Wat is er mis met de wijk Hordijkerveld ?

«Wij zijn de Kosovaren van Rotterdam-Zuid»

Er is eigenlijk niet veel mis met de wijk Hordijkerveld in Rotterdam-Zuid. Toch moet de buurt tegen de vlakte. Een stukje sociale vernieuwing met de slopershamer.

Hordijkerveld in de zomer ruikt naar bloemen en gras. Wie zich op een lome zondagmiddag op de smalle voetpaden van het vredige buurtje begeeft, waant zich al snel in een vestiging van Center Parcs, het ultieme kuuroord voor de kleine man. De keurig onderhouden tuinen staan in volle bloei, molentjes draaien, tuinkabouters grijnzen de wandelaar aan, hier en daar blinkt een goudvis in een vijvertje in het zonlicht. Een paar kinderen spelen basketbal. Voor de rest is de stilte overweldigend. Je kunt de vogels horen fluiten, behalve als Feyenoord in de Kuip speelt: dan hoor je bij een goal van de thuisclub het tot één sonore brom versmolten gejuich uit tienduizenden Rotterdamse kelen uit het nabijgelegen stadion daveren. Daarna herneemt de stilte zich — zelfs het geraas van het grote Europese verkeershart rond de Van Brienenoordbrug weet niet door te dringen tot dit paradijselijke stukje Suburbia in het hart van Groot-IJsselmonde, thuisland van het volk dat door de Rotterdamse dichter Jules Deelder, van gene zijde van de Maas en dus Spartaan, steevast pleegt te worden aangeduid als «de boeren van Zuid».

Hordijkerveld werd gebouwd tussen 1958 en 1963. Op de met zand en baggerslib uit de uitgegraven havens van Waal, Rijn en Maas opgespoten polders achter de Hordijk, de dijk die nog steeds als een lang smal lint de grenzen van de wijk markeert, werden op last van de havenbaronnen van Rotterdam in rap tempo goedkope, doch naar de normen van die tijd behoorlijk luxueuze woningen uit de grond gestampt: lage flats en vooral laagbouwwoningen in rijtjesblokken, elk met eigen tuin, alwaar het personeel van de havenbedrijven en de scheepvaartkantoren werd ondergebracht. Sommigen van de bewoners waren inderdaad «boeren», afkomstig uit Brabant en de Zeeuwse of Zuid-Hollandse eilanden. Maar er zaten ook veel echte Rotterdammers tussen, gedwongen om de oversteek naar Zuid te maken sinds de Duitse bombardementen van mei 1940 weinig meer van de oude stad hadden overgelaten.

Zelf kwamen we van de Varkenoordseweg, in oud-Zuid dus, waar we inwoonden bij mijn opa en oma op zolder, direct tegenover de Kuip en een rangeerterrein van de Nederlandse Spoorwegen. De verhuizing naar de polder, in 1963, markeerde voor mijn ouders het begin van een zelfstandig bestaan. Het was ook vooral een kwestie van pionieren. De wijk was nog jaren in aanbouw. Overal lag zand. Men bewoog zich voort over wiebelende planken. De flats aan de Emelissedijk bestonden nog uit geraamtes. De geur die toen overheerste, kwam uit de grote metalen rioolbuizen die overal nog onder de grond moesten worden gewerkt. Voor kinderen was het er behoorlijk avontuurlijk. Je kon uren dwalen door de bosjes. In de grote bouwputten werden hele ridderslagen gereconstrueerd.

Het waren de jaren van snelle vooruitgang, van de renaissance van Rotterdam-Zuid. Het doelpunt van Joop van Daele in de wedstrijd om de wereldcup tussen Feyenoord en de Argentijnen van Estudiantes de la Plata, in 1971, markeerde ook voor Hordijkerveld het begin van een glorietijd. Er kwamen winkels, nieuwe flats verrezen op gedempte moerassen, er werden vijvers en singels gegraven, elk weekend werd er wel ergens een lint doorgeknipt, drumkorpsen marcheerden af en aan, op zaterdagochtend poetsten alle vaders hun spiksplinternieuwe eerste auto op, terwijl uit de nabijgelegen garages de elektrische flarden klonken van een hele rits Rotterdamse rockbands die aldaar werden geboren. Het was de tijd van de Thunderbird-vliegtuigen, Batman-capes, Robbedoes, Kuifje, Kijk, Pep en TV-2000, vetleren Adidas-voetbalschoenen, honkbalknuppels, Saroma-toetjes en spinazie à la crème. Op de vele grasvelden in de wijk werd eindeloos gevoetbald. Op zondag toog men massaal naar de Kuip, of naar de Winnetou-voorstellingen in bioscoop Colosseum (met Pierre Briece als de nobele indiaan en Lex Barker als Old Shatterhand) op de Beyerlandselaan, te bereiken met tramlijn 2.

Natuurlijk, het leven in Hordijkerveld kende ook zijn beperkingen. Voorzieningen voor de opgroeiende jeugd waren nogal minimaal. Wie ’s avonds niet de lange reis naar de stad maakte, was aangewezen op een blikje bier bij de benzinepomp of van de snackbar, te nuttigen in de doodse stilte van de slapende wijk. Van ellende klom men maar op een telefooncel of op het dak van de plaatselijke kerk. Van een beetje serieus jongerenvandalisme wilde het maar niet komen.

Zo is Hordijkerveld eigenlijk altijd gebleven. Een oase van rust in het hart van Rotterdam-Zuid, waar de tijd leek stil te staan. De meeste kinderen die er opgroeiden, trokken uiteindelijk weg. Hun ouders bleken echter honkvast. Ze verbouwden de woningen tot kleine paleisjes, braken muren uit, legden fatsoenlijke badkamers en toiletten aan. De combinatie van de lage huur, de ruim bemeten tuinen, de uitstekende bereikbaarheid en de eeuwige rust weerhield het merendeel van de Hordijkervelders van een verhuizing naar een koopwoning elders in Zuid of in verderaf gelegen groeicentra als Barendrecht en Hendrik-ido-Ambacht.

Heden is die eerste generatie bewoners met pensioen of op de drempel daarvan. En juist in die cruciale fase van welverdiende rust na een noest en werkzaam leven krijgen deze mensen nu de schok van hun leven te verwerken. Want Hordijkerveld moet worden gesloopt. Binnen enkele jaren moeten hier negenhonderd woningen tegen de vlakte om plaats te maken voor wat de plaatselijke deelgemeente en woningbouwvereniging Estrade «een stukje sociale vernieuwing» noemen. Wie de plannen van «Project Hordijkerveld» echter op hun merites beoordeelt, moet vaststellen dat hier sprake is van een bijna stalinistisch relocatieprogramma. Niet voor niets noemen de bewoners van Hordijkerveld zich nu al «de Kosovaren van Zuid».

Huisbaas en gemeente loeren al enkele jaren op het parkachtige wijkje. Na een valse start met enkele controversiële voorstellen voor een «bouwkundige aanpassing» ging deze maand dan de kogel door de kerk. Per brief kregen de bewoners te horen dat hun woningen tussen 2002 en 2004 zullen worden gesloopt om plaats te maken voor vooral veel koopwoningen. Om de huizen leeg te krijgen, wil de gemeente twee grote ouderenflats aan de rand van de wijk bouwen. Daar moeten die te evacueren Hordwijkervelders dan en masse in. De woningen die ze aldus achterlaten, gaan dan vervolgens tegen de vlakte.

«We moeten nu ingrijpen, zodat deze groene woonwijk op deze prachtige locatie weer veertig tot vijftig jaar meekan», aldus verantwoordelijk deelgemeentewethouder Marco Rook in de informatiekrant die in de buurt werd rondgedeeld. «Want doen we niets, dan gaat het bergafwaarts met Hordijkerveld.»

Ook Karin Schrederhof, vestigingsdirecteur van woningcorporatie Estrade Wonen, de huisbaas van de buurt, blijkt die apocalyptische mening toegedaan. Hordijkerveld blijkt zonder dat de bewoners zich dat ook maar een minuut hebben gerealiseerd, al in de greep te zijn van een enorme crisis. «De situatie is zorgwekkend», aldus de directrice. «Dat komt door de eenzijdige woningvoorraad. Er staan hier voornamelijk goedkope en kleine huurwoningen. Verhuizen naar een grotere en of betere woning binnen de wijk is bijna niet mogelijk. Dat betekent dat mensen nood gedwongen weggaan die hier eigenlijk dolgraag zouden willen blijven. Aan de andere kant komen mensen de wijk binnen die aangewezen zijn op de goedkoopste huurwoningen en die niet echt voor Hordijkerveld hebben gekozen. Dat zijn vaak mensen uit kwetsbare groepen. Een concentratie van kwetsbare mensen die niet positief kiezen voor een buurt kan problemen opleveren, is onze ervaring elders. Die spiraal kun je alleen doorbreken door mensen die echt voor de wijk kiezen vast te houden of binnen te halen.»

Dus namen gemeente en Estrade Wonen architect Jan Scholtens in de armen. Diens «masterplan» voorziet in de afbraak van maar liefst negenhonderd laagbouwwoningen. Die woningen voldoen «niet meer aan de eisen van de tijd», zo wordt de bewoners voorgehouden tijdens een serie «informatiebijeenkomsten». Het probleem van deze opvatting is dat hij in het geheel niet wordt gedeeld door diezelfde bewoners. Of Hordijkerveld echt in opstand zal komen tegen de sloopplannen is de vraag. Net als alle andere Rotterdammers gelooft men hier niet echt in verzet. Zaken die in Amsterdam zonder enige twijfel tot een volksopstand zouden leiden, worden door de wat fatalistischer ingestelde bewoner van de Maasstad al gauw als onomkeerbaar gezien. Over enkele jaren zal er waarschijnlijk geen spoor meer van het paradijsje bestaan. Of zal dit eiland der stilte toch nog veranderen in een broeinest van opstand en verzet?

Wel als het aan het echtpaar Van der Hagen ligt, woonachtig in het ook voor sloop genomineerde Kerstendijk. Dit echtpaar nam het voortouw in het sluimerende verzet. «Onze huizen gaan nog wel vijftig jaar mee», aldus de Van der Hagens in een interview met het Rotterdams Dagblad. «Tien jaar geleden hebben ze alles nog opgeknapt. We hebben dubbele beglazing, kunststof gordijnen, noem maar op. We hebben nergens last van. Niet één scheurtje in de muur en ook geen wateroverlast.»

Het echtpaar is «domweg gelukkig in Hordijkerveld». «Zo'n tuin krijg je nergens meer. We wonen hier gewoon in een paradijsje.» Ze streken in 1962 neer in hun vijfkamerwoning. «Ik kwam van het Noordereiland», aldus de heer des huizes. «Ik had in mijn leven nog nooit gras gezien. Moet je nagaan hoe blij we waren toen we deze woning kregen. Het was alsof we het hele jaar op vakantie waren.»

Het interview met het echtpaar stak de beleidsmakers vooral omdat er een fundamenteel wantrouwen tegen hen en hun motieven werd uitgesproken. Het zou in hun ogen vooral een centenkwestie zijn. «Ze zeggen dat de buurt verpaupert en verarmt. Nou, dat valt wel mee. Wij zijn blij dat we een betaalbare huurwoning hebben. Volgens mij willen ze bij Estrade Wonen gewoon een grotere opbrengst.»

Die opvatting is onder de bewoners breed gezaaid, zo bleek tijdens de informatiebijeenkomst over het plan-Hordijkerveld die afgelopen maandagavond werd gehouden. De presentatie van het sloopplan oogstte daar vooral hoon. De argumentatie om tot sloop over te gaan, is dan ook op drijfzand gebaseerd. In de eerste plaats houden de plannenmakers de bewoners nogal retorisch voor dat hun wijk aan het «verkleuren» is. De nieuwe bewoners van Hordijkerveld zijn niet zelden afkomstig uit Turkije of de Antillen, en zijn hier komen wonen in omstandigheden die in veel doen denken aan de eerste generatie Hordijkervelders aan het begin van de jaren zestig. Het zijn veelal kinderrijke families, die de wijk hebben behoed voor vergrijzing.

Die «allochtonisering» van de wijk verloopt eigenlijk tamelijk harmonieus. Toch gebruiken de opstellers van het sloopplan juist deze ontwikkeling ter rechtvaardiging. Ze stellen dat de «sociale veiligheid» aan het verslechteren is, hetgeen een lachertje is in vergelijking met andere Rotterdamse buurten. Er gebeurt eigenlijk nooit wat in Hordijkerveld. De laatste keer dat er een politieauto is gesignaleerd, is alweer enkele decennia geleden. Het is alsof de beleidsmakers misbruik willen maken van sluimerende gevoelens van xenofobie om hun stalinistische relocatieprogramma erdoor te krijgen.

Ten tweede grijpen de slooppropagandisten aan dat de bedoelde woningen technisch gezien weliswaar nog lang niet aan het eind van hun Latijn zijn, maar dat ze qua wooncomfort inmiddels zijn «achterhaald». Ook dit argument valt niet echt in goede aarde. Als gemeente en huisbaas dan werkelijk zo bezorgd zijn over de kwaliteit van het wonen in Hordijkerveld, waarom slopen ze dan niet de kleine flatwoningen in de buurt, die inderdaad zeer klein bemeten zijn? Deze flats blijven in het masterplan echter allemaal overeind. Wat moet wijken, zijn nu juist die laagbouwwoningen met tuin, woningen die tegen dit bedrag (de huur ligt tussen de 580 en achthonderd gulden) nergens in Rotterdam meer te verkrijgen zijn. De woningen zijn ook bepaald niet waardeloos. Hun waarde wordt in de aanslagen van de onroerend-goedbelasting geschat op 185.000 gulden, zodat de voorgenomen sloop een kapitaalvernietiging van bijna tweehonderd miljoen zou betekenen. En dat terwijl er in Rotterdam heel wat wijken zijn aan te wijzen waar de leef omstandigheden aanzienlijk basaler zijn dan in Hordijkerveld. Als men werkelijk was begaan met de schamele woonomstandigheden van de Rotterdammers waren er wel gebieden met veel hogere prioriteit aan te wijzen.

De bewoners van Hordijkerveld hebben dan ook niet het idee dat gemeente en Estrade werkelijk bezig zijn hun leven te verbeteren. Voor het gros van hen zal gedwongen verhuizen uit de laagbouw de gang naar een verdrietig ouderencomplex betekenen. De koopwoningen die ervoor zullen terugkeren, zullen voor verreweg de meesten onbetaalbaar zijn.

Wat veel bewoners steekt is dat Hordijkerveld de afgelopen jaren stelselmatig is verwaarloosd door gemeente en door de huisbaas. Er werd geen cent gestoken in onderhoud van het groen of in afwatering. Het resultaat is dat de oogstrelende voetbalvelden van vroeger langzaam veranderden in drassige modderpoelen. De deelgemeente, die deze situatie dus eerst jaren liet voortduren, grijpt die «verpaupering» nu aan om de hele wijk tegen de vlakte te gooien. Kennelijk is hier sprake van een strategie van Verelendung. Dezelfde strategie werd gehanteerd bij het toewijzen van woningen: eerst plaatst men en masse lagere-inkomensgezinnen in de vrijgekomen woningen, en vervolgens zegt men dat de buurt tegen de vlakte moet omdat er te veel arme c.q. bruine mensen wonen, en dat de «economische dynamiek» van de wijk gebaat is bij de komst van kapitaalkrachtige bewoners van koophuizen. Ziedaar de sociale vernieuwing anno 2001. Het mag tekenend heten voor de nieuwe wind in het Rotterdamse stadhuis, waar heden de eerste VVD'er sinds mensenheugenis de stadsketting draagt. Onder de onlangs overleden Wim Thomassen was een dergelijke monstruositeit in elk geval ondenkbaar geweest.