Surinaamse oma overleed en daarmee ook de connectie met haar zwarte kant. ‘Wat nu? dacht ik. Terug in het harnas? Ondertussen had ik kinderen. Daarom besloot ik: ik ga niet meer zwijgen.’

Op de dag dat Simons de partij begon, meldde Salome zich aan en inmiddels is ze voorzitter van de Rotterdamse afdeling en maakt ze deel uit van het strategieteam van de landelijke campagne. Ze onderschrijft het intersectionele denken van BIJ1, maar ze leert nog elke dag bij. ‘Ik ben een Rotterdamse met het hart op de tong en af en toe floept er iets uit waardoor ik gecorrigeerd word. “Doe niet zo achterlijk” of “ben je doof” gooide ik er makkelijk uit, maar ik weet nu dat je mensen ermee kan kwetsen.’

Hoewel het woord amper in het verkiezingsprogramma voorkomt, is BIJ1 gestoeld op intersectionaliteit, de theorie dat alle vormen van systematische ongelijkheid niet los van elkaar kunnen worden gezien. Wordt hier de hand van Gloria Wekker, emeritus hoogleraar antropologie en lijstduwer van de partij, duidelijk? ‘Toen ik begon met de partij, besefte ik dat ik meer moest leren’, zegt Simons. ‘Ik heb geen politieke, filosofische of sociologische achtergrond, dus ik nam contact op met Gloria, en vroeg: mag ik van je leren?’ Wekker gaf Simons haar boek Caleidoscopische visies, waarmee ze samen met Nancy Jouwe het begrip intersectionaliteit (ook wel kruispuntdenken) in Nederland introduceerde. ‘Gloria is iemand tegen wie ik opkijk. Zij durfde ook iets aan te kaarten waar de goegemeente nog niet klaar voor was, maar wat wel gezegd diende te worden. Maar verder heeft ze geen formele functie binnen de partij. Het is niet zo dat zij een ideologie presenteert en wij daar achteraan varen. Hetzelfde geldt voor socioloog Willem Schinkel. Hij wordt overal aangekondigd als onze partijideoloog, maar dat is hij niet.’ Echter: hoe toegankelijk is intersectionaliteit, een academisch begrip, en in hoeverre liggen de meest kwetsbaren in de samenleving – de doelgroep die BIJ1 probeert te vertegenwoordigen – nu wakker van validistische scheldwoorden of non-binaire voornaamwoorden? Quinsy Gario gelooft dat BIJ1 met concrete voorbeelden de werking van intersectionaliteit kan verduidelijken.

Wanneer we hem spreken, is net bekendgemaakt dat de advocaten van de politieagenten die veroordeeld werden voor de dood van Mitch Henriquez een slordige 1,3 miljoen euro factureerden. De Arubaanse man overleed in 2015 na een aanhouding met nekklem – die BIJ1 overigens wil verbieden. De agenten kregen fors meer geld voor hun advocaten dan doorsnee verdachten of mensen met weinig middelen, wat volgens experts slecht nieuws is voor de rechtsgelijkheid. Het is meteen het eerste wat op tafel ligt. ‘De sociale advocatuur en de rechtsbijstand voor vluchtelingen worden uitgekleed. Ik zie dat en denk: dat is echt schofterig. Maar dan wel 1,3 miljoen euro betalen aan agenten die een man doodden vanuit de invulling van hun politieambt.’

De zaak-Henriquez illustreert voor Gario waarom intersectioneel denken nodig is. ‘Wat er met Henriquez is gebeurd, valt samen met verschillende hoofdstukken uit ons programma: veiligheid, dekolonisatie, economie, arbeidsvoorwaarden. Het is allemaal met elkaar verbonden’, zegt hij. ‘Door vanuit een klein voorbeeld continu uit te zoomen, kun je het tastbaar maken. Dat iemand nog steeds moet vechten om veertien euro per uur minimumloon te krijgen is onder andere verbonden met postbusfirma’s die in Nederland belastingvoordeel krijgen, waardoor de staat inkomsten misloopt en verarmt, waardoor de uitkeringen laag blijven.’

‘Het is net een matroesjka-pop. Je pakt het probleem elke keer uit en ziet dan dat het met elkaar verbonden is’, vervolgt hij. ‘BIJ1 staat voor systeemkritiek. We moeten ons afvragen of een procentpunt hier en daar uit de begroting het gesprek is dat we moeten voeren.’ Om die reden wilde BIJ1 hun verkiezingsprogramma – net als pvv, FvD en pvdd – niet laten doorrekenen door het Centraal Planbureau. In een uitgebreid betoog legt Schinkel uit: ‘De cpb-berekeningen zijn gebaseerd op modellen die niet neutraal, maar ideologisch zijn en een partij die systeemverandering wil heeft niks aan berekeningen die uitgaan van continuering van het bestaande systeem.’

‘Vinden ze ons verkiezingsprogramma op het Communistisch manifest lijken? Dan hebben ze beide niet gelezen.’ De 21-jarige Rebekka Timmer is de nummer drie op de lijst en voormalig SP-gemeenteraadslid in Hilversum. Naast antiracistisch beschrijft BIJ1 zichzelf ook als antikapitalistisch en dat sprak haar aan.

Timmer verslond als tiener het werk van Marx en Engels. ‘Toen ik twaalf was, bezocht ik een politieke markt. Daar kwam ik voor het eerst in contact met de SP. Ze hadden het over een rechtvaardiger zorgsysteem. Ik weet nog heel goed dat ik dacht: dit is wat ik ook vind.’ Timmer groeide met haar zusje op bij haar alleenstaande moeder, die langdurig arbeidsongeschikt was en overleed toen Timmer veertien was. ‘We hadden weinig geld. Onze situatie in die tijd heeft me tot politiek denken aangezet. Hoe kon het dat wij de eindjes aan elkaar moesten knopen om de huur te betalen, terwijl er aan de andere kant van de stad grote villa’s stonden?’

In het verkiezingsprogramma schreef Timmer onder andere over economie en zorg, domeinen die volgens BIJ1 radicaal ‘rechtvaardiger’ moeten, het woord dat 62 keer in het programma staat. Timmer lacht. ‘99 procent zou gebaat zijn bij ons programma. Noem het communistisch, wij noemen het rechtvaardig.’ Haar overstap van de SP naar BIJ1 kwam er toen ze in Hilversum het dekoloniseren van straatnamen op de agenda zette en mee demonstreerde met kozp. ‘Een gemeenteraadslid dat ging demonstreren in eigen stad. Dat was ongezien.’ Het leverde haar de bijnaam Rebella op. ‘Het was duidelijk dat de SP niet blij was met wat ik deed. Ik kreeg telefoontjes van het landelijke bestuur.’ Een maand nadat ze Simons ontmoette, stapte ze op bij de SP.

‘Er is genoeg geld, maar dat wordt niet goed verdeeld. Het gaat nu naar belastingdeals, KLM, Shell en andere multinationals, terwijl het naar de zorg kan’

Het is een rode draad bij veel BIJ1’ers: ze stemden altijd al links-progressief, maar de teleurstelling in de traditionele linkse partijen deed hen overstappen naar BIJ1. Zo ook de 23-jarige Ömür Sönmez. Net afgestudeerd als filmmaker, meldde hij zich aan voor de flyeractie in de Bijlmer. ‘Voorheen stemde ik GroenLinks. Ik kom uit een politiek geëngageerde familie. Mijn ouders namen mij als kind al mee naar demonstraties tegen Bush en de Irak-oorlog.’ Sönmez herinnert zich nog precies wanneer hij besliste om afscheid te nemen van GroenLinks. ‘Hun stemgedrag in de Tweede Kamer over politiegeweld deed me inzien: dit kan niet meer.’

Maar juist in het zich anders profileren dan bestaande partijen ligt voor BIJ1 een uitdaging, zegt hoogleraar politicologie Joost van Spanje. Uit zijn onderzoek blijkt dat sinds 1948 het negentig procent van de nieuwe politieke partijen niet lukt om tot de Tweede Kamer toe te treden. ‘Daar komt bij dat het huidige partijlandschap niet in het voordeel is van BIJ1. Kiezers in Nederland, en zeker op links, gaan af op de inhoud. Je moet echt met een alternatief komen om kiezers van partijen als DENK, GroenLinks, de pvdd en de pvda te trekken. Maar zouden kiezers dat alternatief bij BIJ1 voldoende zien?’

Ook politicoloog en oprichter van Kieskompas André Krouwel voorziet vooralsnog geen groot electoraal succes. ‘In de context van populisme is BIJ1 een belangrijke tegenpool, omdat zij het gezicht zijn van een groep die zegt, wij horen er wél bij. Maar de partij is extreem op beide assen van het politieke landschap: zowel op economie als op thema’s over etnisch-culturele minderheden. Veel kiezers zijn echter gematigder dan dat. Hun potentieel electoraat is in Nederland heel klein.’

BIJ1 is niet opgenomen in zijn Kieskompas omdat het enkel in de peiling van Maurice de Hond een zetel haalt. Politicoloog Mügge is optimistischer. ‘Groepen die zich niet vertegenwoordigd voelen zijn moeilijk te bereiken voor surveys. Ik verwacht dat BIJ1 wel met een zetel in de Kamer komt. Er is momentum bij jonge mensen die zich kritisch uitspreken over het gebrek aan inclusie. Vooral online is er veel gaande en traditionele onderzoeken krijgen daar moeilijk grip op.’

De huidige verkiezingen zijn door de coronacrisis geen normale. ‘Het zou kunnen dat mensen kiezen voor zekerheid, en dus toch niet op BIJ1 stemmen omdat ze bang zijn dat ze toch niet in de Kamer komen en hun stem verloren gaat’, vervolgt Mügge. Kleinere partijen zoals BIJ1 willen bovendien aandacht voor hun eigen ideologische agenda. ‘Zolang het over de epidemie gaat, staat BIJ1 met lege handen, want die willen het over andere dingen hebben’, zegt politicoloog Van Spanje. ‘En zonder corona was het meer over blm gegaan en daar had BIJ1 van kunnen profiteren.’

Het verkiezingsprogramma van BIJ1 behandelt voorspelbare onderwerpen zoals excuses en eerherstel voor het slavernijverleden of etnisch profileren, maar ook verrassende voorstellen zoals het grondwettelijk verankeren van dierenrechten, het verhogen van het minimumloon naar veertien euro per uur of het inrichten van een Nationaal Zorgfonds. Veel van de plannen roepen de vraag op hoe BIJ1 dat denkt te betalen. Timmer: ‘Er is genoeg geld, maar dat wordt niet goed verdeeld. Het gaat nu naar belastingdeals, klm, Shell en andere multinationals, terwijl het naar de zorg kan. Er klopt iets fundamenteel niet en dat is het kapitalisme. Het systeem moet op de schop.’ Daarmee vist BIJ1 daadwerkelijk in een relatief kleine linkse vijver, maar willen ze ook laten zien dat ze niet enkel een antiracistische partij zijn voor en door zwarte mensen.

En toch blijft het moeilijk om het imago van een one-issuepartij van zich af te schudden. ‘Een hardnekkig vooroordeel’, noemt Simons het. Dat BIJ1 voortkomt uit de antiracismebeweging zorgt voor authenticiteit en vertrouwen bij een deel van hun achterban, maar het is meteen de factor die hun zichtbaarheid in andere beleidsdomeinen moeilijker maakt. Hoe wil BIJ1 dat oplossen? ‘Ik vergelijk het weleens met de beginjaren van de Partij voor de Dieren’, zegt Simons. ‘Zij hebben een goed verhaal verteld, en nog eens verteld, en nog eens. En nu ziet iedereen waar ze voor staan. Ons succes is niet het succes van nul naar honderd in twintig seconden. Ons succes is een verhaal van steady maar zeker. Als mensen ons leren kennen – zoals in de Amsterdamse gemeenteraad – dan zien ze dat het frame waarin ze zijn getrapt, niet klopt.’

Amsterdam, 21 december 2017. Sylvana Simons ® bij de presentatie van de Nederlandse versie van Gloria Wekkers boek Witte onschuld © Maarten Brante / ANP

‘In de Amsterdamse gemeenteraad ben ik onder de indruk geraakt van de partij’, zegt Marjan Sax (73), die zich al vijftig jaar in activistische kringen roert en zich vandaag om het lot van ongedocumenteerde vluchtelingen bekommert. Ze hielp BIJ1 om orde op zaken te brengen. ‘Anja Meulenbelt heeft me er toen aan mijn haren bij gesleept en gezegd, doe nou toch mee. Er moesten praktische zaken geregeld worden en ik had ervaring.’

Sax, met haar expertise in financieringsfondsen en kapitaalbeheer, werkte mee aan de crowdfunding. De partij haalde honderdduizend euro op. ‘Dat lijkt veel, maar voor een verkiezingscampagne is dat geen groot bedrag. We hebben het echt bij elkaar geschraapt met kleine donaties’, zegt Sax. ‘Alles begint net. De meesten hebben weinig tot geen ervaring, maar wel een intens jeugdig enthousiasme. Soms denk ik ook: kan het een tandje minder? Als ze zeggen dat ze een generaal pardon willen voor alle uitgeprocedeerde asielzoekers en ongedocumenteerden. Dan denk ik, terwijl ik me erg inzet voor deze groep: dat is te weinig genuanceerd. Maar BIJ1 is wel de meest diverse groep waar ik ooit mee te maken heb gehad in al die jaren. En ik kom nu niet bepaald uit een monolithische vrouwenbeweging. Ze proberen het activisme van de straat in de politiek te brengen. Dat is nieuw.’

‘Wij kwamen niet aanschuiven bij de blm-protesten. Wij organiseerden ze’, benadrukt Timmer. Dat is het verschil met andere partijen. Wij zijn de beweging.’ Het is een vraag die leeft bij (potentiële) kiezers en politiek watchers: als het BIJ1 lukt om in de Kamer te komen, hoe vinden ze een middenweg tussen activisme en politiek? ‘Ik heb ooit besloten dat ik die twee wil koppelen en daartussen wil zitten’, antwoordt Simons. ‘Wat geagendeerd wordt door activisten wil ik meenemen naar de politiek. Het verschil is dat een activist vrij is in wat en hoe ze adresseren, terwijl een politicus te maken heeft met belangen, tradities en verantwoordelijkheid.’

De vraag is of het linkse electoraat zit te wachten op een activistische oppositie in de Kamer. Volgens politicoloog Krouwel is de zwevende linkse kiezer vooral op zoek naar een manier om ‘het kabinet – en dus de macht – te verlinksen. Zij twijfelen vooral tussen pvda en GroenLinks.’

Een verwijt dat BIJ1 geregeld krijgt is dat ze doorslaan in identiteitsdenken en dat dat leidt tot polarisatie. ‘Daar kan ik eerlijk gezegd weinig mee en ik denk dat we er ook niet voor die mensen zijn’, zegt Simons. ‘Niet iedere Nederlander is in potentie een BIJ1-kiezer. Maar dat we alleen Randstedelijke problemen aankaarten, is onzin. We hebben bijvoorbeeld in Friesland een actieve afdeling. En ook mensen uit de Achterhoek hebben een aow waar ze niet van rondkomen of te hoge zorgkosten.’

Simons is ‘moe, maar gelukkig’. De afgelopen weken is ze tot twintig uur per dag bezig met de campagne. ‘Ik voel me verantwoordelijk voor het reilen en zeilen binnen de partij, het welzijn van iedereen, de campagnestrategie. Daardoor schieten dingen als eten en slapen er weleens bij in.’ Ze is even stil, en zegt dan: ‘Wij hebben nu het tij mee met de blm-protesten en bijvoorbeeld het toeslagenschandaal. Wij hebben de kans om geschiedenis te schrijven, en het anders te maken voor mijn kleinkind.’ De afgelopen vier jaar zijn er momenten geweest ‘waarop het legitiem was geweest’ om de handdoek in de ring te gooien, maar Simons peinst er niet over. Zelfs niet als ze nu geen zetel halen.

Tijdens de flyeractie in Amsterdam-Zuidoost droeg BIJ1 T-shirts met in grote letters ‘Still I Rise’, verwijzend naar een gedicht van de Afro-Amerikaanse Maya Angelou. ‘Onze kracht is dat we buigzaam zijn’, zegt Simons. ‘We buigen, maar we barsten niet. Vroeger of laat zal je het met ons eens moeten zijn, want ons verhaal is gewoon goed. Tijd is onze grootste troef.’