Eilandenrijk : Geen licht aan het einde van de Westerscheldetunnel

Wij zijn geen Hollanders en geen Belgen

Zeeuws-Vlaanderen, ‘de slepende achterpoot van Zeeland’ aan de overkant van de Westerschelde, was altijd alleen per pont bereikbaar. Tot in 2003 de tunnel kwam. Maar de krimp zet door.

DE WEGEN zijn er recht en smal, de eeuwige zeewind waait door hoge populieren en over de velden en kreken. Vanuit Biervliet rijdt er eenmaal per uur een minibusje naar halte Veerhaven in Breskens. Daar vertrokken de veren met de namen van Nederlandse prinsessen naar Vlissingen. Nu is er alleen nog een fietspontje. Het veergebouw staat te huur. De vier vrouwen in het busje praten met weemoed over vroeger: ‘Je kwam elkaar tegen op het water. De overtocht duurde twintig minuten, precies genoeg voor een praatje. En in de winter kon je erwtensoep eten. Met worst, of kroketten.’
De ruim honderdduizend Zeeuws-Vlamingen wonen op een stuk land dat bijna zo groot is als de drie Zeeuwse eilanden bij elkaar. Het is een van de drie Nederlandse 'krimpregio’s’. Voor 2030 zullen er weer twaalfduizend bewoners minder zijn, is de verwachting.
Onder de Westerschelde loopt nu de tunnel, 6,6 kilometer tolweg als eerste directe verbinding met de Overkant. En de Overkant, uitgesproken als d'Overkaant, dat is Walcheren, eigenlijk alles, de rest van Nederland.
Bij de halte vlak voor een gehucht dat Nummer Eén heet, stapt een oude boer in de bus. 'Schoon weer’, zegt hij tegen de chauffeur. 'Maar ’t is wel de laatste dag vandaag.’ Hij wijst naar de hemel. Gevraagd naar de volksaard van dit gebied zegt hij: 'Wij zijn geen Hollanders en geen Belgen. We zijn geen Zeeuwen en geen Vlamingen. Onze taal en onze cultuur zijn heel anders dan aan de Overkant. Hier wonen ook katholieken, we zijn on-Zeeuws bourgondisch en gemoedelijk.’ Dan citeert hij een vroegere burgemeester van Terneuzen die ooit zei: 'Een begrafenis in Zeeuws-Vlaanderen is gezelliger dan een bruiloft in Middelburg.’
De mensen die je hier spreekt zijn trots op de weidse streek, maar voor hun medebewoners hebben ze vaak geen goed woord over. Dan lijken velen zich wel aan te sluiten bij de mening van de 'overkaanters’. Die noemen de Zeeuws-Vlaming een calimero: passief, vol stil ongenoegen, fatalistisch, negatief, een beetje bang voor veranderingen.

GIEL van Boom woont met zijn vrouw Riet in Hoek, een dorp bij Terneuzen onder de rook van Dow Chemical. Hij is oprichter van de succesvolle lokale partij TOP/Gemeentebelangen. Voor zijn pensioen werkte hij bij Dow, waar al vijftig jaar ruwe olie wordt geraffineerd. In 1963 kwam Van Boom als een van de eerste 'immigranten’ uit Rotterdam hierheen. Hij zette het transport- en douanesysteem van de nieuwe chemische fabriek op.
'Toen Dow hier kwam, ging alles crescendo’, zegt hij. 'Sportvelden en begraafplaatsen werden in the middle of nowhere uit de grond gestampt, omdat verwacht werd dat de steden ver zouden uitbreiden. Terneuzen zou wel 185.000 inwoners gaan tellen, en Hoek zo'n vijftigduizend. Het is er nooit van gekomen. De groei stagneerde en nu krimpt het.’ Het gevolg van die vergrijzing en ontgroening? Hij schudt zijn hoofd: 'Niet Dow Chemical, maar zorgorganisatie ZorgSaam is nu de grootste werkgever van Zeeuws-Vlaanderen.’
Cees Liefting is wethouder in Terneuzen. Hij zit in de Commissie 2021 die nadenkt over de krimp en de voorzieningen. Met zijn rossige snor en rode wangen oogt hij als een opgeruimde, pragmatische man. 'Krimp is een landelijk probleem. In die zin lopen we voor, want wat nu bij ons gebeurt, staat in de toekomst heel Nederland te wachten.’ Hij deelt zijn kantoor met PVDA-collega-wethouder Co van Schaik. Op diens bureau staat een scheurkalender. Vandaag luidt de spreuk: 'Wie niet sterk is, moet niet vechten.’ In de hoek tikt een grote staande klok.
Liefting wil van geen stilstand weten. Hij spreekt liever van 'demografische veranderingen’. 'Bij krimp denken mensen aan hemmetjes die te klein worden in de was, bij bevolkingskrimp wordt er juist iets veel te groot. Het gaat bovenal over een teveel aan voorzieningen. Minder is noodzaak, terwijl je toch de kwaliteit van leven wilt behouden, omdat er anders nog meer mensen weggaan.’
Sluis krijgt straks misschien wel dertig procent minder jongeren. Scholen moeten dan bijvoorbeeld bij elkaar gaan zitten. Liefting: 'En dan stoppen we er liefst ook de bibliotheek bij, en het cultureel centrum. Als je het handig aanpakt hoeft het helemaal niet slecht uit te pakken. En dat zien de bewoners ook. Zij willen ook geen “groep Joep”, een schoolklas met maar één jongetje erin. De krimp biedt ook kansen.’ Het lastigste is dat krimp op verschillende plekken verschillend uitpakt. In veel wijken van Sas van Gent zie je dichtgespijkerde huizen. 'Mensen krijgen hun huizen niet verkocht en komen vast te zitten in hun eigen woning. Het wordt een soort Hotel California: “You can check out any time you like, but you can never leave.”’
Lieftings collega Van Schaik voegt hieraan toe: 'Er ligt te veel nadruk op de krimp, terwijl het hier op heel veel terreinen gewoon goed gaat. De streek is bijvoorbeeld mooier geworden, veel vervuiling is tegengegaan. Het label krimpregio hebben we zelf met beide handen aangegrepen om vanuit Den Haag en Middelburg geld en aangepaste voorzieningen te krijgen. Achteraf was dat niet zo slim, want wij zijn echt een ander soort regio dan Oost-Groningen of Zuid-Limburg. Nu zitten we met dat negatieve imago van een gebied waar alleen maar gepensioneerden wonen.’
Al vier jaar achtereen staat Zeeuws-Vlaanderen op de Emigratiebeurs in Houten. In februari werd daar de boodschap verkocht dat mensen rust en ruimte ook in eigen land kunnen vinden: 'U heeft hier meer dan drie keer zoveel ruimte als gemiddeld in de rest van ons land: zo'n 6800 vierkante meter per persoon.’ Van Schaik is er niet gelukkig mee: 'Onze aanwezigheid op de Emigratiebeurs straalt het idee uit dat we helemaal geen deel meer van Nederland zijn.’

JESSIE en Richard Bakker, allebei bijna dertig, wonen in Hoek, samen met hun twee jonge kinderen die spelen in de tuin. Richard is hier geboren en getogen. Hij repareert helikopters bij de luchtmacht, twee jaar geleden zat hij in Afghanistan. 'Warm daar hoor’, zegt hij sarcastisch, 'en een hele hoop zand. Je vraagt je af waarom die lui dáár willen wonen.’
Jessie Vermeulen groeide op in Den Haag. Ze werkt parttime als secretaresse bij een betonfabriek in Goes. 'Ik kom hier al mijn hele leven. Maar voor sommigen blijf ik een Hollander, en dat zijn rijke stinkerds die hierheen komen omdat de huizenprijzen laag zijn en het hier nog groen en leeg is.’
'Mensen zijn hier best eenkennig’, vertelt Richard. 'Buitenstaanders vertrouwen ze niet. En als zo'n import-Hollander uit de Randstad bijvoorbeeld een keertje niet teruggroet, staat hij meteen te boek als een arrogante vent.’ Het stel gaat die avond naar Jazzadelic, een groot feest onder de skibaan in Terneuzen. Jessie: 'Er wordt al weken over gesproken, het was meteen uitverkocht, twaalfhonderd kaarten. De meeste discotheken hier in de buurt zijn gesloten.’
Iedereen kent elkaar in Hoek, zegt Richard, en je blijft hier ook je leven lang 'de zoon van’. 'En ja, er wordt veel geroddeld. Als een vrouw vreemdgaat weet het hele dorp het, behalve haar eigen kerel! Maar er is ook veel saamhorigheid en mensen helpen elkaar.’ Hoewel ze beiden aan de Overkant werken, willen ze absoluut niet weg uit Hoek. 'Het is hier rustig, minder opgejaagd. Er is ook minder criminaliteit. Ik heb hier eigenlijk altijd een vakantiegevoel, het hele jaar door’, zegt Jessie.
Wel zijn ze blij met de tunnel: 'We gaan nu ook shoppen in Goes. Ook wel in Gent of Brugge, maar de kledingstijl is daar wel echt anders. En via internet kun je natuurlijk alles kopen. Als je achter de computer zit, merk je eigenlijk helemaal niet meer dat je afgelegen woont.’
ALLEBEI stemden ze op Wilders. In twee van de drie Zeeuws-Vlaamse gemeenten werd de PVV bij de Tweede-Kamerverkiezingen de grootste. Hoe komt dat? Richard slaat zijn armen over elkaar en zegt lachend: 'Nee, er zijn hier geen buitenlanders. Lekker hè? En dat willen we graag zo houden.’
In het gemeentehuis van Terneuzen schudt wethouder en loco-burgemeester Co van Schaik zijn hoofd. 'Ja, bijzonder, want in een dorp als Koewacht hebben ze nog nooit een Turk gezien.’ Hij is wethouder sinds 1978 en het boegbeeld van de lokale PVDA. Vorig jaar veroorzaakte hij enige ophef door openlijk het sociale gezicht van de PVV te prijzen. Op de verkiezingsaffiches vorig jaar stonden grote portretten van hem en Liefting, maar voorzien van andere steunkleuren dan die van de nationale PVDA-posters. Zelfs de naam PVDA werd verwijderd. Naast 'Stem Lijst 1’ prijkte alleen klein nog het bekende roosje. PVDA Lokaal verloor maar net van de lokale partij van Giel van Boom.
Van Schaik: 'Ik heb vrienden die lokaal op mij stemmen en landelijk op de PVV. Die partij heeft een stevig sociaal programma, ze doen een hoop goede dingen wat betreft de bijstand en het ontslagrecht.’ Hij moet vooral weinig hebben van moderniseringen in de sociale zekerheid: 'De PVDA Terneuzen heeft zich heel erg verzet tegen bijvoorbeeld de verhoging van de AOW-leeftijd. Zonder resultaat.’
Conny van Gremberghe werkte meer dan 25 jaar als journalist bij BN/de Stem en PZC en heeft naar eigen zeggen 'zowat elke Zeeuws-Vlaming wel gesproken’. Hij ziet het somber in: 'Er zijn te weinig mensen en de mensen die er nog zijn, zijn te verouderd en vastgeroest om een motor van verandering in gang te zetten.’
Hij leunt nog wat verder over het tafeltje en fluistert: 'Er zijn hier dus dorpen, Vogelwaarde bijvoorbeeld, die zijn echt heel, heel, heel erg dom. Als je schoolkinderen daar vraagt wat ze willen worden, zeggen alle jongetjes vrachtwagenchauffeur. Er is sprake van een braindrain, mensen die naar het hbo of de universiteit gaan komen niet terug. Het werkt overal in door. Mensen klagen over alles. Je hebt echt veel van die zeikende heikneuters, zeurende dorpen die alleen naar hun eigen kleine belang kijken en niet zien dat de hele streek naar de donder gaat. Krampachtig zelfgefixeerd. IJzendijke bouwt drie huizen en markeert zichzelf dan direct als een groeikern, ja ammehoela.’

PETRA DE BOEVERE, eigenaresse van Slijterij de Vuurtoren in Breskens, begon een klein internetimperium onder de naam Het meisje van de Slijterij, @Slijterijmeisje. Ze is een handige sociale-mediapionier. Ze verkoopt haar wijn en jenever vooral via Twitter en haar eigen website en schreef een boek over online sharing. Achter in haar winkel staat een enorme computer op een bureau dat bedekt is met papier.
'Ik houd van deze streek. Er is hier zo veel ruimte en potentie, ik houd van reizen maar ben altijd blij om weer thuis te komen. Zeeuws-Vlaanderen loopt gigantisch achter op digitaal gebied. Hier ben ik nog steeds gewoon Petra van de Drankenwinkel, maar ik ben een voorbeeld voor kleine winkeliers, want als dit vanuit Breskens kan, dan kan het overal! We zitten hier immers toch aan het einde van de wereld rechts, zoals Felix Wilbrink van De Telegraaf het eens noemde.’
Dat de mensen erg behoudend zijn, blijkt uit het verzet tegen de Hedwigepolder of Waterdunen, het project dat bij Breskens een groot natuurrecreatiegebied wil maken. De Boevere citeert het begin van het volkslied: 'Waar eens ’t gekrijs der meeuwen verstierf aan ’t eenzaam strand, daar schiepen zich de Zeeuwen uit schor en slik hun land.’ Veel mensen vinden het bijna tegennatuurlijk om die zwaarbevochten landbouwgrond terug te geven aan de zee. Zij noemt het gewoon vooruitgang. Ze twitterde er laatst nog over: 'Die gepensioneerde zeikerds maken meer kapot dan wij als ondernemers kunnen goedmaken.’ 'We hebben hier enorm last van wat ik de anti-alleslobby noem, lui die verwachten het Zeeland van vijftig jaar geleden terug te krijgen. We zijn, ondanks die tunnel, nog steeds een afgesloten gebied.’
IN DE HAVEN van Breskens lopen veel Belgen en een enkele Duitser. Ze kopen oesters, zeebaars en haring bij Erasmus Zeevis of garnalen op de fel versierde boot van Cor Fondse ('Vis van Cor, dat zit wel snor!’). Op de terrassen eten ze kibbeling en broodjes gezond. 'Rare hesp is dit’, zeurt een Vlaams jongetje. Susan Erasmus van de grote vishandel herinnert zich hoe wijlen haar vader vroeger ook al vooral aan de buren verkocht. 'Zo vanuit de kratjes. Dat ging dan met handen vol in grote papieren zakken van wel tien kilo. Nu moet het er allemaal wat meer soigné uitzien natuurlijk. Nee, wij hebben weinig gemerkt van het verdwijnen van het veer. Het zijn nog steeds vooral Belgen die hier vis kopen. En zelf kwam ik toch al bijna nooit aan de Overkant.’
Veel Zeeuws-Vlamingen zien de oplossing in hechtere samenwerking met België. 'Samenwerkingsverbanden in zorg en onderwijs, we liggen immers dichter bij Brugge dan bij Middelburg’, zeggen Van Schaik en Liefting. Wijnhandelaar De Boevere: 'De grens is te hard. Het is voor ondernemers moeilijk over de grens te werken of zaken te doen, terwijl we hier toch tegen de Vlaamse Randstad aan liggen. Er zijn te grote verschillen in fiscale en sociale lasten. Belgen die hier willen werken moeten zich dubbel verzekeren, en Nederlanders die over de grens willen werken krijgen geen hypotheekrenteaftrek.’
En die tunnel? Liefting: 'Die tunnel moet gewoon tolvrij, we zijn hier geen Schiermonnikoog!’ Maar ja, volgend jaar voert België waarschijnlijk rekeningrijden met een vignet in. Journalist Van Gremberghe: 'Dat Belgische vignet maakt het alleen maar erger. Wie naar binnen wil moet betalen, wie weg wil zal ook moeten dokken, en wie blijft vergrijst.’