‘wij worden heel groot’

Nee, geen gesprek over files, voetbal of hoe het is als vrouw in de politiek. Minister Jorritsma, staatssecretaris Terpstra en Tweede-Kamerlid Van der Stoel over de heilzame werking van het dorp, de opvoeding van Bolkestein en de hang naar ‘het hogere’. Jorritsma: ‘Ik zou de kerk vreselijk missen.’
‘KOMT TANTE EER ook nog?’ vraagt Annemarie Jorritsma, terwijl fotograaf Erwin Olaf haar bewerkt met een poederdons. ‘Ja,waar blijft de Terp?’ vindt ook AnneLize van der Stoel. Daar komt ze al aan, Erica Terpstra: breed lachend, handen schuddend, zoenend.

De drie VVD-dames bewonderen elkaars outfit en giechelen als schoolmeisjes die op de klassefoto gaan. Erwin Olaf dirigeert hen naar een gifgroen bankje. ‘Moeten we met z'n drieën op die bank?’ protesteert Jorritsma. 'Maar dat past helemaal niet!’
Frits Bolkestein komt even poolshoogte nemen. Néé Frits, dit is niet voor jou, joelen de dames. Nou, dan Annemarie maar even zoenen, en Frits, die zich 'buitengesloten’ zegt te voelen, druipt af.
Erica Terpstra wil niet op de bank: 'Ik zit helemaal niet mooi’, zegt ze veelbetekend, met de foto’s uit Atlanta nog op het netvlies. Annemarie Jorritsma zit al, en tovert een fraai been onder haar rok vandaan, dat ze elegant over het andere slaat. 'Nu even niet lachen’, zegt de fotograaf, 'ik wil een serieuze foto.’ 'Jeetje’, zegt Terpstra, en probeert haar gezicht in de plooi te trekken. 'Kijk maar zo van: “We rule the country”, Eer’, adviseert Jorritsma, waarop ze het prompt weer uitproesten.
Want regeren kan best met plezier, vinden deze Vrouwen voor Vrijheid en Democratie, en de tijd is voorbij dat de VVD een kille partij was. Het kan niet kapot met de werkverhoudingen en de onderlinge loyaliteit in het paarse kabinet, zo blijkt ook vanavond weer, en zelfs het dualisme kan wel weer worden afgeschaft, want kamerlid Van der Stoel weet niet één punt van kritiek op haar regerende partijgenoten te bedenken.
Jullie lijken het prototype van een nieuw soort politicus: politiek is leuk.
Jorritsma: 'Nou, boeiend , interessant . “Leuk” mag ik niet meer zeggen. Maar ik v¼nd het leuk. Je ziet in de politiek nogal eens mensen die de last van de hele wereld op hun schouders dragen. Natuurlijk heb je een brok verantwoordelijkheid, maar keuzes maken is leuk. Mensen vinden het altijd heel gewoon om thuis keuzes te maken en compromissen te sluiten, maar in de politiek zou dat opeens heel moeilijk zijn. Dat is onzin.’
TERPSTRA VINDT juist dat ze door de media teveel wordt afgeschilderd als een lolbroek: 'Het lijkt net alsof ik alleen maar bij Ajax of de Olympische Spelen zit. Natuurlijk ga ik naar die Spelen, die zijn maar eens in de vier jaar, maar verder doe ik sport alleen in het weekend. De hele week ben ik aan het sjouwen voor het ouderenbeleid, het gehandicaptenbeleid, voor de dak- en thuislozen. Dat komt bijna niet in de publiciteit. Alsof ik alleen maar linten doorknip.’
Jorritsma: 'Nou, dat laatste geldt meer voor mij hoor. Maar ik ben het met je eens, het is erg moeilijk een evenwichtig beeld van jezelf naar buiten te krijgen. Want je wilt dat mensen je gewoon “als mens” kennen, maar je moet ook opletten dat dat niet teveel wordt.’
Staat u daarom met uw dochters in de Margriet?
Jorritsma: 'Ik vind dat ik ook een verhaal heb voor vrouwen die nog aan het nadenken zijn over hun eigen toekomst. Wij vervullen nu eenmaal een voorbeeldfunctie, al denk ik dat het zo langzamerhand belangrijker is dat er mannelijke rolmodellen komen, dat nou ook eens een vent in die vertelt hoe een mannenleven er in de toekomst uit zou kunnen zien. Het interview met Gerrit Zalm in Opzij vond ik daarom heel goed.’
Wat is de belangrijkste eigenschap voor een politicus? Jorritsma noemde ooit 'loyaliteit aan de club’, maar dat was in de tijd dat het daar in de VVD nogal aan ontbrak.
Terpstra: 'Ik denk dat je van mensen moet houden en constant nieuwsgierig moet zijn.’
Van der Stoel: 'Naast loyaliteit zou ik integriteit willen noemen.’
'Communicatieve vaardigheid’, voegt Jorritsma er nog aan toe.
En wat is de grootste makke van mannen in de politiek?
Ahum, zegt Jorritsma, en het gezelschap kijkt elkaar wat besmuikt aan.
Jorritsma: 'Ik zou zeggen: hun breedsprakigheid. Vergaderingen waarbij veel mannen aanwezig zijn duren eindeloos veel langer dan vergaderingen met veel vrouwen.’
Zo te zien is mevrouw Terpstra het daar niet mee eens.
'Nee, maar dat is ook zo'n breedsprakig type’, zegt Jorritsma onder bulderend gelach.
Terpstra: 'Ik vertik het om iets te noemen. Ik probeer juist mensen niet in hokjes te plaatsen en geen etiketten te plakken. En we wilden toch juist àf van dat onderscheid tussen mannen en vrouwen?’
Van der Stoel: 'Mannen zouden meer moeten relativeren. Zichzelf eens heel nuchter moeten bekijken, eens heroverwegen waarmee ze bezig zijn en of dat de goede weg is.’
'Herken jij dat uit de ministerraad?’ vraagt Terpstra een tikje verbijsterd aan Jorritsma. Nee, echt, dat mannen weinig relativeren is haar nooit opgevallen.
Maar daar zitten natuurlijk ook héél bijzondere mannen.
'Ja, absoluut.’
Wie is de leukste man van het kabinet?
Jorritsma: 'In de zin van: appetijtelijk om te zien? Wijers natuurlijk, dat vinden jullie toch zeker ook! Maar ook Gerrit Zalm is een heel plezierige collega om mee te werken. En Hans Dijkstal niet te vergeten, en overigens ook Wim Kok. Hij is echt een buitengewoon prettig mens geworden sinds hij samenwerkt met Dijkstal en Van Mierlo.’ Ach, verzucht ze, er zitten ook eigenlijkk alleen maar leuke mannen in het kabinet.
Terpstra: 'Ik ben ook zeer gesteld op Wim Kok; hij is heel authentiek in zijn betrokkenheid. Maar ik lach me ook af en toe gek om Dijkstal of Melkert. Je ziet dat de relaties dwars door de partijen heen lopen en dat is ontzettend leuk.’
Wijers vindt zelfs dat er een paarse partij moet komen.
Jorritsma, grijnzend: 'Ik heb al veel eerder tegen Hans Wijers gezegd dat we wel fusiebesprekingen kunnen beginnen.’
Van der Stoel staart enige tijd naar het plafond als zij de leukste man moet aanwijzen. Dan, droogjes: 'Ik heb het met Zalm weleens over flipperen gehad, dat vind ik toevallig ook erg leuk, net als hij.’
Terpstra, enthousiast: 'Iemand kan ook zo enorm groeien. Als je ziet hoe Van Aartsen zich nu inzet voor de landbouw! Terwijl de boeren dachten dat het niks zou worden omdat hij niet uit hun kringen kwam. Fantastisch hoe hij voor zijn mensen opkomt, vol vuur en - inderdaad AnneLize - zonder te relativeren.’
Zijn er kamerleden waar u bang voor bent?
Jorritsma, bijna beledigd: 'Nee hoor, ik ga nooit bibberend naar de Kamer. Debatten zijn juist heerlijk. Ik vind zomerrecessen vreselijk, dat je niet even hier kunt komen voor een stevig debat.’
Terpstra: 'En de Kamer voegt soms zeer goede dingen toe. We hebben net de wet op de dierproeven gehad, waarbij de Kamer een amendement heeft ingediend om de intrinsieke waarde van het dier in de wet op te nemen. Dat vond ik fantastisch.’
Geeft u zichzelf eens een cijfer op de links-rechtsschaal binnen de VVD; tien is rechts, nul is links.
Jorritsma: 'Ik sta op zeven.’
Terpstra: 'Ik op drie. Maar dat komt misschien ook door mijn portefeuille, ik moet voor de zwakkeren opkomen.’
Van der Stoel: 'Ik kan niks met zo'n schaal, maar als het dan toch moet, zit ik in de buurt van Erica.’
Jorritsma: 'Onder links versta ik de gedachte dat de overheid het zoveel beter weet.’
Van der Stoel: 'Jij bedoelt nu die stroming in de PvdA die wij sinds vorige week (toen Karin Adelmund haar rapport over de sociale zekerheid presenteerde - red.) “Voorwaarts naar het verleden” noemen. Met die stroming kan ik ook niks. Maar er zijn toch ook mensen als Rick van der Ploeg, Marjet van Zuijlen…’
Jorritsma: 'Nou, maar die zou ik bij mijn zeventje zetten!’
DE VRAAG waarom de dames niet bij D66 zitten, blijkt eenvoudig te beantwoorden.
Jorritsma: 'D66 is te veel zoekende. Ik weet nooit precies wat ze willen. Misschien hebben wij soms een wat te uitgesproken mening, maar die mening bevalt me meestal wel.’
Terpstra: 'Het zijn aardige mensen van D66, maar als club is het vaak geen vlees en geen vis. Ik vind toch dat je wat piketpalen moet slaan, een paar dingen echt als uitgangspunt moet nemen, en die iedere keer weer moet proberen te vertalen in praktisch beleid.’
Van der Stoel: 'D66 is een beetje flirten met de sociaal-democratie en een beetje met het liberalisme. Maar gelukkig maken de bewindslieden van D66 vaak veel duidelijker keuzes dan de fractie van D66.’
Terpstra: 'Els Borst is een fantastisch mens om mee samen te werken. Politiek kan ik een heel eind met haar meegaan. Alleen vind ik haar niet echt representatief voor D66 als partij.’ En dat geldt eigenlijk ook voor Wijers en voor Winnie, vinden de VVD-dames. Blijft over Hans van Mierlo, die blijkbaar wel representatief is voor D66.
We vragen wat de drie dames beschouwen als de grootste maatschappelijke misstand.
Van der Stoel: 'Het gedrag van mensen onder elkaar. Ik reed op de snelweg hier naartoe - meestal ga ik met de trein hoor, maar nu moest ik met de auto - en er zat ****** Einde van blok 11 een auto voor me die precies op de middenbaan bleef rijden, om te kijken of ie links of rechts kon gaan inhalen. Hij hield het verkeer op, niemand kon er nog langs…’
Heel irritant, maar een maatschappelijke misstand?
Van der Stoel: 'Zeker, daar zou de politiek zich veel meer mee bezig moeten houden. Hoe mensen met elkaar omgaan bepaalt uiteindelijk ook of je in het groot beslissingen met elkaar kunt nemen.’
Jorritsma: 'Dat is de normen-en-waardendiscussie.’
Van der Stoel: 'Alleen normen, wat mij betreft.’
Jorritsma: 'Ik vind de grootste misstand dat grote groepen mensen werkloos zijn, niet meer deelnemen aan het maatschappelijk proces. Ik maak graag reclame voor Melkert-banen, al kan ik dat vreselijke woord nauwelijks over mijn lippen krijgen. Het is niet echt iets voor de VVD om de overheid banen te laten scheppen, maar je moet mensen sterk maken, en ik hoop dat ze het via zo'n baan uiteindelijk zelf kunnen rooien.’
Van der Stoel: 'Ik vind het heel ernstig dat het zo lang heeft moeten duren voordat deze stap is gezet.’
Rekenen jullie jezelf dat ook aan? Het is immers van oudsher de VVD die pleit voor 'minder overheid’.
Van der Stoel: 'Onzin. Wij hebben altijd veel harder zitten duwen en trekken om mensen weer terug te krijgen op die arbeidsmarkt. Ik heb me er altijd vreselijk boos over gemaakt dat mensen afgekocht werden met een uitkering. Bolkestein zei toch niet voor niets: liever de warmte van een baan dan de kilte van een uitkering?’
Jorritsma, kalmerend: 'Maar dat is nu van links tot rechts doorgedrongen’.
Erica Terpstra vind intolerantie de grootste misstand. 'Of het nou gaat om mensen uit een andere cultuur, om gehandicapten of om ouderen die worden afgeschreven. En ik schrik er erg van dat die intolerantie bij jongeren eigenlijk alleen maar toeneemt. Juist jongeren zouden kleurenblind moeten zijn, zich wereldburger moeten voelen.’
DE VVD HEEFT de moraal herontdekt. Zo te horen zijn jullie daar wel blij mee.
Terpstra: 'Die is helemaal niet herontdekt, we hebben de moraal nooit verwaarloosd.’
Jorritsma: 'Wij vinden individualisering buitengewoon belangrijk, maar dat mag nooit verworden tot egoïsme. De kern van individualisering is juist dat je je verantwoordelijk opstelt.’
Van der Stoel: 'Het heeft te lang geduurd voor we dat beeld van egoisme van ons afgeworpen hadden.’
Terpstra: 'En op het moment dat we dat wel gingen doen, heette dat opeens de herontdekking van de moraal. Onzin!’
Wat is er concreet mis met de moraal in Nederland?
Jorritsma: 'Ik vind het buitengewoon ernstig dat mensen een week lang dood kunnen liggen in een flat. Ik woon in een een stadje, een dorp van 10.000 inwoners, en daar zou zoiets niet gebeuren. Het gekke is dat wij in de ruimtelijke ordening bezig zijn met concentratie, veel mensen bij elkaar laten wonen, maar tegelijkertijd weten we dat in steden de sociale problematiek veel groter is dan in dorpen. Ik vraag me soms af of we wel goed bezig zijn door almaar nieuwbouwwijken rond de grote steden te plannen. Waarom zou je de dorpen niet wat groter later worden?’
Van der Stoel: 'Dan kom je bij de portefeuille van Erica terecht, waarin we als VVD weleens te rigoureus dingen hebben afgeschaft waar we nu spijt van moeten hebben.’
Terpstra: 'Absoluut.’
Van der Stoel: 'Bij het welzijnswerk zat natuurlijk veel gebakken lucht, maar we hebben daar wel te makkelijk in gesneden.’
Jorritsma: 'Maar zou het niet vooral te maken hebben met de samenstelling van wijken? Waarom gaat het in de stad niet goed en in een dorp wel? Omdat je daar niet aan elkaar kunt ontkomen.’
Terpstra: 'Bij Surinaamse eenoudergezinnen gaat het heel goed omdat die vrouwen elkaar ondersteunen. Andere groepen, in precies dezelfde financiële positie, bolwerken het niet omdat ze dat sociale netwerk missen. Dat vind ik eigenlijk zo gek, je zou denken dat mensen in een achterstandswijk die allemaal in hetzelfde schuitje zitten, elkaar meer zouden opvangen. Wij proberen daar nu met wijkvoetbal en straattoernooien wat aan te doen. In Amsterdam is een geweldig systeem van wijkvoetbal opge****** Einde van blok 14 zet. Fantastisch, van die pikkies van tien tot twaalf jaar van alle kleuren van de regenboog. Voor het eerst zie je dan ook de moeders met elkaar de T-shirts maken, en samen de boterhammen smeren voor tussen de middag.’
In het kader van de moraaldiscussie heeft Gerry van der List, medewerker van het wetenschappelijk bureau van de VVD, gepleit voor een conservatief akkoord met het CDA rond burgermansfatsoen, law and order en beschaafd nationalisme.
Ze grinikken. Van der Stoel: 'Tja, die Gerry van der List.’ Terpstra: 'Het is de vraag of dat nu de normen en waarden zijn die je het sterkst moet bevechten. En alsof dat het monopolie is van het CDA.’
Van der Stoel: 'De waarden zijn van mensen zelf, die moet je niet voorschrijven. Daarom zei ik net: alleen normen, geen waarden. Waar het om gaat is dat je de normen handhaaft. Daar zat jarenlang de klad in en daardoor gaat iedereen nu zijn eigen gang en geeft plankgas. De wet handhaven, daar gaat het om.’
Jorritsma: 'En zo'n pact kun je met iedereen sluiten. Ik heb het gevoel dat ze ook bij de Partij van de Arbeid vinden dat je je gewoon aan de wet hoort te houden.’
Blijkens eerdere interviews hebben de dames het niet zo op het CDA. Maar dat hebben we, in ieder geval wat Terpstra en Jorritsma betreft, helemaal verkeerd gezien.
Jorritsma: 'Ik kijk er altijd tamelijk eenvoudig tegenaan: na verkiezingen moet je zien met wie je het meeste van je eigen programma kunt uitvoeren, en daar moet je mee regeren. En ik kan niet ontkennen dat als je naar Verkeer en Waterstaat kijkt, je met het CDA prima zou kunnen samenwerken.’ De hilariteit is groot. Is Jorritsma vergeten hoe zij en haar CDA-voorgangster Maij-Weggen kijvend tegenover elkaar stonden, overigens over maatregelen die Jorritsma nu zelf uitvoert? Jorritsma: 'Ja, dat waren nog eens mooie tijden.’
EIGENLIJK IS Van der Stoel 'de enige echte paarse’ in dit gezelschap, vindt Jorritsma.
Van der Stoel: 'Ik heb daar sinds mensenheugenis voor gepleit, ja. Ik was er veel eerder bij dan deze dames, zij zijn laatbloeiers. Dat kwam doordat ik in de Amsterdamse gemeenteraad veel met het CDA te maken had. Je kon nooit afspraken met ze maken, vreselijk. Ik vind niet voor niets integriteit de belangrijkste eigenschap voor een politicus.’
Is de toekomst aan het liberalisme?’
Jorritsma: 'Dat zeg ik al twintig jaar.’
Hans Wiegel zegt: Nederland wordt rijker, en mensen die rijker worden krijgen er vanzelf belang bij om VVD te stemmen.
Jorritsma: 'Onzin. De groeikansen van de VVD zijn te danken aan het feit dat mensen steeds meer leren om zelfstandig te denken en keuzes te maken. En mondige mensen voelen zich meer aangesproken door een partij die niet zo'n regentenmentaliteit heeft als het CDA, of zo'n geloof in het collectief als de PvdA.’
Toch lastig dat veel mensen niet op de VVD afkomen vanwege het libealisme, maar omdat ze vinden dat de belastingen omlaag moeten.
Terpstra: 'Met alle respect, ik ben het hier absoluut niet mee eens. Dit is een beeld dat ik niet herken op een VVD-bijeenkomst in Friesland of Zeeland. Natuurlijk willen onze leden dat de belasting omlaag gaat, maar dat wil iedereen. Nee, de kracht van de VVD is dat we vinden dat mensen mondiger en onafhankelijker moeten worden. Of het nou om patiënten of cliënten gaat, de democratisering gaat gelukkig door.’
Welnee, VVD'ers zijn niet egoïstisch en asociaal. Van der Stoel: 'Afgedwongen solidariteit omdat de overheid bij wet bepaalt dat ik voor jou moet zorgen - dat is pas belachelijk.’
Jorritsma: 'Juist doordat de overheid van alles is gaan regelen voor jan en alleman, hoeven mensen niet meer solidair te zijn.’
Wat wordt de belangrijkste politieke tegenstelling van de toekomst?
Terpstra: 'Het zal vooral botsen tussen enerzijds clubs die het mondiger worden van mensen ondersteunen, zoals de VVD, en ander****** Einde van blok 16 zijds al die oude instituties die zich daar met hand en tand tegen verzetten. Dat regenteske vind je zowel bij het middenveld van het CDA als bij een deel van de sociaal-democratie.’
Jorritsma: 'Ik vind het prima als mensen gezamenlijk hun belang willen verdedigen, maar in het verleden zijn er allerlei overheidstaken gegeven aan die clubs. En nu denk ik: wie controleert hen eigenlijk, en komt dit nog wel van onderop?’
Pleit u voor een politieke aardverschuiving, een hergroepering van de politieke partijen?
Jorritsma: 'Nou, wij worden heel groot, dat is de aardverschuiving.’
Mevrouw van der Stoel, wat doet de VVD in dit kabinet niet goed?
Lange stilte. Dan zegt ze: 'Ik denk dat als de andere dames op de gang gaan staan, ik ook niet zo gauw een antwoord zou weten. Ik vind oprecht dat het kabinet een beleid op tafel legt waarin elk van de drie partijen iets herkenbaars vindt waarmee men thuis kan komen. Maar ik ben wel benieuwd ****** Einde van blok 17 hoe het kabinet volgend jaar zal reageren als decommissie Leefvormen uitgestudeerd is en met een voorstel komt.’ DIT LIJKT HET juiste moment om de dames de liberale maat te nemen. We leggen ze een aantal stellingen voor waarop ze alleen ja of nee mogen antwoorden.
Openstelling van het burgerlijk huwelijk voor homo’s?
Van der Stoel: 'Ja, natuurlijk.’
Jorritsma: 'Nee, zo ben ik nou eenmaal opgevoed.’
Terpstra: 'Ja.’
Subsidie voor het toneelstuk 'Emily?’
Jorritsma: 'Had voor mij gemogen.’
Terpstra: 'Interesseert me geen bal. Nee, geen subsidie.’
Van der Stoel: 'Dezelfde criteria toepassen als bij andere subsidies. Ja dus.’
Terpstra: 'Ik ben überhaupt tegen subsidies voor toneelstukken!’ Zieke werknemers met voorrang behandelen?
Jorritsma en Van der Stoel zijn voor. Terpstra: 'Nee, absoluut niet. Ik heb daar lang en goed over nagedacht, dat moet absoluut niet.’ En dat heeft, zo zegt ze, niks te maken met het feit dat ze staatssecretaris is onder Borst, die ook helemaal niets voelt voor het voortrekken van werkenden.
Invloed van de koningin aan banden leggen?
Driewerf nee.
Islamitische scholen?
Jorritsma: 'Jammer.’
Van der Stoel: 'De wet garandeert nu eenmaal vrijheid van onderwijs, dus je moet het toestaan. Maar ik heb liever dat men bij elkaar op school zit.’
Terpstra: 'Tegen. We willen toch niet dat er in onze samenleving hokjes worden geïnstitutionaliseerd van kinds af aan? Ik ben eigenlijk ook tegen katholieke scholen. En trouwens, het is belangrijk dat andere kinderen wat van de islam opsteken. Ik zou die wet graag willen veranderen.’
Lang haar in het leger?
Terpstra: 'Ja hoor.’
Van der Stoel: 'Natuurlijk, anders moet het oorringetje zeker ook weg.’
Jorritsma: 'Ja, zolang ze er niet mee in een rupsband verstrikt raken, want dat vind ik zielig.’
Liberalisering van sofdrugs?
Jorritsma: 'Nee, ben ik tegen.’
Terpstra: 'Absoluut tegen.’
Van der Stoel, zelf wonend in de Amsterdamse Nieuwmarkt: 'Ik ben ervoor, maar het kan helaas niet vanwege internationale verdragen.’
VAN HET alledaagse naar het hogere. Van Erica Terpstra is bekend dat ze tweemaals ’s daags mediteert en dat vele Boeddha’s haar Scheveningse flatje sieren. Heeft haar belangstelling voor het spirituele ook invloed op haar beleid?
Terpstra: 'Spiritualiteit kun je niet loskoppelen van de rest van je wezen, het werkt altijd door in wat je dagelijks doet. Spiritualiteit heeft ook te maken met eerbied voor mensen, voor dieren. Misschien is dat wel een van de redenen dat ik zo blij was met de aanscherping van de wet op de dierproeven, vorige week.’ Jorritsma zit nu schuddebuikend te lachen. Terpstra, voor het eerst ietsjes in de kuif gepikt: 'Daar kun je om lachen, dat zal me een zorg zijn.’
De minister, sussend: 'Nee, ik moest alleen even denken aan het voormalige PvdA-kamerlid Wilfried de Pree, die eens zei dat hij zijn volkshuisvestingsbeleid voerde vanuit de bijbelse optiek “in Gods huis zijn vele woningen”!’
Hebben Jorritsma en Van der Stoel ook iets met het hogere?
Jorritsma: 'Ik ben lid van de doopsgezinde kerk en daar doe ik het nodige voor. Het staat nu even op een laag pitje omdat ik zondagochtend meestal te moe ben om vroeg op te staan, maar ik vind het wel heel belangrijk. Ik ben blij dat er kerkgemeenschappen bestaan, mensen kunnen daar in sommige perioden van hun leven iets vinden dat elders niet te krijgen is. Ik zou het vreselijk missen als ik dat niet had. Iets gezamenlijk kunnen beleven met mensen van een volstrekt andere politeke en sociale achtergrond, dat is prachtig. Het is erg jammer dat het de kerken niet lukt om nieuwe, jonge mensen te interesseren.’
Van der Stoel: 'Ik ben niet zo actief als jullie. Ik heb het wel van huis uit mee gekregen, heel nadrukkelijk zelfs. Vorige week kreeg ik in de fractie nog te horen dat ik een moraalridderes ben. Maar ik maak er te weinig tijd voor om mezelf af en toe eens terug te trekken, te kijken wat ik allemaal aan het doen ben en waarop ik dat baseer. In de kern is dat toch waar het in al die verschillende vormen van spiritualiteit om gaat.’
WAT HEEFT ieder van u bijgedragen aan de opvoeding van Bolkestein?
Jorritsma: 'Ik denk dat het heel goed is dat Frits de laatste jaren ook z'n emoties kan laten zien. Het idiote was dat wij wisten dat hij dat kon, maar zo gauw hij op een vlondertje stond met een papier voor zich, was het een en al houterigheid en kwam er helemaal geen gevoel over. Dat hebben we gewoon tegen hem gezegd. Als vrouw ben je nu eenmaal wat makkelijker in het uiten van je emoties. Wat trouwens gelijk onze zwakte is.’
Van der Stoel, interrumperend: 'En je moet oppassen dat je niet met je emoties gaat spelen.’
Jorritsma: 'Nou, dat kan nog wel eens behulpzaam zijn, laten we eerlijk zijn. Maar heel veel mannen hebben echt moeten leren om te laten merken dat ze betrokken zijn. En daar hebben wij bij Frits wel aan bijgedragen.’
Terpstra: 'Nou, Frits heeft vooral zichzelf opgevoed hoor. Bewaar me zeg, straks word ik nog afgeschilderd als een soort moeder van Frits Bolkestein!’
Wie van u gaat hem opvolgen? (Het gesprek vindt plaats voordat Bolkestein in opspraak is geraakt.)
Terpstra en Jorritsma in koor: 'Ik niet.’ AnneLize kent haar plaats en houdt zich stil.
Jorritsma: 'Hij blijft gewoon. Als je hem daarnet zag lopen in de gang, die man gaat nog jaren door! Bovendien: we vinden toch dat je ouderen niet zomaar mag afschrijven?’
Terpstra: 'Een fractievoorzitter moet veel meer dan een staatssecretaris of een minister schaken op een heel groot veld, en op verschillende borden tegelijk, waarbij bovendien een van de borden slecht verlicht is. Kijk, sturing geven en een team vormen, dat kan zij ook.’ Ze wijst op Jorritsma. Jorritsma: 'En jij ook.’
Terpstra: 'Ja, dat kan ik ook. Maar omgaan met al die verborgen agenda’s van de medespelers, van de andere politieke partijen, nee, daar zou ik niet geschikt voor zijn.’
Jorritsma, nu beduidend gretiger: 'Ach, toen ik minister werd, dacht ik ook niet dat ik daar geschikt voor zou zijn.’ Lachend: 'En ik geloof dat het in de praktijk best meevalt, toch? Maar een nieuw politiek leider moet gewoon uit de club omhoog komen, het is geen baan die je moet ambiëren.’
Tenslotte: hoe lang heeft u nagedacht over wat u op Prinsjesdag zou aantrekken?
Jorritsma: 'Mart Visser heeft iets heel moois voor me ontworpen.’
Terpstra: 'Ik laat me aankleden door Edgar Vos, ik heb zelf geen smaak.’
En welke bewindsvrouw is het fitste tijdens het gymnastiekuurtje op vrijdagochtend?
Terpstra: 'Ik.’
Jorritsma: 'Nee, ik.’