‘wij noemen ze schijnheiligen’

EVEN WAS ER tumult in Leiden. Bij de opening van het nieuwe International Institute for the Study of Islam in the Modern World (Isim) werd een van de spreeksters aangevallen. Het ging om mevrouw Faezeh Hashemi Rafsanjani, dochter van de voormalige president van Iran. Het Iraanse ministerie van Buitenlandse Zaken diende een klacht in bij de Nederlandse ambassade in Teheran, maar waarschijnlijk zal het incident geen nadelige consequenties hebben voor de ‘kritische dialoog’ tussen Europa en Iran, die inmiddels op gang is gekomen.

Na jaren van Iraans isolement maakte president Rafsanjani een begin met die open-deurpolitiek, en zijn opvolger Khatami zet die voort. En het werkt: ondanks een enkele diplomatieke crisis gaan er nu meer toeristen naar Iran en zijn er culturele, wetenschappelijke en economische uitwisselingen. Zelfs de sport wordt niet vergeten: de voetbalwedstrijd tussen Iran en Amerika tijdens de wereldkampioenschappen deze zomer kon een doorbraak in de relaties worden genoemd. De Iraanse sporters hadden cadeautjes en bloemen meegenomen voor hun tegenstanders en de teams poseerden broederlijk tezamen voor de fotografen.
Ook mevrouw Rafsanjani was in het kader van de sport in Nederland. Ze is onder meer vice-voorzitter van het Iraans Olympisch Comité voor Vrouwen, en in die hoedanigheid had zij de avond voor de opening van het islam-onderzoeksinstituut een overleg met het Nederlands Olympisch Comité over deelneming van Nederlandse moslimvrouwen in de sportcompetities. Door vrouwen vaker te laten optreden in officiële buitenlandse missies probeert de Iraanse regering haar imago te feminiseren en zo haar moderniteit te benadrukken. En het is dat nieuwe imago waar de westerse wereld positief op reageert.
DE KOMST VAN mevrouw Rafsanjani kan gezien worden als een toenadering tussen Nederland en Iran. Volgens een woordvoerder van het Isim was zij uitgenodigd omdat zij binnen de politieke elite van Iran behoort tot de reformisten. De demonstranten die zich in Leiden hadden verzameld, zagen haar echter eerst en vooral als vertegenwoordigster van het Iraanse regime. Aangezien Rafsanjani geen islamologe is maar parlementslid, beschouwden de dissidenten de uitnodiging als een politieke daad.
Rafsanjani heeft haar speech niet gehouden; ze is direct na de klap vertrokken naar het huis van de ambassadeur. Daar geeft ze een persconferentie en een interview. Bij die gelegenheid laat zij met haar kleding zien geen hardliner te zijn. Onder haar zwarte chador draagt ze een dun hoofddoekje in tijgerprint, een witte spijkerbroek en snelle blauwe laarsjes. Haar roodoranje trui is regelmatig te zien als ze haar chador verschikt. Niet veel vrouwen in Iran zouden zich zo aan vreemde mannen durven vertonen in het openbaar. En bovendien kijkt ze niet zedig omlaag als een mannelijke journalist haar vraagt naar haar reactie op de demonstratie in Leiden.
Ze vertelt dat ze een klacht heeft ingediend. Als dit is waar de Nederlandse vrijheid toe leidt, vindt ze dat bijzonder jammer.
MEVROUW RAFSANJANI ziet sport als een manier voor vrouwen om zich te emanciperen. Sport geeft vrouwen kracht en zelfvertrouwen, zegt ze. Zo'n drie miljoen vrouwen doen nu aan sport in Iran. ‘We hebben nu tweeduizend trainsters en tweehonderd sportvrouwen op internationaal niveau.’ En fijntjes voegt ze daaraan toe: 'Ik heb gisteren begrepen in een gesprek met het Nederlands Olympisch Comité dat het hier met de vertegenwoordiging van vrouwen in hoge posities slecht gesteld is. Bij ons bestaat 25 procent van het bestuur uit vrouwen.’
Niet alleen sport, ook de islam helpt vrouwen zich te emanciperen. 'De islamitische revolutie heeft vrouwen bevrijding gebracht’, zegt Rafsanjani. 'Op elk maatschappelijk gebied is een groei te zien van deelname van vrouwen aan het openbare leven. Zowel in de stad als op het platteland. Juist door de hejab (de islamitische dracht voor vrouwen - mf & nm) hebben vrouwen meer bewegingsvrijheid gekregen. Vaders en mannen die vroeger hun dochters en vrouwen niet aan het openbare leven wilden blootstellen, durven hen nu rustig te laten studeren en werken. Voor de revolutie maakten meisjes slechts tien procent uit van de studenten, op dit moment is dat 52 procent.’
Rafsanjani is tevens hoofdredacteur van het dagblad Zan ('Vrouw’). Ze zegt in een van de eerste nummers over de problemen van vrouwen in Iran: 'Ik zie geen probleem. Iraanse vrouwen hebben dezelfde problemen als vrouwen in andere landen.’ Ze zegt ook: 'Ik heb nooit de rechten van vrouwen willen verdedigen.’ Daarmee geeft ze te kennen dat Zan niet als feministisch blad gezien moet worden, maar als een gewone krant die toevallig Zan heet en vijftig procent van de redactionele ruimte aan vrouwenzaken wijdt.
TOCH ZEGGEN sommige Iraanse vrouwen in ballingschap dat Iran een gevangenis is voor vrouwen. Wat vindt u daarvan?
Ze wordt kwaad. 'Dat zijn mensen van bepaalde groeperingen die aan het begin van de revolutie even opkwamen. Ze werden niet populair onder de mensen. Toen ze dat merkten, hebben ze met propaganda geprobeerd de revolutie te ondermijnen. In de oorlog tussen Iran en Irak stonden zij aan de Iraakse kant. U kunt wel nagaan wat voor mensen dat zijn die hun eigen landgenoten vermoorden. Deze mensen leven niet tussen het volk en hebben altijd geprobeerd om met propaganda aan te tonen dat het Iraanse volk niet achter de regering staat. Wij noemen ze geen mujahedien maar monafeqien, schijnheiligen.’
In Iran - en ook daarbuiten - is de aanhang van de mujahedien danig geminimaliseerd; hun rol in de oorlog met Irak en hun terroristische aanslagen zijn daar debet aan. Onduidelijk is overigens hoeveel van de aanslagen die aan hen worden toegeschreven zij ook daadwerkelijk hebben gepleegd. Zo hebben zij nooit de verantwoordelijkheid opgeëist voor de bom die in 1994 ontplofte in het heiligdom te Mashhad, de heiligste plaats in Iran. Hoe dan ook, door alle dissidenten mujahedien te noemen, stelt Rafsanjani ze op één lijn met landverraders. Er is echter vergeving mogelijk: 'Zelfs zij zijn welkom terug in Iran. Maar ik ben bang dat zij hun schepen achter zich hebben verbrand.’
Mevrouw Rafsanjani had in de speech die ze had voorbereid voor de Isim-opening, willen spreken over een 'progressieve religie die de problemen van mensen op politiek, economisch, wetenschappelijk, artistiek en literair vlak zou kunnen oplossen’. De islam draagt de oplossing voor alle problemen immers in zich.
Die speech is voor vele interpretaties vatbaar. 'In die lezing moet je vooral tussen de regels door lezen’, zegt Van Bruinesse, lid van de academische Raad van het Isim. 'Zij verklaart dat de islam het moderne niet moet verwerpen. In de islamitische wereld wordt op dit moment veel gedacht over herinterpretatie van de koran. Het lijkt erop dat men toch zal uitkomen bij opvattingen die dichter staan bij de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.’
DE TERM 'DIALOOG’ viel in de speech van president Khatami voor de Verenigde Naties en nu ook weer in de speech van mevrouw Rafsanjani. Welke ideeën uit het Westen zouden volgens haar in Iran geaccepteerd kunnen worden? Haar antwoord is duidelijk: 'Wij leren van de technologie van het Westen.’
En hoe denkt u over culturele uitwisseling? Sommige jongeren in Iran zijn goed op de hoogte van bijvoorbeeld westerse popmuziek. Is dat een probleem?
'Nee hoor, alle jongeren hebben een bepaalde periode nodig waarin ze andere dingen willen. Hoewel antenneschotels officieel verboden zijn, kijken veel mensen naar buitenlandse televisie. Dat is geen probleem. Maar een vreemde cultuur moet je je niet eigen willen maken. Dat past niet, dan vervreemd je van je oorsprong.’
Beschouwt u de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, zoals in het VN Handvest geformuleerd, als een westers idee?
'Zijn die normen en waarden dan westers? Veertien eeuwen geleden heeft de islam die normen en waarden al gepresenteerd. Alles is in de islam gezegd. Vrijheid is niet iets dat alleen bij een bepaalde groep, of regering, of maatschappij hoort. Vrijheid is iets wat iedereen overal nastreeft.’
VOORLOPIG IS in Iran het islamitische principe van de eenheid echter belangrijker dan individuele vrijheid. Dat vinden, als het erop aankomt, ook de Iraanse hervormers, zo bleek bij de verkiezingen van de Raad van Experts op 23 oktober. Hoewel president Khatami verklaarde de keuze van kandidaten beperkt te vinden, heeft hij wel gestemd. Ook de hervormers mevrouw Rafsanjani en burgemeester Karbaschi hebben hun stem uitgebracht, hoewel de legale religieuze oppositie in Iran had opgeroepen tot een boycot. Zij vinden dat juist de wereldlijke leiders meer macht moeten krijgen, en verwerpen dus het hele principe van de Raad.
De Raad kiest de geestelijke leider, de valiye faqih, degene die Gods wetten kan uitleggen en die uitspraken kan doen over moderne ontwikkelingen. De Raad en de valiye faqih - vroeger Khomeini, nu Khamenei - vormen de grondslag van de islamitische republiek. In de praktijk staat de Raad boven president Khatami en heeft ze een vetorecht bij de invoering van nieuwe wetten.
Voor de verkiezingen waren de kandidaten gescreend door de zittende Raad en door de Hoeders van het Goede, bestaande uit mollahs en islamitisch juristen die toezicht houden op het islamitische gehalte van nieuwe wetten. De negen vrouwelijke kandidaten die zich hadden aangemeld, kwamen er niet doorheen. Mevrouw Rafsanjani verdedigt: 'Je hebt een bepaald soort kennis nodig om in de Raad gekozen te kunnen worden. De vrouwen die zich hadden aangemeld, hadden niet voldoende kwalificaties. Je moet een bepaalde religieuze scholing hebben gevolgd om te kunnen deelnemen. Een van de kandidaten was gepensioneerd lerares, een ander werkte bij het openbaar vervoer.’
Veel gewone Iraniërs hebben uiteindelijk wel gehoor gegeven aan de oproep tot boycot. Het Iraanse dagblad Salam meldde dat slechts veertig procent van de stemgerechtigden een stem had uitgebracht. De stemmen zijn vooral gevallen op de meest conservatieve kandidaten.
DE DIALOOG tussen Europa en Iran komt op gang, maar een gesprek met de Iraanse dissidenten lijkt nog ver weg. Het dagblad Kar va Karegar ('Arbeid en Arbeider’) citeerde deze week uit een lezing die in Stockholm werd gehouden op een congres over mensenrechten in Iran. De Iraanse spreekster constateerde dat Iraanse ambassades in Europa proberen de islamitische wetgeving naar Europa te exporteren. Zij noemde de voorbeelden van vier vrouwen in Nederland en Duitsland die na hun scheiding hun kinderen kwijtraakten. Hun man had bij de Iraanse ambassades een laissez-passer gekregen om zijn kinderen naar Iran te ontvoeren. Volgens de Iraanse wet heeft de familie van de man recht op de kinderen na een scheiding of na overlijden. Arbeid en Arbeider noemde de spreekster 'een landverrader, die bij Europa op schoot is gekropen’.