‘Wij zijn hier’

‘Je gaat toch niet je eigen inwoners, die hier jaren hebben gewoond je stad uitzetten? zei de Amsterdamse burgemeester Schelto Patijn in 1997 aan de vooravond van de invoering van de Koppelingswet. 'We kunnen heel goed leven met illegalen’, voegde hij er nog aan toe. De wet - die de databestanden van de Gemeentelijke Basis Administratie en het Vreemdelingen Administratie Systeem aan elkaar koppelde - werd gezien als sluitstuk van het vreemdelingenbeleid, de laatste stap om illegaal verblijf te ontmoedigen, zoals dat in Haagse termen heet.

Medium groene commentaar illegaal.jpg

Sindsdien is elke uitvoerende instantie verplicht te checken of iemand een verblijfsstatus heeft. Tot die tijd hadden veel illegalen een sofinummer, betaalden belasting, verzekerden zich voor medische zorg, huurden een huis, ze konden op veel vlakken meedoen. De wet van 1997 scheidde de illegale wereld definitief van de legale.

We zijn nu zestien jaar en vele regels en maatregelen verder. En de strijd tegen de binnenstromende illegaal is nog steeds gaande. Nederland heeft op het moment een heel streng illegalenbeleid. De nieuwe regels van de Europese Unie heeft Nederland vaak al ingevoerd, zoals de sancties voor werkgevers die illegalen in dienst hebben. Met de invoering van de Vreemdelingenwet in 2000 intensiveerde ook het vreemdelingentoezicht: er werd meer gecontroleerd op illegale arbeid, illegaal wonen, illegaal onderwijs, et cetera. Het aantal sancties en gedwongen uitzettingen nam toe. Ook het aantal illegalen dat werd opgepakt en in vreemdelingenbewaring werd gezet groeide enorm. Vorig jaar is het inreisverbod ingevoerd, waardoor illegalen die het land verlaten de eerstkomende jaren niet meer binnen­komen. Nu ligt het jongste voorstel van staatssecretaris Fred Teeven in de Tweede Kamer: hij wil aanpassing van de Vreemdelingenwet en illegaliteit strafbaar stellen.

Niemand weet precies hoeveel illegalen er zijn, maar uit niets blijkt dat hun aantal is verminderd door deze maatregelen. Hun aantal ligt naar schatting nog steeds rond de honderdduizend. Illegalen hebben het wel steeds moeilijker, het leven is angstiger en onzekerder geworden. Sommigen, met name de arbeidsmigranten, die niet in aanraking komen met de tergende asielprocedures, weten nog steeds vrij onzichtbaar hun weg te vinden in ons land. Ze komen hier om te werken, bijvoorbeeld als hulp in de huishouding, als au-pair, bouwvakker of aspergesteker. Zij weten waarvoor ze kiezen, leven in hun eigen wereld en komen zelden in aanraking met de vreemdelingenpolitie. Velen gaan ook na een aantal jaar weer terug naar hun eigen land. Wat dat betreft is het hier een komen en gaan.

De vraag is: is het erg? Het handhaven van alle wetten en maatregelen tegen illegalen kost Nederlanders veel geld. Alleen voor de vreemdelingendetentie betalen we al 144 miljoen euro per jaar. Het nieuwe plan van strafbaarstelling, zal, als de regering dat wil handhaven, nog weer extra geld kosten. Terwijl ook nu het effect ervan al door de meeste deskundigen in twijfel wordt getrokken. Het lijkt vooral symboolpolitiek, stoer beleid voor de bühne. Misschien moeten we ons afvragen of het niet humaner is om niet zo streng te handhaven, om te erkennen dat illegalen deel uitmaken van ons land. Illegalen horen bij welvarende samenlevingen. Ze leven hier, werken, fietsen, lopen, krijgen kinderen, ondernemen, zorgen soms ook voor overlast, maar of je het nu goed of slecht vindt, het is al decennia een feit. Zoals de leus van de illegalen in de Amsterdamse Vluchtkerk luidt: ‘Wij zijn hier’.


Deze week publiceert De Groene Amsterdammer een special over leven en overleven in de illegaliteit.