Het tegengeluid van de Poolse intelligentsia

‘Wij zijn de overvloedige mensen van Toergenjev’

Omdat in het Poolse parlement geen enkele linkse partij meer zit, moet links terugvallen op buitenparlementaire organisatie. Slawomir Sierakowski doet dat met zijn Krytyka Polityczna. ‘Kaczynski is een oorlog begonnen tegen de liberale democratie.’

Medium anp 35617417

‘Het idee van de geëngageerde intelligentsia is een Oost-Europese uitvinding; voor mij is hun ethos heel belangrijk, en we hebben ze meer nodig dan ooit.’ Slawomir Sierakowski, Poolse intellectueel en activist, is betrokken bij de protesten tegen de dictatoriale neigingen van Jaroslaw Kaczynski’s partij Recht en Rechtvaardigheid (PiS) die de absolute meerderheid haalde in de Sejm, het parlement.

Reactionair rechts is in Polen oppermachtig. Wat betekent het om in zo’n klimaat links te zijn? Sierakowski wanhoopt niet. Hij vergelijkt de positie van linkse intellectuelen en politieke activisten met die van de democratische intelligentsia uit het tsaristische Rusland van de negentiende eeuw.

Slawomir Sierakowski is een radicale politieke denker, al krijgt dat radicalisme vooral reliëf door de politieke stroom waar hij tegenin zwemt. Hij werd opgeleid als socioloog door Ulrich Beck en was als visiting fellow verbonden aan Amerikaanse universiteiten als Princeton, Harvard en Yale. Hij schreef talrijke essays en had tot anderhalf jaar geleden columns in The New York Times. In zijn thuisland Polen is hij oprichter en hoofdredacteur van Krytyka Polityczna, een Poolse publicatie van gelijkgestemde linkse intellectuelen en activisten. De organisatie heeft eigen culturele centra in Polen en in het buitenland (waaronder Oekraïne), een uitgeverij die zich met name toelegt op het vertalen van (politieke) beschouwingen uit en naar het Pools, en zelfs sociale voorzieningen, waaronder een crèche.

De loopbaan van Sierakowski kreeg een flinke impuls na zijn initiatief in 2003 voor de publicatie van een open brief aan het Europese publiek, waarin hij zich namens een grote groep intellectuelen en activisten uitsprak over de toen in ontwerp zijnde Europese grondwet. Sierakowski vond destijds dat zijn groep pro-Europeanen niet door de conservatieve Poolse regering werd vertegenwoordigd. Polen mocht in een Europa dat zich in de richting van een steeds hechtere unie bewoog niet de rol vertolken van een obstakel tegen verdere integratie, ‘een symbool van conservatisme en particularisme’.

Dertien jaar later is Polen precies dat symbool van conservatisme geworden. Sierakowski is, sinds de pogingen van de Poolse regering om de onafhankelijkheid van de publieke omroep aan banden te leggen en om het Constitutioneel Tribunaal tandeloos te maken, drukker dan ooit.

In oktober, kort na de monsterzege van PiS, voorspelde Sierakowski in Krytyka al dat Kaczynski de aanval zou openen op rechters en de media, maar ook stelde hij dat Polen nog geen Hongarije was. De PiS, door anti-immigratieretoriek vooruit gestuwd, moest gezien worden als een doodgewone extreem-rechtse Europese partij: het ‘ironische resultaat van Polens integratie in het Westen’.

Inmiddels is de situatie veranderd. Kaczynski deed wat Sierakowski voorspelde, maar heviger dan verwacht. Sierakowski schrijft nu: ‘Kaczynski is een oorlog begonnen tegen de liberale democratie. Hij opereert vlugger dan Orban en Erdogan. We moeten een gemeenschappelijk front organiseren. Het voornaamste strijdtoneel zijn de massamedia en de straten, waar men voor het eerst sinds het eind van de sovjettijd weer massaal demonstreert. De publieke omroep is overgenomen en de regering probeert ondertussen de overige media ook te knevelen. Kaczynski knijpt subsidie af voor organisaties die zich niet schikken naar zijn wil, om te beginnen voor Krytyka. Het bedroeft me dat dit gebeurt, maar ik voel me ook meer op mijn plaats dan ooit, vechtend voor mijn ideeën.’

Medium sierakowski2014

Voor het eerst in de postcommunistische geschiedenis van Polen is er geen enkele linkse partij vertegenwoordigd in het parlement. Het maakt de positie van links in Polen ondankbaar, en die van denkers als Sierakowski in het bijzonder. Wat te doen? En waarom zijn de (uiterst) rechtse partijen in heel Europa zo succesvol?

‘Ik zou er veel voor geven om vandaag weer mensen als Vaclav Havel te hebben, maar ook hij zou de verkiezingen verliezen’

‘Er speelt een aantal factoren’, zegt Sierakowski. ‘Er zijn lange-termijntendensen zoals het verdwijnen van de verschillen tussen politieke partijen van de mainstream. De verschillen tussen partijen in het midden zijn verdampt. De consequentie is dat mensen op zoek gaan naar verschil, omdat men iets te kiezen wil hebben. Als ze de indruk hebben dat ze niet kunnen kiezen, dan voelen mensen niet dat ze echt burger zijn. Kijk naar de laatste Europese verkiezingen; waarom stemt een vierde van de Europeanen op een extreem-rechtse partij? Omdat onder de gevestigde partijen alles voor de verkiezingen al min of meer besloten is: wie de commissarissen gaan worden, wie de voorzitter van het parlement mag leveren, enzovoort. Met wat voor een gevoel gaan mensen dan naar het stemhokje?’

Daarnaast heerst er een grote crisis op links, stelt Sierakowski: ‘Zelfs als linkse partijen de verkiezing winnen worden ze alsnog gedwongen rechts beleid te voeren. Syriza is het beste voorbeeld: een radicale linkse partij die een uiterst rechts economisch programma moet uitvoeren. Sociaal-democratische politiek is domweg onmogelijk geworden op nationaal niveau. Mensen zien dat er, zelfs als ze links stemmen, nog steeds geen links beleid volgt, en wat blijft er dan over? Zulke frustraties zijn niet eenvoudig weg te nemen.’ Als derde factor noemt hij de aanhoudende vluchtelingencrisis: ‘Waar men vluchtelingen opneemt verdubbelt het resultaat van uiterst rechts. Europa is extreem rijk, maar wil die rijkdom blijkbaar niet delen.’

Slawomir Sierakowski is een politieke radicaal, zonder twijfel, maar ook een kalme radicaal. Zijn toon is bijna neutraal, alsof hij eenvoudigweg de feiten opsomt zoals ze zijn. Hij wil ook geen pessimist genoemd worden, hij is niet verbitterd. Uit zijn houding spreekt een kalme aanvaarding van de werkelijkheid door iemand die weliswaar idealen heeft, maar verder volstrekt vrij is van illusies of valse hoop.

‘Ik ben geen pessimist. Ik ben realistisch over de huidige omstandigheden en optimistisch over de oplossingen. Natuurlijk, je kunt zeggen dat ik teleurgesteld ben over de huidige linkse politiek. Dat is de reden waarom ik mijn heil niet meer zoek in partijpolitiek. Dat instituut zal er nog een tijd blijven, maar het sterft langzaam weg. Partijpolitiek is geen synoniem voor democratie. Het werd uitgevonden in de negentiende eeuw en het kan evengoed weer verdwijnen en plaats maken voor iets nieuws. Politieke partijen zijn niet meer de gewortelde organisaties van vroeger, en we zien het effect ervan in de partijen die we nog hebben: er is een sterke negatieve selectie. We zien niet meer de echt krachtdadige leiders die we vijftig jaar geleden hadden. Het is de berlusconisering van de politiek. Ik denk niet dat het beter wordt.’

Op de tegenwerping dat de parlementaire politiek altijd een hechte relatie met partijpolitiek heeft gehad, zegt Sierakowski dat het hem niet te doen is om het afwijzen van de democratie zelf. ‘Ik ben huiverig om het fragiele systeem van de democratie te beroeren. Er is nooit iets beters uitgevonden, wel veel slechtere dingen. Wat ik bedoel is dat we misschien op zoek moeten naar partijpolitiek op een hoger niveau, maar dat lijkt in deze omstandigheden onmogelijk. We worden gedomineerd door de shitty cultuur van narcisme van kleine naties, Polen incluis. Die cultuur wordt opgestuwd door politieke partijen die bij wijze van oplossing de kaart van de nationale cultuur spelen. De problemen van natiestaten worden veroorzaakt door hun eigen inefficiëntie, en nationalistische partijen beloven die op te lossen door een beroep op het idee van nationale trots of zuiverheid, zonder vluchtelingen of anderen. Dat is ons dilemma. Mensen geloven niet meer dat dingen kunnen veranderen, de politiek is cynisch geworden en daardoor werd de samenleving ook cynisch, dus is het niet vreemd dat men zich egoïstisch gedraagt. Ik zou er veel voor geven om vandaag weer mensen als Vaclav Havel te hebben, maar ook hij zou vandaag de dag gewoon de verkiezingen verliezen.’

De middenklassefilosofieën bevinden zich in een crisis, zegt Sierakowski, en daarom is een alternatieve strategie noodzakelijk. Om aanknopingspunten voor die strategie te vinden kijkt hij terug naar het verleden, onder meer naar het leven en werk van de Poolse literaire criticus Stanislaw Brzozowski. Krytyka en Sierakowski ontlenen hun politieke ethos aan deze Poolse intellectueel. Brzozowski (1878-1911) was een marxistische literair criticus, schrijver en essayist. Hij stierf op 33-jarige leeftijd aan tuberculose, maar had toen al meerdere boeken en honderden essays geschreven. Bijna iedere Poolse denker van enige betekenis heeft over hem geschreven. Leszek Kolakowski behandelde Brzozowski uitgebreid in zijn grote Geschiedenis van het marxisme, Czeslaw Milosz schreef een literaire biografie. De historicus Andrzej Walicki omschreef zijn visie als diep doorleefd individualisme, en een prometheïsch marxisme waarin de mens centraal staat in plaats van de materialistische dialectiek.

Brzozowski was een fundamenteel eclectische denker en legde (zoals vóór hem de grote Russische denkers van de negentiende eeuw) grote nadruk op de taak van de intelligentsia om zich in te spannen voor de bevrijding en verheffing van de onderklasse. Krytyka begon vijftien jaar geleden met een ziedende j’accuse waarin de vermoeide en routineuze politieke cultuur van Polen werd aangeklaagd. De titel: ‘Intelligentsia: hulpeloos of dood?’

Brzozowski behoorde tot de Oost-Europese intelligentsia die hoopte invulling te geven aan de door haarzelf geschapen opdracht om naar het volk te gaan. Sierakowski: ‘Hij was een uitzonderlijk geëngageerd mens. Hij werkte het vel van zijn botten, als schrijver, als intellectueel en als activist. Hij was een fascinerende figuur. Iemand omschreef zijn werk ooit als “filosofische wodka”, maar zijn filosofie is diep humanistisch. Alle Poolse dissidenten onder het communisme, onder wie Milosz, zijn door hem beïnvloed.’

De invloed van Brzozowski is ook in het heden merkbaar. ‘Het is de taak van de intelligentsia’, zegt Sierakowski, ‘om weer “naar het volk te gaan”, zoals het in de negentiende eeuw werd genoemd. We leven in een geatomiseerde wereld, dus wat hebben we nodig? Bindmiddel. Als mensen weer samen problemen moeten oplossen moet er engagement zijn.’

‘Het doel van de intelligentsia moet een soort succesvolle zelfmoord zijn, dat wil zeggen: uiteindelijk overbodig worden’

Krytyka past in een lange Oost-Europese en Russische traditie, zegt Sierakowski, die voor West-Europeanen niet altijd even goed te vatten is. ‘Het woord “intelligentsia” is hier uitgevonden, in Oost-Europa in het midden van de negentiende eeuw. Het bestaan van de intelligentsia is een symptoom van achterlijkheid. Deze mensen wilden het gebrek aan sterke instituties compenseren, instituties die het Westen wél kende: steden, universiteiten, instituties van de staat. In het geval van Polen was er niet eens een staat. Dus als men een verlichte samenleving wilde, of het wilde opnemen voor de arbeiders of voor vrouwenrechten, dan was het cruciaal om een groep daadkrachtige mensen te hebben die bereid waren om hun bestaan aan het verwerkelijken van hun ideaal te wijden – bij uitstek het werk van de intelligentsia.’

Omdat er geen enkele linkse partij is vertegenwoordigd in het parlement moet men terugvallen op alternatieve, buitenparlementaire organisatie. ‘Links heeft in Polen problemen omdat het gedachtegoed altijd nog gebaseerd is op post-communisme, wat in essentie een reïncarnatie is van het oude idee – democratischer, en over het algemeen beter dan onder de communisten van vroeger, maar toch ouderwets, en niet links in de moderne zin van het woord. Wie werden in de jaren tachtig lid van de communistische partij? Dat waren geen linkse mensen, hun motivatie was anders: macht en status, invloed.’

Zoals de meeste landen uit het voormalige sovjetblok was Polen extreem onliberaal, betoogt Sierakowski, een direct resultaat van het communistische tijdperk. ‘Communisme functioneerde als een ijskast. Mensen ontwaakten aan het begin van de jaren negentig zonder enige invloed van feminisme of de homobeweging te hebben ervaren. Dus ook veel linkse dissidenten waren sociaal gezien nog vrij conservatief. Om nieuwe ideeën te laten landen moet je mensen organiseren, met ze in gesprek treden, en volhouden. Eerst lachen ze je uit. Daarna lachen ze je uit. Vervolgens lachen ze je nog steeds uit. Maar uiteindelijk, als je het overleeft en je staat er nog steeds, zul je mensen na lange tijd kunnen overtuigen.’

Die nadruk op constante organisatie – een proces dat zich volledig buiten de parlementaire context begeeft – is fundamenteel voor de taak die Sierakowski ziet voor Krytyka: ‘Als je jarenlang werkt met mensen, met name buiten de grote steden, moet je geëngageerd zijn. Het kost veel energie, maar uiteindelijk ben je succesvol omdat je in staat bent geweest gemeenschappelijke ervaringen te creëren. De eerste taak is het vormen van krachtig, geëngageerd burgerschap. De bovenbouw kan de basis hervormen, latere marxisten hadden het juist toen ze het publieke discours identificeerden als een belangrijke sleutel om de samenleving te veranderen.’

Die taak is volgens Sierakowski, indachtig Brzozowski, er bij uitstek een voor kunstenaars, musici en schrijvers. Het is de plicht van de intellectueel en de schrijver, vond Brzozowski, om zich uit te spreken voor een betere samenleving, om het op te nemen voor het individualisme. Vanaf jonge leeftijd was Brzozowski gefascineerd door de Russische literatuur uit de negentiende eeuw en de ideeën die daarin werden besproken door schrijvers als Dostojevski. Tegen zijn roman Boze geesten schreef Brzozowski een eigen roman, Vlammen, waarin hij het naargeestige wereldbeeld van Dostojevski bestreed en de aanval openende op de restanten van feodaal conservatisme, van traditie, klerikalisme en kapitalisme.

Maar wat als het ultieme visioen over de mens van Dostojevski nu dichter bij de waarheid staat dan het individualistische of humanistische ideaal van links? Wat als de mensen, na ook een vierde keer te hebben gelachen om de activisten die naar het volk gaan, blijven lachen? Wat als ze niet vrij willen zijn op de manier die anderen voor ze hebben bedacht?

‘Ik beschouw Dostojevski als de belangrijkste uitdager van linkse mensen waar dan ook’, antwoordt Sierakowski. ‘Als je denkt dat je links bent, of links wilt zijn, dan moet je het aandurven je ideeën te confronteren met Dostojevski. Hij is een test. Kijk naar Aantekeningen uit het ondergrondse, en kijk naar de grotere discussie waar dat boek deel van uitmaakte, tussen Tsjernysjevski (met Wat te doen), Toergenjev (Vaders en zonen) en Dostojevski zelf.’

De discussie die op de achtergrond meespeelt in het werk van Dostojevski en Toergenjev was opgeroepen door Tsjernysjevski, die in Wat te doen een rationalistische utopie had geschetst, tot heil van de Russische boeren. Toergenjev doopte zijn gedachtegoed tot nihilisme en Dostojevski sloeg op zijn beurt terug met de man uit het ondergrondse. Hoe mooi en heilzaam, hoe verstandig de utopie ook zou mogen zijn, zijn man uit het ondergrondse geeft er niets om – het enige waar hij uit alle macht aan vasthoudt is zijn autonomie, die hem meer waard is dan welk plan of programma ook. Dat de prijs voor zijn autonomie het diepe ongeluk is, deert hem niet; het is tenminste zijn ongeluk. ‘In zijn Aantekeningen uit het ondergrondse betoogde Dostojevski in feite dat de rationele utopie waarschijnlijk geen vrijheid brengt. Voor mijzelf is de les ook dat men, uiteindelijk, moet geloven. Je kunt je ideeën, in laatste instantie, niet op een of andere wetenschappelijke grondslag laten rusten. Dat betekent overigens ook dat je jezelf altijd een beetje verdacht moet vinden.’

Toergenjev hoorde bij de overbodige generatie. De generatie die wel wat abstracte idealen had, maar die gestuit werden door de tirannie van het tsaristische Rusland. Sierakowski: ‘De intelligentsia van nu voelt zich ook zo. We zijn de overvloedige mensen waar Toergenjev over schreef. Het doel van de intelligentsia moet een soort succesvolle zelfmoord zijn, dat wil zeggen: uiteindelijk overbodig worden, omdat de samenleving haar sociale problemen kan oplossen.’

Het gaat, kortom, om de toewijding. Sierakowski citeert een laatste keer Brzozowski. ‘Hij schreef: “Wat niet biografie is, is niets.” Dat wil zeggen dat idealen gerealiseerd worden door ze te leven. Door geduld, door fouten, door volharding en door herhaling. Het is het idee dat je niet kunt terugvallen op abstracte ideeën zonder oog voor de realiteit. Je moet sceptisch zijn. Als je abstracties probeert te implementeren – wat het ook is: socialisme, feminisme – levert dat altijd problemen op, en soms gruwelijkheden. Alleen gemeenschappelijke ervaringen, politieke ervaringen, maken dat mensen veranderen. Wie het politieke wil redden moet sociale atomisering tegengaan, en dat betekent dat er banden tussen mensen moeten worden aangekweekt. Dat is het belangrijkste tegengif tegen wantrouwen en cynisme – en we weten: die twee dingen zijn de belangrijkste obstakels voor het heroveren van de democratie.’


Beeld: (1) 9 januari 2016. In Warschau demonstreren Polen tegen een nieuwe mediawet. Ze zwaaien met Europese vlaggen en zingen het Europese volkslied, Ode an die Freude. Foto: WOJTEK RADWANSKI / AFP / ANP; (2) Slawomir Sierakowski. ‘We moeten weer “naar het volk”’. Foto: Sławomir Sierakowski