Special Gerrit Komrij, Dichter des Vaderlands

Wij willen de oude Komrij

2001 wordt het ultieme Gerrit Komrij-jaar. Het nieuwe millennium van de Nederlandse literatuur wordt geopend met een grootse manifestatie rondom de Dichter des Vaderlands. Het jaar eindigt ook zwaar in Komrij-stemming, als in december in Rotterdam en Porto, de twee culturele hoofdsteden van Europa, de opera «Vreemde melodieën» ten doop wordt gehouden. Komrij schreef daar het libretto voor, gebaseerd op de correspondentie tussen Erasmus en diens Portugese collega-humanist Damião de Gois. Dit jaar kan dus niemand om Gerrit Komrij heen. Reden voor een feestelijke Groene-special over de mysticus uit Winterswijk.

  1. Hoe maak ik een Komrij-vers?

Je neemt de tweede persoon enkelvoud.

(Bekommer je nog niet om klinkend rijm

Verberg een ritmestoring onder sprokkelhout

Of knittel alles vast met lijm van slijm.)

Nu komt het erop aan een zin te kiezen

Die zindert van het zinloze geweld.

Dus een die klinkt als vallende serviezen,

Maar waarin schokkend weinig wordt verteld.

Houdt deze boodschap drie kwatrijnen vol.

Dat zijn, wanneer je telt, dus twaalf regels.

O ja, stop aan het eind wat grand-guignol.

Denk aan het motto: alles voor de pegels.

  1. Hoe interpreteer ik een Komrij-vers?

Een Komrij-vers dat is: kunstmatigheid.

Een marmer beeld dat plots van plastic blijkt.

Het is altijd een fabeldier dat lijdt

Dan weer een blinde die naar schoonheid kijkt.

Wat min is, is bij Komrij altijd plus

’t Is bloemengeur dat uit het poepgat komt.

Een jambe vaak bij hem een dactylus.

Tirannen zijn als dichtertje vermomd.

Is hij taalkundig dan een tovenaar?

Een alchemist die goud uit woorden slaat?

Ach… hij is misschien een goochelaar

Met trucs — die in zijn kaarten kijken laat.

  1. Wie was Gerrit Komrij?

Ooit zette hij de toon in Nederland.

Toen doopte hij zijn pen nog in curare.

Zijn invloed was nog meer dan dominant.

Hij voerde oorlog met de geitenharen.

En wreed martelde hij de martelaren:

Menig boek, gemaakt bij volle verstand

Leek slechts gedrukt voor Gerrits prullenmand.

Het waren zulke mooie oorlogsjaren…

Maar zomaar koos hij voor een ander land.

De schrijver-dichter is toen weggevaren.

Uiteindelijk koos hij voor zon en strand,

Verdween aldus uit onze commentaren.

  1. Hoe verging het Komrij?

Wie ver weg is, wordt snel verleden tijd.

En teruggekeerd wacht hem een ander rijk.

Al wie hem vreest, geeft thans genegenheid.

En ziet, zijn antwoord lijkt wel soortgelijk:

Hij laat zich in de kerk en kroeg behagen,

Maakt versjes als er weer iets is gebeurd.

Een relletje — je mag hem altijd vragen.

Gelegenheidsrijmpjes — zo neergepleurd.

Hij gaat nu met de allerhoogsten om.

«Gesloten»: zijn polemische praktijk.

Voor zijn dichterschap moet men achterom.

Het is een zekere vorm van gelijk.

  1. Tot slot

Er was een fabeldier dat Komrij heette.

Een draak in de gedaante van een poes.

Die schreef zoet als een stinkende flamoes.

Maar ik, ik was hem bijna al vergeten.

Het beest moet weer een lontje in zijn reet.

Zout in de wonde, peper op zijn staart.

Groet hem niet meer, maar laat een flinke scheet.

Zeg dat je hem graag ziet — mooi opgebaard!

Gerrit — trap weer eens midden in het kruis.

En spuw je gal en pis die bende onder.

Ga weg daar, want je hoort er echt niet thuis.

Wij willen weer jouw bliksem en gedonder!