Grieken over Griekenland en de euro

‘Wij zijn geen land van luie oplichters’

Griekenland is niet het paradijs dat Noord-Europese populisten ervan maken. Een Griek werkt harder dan een Duitser en verdient half zoveel. De Griekse crisis is een systeemcrisis van de euro.

TOEN de Atheense hoogleraar economie Yanis Varoufakis onlangs in het Duitse weekblad Die Zeit betoogde dat de Europese aanpak van de Griekse schuldencrisis gedoemd is te mislukken, gaf een lezer hem een goedbedoeld advies: publiceer niet meer in Duitsland onder een Griekse naam. De lezer wist zeker dat Duitsers ‘woedend worden als een Griekse econoom predikt wat Europa moet doen’.

Varoufakis - een veelgevraagd analist met een waslijst aan academische credenties en het fysiek van een uitsmijter - is geen man die zich snel uit het veld laat slaan. Helaas heeft de Duitse lezer waarschijnlijk gelijk. 'Griekenland is een onopgevoede puber’, kopte Die Welt toevallig op dezelfde dag. De stereotypering van de Grieken heeft niet enkel in Duitsland onwaarschijnlijke vormen aangenomen. De kletspraat over inefficiënte, corrupte en leugenachtige Zorba’s die in Nederland wordt verspreid door een Geert Wilders of De Telegraaf (die inzake Griekenland voor het eerst sinds jaren weer een ouderwetse haatcampagne voert) lijkt in heel Europa bon ton geworden. Zelfs regeringsleiders, beursanalisten en andere experts bezondigen zich eraan. Gevolg is dat Griekse visies op de situatie, als ze al worden gehoord, worden afgedaan als de mening van een verslaafde over zijn aandoening.

Het besef niet gehoord of gerespecteerd te worden zet bij de Grieken weer kwaad bloed, zegt columnist Georgios Delastik van de centrum-linkse krant Ethnos aan de telefoon: 'De stereotypen die Europeanen over elkaar uiten zijn scherper dan ik me kan herinneren sinds ik een kind was in de jaren zestig. Het is hier inmiddels heel gewoon om iemand te horen zeggen dat “elke Duitser toch een nazi in zijn ziel heeft”. De manier waarop deze crisis volken tegen elkaar opzet, brengt enorme schade toe aan het Europese project.’

De hatelijke bejegening van zijn land verdriet ook Loukas Tsoukalis, hoogleraar economie en voorzitter van de Griekse Stichting voor Europees en Buitenlands Beleid. Hij doet zijn best om met artikelen in The New York Times en andere gezaghebbende bladen het beeld te corrigeren. 'Wie naar de Europese statistieken kijkt, ziet meteen dat we geen land zijn van luie oplichters die op hun vijftigste met een riant pensioen op het strand gaan liggen’, zegt hij vanuit Athene.

HET BEELD van de zuidelijke eurolanden als potverteerders van Europa, dat de afgelopen maanden door onder anderen bondskanselier Angela Merkel werd opgeroepen, klopt van geen kanten. Wie even de statistieken van de OESO en het Europees bureau voor de statistiek had ingezien, kon dit al lang weten. En wat geldt voor de 'Club Med’ (Merkel) geldt a fortiori voor Griekenland, waar het levenspeil nog een graadje lager is dan in Portugal of Spanje. Een rapport van de Franse bank Natixis veegt de cijfers nog eens bij elkaar. Het blijkt dat de spreekwoordelijk nijvere Duitsers niet harder werken dan de Grieken, Spanjaarden of Portugezen, maar juist minder hard. In 2009 maakte een doorsnee Duitser 1390 werkuren, een doorsnee Spanjaard 1654 en de gemiddelde Griek maar liefst 2119.

Daarbij bedraagt het modale inkomen in Griekenland slechts ongeveer de helft van dat van een Nederlandse of Duitse werknemer. Dat lage inkomen compenseert natuurlijk een verschil in arbeidsproductiviteit dat aanzienlijk is omdat Noord-Europeanen profiteren van een betere infrastructuur, een moderner machinepark, hogere opleidingen en meer investeringen in research and development. Zo groot is het verschil overigens ook weer niet; de Grieken exporteren waarachtig wel meer dan olijfolie en tomaten. Het voornaamste exportartikel van de laatste jaren was (goedkope) textiel, maar ook generieke medicijnen gingen grif over de grens naar de Noord-Europese landen en naar de VS, Griekenlands grootste handelspartner.

Uit de cijfers blijkt dat de Noord-Europeanen ook nog eens meer vakantie hebben dan de Grieken, die gemiddeld twintig dagen per jaar mogen opnemen. En ongeacht de verschillen in wettelijke pensioenvoorschriften gaan in de praktijk Noord-Europeanen en Grieken ongeveer op dezelfde leeftijd met pensioen, namelijk met 62 en 61 jaar. Daarna kunnen de Grieken inderdaad lui aan het strand liggen, maar ook niet veel meer dan dat. Het gemiddelde Griekse pensioen bedraagt 617 euro, iets meer dan het minimuminkomen en allesbehalve de vetpot die Merkel ervan wilde maken.

Voeg bij dit alles de ervaringsfeiten die iedere correspondent in Griekenland zonder moeite zou moeten kunnen opsommen, namelijk dat veel Grieken dubbele banen hebben om rond te komen en dat gepensioneerden niet zelden van hun pensioen ook hun kinderen of kleinkinderen geheel of gedeeltelijk moeten onderhouden. Of het feit dat rond een kwart van de Griekse economie zwart is, wat wil niet zeggen dat er in dat circuit niet wordt gewerkt. Integendeel, daar worden waarschijnlijk nog langere uren voor nog minder loon gemaakt. Niet voor niets leeft twintig procent van de Grieken onder de armoedegrens. Het is geen uitzondering dat 'gepensioneerde’ Grieken tot hun sterfdag de eindjes aan elkaar knopen door te blijven werken in familiefabriekjes, op eigen stukjes grond of in de toeristenindustrie. Tot zo ver het 'paradijs’ dat Griekenland heet.

'HET NEEMT allemaal niet weg dat Griekenland bijna failliet is door onverantwoordelijk beleid en corruptie van onze gekozen politici’, meent Tsoukalis. 'Alle Grieken zijn dus schuldig, al is de schuld natuurlijk niet evenredig over de bevolking gespreid. Maar niet enkel de Grieken zijn schuldig.’ Hij wijst erop dat Duitse bedrijven in Griekenland behoren tot de grootste smeergeldbetalers. En heeft de Ierse politiek soms niet gefaald doordat bankiers onder de ogen van de toezichthouders doldraaiden op de financiële markten? 'Maar de blame game levert ons niets op’, zegt Tsoukalis. 'Het begin van de oplossing bestaat hierin dat een deel van de Griekse schulden wordt kwijtgescholden en dat buitenlandse banken daaraan meebetalen. Een herstructurering van de Griekse schuldenlast is onvermijdelijk. Het is kiezersbedrog dat Noord-Europese politici dat niet durven zeggen.’

De Atheense hoogleraar politicologie Michalis Spourdalakis stoort zich eraan dat de Griekse massademonstraties worden uitgelegd als een signaal dat Grieken geen afstand willen doen van hun profiteursmentaliteit: 'Er is in Griekenland groot misbruik gemaakt van de publieke sector, van pensioenen en diensten. Maar daar horen twee kanttekeningen bij. Ten eerste is er geen Griek te vinden die vindt dat daar niets aan gedaan moet worden. Ten tweede is dat niet de grondoorzaak. De crisis is ontstaan door wanbestuur en een reeks irrationaliteiten in de Griekse economie en staatsfinanciën. De sociale uitgaven zijn maar één onderdeel daarvan. Er is in Noord-Europa niemand die klaagt over het Griekse defensiebudget, terwijl we omgerekend per hoofd van de bevolking het zevende defensiebudget ter wereld hebben. Onze wapens kopen we trouwens, u raadt het al, voornamelijk in Noord-Europa.’

Inmiddels erkennen de eerste West-Europese bestuurders schoorvoetend wat Griekse deskundigen als Varoufakis al maanden verkondigen: de Griekse schuldencrisis is geen uniek Grieks probleem. Het is een systeemcrisis van de euro waarvan noch de oorzaak, noch de oplossing in Griekenland ligt. Het is het gevolg van ons collectief besluit om nationale economieën aan elkaar te binden via de euro, maar elk land wel zijn eigen leningen en obligaties te laten uitschrijven. Die fout wreekt zich nu behalve in Griekenland ook in Portugal, Ierland en Italië, in de hele rest van de eurozone.

En ook daarbuiten, want als Griekenland failliet gaat zullen behalve Europese banken en institutionele beleggers ook heel wat Angelsaksische kredietverzekeraars in grote problemen komen. De laatste hebben voor vele miljarden credit default swaps (CDS) uitstaan. Dat zijn verzekeringen van obligatieportefeuilles waarin de verzekeraar zich verplicht om de verzekeringnemer te compenseren als hij zijn lening plus rente niet op de vervaldag uitbetaald krijgt.

Premier David Cameron doet graag alsof zijn land in de eurocrisis vrijuit gaat, maar de directeur van de Bank of England, Mervyn King, waarschuwt in zijn jongste verslag dat de groteske Europese aanpak van Griekenland via de omweg van de CDS ook Groot-Brittannië zal treffen. Het Griekse probleem is niet een tekort aan liquide middelen waarmee Athene zijn kortetermijnverplichtingen kan voldoen, aldus King: het is een gebrek aan solventie, oftewel een onvermogen om ooit nog uit de schulden te komen. En hoe langer Europa zijn beleid van steun in ruil voor draconische bezuinigingen voortzet, hoe ongeloofwaardiger het wordt en hoe groter de ellende wordt als Griekenland straks alsnog failliet gaat.

VAROUFAKIS is blij dat althans in Londen het muntje is gevallen. De Europese 'reddingspogingen’ zijn even zovele pogingen om de realiteit niet onder ogen te hoeven zien, schrijft hij: 'Iedereen weet dat die linguïstische spelletjes de feiten spoedig niet meer zullen kunnen toedekken: Griekenland is bankroet. Op z'n laatst wanneer de CDS uitbetaald moeten worden, krijgen we een nieuwe bankencrisis.’ Zijn recept is eenvoudig: laat de Europese Centrale Bank de schuldenlast van de crisislanden overnemen en die delgen door de uitgifte van Euro-obligaties waarvoor de hele eurozone garant staat. De crisislanden zouden intussen door een conjunctuurprogramma van de Europese Investeringsbank weer tot groei in staat moeten worden gesteld. Ja, dat is duur, dat weet ook Varoufakis - maar alles is beter dan dat Brussel de geldpomp blijft aanzwengelen alsof er niets aan de hand is.

'De Europese Unie lijkt een nieuwe stelregel te hebben’, schrijft The Economist: 'Als een plan niet werkt, houd er dan aan vast.’ Wat bezielt de Europese leiders? Ze voelen zich door hun banken, pensioenfondsen en kiezers in het nauw gebracht en willen bloed zien. Grieks bloed. Griekenland moet komend jaar 28 miljard euro bezuinigen en verder kijken de regeringsleiders en ministers van Financiën niet. Om nog iets van groei te suggereren houdt Commissie-voorzitter José Manuel Barroso de Grieken voor dat ze tot 2013 aanspraak kunnen maken op vijftien miljard regionaal ontwikkelingsgeld van de EU. Maar om dat geld te krijgen moet Griekenland partners kunnen aanwijzen die de subsidies uit de Europese structuurfondsen kunnen matchen. Waar die partners onder de huidige omstandigheden het geld vandaan moeten halen, vertelt Barroso er niet bij.

Hoe de doorsnee Griek de komende jaren moet overleven, is intussen een open vraag. Die doorsnee Griek heeft al een hondsberoerd jaar achter de rug en ziet geen enkele verbetering in het verschiet. Terwijl de regering de economie verder ontmantelt en publieke goederen verpatst, maken economen en Eurocraten met goudgerande brilletjes zich zorgen dat 'de markt’ daar geen genoegen mee zal nemen. Kan er hier of daar niet nog een eurootje af? Ja hoor, dat kan. Minister van Financiën Venizelos kondigde afgelopen donderdag aan dat het Griekse minimumloon van 3,80 per uur (ter vergelijking: het Nederlandse minimumloon staat op 8,33 per uur) zwaarder belast zal worden.

Van de Griekse banken wordt verwacht dat ze hun portefeuille aan staatsobligaties tot 2015 verlengen; bij dit zogenaamde 'doorrollen’ worden vervallen obligaties automatisch door nieuwe obligaties met dezelfde nominale waarde vervangen. De Griekse banken worden dus gedwongen geld te lenen aan de staat zodat ze nog sneller door hun activa heen raken en straks geen Griekse ondernemer nog in eigen land een banklening kan afsluiten. Kredietbeoordelaar Moody’s waarschuwt nu al voor een run op de Griekse banken. Zo worden het laatste beetje koopkracht, de laatste investeringsfondsen en het laatste restje innovatieve energie uit de Griekse economie weggezogen. Om geld te mogen lenen waarmee het vandaag zijn schulden kan afbetalen, moet het land zijn eigen economie opeten zodat het die lening nooit kan afbetalen. Griekenland raakt in een financiële tolvlucht die net als bij een vliegtuig fataal moet aflopen als de piloot niet drastisch ingrijpt.

NATUURLIJK moet Griekenland hervormen, zegt Tsoukalis: 'Ten eerste moet het overheidstekort verder omlaag. In 2010 lukte dat met vijf procent, maar nu valt het proces stil omdat er pijnlijke, structurele hervormingen moeten komen. De publieke sector zal moeten krimpen, want die is opgepompt met cliënten van politici en daarom inefficiënt en deels corrupt. Maar soberheid heeft zijn grenzen. Noord-Europese politici moeten begrijpen dat zij het draagvlak in Griekenland ondergraven door het land het ene dictaat na het andere op te leggen.’

Premier en socialistenleider Papandreou heeft zich al bij die dictaten neergelegd. De oppositie niet. Oppositieleider Antonis Samaras, aanvoerder van de neoliberale partij Neia Dimokratia, werd in Brussel als een klein kind ter verantwoording geroepen. 'Geen enkele Griekse politicus mag het Griekse volk vertellen dat er een uitweg is’, hield de Zweedse premier Fredrik Reinfeldt hem voor. Het alleszins redelijke weerwoord van Samaras werd niet gehoord. 'De nu voorgestelde policy mix komt neer op belastingverhoging midden in een ongekende recessie’, zei hij: 'Wat we nodig hebben, is een afgewogen beleid waardoor onze economie herstelt en we onze schuld kunnen afbetalen.’

De 'harde ingrepen’ die het IMF, de Europese Unie en politici als onze minister De Jager eisen, kan de Griekse samenleving volgens Michalis Spourdalakis eenvoudig niet verwerken: 'Griekenland heeft hetzelfde prijsniveau als Noord-Europa bij een bruto minimumloon van vijfhonderd euro. De Grieken zien aankomen dat ze al hun collectieve bezittingen moeten verkopen en jarenlang bezuiniging op bezuiniging moeten stapelen, alleen om nieuwe leningen te krijgen zonder dat er aan economische groei wordt gewerkt. Wie zou er dan niet de straat op gaan?’

De Griekse regering doet er echter alles aan om de indruk te wekken dat de leningen hoe dan ook zullen worden afbetaald. Die gewilligheid brengt volgens columnist Delastik de democratie grote schade toe: 'Als je tegen mensen zegt: “Jullie hebben ons volgens democratische regels gekozen, dus mogen we jullie alles opleggen wat we willen”, dan kun je grote sociale onvrede verwachten. En in het geval van Griekenland geweld. Ik verwacht niet dat de protesten zullen gaan liggen tot er een nieuwe regering is.’

Wat vrijwel alle Griekse commentatoren deze dagen bindt, is hun ontsteltenis over een beleid dat Griekenland ontmantelt om de Europese banken en beleggers uit de wind te houden, ook al hebben die evengoed verdiend aan de kredietmolen als Griekenland zelf. Zij zien liever vandaag dan morgen een geordende herstructurering van de Griekse schuld. Daarbij hameren ze erop dat alle eurolanden in hetzelfde schuitje zitten, in weerwil van de stereotyperingen. Delastik hoopt dat het inzicht dat deze crisis structureel is eindelijk zal doordringen op Europees niveau: 'De kern van het probleem is dat landen niet vrij zijn om de maatregelen te nemen die nodig zijn om hun economische problemen te voorkomen. Na tien jaar euro is het duidelijk dat de economische structuur van de zone in het voordeel is van Duitsland en landen met een soortgelijk handelsoverschot zoals Nederland en in het nadeel van landen met een handelstekort zoals Griekenland. Duitsland en Nederland moeten accepteren dat zij in tijden van crisis niet alleen abstracte solidariteit moeten tonen, maar ook geld op tafel leggen voor een systeem dat in hun voordeel werkt.’

Tsoukalis maakt zich niet alleen zorgen om zijn land, maar ook om de toekomst van de Europese samenwerking: 'Ik ben bevreesd voor een splitsing van Europa in twee economische snelheden, gecombineerd met een groeiend populisme. We riskeren de voordelen van de Europese samenwerking, die met veel pijn en moeite zijn opgebouwd, te verspelen. Helaas zijn er weinig Europese staatslieden over.’