Commentaar: Lekken en klokkenluiden

Wij zijn niet allen klokkenluiders

Minister Pronk (Vrom) heeft vorige week in de Tweede Kamer toegezegd de klokkenluider die de misstanden bij de kernreactor in Petten naar buiten bracht te willen uitnodigen voor een gesprek op het ministerie. Pronk vindt dat Paul Schaap te Anna Paulowna onterecht is behandeld en dat nadat uit de onderzoekingen van het International Atomic Agency was gebleken dat er daadwerkelijk ernstige problemen bij de reactor waren, de klokkenluider zijn baan niet had mogen kwijtraken. Wellicht kan de man aan de slag bij de nucleaire inspectiedienst van het ministerie, opperde Pronk op vragen van SP-kamerlid Remi Poppe. De rechtbank van Alkmaar oordeelde eerder echter dat Schaap niet opnieuw in dienst hoefde te worden genomen omdat hij bij het bekendmaken van de misstanden niet de juiste weg bewandeld zou hebben. Te snel hing hij de kwestie aan de grote klok, terwijl hij volgens de geldende regelgeving eerst bij de ondernemingsraad of de arbeidsinspectie aan de bel had moeten trekken, vond de rechter.

Sinds de openbaringen van Paul van Buitenen, de man die de frauduleuze toestanden in de Europese Commissie naar buiten bracht, is de opmars van de klokkenluider niet meer te stuiten. Robin Hood Van Buitenen, die bijna in zijn eentje de gehele Commissie ten val bracht, was niet meer uit de Europese media weg te slaan. Op kantoor hoefde hij zich echter niet meer te vertonen. Zijn salaris werd gehalveerd en hij raakte zijn functie kwijt. Onder zijn collega-ambtenaren, die jarenlang het corrupte Europese systeem voor lief hadden genomen, circuleerden over Van Buitenen de meest absurde verhalen om hem zwart te maken. Hij zou bijvoorbeeld regelmatig ufo’s signaleren, wat volgens de collega’s niet bepaald getuigde van een scherp waarnemings- of relativeringsvermogen.

Ook de mannen die, recenter, de bouwfraude naar buiten brachten, kwamen in alle nieuwsrubrieken aan het woord, de wetenschappelijk onderzoeker die de rekenmethoden van het RIVM aan de kaak stelde stond dagenlang in de belangstelling, en nu weer Paul Schaap van de Pettense kernreactor. De klokkenluider is een ware volksheld, bleek uit FNV-onderzoek, maar binnen de eigen organisatie heeft hij zijn toekomst met het naar buiten brengen van gevoelige informatie volkomen vergooid. Wiens brood men eet, diens woord men spreekt, heet dat in de ambtenarij. De beschermingsmaatregelen die op initiatief van ex-minister Peper van Binnenlandse Zaken in het leven zijn geroepen, blijken al met al geen overbodige luxe.

De geuzennaam klokkenluider is echter aan inflatie onderhevig. De Friese officier van justitie die zijn mond voorbij sprak in de kwestie-Vaatstra (en liet weten dat de gearresteerde Irakees op het moment van de arrestatie al geen verdachte meer was) werd door de Volkskrant van de weeromstuit een klokkenluider genoemd. Ook de wat onbehouwen bankierende provincieambtenaar Karel Baarspul, die over de Zuid-Hollandse Ceteco-affaire afgelopen maand een roman deed verschijnen, kon met de eretitel aan de haal gaan. En lekkende ambtenaren of bewindspersonen die anoniem geheime documenten, rapporten of, om een actueel voorbeeld te noemen, ministerraadnotulen «in de trein laten liggen», zijn eveneens al regelmatig als zodanig gepresenteerd. In deze geval len gaat het echter veeleer om minder chique persoonlijke of politieke motieven, waarbij het medium dat de informatie publiceert domweg wordt gebruikt voor een bepaald belang. Minister Pronk, die door Volkskrant-columnist Jan Blokker werd aangewezen als het mogelijke lek van de ministerraadnotulen over Srebrenica, kan in die zin onmogelijk gelijkgesteld worden aan zijn aanstaande ondergeschikte Schaap.

Waar klokkenluiders openlijk naar buiten treden, met het risico binnen de eigen organisatie buitenspel te worden gezet, creëren lekkende ambtenaren en politici een sfeer van wantrouwen die het functioneren van de dienst of afdeling — vaak een van de belangrijkste zorgen van de klokkenluider — juist niet ten goede komt.

Voordat binnenkort ieder particulier belang als een heldhaftige daad van verzet naar buiten wordt gebracht, is het wellicht wijs over een nadere invulling van de term iets verder na te denken. Al te vaak heeft men de klok wel horen luiden, maar weet men niet waar de klepel hangt.