We Are Still Here

‘Wij zijn allemaal moe’

Van Vluchtkerk tot Vluchtdiemen 2: al vijf jaar lang trekken de ongedocumenteerden van We Are Here door Amsterdam, in een politiek protest. Maar dat heeft een prijs. Wat is de tol van vijf jaar actievoeren?

Medium  1vluchtkerk2013feb01557
Cyriaque uit Ivoorkust samen met andere mensen van de We Are Here-groep in de Vluchtkerk, 2013

We need solution. De woorden zijn in koeienletters op het zeil van een koepeltentje gekalkt. Het is najaar 2012, in Amsterdam-Osdorp. Novemberstormen teisteren de tentdoeken. Spandoeken slaan in de wind tegen het hek dat het tentenkamp omringt. De mannen en vrouwen die in de tenten verblijven zijn ongedocumenteerd. Onder de naam We Are Here hebben ze zich verenigd, om hun gedeelde probleem zichtbaar te maken.

Ze komen uit landen als Somalië, Soedan, Eritrea en Ethiopië. Iedereen heeft een eigen verhaal, maar de gemene deler van de groep is dat deze mensen vastzitten in het Nederlandse systeem: ze mogen niet blijven, en kunnen ook niet weg. Veel van hen vertellen dat ze al eens hebben geprobeerd terug te keren naar hun vaderland, maar dat dat om uiteenlopende redenen niet is gelukt: ze kunnen niet bewijzen waar ze vandaan komen, ze krijgen niet de juiste reis- en identiteitsdocumenten bij elkaar, of ze worden aan de grens teruggestuurd. Naar een ander Europees land kunnen ze ook niet, omdat hun vingerafdrukken hier zijn opgeslagen. Vaak zijn ze al langere tijd dakloos en leven ze zonder basale rechten: ze kunnen niet werken, niet naar school, zijn niet verzekerd, kunnen ieder moment opgepakt worden en zijn voortdurend bezig met overleven. Voor sommigen duurt die situatie nu een paar maanden, voor anderen al meer dan tien jaar. Het zijn mensen in de kracht van hun leven, die de weken, maanden en jaren aan zich voorbij zien trekken zonder dat ze een stap verder komen. Deze mensen, die gewend zijn zich voor politie en handhaving te verstoppen, stappen nu in de schijnwerpers, om te laten zien waarmee ze kampen: het hiaat in het Nederlandse asielbeleid, dat ze al gauw ‘asielgat’ noemen.

Tussen de tenten in het kamp zit Cyriaque (‘Comme Jacques Chirac’) Kouenou uit Ivoorkust te zingen. Een charismatische man, klein van stuk, met opvallende kleding en een diepe, warme stem, die het opneemt tegen de aanzwellende wind. In 2010 vluchtte hij naar Nederland, nadat hij een protestlied had gezongen op de Ivoriaanse radio. Al snel zorgt de muziek voor verbinding in het kamp. In verschillende hoeken hummen mensen mee.

Ongeveer een jaar eerder vond het Occupy-protest plaats op het Beursplein. De gemeente Amsterdam volgt nu dezelfde lijn als toen: ook de mensen van We Are Here hebben het recht te protesteren, op voorwaarde dat het kamp niet groeit en dat er geen ongeregeldheden ontstaan. Maar al snel blijkt dat er nog veel meer ongedocumenteerden zijn die tot nu toe in de schaduw van de stad hebben geleefd, en die hun gezicht aan de buitenwereld willen laten zien. Het wordt drukker in het kamp, en burgemeester Eberhard van der Laan besluit dat het ontruimd moet worden. Met burgemeesters van andere Nederlandse gemeenten regelt hij dat er daarna in ieder geval noodopvang beschikbaar is voor de mensen van We Are Here, die door de ontruiming op straat komen te staan. In kleine groepjes, verspreid door het land.

We Are Here slaat het aanbod af. Want het gaat de groep niet alleen om onderdak. Dit kamp is meer dan een provisorisch onderkomen, het is een politiek protest.

De ontruiming van het tentenkamp in Osdorp is inmiddels vijf jaar geleden. En We Are Here is er nog steeds, inmiddels met zo’n tweehonderd mannen en vrouwen. In wisselende samenstellingen en omstandigheden trekken ze sinds dat eerste begin in 2012 van tijdelijk onderkomen naar tijdelijk onderkomen, van Vluchtkerk naar Vluchtflat, Vluchtkantoor, Vluchthaven en nog zo’n dertig andere, vaak gekraakte panden in Amsterdam. Vaak volgt snel weer een ontruiming. Dan pakt iedereen zijn tas en matras weer op, in de hoop de volgende nacht weer ergens onder de pannen te zijn. Deed de groep in de eerste jaren nog veel stof opwaaien in politiek en media, het vijfjarig jubileum van dit najaar ging schijnbaar geruisloos voorbij. Wat hebben die vijf jaar politieke strijd opgeleverd? En de andere kant van de medaille: wat heeft het protest de mensen gekost?

Een grijze ochtend in juli 2017. Cyriaque Kouenou fietst bedrijventerrein Verrijn Stuart in Diemen op. Op zijn fietskarretje ligt een bruin tweepersoons matras, met touw bijeengebonden. Gevonden bij het grofvuil. Voor een van de kantoorgebouwen stapt de tengere Ivoriaan af. De glazen deuren schuiven open, hij loopt met fiets en al naar binnen en parkeert die in de schemerige centrale hal. Voorheen huisde hier Arq Psychotrauma Expert Group. Nu wonen er zo’n zestig leden van We Are Here en is het gekraakte gebouw omgedoopt tot Vluchtdiemen 2. Kouenou opent een deur in de hoek van de hal. Daarachter ligt zijn kamer. ‘Bienvenu’, lacht hij. ‘Thee?’

Hij kookt water, opent een bus Pringles en nestelt zich in een leunstoel. Van alle ruimtes waar hij de afgelopen jaren heeft geslapen, van tenten en de ijzig koude Vluchtkerk tot een met doeken afgezet hoekje in Vluchtdiemen 1, lijkt deze misschien nog wel het meest op een eigen huis. Voor de kantoorramen hangt grijze vitrage. De kamer is aangekleed met straatvondsten, hij heeft zijn muziekinstrumenten bij de hand, en achter een dun wandje staat een groot wit bed. Hier leeft hij, hier maakt hij muziek, hier oefent hij Nederlands met het kleuterprogramma Bibbeltje Big op tv.

Medium cyriaque 4981
Cyriaque in zijn nieuwe woonplek Vlucht­diemen 2, een pand dat voorheen psychiatrische patiënten opving, 2017

Wat het resultaat is van vijf jaar We Are Here? Hij moet er even over nadenken. ‘Uit de oprichting van We Are Here zijn positieve dingen voortgekomen’, begint hij voorzichtig. ‘De Nederlandse bevolking heeft ons verhaal leren kennen. Nederlandse mensen hebben altijd voor ons klaargestaan, ze hebben ons geholpen. Of het nou financieel, moreel of praktisch was. En wij zijn als groep één grote familie geworden. We zijn samen en we helpen elkaar.’

‘Nederlandse mensen hebben altijd voor ons klaargestaan en geholpen. Of het nu financieel, moreel of praktisch was’

Na zeven jaar in Nederland heeft hij nog weinig zicht op verbetering van zijn status. Dit in tegenstelling tot de bijna honderd groepsgenoten die in de loop der jaren alsnog een verblijfsvergunning hebben gekregen. Kouenou haalt zijn schouders op. Hij probeert zich in zijn lot te schikken, zoals hij sinds de begindagen van We Are Here heeft gedaan, al was de spanning soms van zijn gezicht te lezen. ‘Als ergens een deur dicht gaat, gaat ergens anders een deur open’, zei hij bij de ontruiming van de Vluchtkerk. Een andere keer: ‘Je kunt niet iedere dag lachen, maar je kunt ook niet iedere dag huilen.’ En: ‘Als ik ziek ben, probeer ik te denken: tegenslagen maken me sterker. Obstakels geven een artiest kracht. Heb je wel eens een miljardairszoon gezien die artiest was? Wat heeft die te melden? Die heeft niks doorleefd.’

Want Cyriaque Kouenou heeft een ander project dat hem op de been houdt: de muziek. Muziek hielp hem in het tentenkamp en in de Vluchtkerk-tijd om zijn rug recht te houden. Hij richtte de We Are Here-band op, waarmee hij uiteindelijk meermalen in Paradiso optrad. In rustigere periodes zat hij vaak met een kladblok op schoot nieuwe liedteksten te schrijven. En nu, na vijf jaar strijd, neemt hij in een muziekstudio een cd op. ‘Ik zing niet direct over mijn eigen situatie, maar over het leven’, zegt hij. ‘Migratie is onderdeel van het leven. Het is een natuurverschijnsel – kijk maar naar vogels en andere dieren die in andere werelddelen overwinteren. Dat is de natuur. Het is vals om dat als een probleem te zien.’

‘Ik ben een strijder. Ik strijd voor internationale rechtvaardigheid en tegen geweld. Natuurlijk is het soms zwaar, maar ik ben niet teleurgesteld dat ik nog altijd in dezelfde situatie zit. In mijn land hebben we een gezegde: je kunt niet zaaien en oogsten op dezelfde dag. Vijf jaar? Ik kijk helemaal niet naar de duur van ons protest. Het resultaat zien we morgen pas. Na morgen komt er weer een morgen. En ik hoop dat anderen ooit de vruchten kunnen plukken van wat wij hier geplant hebben.’

In de hoek van Cyriaque Kouenou’s kamer gaat een deur open, waardoor groepsgenoot Roméo binnenkomt. Roméo kwam twee jaar geleden bij We Are Here en is nu woordvoerder van de subgroep van Franstaligen en Soedanezen die in Vluchtdiemen 2 leven. ‘Luister’, zegt hij met zijn diepe basstem: ‘Oké. Cyriaque is mijn vader en mijn beste vriend. En hij heeft gelijk. Maar zijn verhaal is niet het verhaal van iedereen.’

Want de groep We Are Here is nog altijd groot en divers. Na vijf jaar is het soms moeilijk de strijdvaardigheid en eenheid in de groep te bewaren. Natuurlijk, er zijn de afgelopen jaren successen geweest. Niet alleen kregen dus ruim negentig mensen, vaak na een hernieuwde asielaanvraag, alsnog een verblijfsvergunning, de ‘achterblijvers’ leven in betere omstandigheden dan in de eerste periode: ze hebben kleinere subgroepen gevormd en vinden panden waar het relatief goed toeven is. Sommige supporters uit de beginjaren zijn nog steeds actief betrokken en hebben bestendige projecten opgezet, die de groep de kans geven iets zinvols te doen: van Nederlandse les tot buddy’s, van voetbalteam We Are Here FC tot het We Are Here Media Team en de We Are Here Academy.

Demonstraties zijn er veel minder dan in de beginjaren. Veel mensen zijn moe. Zo zucht Selemani uit Burundi dat hij overweegt een nieuwe procedure te starten, maar dat hij eigenlijk niet weet of hij de bijbehorende spanning nog een keer aankan. Adam uit Soedan grijnst zenuwachtig dat hij in acht jaar tijd al vier keer in vreemdelingendetentie heeft gezeten. Vier keer werd hij weer op straat gezet omdat het niet lukte hem uit te zetten. ‘Onze president is een dictator die voor het Internationaal Gerechtshof wordt gedaagd. Naar zo’n land kan ik toch niet terug?’ En hoe langer woordvoerder Roméo zelf over de groep praat, hoe meer frustratie er in zijn stem doorklinkt en hoe harder hij spreekt.

‘In dit gebouw mogen er geen mensen meer bij komen. Op de bovenste verdiepingen is asbest gevonden. Daar mag niemand komen. En ik ben ook bang dat we de groep niet in de hand hebben als die groter wordt. Dit gebouw is niet van ons, snap je? We moeten ons hier gedragen. Ik wil geen ruzies, ik wil dat het schoon is, en dat mensen hier rust krijgen. Mensen worden anders langzaam gek. Dat heb ik al zo vaak zien gebeuren. We zijn allemaal moe. Ik ben hier nu al vijftien jaar en ik sta nog steeds met één voet binnen en één voet buiten. Zo lang vechten, dat houdt niemand vol.’

Vijf jaar na de oprichting van We Are Here zou je kunnen zeggen: een ‘solution’ voor het asielgat, waar de groep in de begintijd om vroeg, is er nooit gekomen. ‘We are still here’, verzuchten de mensen. ‘We are still suffering.’ Toch zijn er ook op politiek vlak dingen veranderd, die mede door We Are Here in gang zijn gezet.

Zoals Cyriaque terecht aangeeft: het probleem van ongedocumenteerde vreemdelingen bestond uiteraard al langer, maar is mede dankzij de groep zichtbaarder geworden. ‘Dat heeft mij erg geholpen’, zegt mensenrechtenadvocaat Pim Fischer, die in 2013 namens de Conference of European Churches een aanklacht indiende tegen de Nederlandse staat bij het Europees Comité voor Sociale Rechten. Hij bepleitte daar dat ieder mens recht heeft op onderdak, voedsel en kleding, onafhankelijk van zijn status. Hij was al jaren bezig de aanklacht voor te bereiden, maar We Are Here maakte zichtbaar waar hij het over had. En hij won de zaak. Nederland moet daardoor zorgen voor basale opvang voor iedereen, dus ook voor ongedocumenteerden.

Iets daarvoor, in het najaar van 2013, doet de gemeente Amsterdam de leden van We Are Here een laatste handreiking. Het pand waar zij dan bivakkeren, in het centrum van de stad, zal ontruimd worden. De gemeente ziet dat de mensen rust nodig hebben om na te denken over hun toekomst, zonder alleen maar bezig te zijn met overleven. 159 mensen die zich in de tijd van de Vluchtkerk hebben geregistreerd, kunnen nu een half jaar lang opvang, weekgeld en dagbesteding krijgen in een voormalig huis van bewaring in de Havenstraat. Dat is op dat moment ongeveer de helft van de groep. In ruil voor opvang in de ‘Vluchthaven’ moeten ze actief meewerken aan hun toekomst. ‘Bij de overgrote meerderheid zal dat terugkeer naar het land van herkomst betekenen, laten we dat maar eerlijk zeggen’, zegt burgemeester Van der Laan tijdens een raadsvergadering.

‘Zonder papieren is er ook leven, maar ik leef nu als een boom, en ik zou willen leven als een vogel’

Ondersteuners van We Are Here geven herhaaldelijk aan dat zes maanden niet genoeg is om op adem te komen én een nieuwe procedure te voeren. Als het project in mei 2014 afloopt, zijn van de 128 mensen die aan de Havenstraatpilot meededen uiteindelijk maar twee mensen teruggekeerd. De proef krijgt geen vervolg, en de groep staat weer op straat.

Medium notweg2012nov10580
Aan de Notweg is een protestkamp opgezet waar mensen enkele weken hebben gebivakkeerd, 2012

Maar: uiteindelijk liggen deze pilot en de uitspraak in de zaak van Fischer ten grondslag aan het Programma Vreemdelingen dat de stad daarna instelt voor ongedocumenteerden, en waaronder ook een bed-, bad- en broodopvang (bbb) voor 170 mensen valt. Dat is een politieke verandering die misschien niet direct ten goede komt aan de groep, want mensen van We Are Here maken maar weinig gebruik van de bbb, maar het is wel een stap voor alle ongedocumenteerden in de stad.

Toch is er ook een andere kant aan dit verhaal. Een politieke strijd van jaren eist zijn tol. Als begin 2014 de helft van de groep in de Vluchthaven zit, met weekgeld, warmte, een eigen kamer, en zelfs dagbestedingsprojecten, betrekt de andere helft, die niet mag meedoen aan de pilot, een leegstaande parkeergarage in Amsterdam-Zuidoost: de Vluchtgarage. Waar sommigen de Havenstraat zien als een ‘handreiking’ van de gemeente, zien anderen het als een nieuwe poging de groep te verdelen. En wie denkt dat We Are Here het niet slechter kan treffen dan in de oude, koude, vieze Vluchtkerk, komt bedrogen uit. Warm water is er niet. Koud water wel. Dat loopt er soms ook over de vloer. Er is een tekort aan voedsel en een overschot aan muizen. Veel privacy hebben mensen er niet, en spanningen lopen onder de veelal getraumatiseerde bewoners geregeld hoog op. Het gebrek aan vooruitgang en perspectief breekt de bewoners.

‘Als er niks verandert gaan hier doden vallen’, waarschuwen supporters en bezoekers herhaaldelijk. Het College voor de Rechten van de Mens roept de gemeente Amsterdam en de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie op onmiddellijk in te grijpen in deze ‘niet-menswaardige’ leefomgeving. ‘Voorkom dat het zo ver komt dat er daadwerkelijk mensen sterven.’ Maar de situatie in de Vluchtgarage verandert niet. Na een vechtpartij sterft op 24 augustus 2014 Somaliër Nassir Guuleed, alias Hamza.

‘Dat was verschrikkelijk’, zegt advocaat Pim Fischer, die sinds 2013 ook tientallen mensen uit de groep juridisch bijstond, en hier toevallig zowel de dader als het slachtoffer. Herhaaldelijk had hij gewaarschuwd voor het agressieprobleem van de één en de kwetsbaarheid van de ander. Maar met die waarschuwingen was niets gedaan. ‘Deze mensen leven zonder toekomst. Dat is inhumaan. Dat is ook erkend in het strafrecht: om die reden mogen we geen levenslange straffen geven die daadwerkelijk levenslang duren. We moeten concluderen dat er doden zijn gevallen in deze groep. Veel mensen hebben het zien aankomen, maar er is niks gebeurd.’

Hamza is niet het enige sterfgeval in de groep. Jean-Paul Baba uit Burundi verdronk in een Amsterdamse gracht. Afsana uit Azerbeidjan werd dood aangetroffen in een park in Hasselt. Hashim Gmal uit Soedan en Asharaf Alkot uit Libië verdronken. Ibrahim Touré uit Ivoorkust wilde tijdens een ruzie tussenbeiden komen en viel in een trapgat van het Vluchtgebouw, toen daar de trapleuning afbrak. Hij overleefde, maar raakte invalide.

Na de Havenstraatpilot scheiden de wegen van de groep en de gemeente. We Are Here raakt verdeeld over verschillende panden in de stad, en wordt nu niet anders behandeld dan ‘reguliere’ krakers die een risicovolle kraak plegen. De gemeente kijkt waar de mensen zitten, of de eigenaar aangifte heeft gedaan en of er een nieuwe bestemming is voor het pand. Voor leegstand wordt in principe niet ontruimd. Was de relatie tussen groep en gemeente soms betrokken en soms moeizaam, inmiddels is die bijna non-existent. Wel kan ieder individu zich net als andere ongedocumenteerden melden bij het Vreemdelingenloket, voor individuele hulp.

Medium vltoren2015sept53446
Bewoners van de Vluchttoren, een voormalig kantoorpand, moeten daar weer vertrekken, 2015

Hoe moet het verder met We Are Here? Met al die mannen en vrouwen die in de marges van de hoofdstad leven van gunsten en donaties, terwijl ze nog altijd vastzitten in een politiek probleem waar geen oplossing voor lijkt? Maken we over vijf jaar het tienjarig jubileum van de groep mee?

Advocaat Fischer verwacht het niet. Hij ziet beweging op juridisch vlak. Op 5 juli 2017 deed de Raad van State vier uitspraken waar hij veel van verwacht als het gaat om het ‘asielgat’. Tot nu toe konden mensen vrij gemakkelijk op straat worden gezet, met als onderbouwing dat opvang er alleen is voor mensen die meewerken aan terugkeer. Met de nieuwe uitspraken wordt de staatssecretaris verplicht om in zo’n geval met feiten te onderbouwen dat iemand niet meewerkt aan terugkeer. Als blijkt dat iemand wel meewerkt maar niet terug kán, moet de staatssecretaris beoordelen of een verblijfsvergunning moet worden afgegeven. ‘Hiermee wordt dus eigenlijk gesteld dat het asielbeleid geacht wordt sluitend te zijn’, zegt Fischer. ‘Dat heeft enorme gevolgen. Als het beleid sluitend is, betekent dat dat iemand een traject in gaat en aan het einde ofwel wordt uitgezet, ofwel een verblijfsvergunning krijgt. Iemand zomaar op straat zetten, zoals bij de individuele mensen van We Are Here vaak gebeurd is, kan dan niet meer. “Klinkeren” kun je niet motiveren: iemand moet ofwel uitgezet zijn, ofwel een verblijfsvergunning krijgen. Dit is dus echt meer dan een lichtpuntje in de zaak van het asielgat. Met deze uitspraak gaan we heel ver komen.’

Ondertussen probeert Cyriaque Kouenou de moed erin te houden, al weet hij dat ook Vluchtdiemen 2 binnenkort weer ontruimd kan worden. Hij tokkelt op zijn gitaar en zegt: ‘Ik heb nog altijd geen papieren. Zonder papieren is er ook leven, maar ik leef nu als een boom, en ik zou willen leven als een vogel, met de vrijheid die daarbij hoort. Papieren maken dat veel gemakkelijker. Wij strijden door. Het is niet gemakkelijk de politiek te veranderen, maar samen kunnen we veel. Mieren zijn ook maar kleine beestjes, maar als ze met genoeg zijn, kunnen ze een olifant laten rennen.’


Op 17 november 2017 is ook Vluchtdiemen 2 ontruimd. Cyriaque, Roméo en tientallen anderen stonden weer op straat. Ze verblijven nu tijdelijk bij een andere subgroep van We Are Here