Mohamed Habieb wil zijn Egyptische Moslim Broeders verteerbaar maken

«Wij verwerpen geweld»

Egypte koos voor nog eens zes jaar Moebarak. Volgens Mohamed Habieb, leider van de verboden Moslim Broederschap, waren de verkiezingen schijndemocratisch. Habieb heeft de taak de gevreesde Broederschap voor de buitenwereld verteerbaar te maken.

CAIRO – De geest is uit de fles. Egypte heeft van de vrijheid mogen proeven. Maar het resultaat is er niet naar. Het volk koos voor de zittende autocraat Hosni Moebarak. Voor velen is dat een opluchting, want nog meer democratie zou kunnen leiden tot een religieuze dictatuur. De Moslim Broeders bestrijden dat spookbeeld.

Vrijheid is een rekbaar begrip voor de Moslim Broederschap. Vrije verkiezingen, ja, daar voelt de verboden organisatie in Egypte wel wat voor. Maar een vrije keus om te kunnen lezen wat er maar geschreven wordt, is ontoelaatbaar. «Stel nu eens dat iemand een artikel schrijft dat homoseksualiteit promoot. Dat zouden we toch van tevoren moeten kunnen tegenhouden», zegt Mohamed Habieb, woordvoerder en lid van het dertienkoppige leiderschap van de Moslim Broederschap.

Habieb heeft een orwelliaanse methode om de verschijning van dergelijke staatsgevaarlijke geschriften tegen te gaan: «We zullen comités oprichten voor verschillende categorieën zoals wetenschap, journalistiek, poëzie en fictie. Die beoordelen of een gedicht, artikel of boek uitgebracht mag worden. Als de inhoud in strijd is met de islam wordt het verboden. Het gaat daarbij niet alleen om feitelijke onjuistheden, maar ook om de ideeën die vertolkt worden.»

Habieb, van beroep professor geologie, heeft de taak de Moslim Broederschap voor de buitenwereld verteerbaar te maken. Hij zetelt in een onopvallend kantoor in hartje Cairo. Buiten geen posters, vlaggen of opschriften. Binnen is het hoofdkwartier te herkennen aan twee bescheiden stickers aan weerszijden van de deur. Ondanks het verbod op de organisatie maakt de Broederschap van zijn bestaan geen geheim. De autoriteiten gedogen veel welzijns activiteiten, maar pakken regelmatig leden op om ze na enkele maanden weer vrij te laten.

Habieb kent de westerse vrees voor het moslimfundamentalisme. Egypte is een systeemland. Als het land met de grootste moslim bevolking in de Arabische regio valt voor een militant islamitisch regime zijn de gevolgen niet te overzien, zo is de overheersende ge dachte in Washington.

«Het Westen treurt er niet om dat wij van de presidentsverkiezingen waren buitengesloten», aldus Habieb. Maar volgens de woordvoerder heeft de buitenwereld een verkeerd beeld van de Broederschap. «Wij verwerpen geweld. Van 9/11 tot de jongste aanslagen in de Egyptische badplaats Sharm-el-Sheikh; we hebben alle terreuraanslagen die in de naam van de islam zijn gepleegd, afgekeurd», zegt hij. «In plaats daarvan prediken wij vrijheid en democratie. Daarom is Moebarak zo bang voor ons.»

Voor het eerst in de geschiedenis hebben de Egyptenaren direct hun eigen president kunnen kiezen. Voorheen kreeg het volk slechts één mogelijkheid gepresenteerd. Het parlement nomineerde een kandidaat en de kiezers mochten vervolgens in een referendum daaraan hun zegen geven. Zonder blozen werd dan gezegd dat 90 procent voor had gestemd bij een opkomst van 95 procent.

De uitslag van de stembusgang vorige week woensdag was geen verrassing. Volgens de kiescommissie kreeg Hosni Moebarak 85,5 procent van de stemmen. Het levert hem een vijfde termijn van zes jaar op. Echt democratisch waren de verkiezingen nog niet te noemen. De negen oppositiekandidaten hadden geen schijn van kans. «Daarop waren ze ook geselecteerd», zegt Habieb. Om een gooi te doen naar het presidentschap moesten de kandidaten aan voorwaarden voldoen die echte kanshebbers uitsloten. Het staatsapparaat en de media werkten in het voordeel van Moebarak. En de uitgifte van stemkaarten werd gesloten voor de aankondiging dat voor de verandering ook op andere kandidaten gestemd zou mogen worden. De opkomst was dan ook dramatisch laag. Slechts 25 procent van de stemgerechtigden maakte gebruik van het nieuw verworven recht.

«Apathie werkt in het voordeel van Moebarak», meent Moslim Broeder Habieb: «Ik wil niet zeggen dat wij bij echte vrije verkiezingen hadden gewonnen, maar onze deelname had wel tot een echte competitie geleid.» Habieb is zowel bescheiden als realistisch. De werkelijke aanhang van de Broeders is een goed gecultiveerd geheim. Sommige analisten menen dat de moslimorganisatie de grootste beweging van Egypte is. Anderen menen dat de omvang van de achterban van de Broederschap zwaar overdreven wordt en steeds verder terugloopt.

Het is hoe dan ook veelzeggend dat alle kandidaten, behalve Moebarak, bij de Moslim Broederschap op bezoek gingen in de ijdele hoop op een gunstig stemadvies. Naast Moebaraks Nationaal Democratische Partij beschikt alleen de Broederschap over een netwerk dat het hele land omvat.

In 1928 werd de Broederschap, of Al-Ikhwaan al-Moeslimoen, door de middelbareschool docent Hassan al-Banna opgericht. Al-Banna verzette zich tegen de Britse overheersing van Egypte en de corruptie van de gevestigde orde. Hij riep op tot een opstand tegen de kolonisator. Zijn dogma luidde dat het de natuur van de islam was om te domineren, niet om gedomineerd te worden. Al-Banna werd in 1949 geliquideerd, maar de Broederschap groeide uit tot de belangrijkste inspiratiebron voor islamitische verzets bewegingen in de hele wereld. Zo gaat de ontstaansgeschiedenis van onder meer de Pa les tijnse militante or ganisatie Ha mas terug tot de Egyptische beweging.

De Broederschap heeft getracht de gematigde middenweg te volgen. Ondanks het verbod dat in 1954 werd ingesteld nadat geradicaliseerde leden een aanslag pleegden op president Abdel Nasser heeft de organisatie zich geconcentreerd op de uitvoering van charitatieve projecten zoals het bouwen van scholen en moskeeën, het opvangen van daklozen en het opzetten van gaarkeukens en gezondheidsklinieken.

Voor de armen waren de Broeders de strijders voor sociale rechtvaardigheid. De middenklasse zag in hen vaak de vertolking van het morele gelijk en verzet tegen een autoritaire staat. In de jaren zeventig ontwikkelde de Broederschap zich tot de sterkste organisatie tegenover het regime. «Sindsdien zijn wij in alle facetten van de maatschappij vertegenwoordigd», zegt Habieb. «We hebben onze mensen bij de syndicaten van artsen, onderwijzers, professoren, studenten en zakenmensen. Met hen islamiseren we Egypte.»

Abd El Monem Abou El Fotouh (54) is een typisch voorbeeld van deze strategie. De studentenleider van de jaren zeventig werd een prominent lid van de Broederschap. Opgeleid als arts heeft hij zich tegelijkertijd opgewerkt tot secretaris-generaal van de in Egypte gevestigde Arabische Medische Vereniging. Hij werd verschillende keren opgepakt en heeft in totaal zes jaar in de gevangenis gezeten. Net als Habieb is hij een van de dertien leiders van de Broederschap.

Vanuit zijn kantoor in het koloniale pand van de Arabische Medische Vereniging in Cairo predikt Fotouh gematigdheid. Hij onderkent het probleem dat de Broederschap vooral bij jongeren steeds minder tot de verbeelding spreekt. «Veel jonge Egyptenaren zijn ge frus treerd en ongeduldig. Sommigen vinden ons te voorzichtig en kiezen voor gewelddadig verzet door zich aan te sluiten bij militante organisaties als Al-Qaeda», legt hij uit. «Wij zien het als onze taak om ze voor dat dwaalspoor te behoeden en ze op het rechte pad te houden.»

Sinds 1984 neemt de Moslim Broederschap deel aan de parlementaire verkiezingen. Vanwege het nog altijd geldende verbod opereren de verkozen leden als onafhankelijke kandidaten. De Broeders controleren slechts vijftien van de in totaal 454 zetels, maar zijn daarmee wel het grootste oppositieblok. «We zouden nog veel meer zetels hebben als er eens eerlijke verkiezingen werden gehouden», zegt Fotouh.

Bij de parlementsverkiezingen die in no vem ber worden gehouden, verwacht de beweging 25 procent van de zetels in de wacht te slepen. «Maar we weten niet of de regering dit zal toelaten. Na de presidentsverkiezingen leeft de buitenwereld in de veronderstelling dat Moebarak echte hervormingen is gestart. De kans is echter groot dat hij nu weer in zijn oude gewoontes zal vervallen», aldus Fotouh. «Wij bereiden ons voor op massale arrestaties van onze volgelingen. U begrijpt dat die gepresenteerd zullen worden als veiligheidsoperaties.»

De Broederschap maakt zich geen illusies dat ze binnen afzienbare tijd de macht zal overnemen. De beweging probeert zich op te stellen als een partner die openstaat voor samenwerking, zelfs met de regerende Nationaal Democratische Partij van Moebarak. «We zijn bereid coalities aan te gaan en de daarvoor noodzakelijke concessies te doen», zegt Fotouh. Hij presenteert zichzelf als een pragmaticus: «Als het aan mij ligt zouden we onmiddellijk het vredesakkoord met Israël opzeggen en alle banden verbreken. Maar ik weet heus wel dat dat een onredelijke eis is als we in de regering zitten.»

De Broederschap is voorstander van een civiele regering, maar volgens Fotouh moeten alle wetten gebaseerd zijn op de sharia: «De islam zal voor ons de inspiratiebron zijn, net zoals het socialisme of het liberalisme dat is voor regeringen in andere landen. Maar in het Westen wordt een hardnekkig misverstand bewust in stand gehouden. De sharia is niet gelijk aan volledige onderwerping van gesluierde vrouwen en het afhakken van handen. Dat hebben sommige regimes ervan gemaakt, misbruik makend van onze religie. Voor ons staat sharia voor rechtvaardigheid, anticorruptie, vrijheid en democratie.»

De Moslim Broederschap als een wolf in schaapskleren? Fotouh lacht: «U kunt zich er geen voorstelling van maken. Dat is begrijpelijk. Nog niemand is erin geslaagd de ideale islamitische maatschappij te realiseren. Er zijn in de wereld geen goede voorbeelden, alleen mislukte experimenten. We zullen in Egypte ons eigen model bouwen.»