Anti-racisme met een superieure glimlach

‘Wij willen niet Nederland bashen’

Door de Zwarte Piet-discussie is het ‘institutioneel racisme’ herontdekt. Quinsy Gario, Zihni Özdil en een nieuwe generatie allochtone Twitter-intellectuelen gebruiken de term om een diffuse werkelijkheid terug te brengen tot een overzichtelijk schema.

Medium zwartepiet5

Inderdaad, het protest tegen Zwarte Piet lijkt ieder jaar eerder te beginnen, maar begon het ooit zo vroeg als in 2012? Al in februari van dat jaar wordt in het Cultureel Educatief Centrum in de Bijlmer een bijeenkomst georganiseerd: Amsterdam Zuid-Oost kijkt naar de toekomst: zonder Zwarte Piet. Organisatoren zijn dichter Quinsy Gario (30) en rapper Kno’Ledge Cesare (33). Het zijn dezelfde twee jongemannen die drie maanden eerder – 12 november 2011 – bij een Sinterklaas-intocht in Dordrecht hardhandig in de boeien worden geslagen omdat ze een T-shirt dragen met daarop de tekst ‘Zwarte Piet is racisme’. Gario wordt over de grond gesleept, een steegje in, en krijgt een knie in zijn nek gedrukt en pepperspray in zijn ogen gespoten. Beelden hiervan gaan de wereld over en de verontwaardiging zwelt aan. Zwarte Piet is sindsdien inzet van nationaal debat.

Gario en Cesare beseffen dat ze het tij mee beginnen te krijgen. Daarom starten ze al op die laatste februaridag van 2012 de voorbereidingen voor nieuwe – aanvankelijk lokale – anti-Zwarte-Piet-protesten. ‘Juist wanneer mensen het hebben over Zwarte Piet fungeert Zuidoost als een plek waar het juist niet zou moeten voorkomen’, heet het in de officiële aankondiging van de avond in het Cultureel Educatief Centrum. ‘Door te denken over concrete stappen en deze ook uit te voeren, kan het stadsdeel de rest van het land inspireren.’

Gedachte-experiment: was het protest van Gario en Cesare in Gouda probleemloos verlopen, zou de discussie over Zwarte Piet dan een randverschijnsel bij het volksfeest zijn gebleven? Mogelijk. Maar het Zwarte Piet-debat heeft niet alleen om die reden zo’n hoge vlucht genomen. Het heeft ook alles met het optreden van Cesare en met name Gario te maken. Ze zetten hoog in – ‘Zwarte Piet is racisme’ – en zoeken verbinding met iedereen die nog niet toe is aan een rigoureuze make over van het kinderfeest. Ze doen vooral een beroep op redelijkheid en inlevingsvermogen. Hun boodschap: laten we 5 december omvormen tot een feestdag waarop iedereen het gezellig kan hebben – blank en zwart.

Daarbij helpt het dat iemand als Gario niet het cliché is van de boze, zwarte man. Hij praat licht bekakt. Om zijn lippen speelt vaak een superieure glimlach. Niet arrogant, maar wel de grijns van iemand die het vooral amusant vindt dat anderen zich zo verdwaasd blijven vastklampen aan een racistisch fantasiefiguur.

Medium zwartepiet1
‘Wij willen niet een traditie afpakken. Ik wil het blijven vieren, ik hou van peper­noten’

Gario en Cesare zijn polderende jongens die het op zich hebben genomen een racistisch smetje op het Nederlandse blazoen weg te poetsen. Te beginnen in de Bijlmer. Op de avond in het Cultureel Educatief Centrum komt een twintigtal voornamelijk zwarte jongeren af. De bijeenkomst is bedoeld als een openbare brainstormsessie. Gario staat naast een flipboard, stift in zijn hand, en noteert de voorstellen die uit de zaal worden geroepen. Twee jongens in het publiek – bozig militant – vinden dat er te veel rekening wordt gehouden met de gevoeligheden van blanke mensen. Het protest moet agressiever. Maar die weg willen Cesare en Gario niet inslaan. Cesare: ‘Wij willen niet Nederland bashen. Wij willen ook niet een traditie afpakken. Ik wil het blijven vieren, ik hou van pepernoten. Ik wil alleen niet dat kinderen nog langer huilend van school komen en hun huidskleur proberen weg te wassen omdat ze voor vieze Zwarte Piet zijn uitgemaakt.’

Het enige andere printmedium in de zaal, Het Parool, heeft de volgende dag een enthousiast verslag over de bijeenkomst. ‘Voor het eerst in de al vele tientallen jaren durende strijd tegen het fenomeen Zwarte Piet wordt op een rustige, intelligente en zelfs opgewekte manier aandacht gevraagd voor het ongemak binnen de Surinaamse, Antilliaanse en Afrikaanse gemeenschap.’ De auteur prijst Gario en Cesare omdat ze zich bedienen van ‘licht kaliber’ dat ‘beter verteerbaar’ is dan ‘het mortier’ van een op de avond aanwezige oudere anti-racisme-activist. Die maakt het onnavolgbare punt dat je op tv alleen lijken van zwarte slachtoffers ziet. ‘Je ziet nooit een wit lijk. Dat is het systeem.’

In de loop van 2012 raken Gario en Cesare gebrouilleerd. Cesare verdwijnt naar de achtergrond. Gario kiest aanvankelijk ook voor een minder prominente rol op de voorgrond. Al gebeurt dat halfslachtig. Enerzijds noemt hij zijn anti-Zwarte-Piet-activisme ‘perfomancekunst’ die hij nu wil afronden omdat hij in zijn opzet geslaagd is: het debat over het racistische karakter van Zwarte Piet entameren. Anderzijds onderneemt hij in 2013 juist stappen die het debat over Zwarte Piet naar nog schrillere toonhoogten voeren. Samen met een twintigtal gelijkgestemden tekent hij bij de gemeente Amsterdam bezwaar aan tegen de aanwezigheid van Zwarte Piet bij de Amsterdamse Sinterklaas-intocht.

Medium zwartepiet2

Het anti-Zwarte-Piet-activisme wint door dit protest nog meer aan momentum en zelfvertrouwen. Doorbijten is het activistisch devies, en niet meer loslaten. Gario – de aanstichter – begeeft zich in het middelpunt van dit krachtenveld en gaat een onverzoenlijkere lijn voorstaan. Wat valt er te polderen over een racistische figuur als je het idee hebt dat je aan de winnende hand bent? Waar Gario wel aan blijft vasthouden, is zijn kalmte, zijn welbespraaktheid en de meewarige glimlach die – eenmaal ingezet – tegenstanders tot enge verdedigers van Black Face reduceert. Zijn kwaliteiten worden voor de rest van het land duidelijk op 7 oktober 2013, als hij te gast is in Buitenhof. Gario moet zijn punt – geen Zwarte Pieten bij de Amsterdamse Sinterklaas-intocht – verdedigen tegenover politicus en muzikant Henk Westbroek die geen moment onbenut laat om Gario’s standpunten te ridiculiseren. ‘Elk jaar komt dit gezeur.’ Zijn weerzin is zo groot dat hij opzij kijkt als Gario het woord heeft. Ondertussen blijft Gario de rust zelve en legt helder uit waarom Zwarte Piet niet meer van deze tijd is.

‘Als je wit bent, denk je niet na over je kleur. Maar zo is het niet voor iedereen. Dat moeten we ons proberen te realiseren’

Met zijn optredens lukt het Gario het anti-Zwarte-Piet-activisme uit de militante, obscuristische hoek te halen. Hij maakt tegenstand tegen Zwarte Piet tot een opinion chic voor de weldenkende klasse. Op internet verklaart John Postma, hoofdredacteur van hipsterblog hard//hoofd, zich tot het anti-Zwarte-Pieten-kamp. ‘Wat als hetgeen je lang hebt geloofd niet alleen onwaar is, maar ook onrechtvaardig?’ Succes-auteur Robert Vuijsje schrijft in de Volkskrant een artikel waarin hij erkent dat hij mede door Gario het sinterklaasfeest anders is gaan zien. ‘Scholen, burgemeesters, feestorganisaties, wat zou het bezwaar zijn tegen het voortschrijdende inzicht om Zwarte Piet te vervangen door een Kleurenpiet met een rood, geel, blauw of groen geschminkt gezicht?’

Er komt ook ruimte vrij voor anti-racisme in het algemeen als Nederland eind 2013 in enkele onderzoeksrapporten (Amnesty International, European Commission against Racism and Intolerance) op de vingers wordt getikt voor zijn omgang met minderheden. Ook de Nationale Ombudsman Alex Brenninkmeijer doet een duit in het zakje door het politiek klimaat in Nederland onverbloemd ‘racistisch’ te noemen. Media drukken de opvallendste – allochtone – stemmen die boven komen drijven stevig aan de borst. _NRC-_columnist Arjen van Veelen munt de term ‘allochtone Twitter-intellectuelen’ om een nieuwe anti-racistische voorhoede te omschrijven. Prominentste allochtone Twitter-intellectueel is Gario. Hij is zelfs zo prominent in dit debat dat hij er in januari 2014 een prijs voor krijgt, de Issue Award, die elk jaar gaat naar iemand die erin slaagt op een originele manier een maatschappelijk onderwerp onder de aandacht te krijgen. Uit het juryrapport: ‘Niet alleen racisme rondom het sinterklaasfeest kwam onder de aandacht, ook racisme in het algemeen werd een belangrijk thema. Het issue domineerde weken het maatschappelijke en politieke debat.’


Een andere prominente Twitter-intellectueel is de Turks-Nederlandse universiteitsdocent Zihni Özdil (33). In 2011 benader ik hem voor een essaybundel waarin een aantal jonge auteurs met uiteenlopende achtergronden reflecteren op de effecten van tien jaar 9/11. Özdil is eerder opgevallen met een opiniestuk in de Volkskrant (januari 2011) waarin hij de jongste generaties Turkse Nederlanders de maat neemt omdat zij nog te vaak op Turkije gericht zijn. Ook in het essay dat hij voor de bundel schrijft, is hij kritisch over minderheden die zich in hun etnische zuil opsluiten. Maar scherp is hij ook over Nederland, de ontvangende samenleving die nooit verder is gekomen dan voorzichtige ‘tolerantie’ van de minderheden in haar midden, terwijl volledige acceptatie als gelijken het doel zou moeten zijn. Tolerantie houdt ongelijkheid in stand, betoogt Özdil, en komt dus uiteindelijk neer op racisme. Het is een fris betoog dat de schuld voor de gebrekkige integratie van minderheden gelijkelijk verdeelt over allochtone gemeenschappen en een Nederlandse samenleving die segregeert onder het mom van tolerantie.

Özdils ster begint pas goed te rijzen na november 2011, als het Zwarte Piet-debat op stoom komt en er meer aandacht voor racisme is. Özdil kan gemakkelijk aanhaken omdat hij, zoals hij zelf niet moe is te benadrukken, al in 2006 een kritisch artikel over Zwarte Piet schreef. Hij is ook actief op de sociale media (@ZihniOzdil, 4500 volgers). Daar scherpt hij zijn stijl aan, het wordt minder braaf academisch. Met een sardonisch gevoel voor humor – en een gemiddeld aantal tweets van 25 per dag – haalt hij uit naar conservatieve Turken: ‘Speciaal voor die nationalistische Turken in NL die het leuk vinden om mensen te bedreigen vanwege een mening: Viva Kurdistan! Viva Armenië!’ Ook haalt hij uit naar het in zijn ogen fundamentele racismeprobleem in Nederland: ‘Wij doen alles met 30-50 jaar vertraging: rappers vervolgen, blackface-traditie bediscussiëren, beetje snappen dat “allochtonen” Nederlanders zijn.’ Deze geenstijl-esque manier maakt hem in een mum van tijd een media-lieveling. Dit is geen allochtone woordvoerder vol zelfbeklag, maar een onafhankelijke geest die zijn analyses weet te vatten in simpele en vileine soundbites die iedereen treffen – allochtonen en autochtonen. Hierdoor krijgt hij ruim baan in de opiniebijlagen van kranten, op internetopiniesites en tv-programma’s. Er wordt gretig uit zijn repertoire geciteerd: ‘Fuck de naar binnen gekeerde Turken’. En: ‘infantiele islamofoben’, oftewel de ‘nieuwe nazi’s’.

De invloed van Gario en Özdil is vooral het afgelopen jaar duidelijk geworden in de retoriek van hun (allochtone) generatiegenoten. Gario zelf is de leerling van talloze academische anti-Zwarte-Piet-activisten die hem voorgingen. Hun begrippenapparaat en historische verwijzingen heeft hij samengevat in de slogan ‘Zwarte Piet is racisme’. Het is een eigentijdse manier om aandacht te krijgen en vast te houden van een groter publiek. Vervolgens kan hij uitweiden over de historisch scheefgegroeide verhoudingen tussen zwart en blank en hoe Zwarte Piet daar een uiting van is. Begrippen die zich via Gario en ideologische medestanders verder verspreiden in het publieke debat zijn onder meer ‘micro-agressies’ (subtiele, alledaagse vormen van racisme) en ‘white privilege’ (de bevoordeelde maatschappelijke status van blanke mensen, puur vanwege hun huidskleur).

‘Niet zo lang geleden had je nog Suske en Wiske’s waarin Lambik zwarte mensen met apen vergeleek’

De laatste term is een eye-opener voor documentairemaakster Sunny Bergman. In haar recente documentaire over Zwarte Piet, Our Colonial Hangover, onderzoekt ze de implicaties van white privilege. ‘Dat concept was nieuw voor me’, zegt ze tegen de Volkskrant. ‘Als je wit bent, denk je niet na over je kleur. Maar zo is het niet voor iedereen. Het is belangrijk dat we ons dat proberen te realiseren.’ De begrippen en emancipatoire theorieën waar Gario en andere anti-Zwarte-Piet-activisten uit putten, inspireren ook (niet-zwarte) leden uit andere minderheidsgroepen. ‘Anno 2014 is Nederland verrijkt met een brede en groeiende progressieve beweging. Tegen Zwarte Piet en racisme, en vóór gelijkwaardig Nederlanderschap’, schrijft publiciste Nadia Ezzeroili op _de Volkskrant-_site (19 oktober). ‘Het geeft energie. Dankzij hen heb ik nu zwart feminisme ontdekt, een verademing na dat tandeloze hedendaags feminisme in het Westen en het Arabische concessie-feminisme.’

Medium zwartepiet4

Het debat krijgt een nog sterkere fundering door een term die door Özdil aan populariteit wint: ‘institutioneel racisme’. De term wordt in 1968 geïntroduceerd in het academisch geschrift Black Power: The Politics of Liberation in America. Auteurs zijn de bekende Afro-Amerikaanse burgerrechtenactivisten Stokely Carmichael en Charles V. Hamilton. Zij definiëren institutioneel racisme als een diep verankerd wezenskenmerk van Amerikaanse instituten die de ongelijkheid van Afro-Amerikanen in de hand werken en in stand houden. Özdil, die in Amerika gestudeerd heeft, acht dit begrip ook van toepassing op het huidige Nederland. De racistische volksaard, die teruggrijpt op ons slavernijverleden, is historisch doorgegroeid in onze instituten. ‘Niet zo lang geleden had je nog Suske en Wiske’s waarin Lambik zwarte mensen met apen vergeleek’, zegt Özdil in Vrij Nederland. ‘Dat directe racisme vinden we niet meer, oké. Maar waar we nog lang niet vanaf zijn, is de institutionele doorwerking ervan.’

Özdil schrijft in november 2013 op opiniesite joop.nl het artikel ‘Institutioneel racisme in Nederland is een feit’. Dezelfde term komt kort daarna terug in een (Engelstalige) publieke verklaring waarin Özdil en medestanders de lauwe reactie van politici op het Zwarte Piet-debat hekelen. Het vormt de opmaat naar een fundamentelere kritiek op Nederland: ‘Politicians fail to take responsibility, and effectively confront institutional racism in the Netherlands, which is well researched and documented.’

Hierna begint het begrip aan een opmars. ‘Het Westen gaat gebukt onder institutioneel racisme’, beweert de agoog Seyda Buurman-Kutsal begin december 2013 in een interview met de Turks-Nederlandse krant Zaman Vandaag. Sociaal wetenschapper Doutje Lettinga heeft het in diezelfde decembermaand op de site van Amnesty International eveneens over institutioneel racisme waar jongeren met een lage sociaal-economische status geregeld de dupe van zijn. ‘Institutioneel racisme en seksisme komen tot op de dag van vandaag helaas nog steeds voor en dienen bestreden te worden’, schrijft publiciste Hasna El Maroudi op opiniesite joop.nl (februari 2014). ‘Arbeidsmarktdiscriminatie is een manifestatie van “institutioneel racisme”’, wordt afgelopen april betoogd door onderzoeker Eefje de Kroon in Het Parool. In mei 2014 wordt op de Vrije Universiteit een debat gehouden onder de noemer I, Too, Am VU: Debat over institutioneel racisme in het onderwijs en op de arbeidsmarkt. ‘In Nederland zijn we niet gewend dat etnische minderheden publiekelijk protesteren tegen institutioneel racisme en op hun eigen manier politieke ruimte claimen’, schrijft politiek filosofe Femke Kaulingfreks in de Volkskrant (augustus 2014). De term komt ook voor in een stuk van _NRC-_columniste Simone van Saarloos (augustus 2014) en hij wordt in dezelfde maand ook even gemakkelijk in de mond genomen tijdens een demonstratie tegen politiegeweld in Den Haag. ‘Er is sprake van institutioneel racisme’, zegt activiste Yasmina Haifi tijdens die demonstratie.

Onder sociologen is er onenigheid over de geldigheid van het begrip institutioneel racisme. Is het niet een te grove simplificatie van complexe maatschappelijke problemen? Daar kan de vraag aan toegevoegd worden of een term die een (oude) Amerikaanse werkelijkheid omschrijft wel toepasbaar kan zijn op het huidige Nederland. Voorlopig lijken gebruikers van het begrip niet gehinderd door deze bezwaren. Het dankt zijn aantrekkingskracht in het Zwarte Piet- en racismedebat nu juist aan het feit dat het een diffuse werkelijkheid terugbrengt tot een overzichtelijk schema: racistische instituten aan de ene kant en de slachtoffers daarvan – zwarten/allochtonen – aan de andere kant.

Dat verleidelijk overzichtelijke schema werd afgelopen vrijdag weer van stal gehaald toen een andere anti-Zwarte-Piet-activist, sociaal ondernemer Mitchell Esajas, in het Bijlmer Parktheater het woord nam bij de vertoning van Bergmans documentaire over Zwarte Piet, Our Colonial Hangover. Esajas: ‘Zwarte Piet is een breekijzer om het dieper liggende institutioneel racisme aan te kaarten.’


Beeld: (1) Quinsy Gario en rechts Kno’ledge Cesare bij de intocht van Sinterklaas in Dordrecht, 2011 (zwartepietisracisme.tumblr.com). (2) Dordrecht even later, Quinsy Gario wordt in de boeien geslagen (serie beelden van een filmpje van de site zwartepietisracisme).