De Groene Live #26: Strijd om de ziel van Amerika. Kijk woensdag om 20.30 naar de live-uitzending. Meer informatie

Wij waren haar konijnen

Het konijn denkt dat wij haar konijnen zijn. Ook doorgefokte knaagdieren met lange schattige oren leven het liefst in groepsverband. Alleen vereenzamen ze. Wij hadden Benny echter als solo-dier gekregen, een verrassingscadeau op een boekpresentatie, en vreesden voor een perpetuum mobile aan konijnen als we een vriendje voor haar kochten. Konijnen worden zelden even oud, maar kunnen toch zeker een decennium aantikken. Dus vormden wij een groepje met ons konijn.

Eigenlijk wilden we een kind, maar dat ging niet zo makkelijk. In het jaar na de miskraam kropen we dichter bij elkaar en vooral dichter naar het konijn. We bouwden kastelen van kartonnen dozen voor haar, deelden onze biologische groenten en zelfs de bank. Als we op vakantie gingen zochten we eerst een oppas voor het konijn, iemand die net als wij veel thuis zou zijn en die we voor vertrek grondig instrueerden over Benny’s behoeften en gewoonten.

In de loop der jaren at ze alle boeken van de onderste plank, het stucsel van de hoeken van de muren, drie laptopopladers, twee kussentjes, een hoekje van de balkondeur, een rugtas, de bedrading van vijf koptelefoons, twee spijlen van het houten traphekje, de onderste trede van de trap.

Benny sloopte vooral als ze te lang alleen was, een teken dat ze zich verveelde. Wij probeerden ons schuldgevoel af te kopen met nog meer intelligentiespelletjes voor knaagdieren en veel luxe kruidenstro. Het hielp een beetje, maar het gelukkigst was ze gewoon als haar groepje compleet was. Dan lag ze aan onze voeten, of sprong ze als een lammetje door de kamer. Bij gevaar waarschuwde ze ons door hard op de vloer te stampen. We waren groepsdieren door dik en dun.

De baby was geen konijn, zoveel was duidelijk. Vanaf de dag dat we hem uit het ziekenhuis mee naar huis namen veranderde onze relatie tot Benny. Opeens waren de rollen omgedraaid. Jarenlang had zij ons gezelschap gehouden, nu vormden wij een groepje met het kind, en was het aan ons om haar niet te laten vereenzamen. In het begin lukte dat aardig. Maar toen de stroom kraamvisite was opgedroogd, ik weer begon met werken en de korte nachten ons opbraken, kwam de schuldbewuste vraag steeds vaker op tafel: ‘Zeg, heb jij Benny al geaaid vandaag?’ Anders dan honden of katten zoeken konijnen je gezelschap niet op. Ze had de hele woonkamer tot haar beschikking maar zat uren achtereen op haar kussentje. Toen ze ook steeds minder ging eten wisten we: ons konijn is depressief.

Het aantal reacties op onze martkplaatsadvertentie was overweldigend. Benny was een ‘catch’, en het voelde een beetje alsof we haar uithuwelijkten en kandidaten met elkaar vergeleken. Bij de een kreeg ze een groot buitenverblijf, de ander had juist binnenshuis een konijnenparadijs gebouwd. We zochten een plek waar ze veel aandacht zou krijgen en net als bij ons vrij zou rondlopen, en we zochten een mannetje. Want, hoewel ze gesteriliseerd was, gunden we haar nu echt konijnengezelschap.

Twee konijnen aan elkaar koppelen is niet eenvoudig. De meeste kans van slagen heb je op neutraal terrein. Dus reden we op een warme zaterdagmiddag anderhalf uur naar een dorp in Noord-Brabant waar we een date hadden met Nienke en haar jonge Vlaamse Reus. In de achtertuin van de moeder van Nienke was het uitklaprennetje al opgezet. De verzorgster van de knaagdierenopvang stond op stand-by en kon gebeld worden als het uit de hand zou lopen. Terwijl de konijnen elkaar op een zo groot mogelijke afstand nerveus in de gaten hielden, stond Nienke klaar met een groot badlaken dat ze over hen heen zou gooien, mochten ze doorbijten. Nienke was mogelijk nog nerveuzer dan de knaagdieren en juist toen ik me begon af te vragen of de twee elkaar überhaupt wel zagen, werd Benny besprongen.

Er vlogen plukken haar door de lucht maar de vrouw van de knaagdierenopvang bleef er rustig onder. Af en toe duwde het mannetje zijn kop onder die van Benny maar ze weigerde hem te likken. Zo snel zou ze zich niet laten domineren. En waarom ook? Iedereen zal bevestigen dat in ons groepje Benny de dominante was. Misschien dat ze daarom pas echt lethargisch werd toen ons kind begon te kruipen. Zo’n vliegensvlug konijn was zelfs Benny te gortig.