Wij willen shakespeare!

Met scepcis las ik het bericht over die herontdekte Shakespeare: Cardenio - of het Tweede Treurspel van de Jonkvrouw. Shakespeare is de beroemdste schrijver ter wereld. Generaties geleerden hebben sinds eeuwen de archieven doorgeploegd teneinde elke verdwaalde komma te interpreteren en te herinterpreteren. Zouden zij daarbij zo suf zijn geweest een compleet drama over het hoofd te zien?

Het stuk is authentiek, dat is zeker. Het is geschreven in 1611, in Shakespeares nadagen. Het ging in 1613 in premiere aan het hof van Jacobus I en het werd in 1653 officieel ingeschreven in het Register van het Boekhandelsgilde. Men neemt aan dat het identiek is aan het - anonieme - manuscript dat zich sinds jaar en dag in de British Library bevindt. Het draagt, volgens zijn herontdekker Charles Hamilton (uitgeverij Bodoni, 1996), alle kenmerken van de Zwaan van Avon. Het handschrift is tot de puntjes van de i hetzelfde als dat waarmee Shakespeares testament is geschreven, de plot is geraffineerd, de spanning is angstaanjagend, de verzen zijn zoetvloeiend en het goede overwint het kwade. Con clusie: ‘Cardenio is een schitterend shakespeariaans drama.’
Een schitterend shakespeariaans drama is echter niet per definitie een schitterend drama van Shakespeare. Er zijn andere kandidaten. Tieck tipte (1829) Massinger. Rosenbach hield het (1902) op Tourneur. Wiggens tipte (1993) Middleton. Maar wij, romantici, willen helemaal geen Massinger of Middleton, wij willen Shakespeare, een herontdekte Shakespeare, ook al biedt het drama ons alles wat ons sensatiebeluste hartje begeert. Er wordt met dezelfde overijver geintrigeerd en gemoord als ten hove van Richard II en Henry VI, het een en ander vormgegeven in krachtige monologen en dialogen waarvoor Shakespeare zich geen moment had hoeven schamen.
Laat ik een paar regels citeren. De Tiran wenst De Vrouwe in zijn vorstelijk slaapvertrek. De grijze vader van De Vrouwe wordt tot koppelaarschap gedwongen. Hij zegt protesterend: 'Heb ik mijn leven zo lang gerekt dat het met wit bekroond is, en deug ik nu voor niets dan hoerewaard te zijn van eigen dochter? Is wit haar een kleur voor koppelaars van vrouwen vlees?’ Het is grote poezie, welke schrijver er ook voor verantwoordelijk is geweest.
Typisch Shakespeare is in elk geval de ongeevenaarde hang naar het macabere. Met Cardenio vergeleken is Macbeth een vaudeville voor een kinderpartijtje. De lijken tuimelen de parterre in, inclusief dat van de vorstelijk begeerde Vrouwe. Haar stoffelijk overschot wordt door de Tiran uit het graf geroofd, waarna zich een onmiskenbaar necrofiele scene ontrolt. Hij kust haar dode lippen, die echter door een medeminnaar zijn ingesmeerd met 'het sterkste gif dat geld kon kopen’. Exit de Tiran; het is inmiddels sowieso vrij leeg geworden op het toneel.
Alleen een dirty mind als die van Shakespeare, zou je denken, kon zoiets verzinnen. Een bewijs is het niet. Wie prijs stelt op een Shakespeare met het keurmerk van onloochenbare authenticiteit, melde zich bij de bioscoop. Daar gaat binnenkort Richard Longcraines Richard III in premiere, een rolprent die door kenners en liefhebbers, met de Richard III van Laurence Olivier, wordt beschouwd als een der beste Shakespeare-verfilmingen aller tijden.