Salonrevolutionairen omhelzen Zapatisten

Wij zijn allemaal Marcos

Westerse salonrevolutionairen hebben een nieuw idool: Marcos. De Zapatisten-leider kan concurreren met Madonna en de Spice Girls. Is de beroemdste anonymus ter wereld een authentieke revolutionair of een geniale bedrieger?

«Ik verzorg sinds twaalf jaar de communicatie voor United Colors of Benetton. Wij doen een beroep op u omdat u als geen ander beseft dat communicatie een strijdwijze is. We hopen dat we u tezamen met de mannen, vrouwen en kinderen van het Zapatista Nationaal Bevrijdingsfront mogen fotograferen. We geven u de kans te laten zien dat mensen die voor een idee strijden mooie gezichten hebben. We geloven dat alleen een ideaal de ogen van degenen die ervoor vechten doet schitteren en hun gelaat doet oplichten. We geloven niet in de schoonheidsmythen die worden verbreid door het consumentisme.»

Een dubbelzinniger liefdesverklaring dan deze brief van marketeer Oliveiro Toscani aan de Mexicaanse rebellenleider Marcos is zelfs in de ver-soapte wereld van vandaag nauwelijks denkbaar. Hij bevat alle elementen — formeel zou je moeten spreken van beteke nis lagen — van het ideale postmoderne verkooppraatje: een mengeling van revolutionaire romantiek en commercieel belang, moderne communicatietechnologie, nostalgie naar vervlogen idealen en zelfs een verwijzing naar nog oudere sentimenten omtrent nobele wilden.

Toscani is niet de enige die de mysterieuze «ondercommandant» — al dan niet voorzien van zijn onafscheidelijke bivakmuts — graag voor de camera wil hebben. Ook al blijven zijn verzoeken vooralsnog onbeantwoord, toch zijn ze in moderne pr-termen op zichzelf een statement. En al wijst hij Toscani’s verzoeken af, toch voldoet Marcos aan dat statement door aan zijn imago te werken volgens de modernste marketingformule: authenticiteit.

Dat laatste stempelt hem pas echt tot een mysterie. Niet de man zelf — het is allang bekend wie hij is — maar het verschijnsel Marcos is een puzzel binnen een raadsel. Wat betekent authenticiteit in een wereld die dat begrip eindeloos oprekt en manipuleert? Tot op zekere hoogte kan iedereen zijn persoonlijke verlangens en idealen op Marcos projecteren en tegelijk is er maar één Marcos, de onbetwiste aanvoerder van de Chiapas-indianen.

Hij pretendeert geen pretenties te hebben en tegelijk voor meer te staan dan hij zelf kan overzien. Door zich niet alleen op te werpen als voorvechter van de Mexicaanse indianen maar ook van de nieuwe protestbeweging tegen globalisering, maakt hij dankbaar gebruik van dezelfde mondiale publiciteit die volgens hem leidt tot de teloorgang van de traditionele waarden van lokale gemeenschappen die hij juist wil beschermen. En dan weigert hij ook nog — zoals de «inboorlingen» van weleer — om voor Toscani te poseren uit vrees dat zijn ziel door de camera wordt gestolen.

Alsof dat allemaal niet tegenstrijdig genoeg is, is hij ook nog eens geen indiaan. In 1998 werd Marcos ontmaskerd door twee journalisten, de Fransman Bernard de la Grange (Le Monde) en de Spaanse Maite Rico (El País). In Sous-commandant Marcos: La géniale imposture (1998) schilderen zij een heel wat minder romantisch beeld van de pijprokende postrevolutionair en noemen hem zelfs een «geniale bedrieger».

De auteurs bevestigen wat de regering al jaren beweerde, namelijk dat Marcos in werkelijkheid Rafael Sebastien Guilles Vicente heet en in 1957 in de havenstad Tampico geboren is. Hij was politiek actief in de grote steden totdat hij in 1984 gedwongen werd de bergen in te vluchten. Volgens de legende besteeg hij de bergtoppen als marxistische missionaris en kwam hij herboren als indiaan weer naar beneden. De niet-begrijpende blikken van de Maya’s waren een leerschool voor hem geweest: zij waren geen arbeiders maar boeren, en de revolutie zei hun niets. De klassenstrijd had in zijn hoofd plaatsgemaakt voor rustieke principes als lokaal zelfbestuur en een eenvoudig leven dat draait om seizoenen, oogsten en zonsopgangen en -ondergangen.

Maar de oudste teksten van de opstandelingen maakten wel degelijk gewag van een «dictatuur van het proletariaat» en de installatie van een «revolutionaire regering», schrijven De la Grange en Rico. Pas nadat zijn minuscule beweging een verpletterende nederlaag had geleden, ontdekte Marcos een nieuw reservoir van potentiële aanhangers in de lokale indianengemeenschappen. Om de Mexicaanse middenklasse — die het land sinds 1928 bestuurde via de corrupte regeringspartij PRI — niet af te schrikken, richtte hij zijn pijlen voortaan op het internationale monster van het neoliberalisme, die «gewelddadige supermarkt» die de waarden van elke samenleving ter wereld ondergroef. En zelfs de belangen van de indianen heeft hij uiteindelijk niet gediend, aldus de auteurs. Hij vond het veel te prettig het middelpunt te zijn van de «intergalactische Internationale» die hij om zich heen had ver zameld. Hij rekte het conflict met de rege ring veel langer dan nodig was. De doelen van Marcos zijn «populair noch indiaans».

Het boek van De la Grange en Rico is rancuneus omdat ze Marcos zijn grillige persbeleid kwalijk nemen (hij maakt het kritische journalisten niet bepaald gemakkelijk), maar de schrijvers hebben gelijk dat de Zapatisten in de rest van de wereld voornamelijk populair zijn omdat ze niet namens de indianen spreken. Beter gezegd: omdat ze iedereen een alibi verschaffen om namens de Mexicaanse indianen te spreken en hun eeuwenoude misère te claimen voor eigen doeleinden. Het internationale protest tegen de globalisering is hun vehikel.

De Zapatisten deden voor het eerst van zich spreken op 1 januari 1994 — de dag dat het Noord-Amerikaanse vrijhandelsverdrag tussen Mexico en de VS van start ging. Ze veroverden enige steden in de provincie Chiapas en bereikten een wapenstilstand met de regering. Sindsdien hebben tal van oud- en nieuwlinkse coryfeeën Marcos in hun subsidiërende armen gesloten.

Daniëlle Mitterrand (weduwe van de overleden president), regisseur Oliver Stone, socioloog Alain Touraine en talloze schrijvers van internationale faam ondernamen bedevaarten naar La Realidad, San Cristobal de las Casas en andere vrijplaatsen van de Zapatisten.

Voor de nieuwe protestgeneratie die met de televisie opgroeide en Marx in stripvorm tot zich nam (met dank aan Oscar Zarate en Richard Appignanesi) werd Marcos de perfecte mascotte, want hij dreef in zijn brieven en communiqués de spot met zichzelf en met iedereen die hem serieus nam. Voor een breder publiek dat alleen nog via de omweg van de commercie vertrouwd is met de symboliek van de twintigste-eeuwse revolutionaire bewegingen, is hij een beminnelijke kruising van Che Guevara en Popeye the Sailorman.

Marcos sampelt naar hartelust uit de westerse cultuur die hij zegt te willen bevechten (hij ondertekent zijn communiqués bijvoorbeeld met «de groeten van Sup Speedy Gonzalez, yepa yepa!») en laat zich zelfs de dubieuze sympathie van Hollywood aanleunen. Oliver Stone liet zoals bekend in 1996 de Oscaruitreiking schieten om Marcos op te zoeken. Een zeer dubbelzinnig gebaar, aangezien hij daarmee juist de aandacht op zich vestigde die hij zei te schuwen. Zijn ontmoeting met Marcos leverde bizarre taferelen op, te meer daar Stone op het moment suprême werd getroffen door een verwoestende aanval van hooikoorts. Hiksnotterend stak hij de verzamelde Zapatisten-leiders een hart onder riem: «Wij respecteren jullie, Zapatisten, en we bewonderen jullie strijd voor verandering en voor de vrede. Jullie zijn reuzen en jullie strijd is een voorbeeld voor de wereld. Uit het diepst van mijn hart wil ik zeggen dat we enorm waarderen wat jullie proberen te doen.» Waarna de regisseur, uitgerust met een buitenmodel zakdoek, te paard steeg en samen met Marcos de jungle inreed.

Rond die tijd begonnen medestanders van Marcos zich te beklagen over al die westerse bezoekers die even in La Realidad, het belangrijkste bolwerk van de Zapatisten, hun portemonnee trokken en weer verdwenen met op zak een foto waarop zij samen met Marcos te zien zijn; het achterland waarin hun revolutie wortelde, interesseerde de «internationalisten» bitter weinig.

In 1996 organiseerden Marcos en zijn aanhangers uit alle delen van de wereld een congres in Chiapas, de Intercontinentale Bijeenkomst tegen het Neoliberalisme en voor de Mensheid. De bijeenkomst was bedoeld om een stem te geven aan alle «stemlozen» die door de wereldmarkt waren vergeten of vertrapt, maar het woord werd voornamelijk gevoerd door internationale grootheden die toch al geen aandacht te kort kwamen. De man met de bivakmuts werd inmiddels gebruikt om meubels, huishoudelijke artikelen en zelfs marketingcursussen aan de man te brengen. Dat laatste maakte de publiciteitscirkel als het ware rond.

Wie gebruikte nu wie? In de afgelopen maanden greep Marcos de internationale sympathie voor zijn beweging aan om zijn lang verwachte mars op Mexico-Stad uit te voeren. De «Zapatour» van indianengroepen, versterkt door activisten uit alle delen van de wereld en begeleid door konvooien en helikopters van de regering die Marcos tegen aanslagen van rivaliserende guerrillagroepen moesten beschermen, bereikte onder grote publiciteit de hoofdstad waar de leiders het parlement toespraken. Het geheel mondde uit in onderhandelingen met de nieuwe president Fox, die overigens zonder tastbaar resultaat bleven.

Min of meer tegelijkertijd verscheen het boek bij de mars. Our Word is our Weapon is een Engelstalige bloemlezing van Marcos’ brieven, gedichten en verklaringen die eerder in het Spaans werden afgedrukt op de internetsite van de Zapatisten, een van hun meest succesvolle propaganda-instrumenten. De tijd moet uitwijzen of Marcos de publiciteit heeft gebruikt als hefboom om de rechten van de indianen definitief veilig te stellen, of dat hij alleen een gooi naar macht en respectabiliteit wilde doen, zoals De la Grange denkt.

Hoe dan ook, een anonieme revolutionair die alle journaals van de wereld haalt en geïnterviewd wordt op de voorpagina’s van gerenommeerde bladen is niet langer anoniem. Hij is de beroemdste anonymus ter wereld en krijgt daardoor een gezicht, hij stáát ergens voor.

Door middel van zijn mars heeft hij zichzelf gedwongen met concrete denkbeelden en alternatieven te komen en dat valt hem niet makkelijk. Die bivakmuts is een bewuste mystificatie, zegt hij — niet voor het eerst — tegen sterreporter Ignacio Ramonet van Le Monde Diplomatique: «Als je wilt weten wie Marcos is, wie zich verbergt onder zijn skimasker, neem dan een spiegel en bekijk jezelf: het gezicht dat je ziet, is dat van Marcos. Wij zijn allemaal Marcos.»

Tot zover kun je zijn optreden met enige goede wil als een parodie op de postmoderniteit zien. De Zapatisten-leider geldt als zeer belezen; hij citeert of verwijst naar Cervantes, Lewis Carroll of Brecht, maar ook naar moderne en postmoderne filosofen als Gramsci en Baudrillard. In een van zijn geschriften stelt hij dat zijn kleine verhaal het verhaal van talloze wereldburgers is: «Marcos is homo in San Francisco, zwart in Zuid-Afrika, een Aziaat in Europa, een Chicano in San Ysidro, een anarchist in Spanje, een Palestijn in Israël, een Maya-indiaan in de straten van San Cristobal, een jood in Duitsland, een zigeuner in Polen, een Mohawk in Quebec, een pacifist in Bosnië, een vrouw-alleen in de metro om tien uur ’s avonds, een boer zonder land, een bendelid in de sloppenwijken, een werkloze arbeider, een ongelukkige student en natuurlijk een Zapatista in de bergen.»

Naomi Klein, activiste en schrijfster van No Logo, het zakbijbeltje van de antiglobaliseringsbeweging, moest heel wat weerstand overwinnen voordat ze zich door Marcos’ geschriften liet overtuigen: «In 1994, de zomer na de Zapatisten-opstand, waren karavanen naar Chiapas een ware rage onder Noord-Amerikaanse activisten: vrienden legden geld bij elkaar voor een tweedehands busje, vulden het met mondvoorraad en reden naar San Cristobal de las Casas waar ze de bus achterlieten», schijft ze in The Guardian. «Ik sloeg er toen nauwelijks acht op. De Zapatista-manie leek destijds verdacht veel op de zoveelste goede zaak voor linkse schuldbelijders met een Latijns-Amerikaanse afwijking: een nieuw marxistisch rebellenleger, een nieuwe macholeider, een nieuwe kans om naar het Zuiden af te reizen en kleurige textieltjes te kopen. Dat verhaal kenden we toch uitentreuren?»

Klein heeft nooit de bedevaart gemaakt naar de Mexicaanse jungle en toch heeft de Zapatour haar overtuigd. Wat haar aansprak, was het gezelschap anarchisten, activisten en solidaire intellectuelen dat Marcos naar Mexico-Stad begeleidde. «Alleen een man die zijn masker nooit afneemt en zijn ware naam verbergt was in staat deze karavaan van renegaten, rebellen, eenlingen en anarchisten op zijn trektocht aan te voeren. Dit zijn mensen die charismatische leiders met universele ideologieën hebben leren wantrouwen. Dit zijn geen blinde volgelingen, het zijn leden van groepen die prat gaan op hun autonomie en ontbrekende hiërarchie. Marcos lijkt de ideale anti-leider te zijn.»

Een anti-leider is hij ook in de ogen van Latijns-Amerikaanse commentatoren en intellectuelen, maar dan om heel andere redenen. Zij kijken naar het resultaat van zes jaar Zapatisten-strijd en vragen zich hardop af wat al die westerse salonrevolutionairen in Marcos zien. De toon werd in 1998 gezet door schrijver Mario Vargas Llosa in het Argentijnse dagblad La Nación. Met de strijd voor indianenrechten heeft het allemaal niets te maken, aldus Vargas Llosa. Integendeel, toen de Zapatisten in 1994 de wapens opnamen, was de PRI-regering al danig verzwakt door haar eigen corruptie en machtsmisbruik: «Zij boden de PRI een uitgelezen kans om zich op te werpen als beschermers van de orde en van een middenklasse die democratie wilde, maar doodsbenauwd was voor een verwoestende burgeroorlog naar het voorbeeld van Guatemala of El Salvador.»

Vargas Llosa spuwde zijn gal over het feit dat «de eerste de beste idioot uit de Derde Wereld met Madonna en de Spice Girls kan concurreren door de juiste pr-technieken en stereotypen te bespelen.» Het waren welgekozen woorden: Vargas Llosa hield op zijn beurt de gemaskerde held een spiegel voor.