Film: ‘Gräns’

Wij zijn lelijk

Eva Melander als Tina en Eero Milonoff als Vore in Gräns © Henrik Petit / Metafilm

Wie iets van de Noorse mythologie afweet en ook nog ziet dat Gräns gebaseerd is op een kort verhaal van John Ajvide Lindqvist, auteur van het bovennatuurlijke Let the Right One In, raadt misschien al wat er in deze schitterende film aan de hand is. Maar dan nog is het advies aan de bioscoopbezoeker zichzelf even een rad voor ogen te draaien. Zonder spoilers werkt de echte onthulling nóg beter en is het effect van het kijken naar de wereld van de mensen vanuit het perspectief van de vreemdeling zoveel sterker.

De Iraans-Zweedse regisseur Ali Abbasi voegt een extra laag van betekenis toe aan Lindqvists verhaal, opgenomen in zijn bundel Let the Old Dreams Die uit 2011. Waar de schrijver focust op de psychologie van Tina, een vrouw met wild haar, een grote neus, dik voorhoofd en scherpe, vooruit stekende tanden, trekt de regisseur de kaders open om de weerzinwekkende wereld te tonen waarin zij moet leven. Ze werkt als douaneagent op de grens tussen Zweden en Denemarken waar haar speciale gave – een extreem empathisch vermogen – goed van pas komt. Terwijl de passagiers van de ferryboten stappen, pikt Tina de smokkelaars eruit door hun angst te ruiken. Meestal gaat het om flessen drank (in het korte verhaal, fijn, zelfs om iemand die een illegaal handeltje in Engelstalige sciencefiction heeft), maar dan stuit Tina op een man die bang is vanwege beeldmateriaal op een geheugenkaart in zijn telefoon. Wat blijkt: kinderporno. Ook merkt Tina iets vreemds bij een man die Vore heet, hoewel ze ontregeld is door het feit dat ze niet kan thuisbrengen wát ze precies bij hem voelt. Iets klopt niet, misschien hoe hij eruitziet: zoals zij, lelijk. Maar dan op precies dezelfde wijze lelijk.

De introductie van het kinderpornothema, dat niet in Lindqvists verhaal zit, accentueert het satirische element. Terwijl Tina voor Vore valt, wordt ze geconfronteerd met zijn genadeloze visie op de menselijke wereld. ‘Mensen zijn walgelijk, verdorven’, zegt hij tegen haar. ‘Ze zijn als parasieten die alles op aarde misbruiken.’ Zo wordt langzaam duidelijk dat Tina en Vore anders zijn dan de mensen, dat hun blik op onze wereld als een spiegel werkt. Wat we daarin zien, is angstwekkend. Vore: ‘Mensen zijn bang voor ons, want ze weten dat er wraak zal komen.’

Regisseur Abbasi hanteert consequent een realistische stijl. De cameravoering is sober, het licht naturalistisch, waardoor de fantasy-elementen paradoxaal nog sterker naar voren komen. Het echt vreemde, zo blijkt, is aanwezig in het alledaagse, bijvoorbeeld in het beeld van een zakenman die eruitziet als een gewoon mens, maar die handelt in kinderporno. Zo werkt het ‘abnormale’ uiterlijk van Tina en Vore metaforisch. In het weerzinwekkende aan hen zien we een reflectie: niet zij zijn lelijk, maar wij. Juist Tina geeft de meest menselijke reactie: ‘Waar wreedheid goed voor is, begrijp ik niet.’ Ze worstelt met de kernvraag: verdienen de mensen dan nog een plek op deze aarde? Een grote vraag, een grote film: Gräns.


Ali Abbasi, Gräns, nu te zien