Richard Dawkins haalde de mens van zijn voetstuk

Wij zijn slechts een genenvehikel

Met The Selfish Gene maakte bioloog Richard Dawkins lezers vertrouwd met hun eigen genen. Een ontnuchterende ervaring: de mens bleek niet verheven boven het dierenrijk.

Medium 91hh 21006155

Gezegend en vervloekt is de wetenschapper die zijn carrière begint met een bestseller. Richard Dawkins (1941), bioloog, Oxford-professor en ’s werelds bekendste atheïst, weet er alles van. Hij schreef een tiental boeken, van ronkende pamfletten tegen religie tot een autobiografie van een succesvolle carrière als heraut van het darwinisme. Maar iedere keer als Dawkins na een lezing over zijn nieuwste werk gaat zitten voor de signeersessie duwen mensen hem zijn eerste boek onder de neus: The Selfish Gene uit 1976, waarmee Dawkins evolueerde van brave laboratoriumbioloog tot publieke intellectueel. Alsof al zijn latere inspanningen ondergeschikt zijn aan dat ene boek dat meer dan een miljoen keer over de toonbank ging en waarmee de genetica onderwerp van kroeggesprekken werd.

The Selfish Gene (in de jaren tachtig kwam de Nederlandse vertaling De zelfzuchtige genen uit) is zo diep ingesleten in hoe we naar de wereld kijken, dat het moeilijk is om te bevatten dat het bijna veertig jaar geleden voor sommigen een regelrechte openbaring was, terwijl anderen het pure ketterij vonden. Met het boek sloeg Dawkins een brug tussen evolutieleer en de moderne genetica. Survival of the fittest was een mooi concept, vond Dawkins, maar op één punt klopte de leer van Darwin niet: de strijd om het voortbestaan is volgens hem niet een strijd tussen leden van een soort, waarbij degene met het best aangepaste genetische profiel overleeft, zoals Darwin dacht, maar een strijd tussen genen. Dat hele bonte dierenrijk van de amoerpanter tot en met de zweepspin is niet meer dan een verzameling vehikels voor genen die slechts één doel hebben: voortbestaan en zich verspreiden. Dawkins’ theorie was een omkering van de hiërarchie in de natuur. Lange tijd schreef de biologie voor dat organismen graag nakomelingen willen om hun genetisch materiaal door te geven. Volgens Dawkins is het andersom: genen willen voortbestaan en gebruiken organismen als instrument hiervoor.

Anno 1976 was dit een revolutionaire boodschap, zowel voor de doorsnee lezer als voor de wetenschap. Biologen zaten in hun maag met gedrag dat ze bij dieren observeerden en dat eigenlijk niet zo goed paste in de gangbare evolutietheorie. Altruïsme, bijvoorbeeld. Waarom springt de gazelle heen en weer voor de neus van een leeuw, zodat de rest van de kudde een veilig heenkomen kan zoeken? Het voortbestaan van de soort, was de verklaring die werd aangevoerd, zonder te snappen hoe dat dan precies werkte. The Selfish Gene bood uitkomst. Als het genen om overleven te doen is, dan kan het lonen om een risico met jezelf te nemen ten gunste van een ander die dezelfde genen draagt. Vandaar dat altruïsme eerder voorkomt onder bloedverwanten dan onder vreemden. Wat wij zelfopoffering noemen is volgens Dawkins dus gewoon kille kansberekening van zelfzuchtig dna.

Tegelijk maakte Dawkins het grote publiek vertrouwd met vragen die tot dan toe vooral binnen de muren van de universiteit werden besproken. De jaren zeventig waren een tijdperk van ontdekking. Our Bodies, Our Selves spoorde vrouwen aan hun eigen lichaam te ontdekken en binnen de cultural studies werden de verborgen drijfveren van de kapitalistische, seksistische samenleving blootgelegd. Dawkins leerde de lezer over die mysterieuze genen die ons gedrag sturen. Toen hij aan zijn boek begon (uit tijdverdrijf, omdat zijn labwerk stil lag wegens stroomstoring, het gevolg van stakende energiearbeiders) begon de studie van de genetica net op stoom te raken. Onderzoekers zetten de eerste stappen richting het kunnen ‘lezen’ van een genoom. De leek liep tien passen achter. Las je Dawkins, dan kon je direct meepraten over genen en had je meteen een antwoord op de vraag: waarom is er leven op aarde?, zonder daarbij God aan te hoeven halen. Tegelijk zette The Selfish Gene de beweging in tegen de toen courante opvatting dat menselijk gedrag vooral werd bepaald door socialisatie.

Maar de kennis die Dawkins bood had een prijskaartje. The Selfish Gene was tevens een aanval op het verheven zelfbeeld van de mens. Die werd in het dawkinsiaanse stelsel gereduceerd tot één van de miljoenen voertuigen die door genen worden gebruikt om te kunnen voortbestaan. Niks schepsel Gods, niks hoeder der natuur. Homo sapiens, net als ieder dier, is ‘een robot-vehikel, geprogrammeerd om blind het voortbestaan te dienen van die zelfzuchtige moleculen die we “genen” noemen’, schreef de bioloog. Het is begrijpelijk dat Dawkins hiermee vele humanisten en gelovigen tegen het zere been schopte. ‘Voor velen was het lezen van The Selfish Gene een psychisch trauma’, schreef de Amerikaanse evolutiebioloog Randolph Nesse in Richard Dawkins: How a Scientist Changed the World. ‘Hun morele kader werd volledig op z’n kop gezet.’ Dawkins kreeg brieven van lezers die slapeloze nachten hadden of in tranen uitbarstten bij de boodschap dat de mens niet meer is dan een genenvehikel.

Wat volgde was een serie misvattingen die Dawkins tot op de dag van vandaag achtervolgen. Vaak wordt The Selfish Gene letterlijk genomen. Alsof organismen werkelijk worden bestuurd vanuit een soort machinekamer waarin genen zitten die enkel aan zichzelf denken. Wie het boekleest, komt er snel achter dat Dawkins zich niet schuldig maakt aan dit soort antropomorfisme. ‘Genen doen of denken niets. Ze zijn alleen maar’, schrijft Dawkins. Hun ‘wil tot voortbestaan’ is een metafoor die Dawkins plakte op de theorieën die in opkomst waren toen hij in 1959 biologie in Oxford ging studeren bij zijn mentor Niko Tinbergen.

Ook wordt de auteur van The Selfish Gene vaak beticht van een politieke agenda. Sommige critici zagen Dawkins als wegbereider voor het Thatcher-tijdperk waarin de samenleving werd doodverklaard en het najagen van eigenbelang tot deugd werd verheven. Maar dat het leven door zelfzuchtige genen is voorgeprogrammeerd, wil nog niet zeggen dat de mens per definitie alleen in zichzelf geïnteresseerd is, aldus Dawkins. Ieder gen wil voortbestaan, ook het gen voor aardig zijn, of het gen voor een euro in de collectebus gooien, als dat zou bestaan. Zelfzuchtige genen één op één vertalen naar zelfzuchtige mensen is dus niet de bedoeling. Anders gezegd: een asociale bestuurder betekent niet dat de auto zelf ook asociaal is.

Toch had Dawkins’ theorie één zwakke plek. Mensen doen een hoop dingen waarvoor, voor zover we weten, geen gen bestaat. Binnen enkele jaren is het waarschijnlijk mogelijk om een menselijk genoom af te lezen voor minder dan duizend dollar, maar de kans dat er een gen wordt ontdekt voor de wens om, zeg, kathedralen te bouwen of curling te spelen is gering. Wat te doen met al die menselijke activiteit die onder het kopje ‘cultuur’ valt?

Wat wij zelfopoffering noemen is volgens Richard Dawkins gewoon kille kansberekening van zelfzuchtig DNA

Het antwoord dat Dawkins op deze vraag gaf, maakt The Selfish Gene een boek dat moeiteloos mee kan in het digitale tijdperk. Volgens Dawkins is ook cultuuroverdracht onderhevig aan natuurlijke selectie, maar dan zonder seks. Culturele informatie-eenheden, door Dawkins memes gedoopt, worden overgedragen van brein tot brein door mensen die kennis aan elkaar doorgeven. Net als genen kunnen memes samenwerken, met elkaar concurreren, muteren en evolueren. Er zijn succesvolle memes (denk: het eerste couplet van het Wilhelmus), minder succesvolle memes (het zesde couplet) en memes die langzaam uitsterven (de overige dertien coupletten, wie kent die?). En net als genen die hun drager ziek maken, kunnen memes het organisme schaden. Hier komen Dawkins’ hyperdarwinisme en zijn virulente atheïsme bijeen. Religie is volgens hem een schadelijke meme die aanzet tot geweld in naam van iets wat totaal onbewezen is.

Medium 91p 2bjlzh 2bfl

Halverwege de jaren negentig publiceerde technologiemagazine Wired een profiel van Richard Dawkins. De strekking: als je de toekomst van de natuurlijke én de kunstmatige evolutie wil begrijpen, moet je bij Dawkins zijn. Niet alleen het vocabulaire van de evolutionaire biologie, ook dat van de digitale media was door hem gevormd, aldus Wired. Het was de spijker op zijn kop. Dawkins’ kijk op evolutie past naadloos op de manier waarop technologie zich ontwikkelt. Volgens Dawkins is de scheidslijn tussen natuur en cultuur in feite overbodig. Waar de invloed van de ene ophoudt en die van de andere begint, is niet te zeggen. Volgens Dawkins raakt onze evolutie bovendien steeds meer verweven met die van de technologie die de mens zelf maakt. Genen die zich daar niet aan kunnen aanpassen, zullen niet overleven.

Inmiddels werken Dawkins’ collega’s aan synthetische biologie, waarbij dna kunstmatig wordt nagemaakt en menselijk dna in cellen wordt ingebracht. In Oxford, op een kwartiertje lopen van New College waar Dawkins toe behoort, zit het Future of Humanity Institute. Daar wordt nagedacht over hoe de post-menselijke toekomst eruit ziet, waarin het menselijk brein en digitale data-opslag samenvallen.

Dat Dawkins een goed gevoel heeft voor de toekomst bleek ook uit zijn keuze voor de term ‘meme’ die zelf een meme is geworden en wordt gebruikt om bestanden die viral gaan via het internet te omschrijven: plaatjes van mensen die gestrekt liggen op ongebruikelijke plekken (planking), video’s waarin een dansje wordt opgevoerd of een eindeloze reeks kattenfoto’s. Zaken zo hemeltergend banaal dat je niet snapt waarom honderdduizenden mensen ze aanklikken en doorsturen. Waarom de ene meme viral gaat en de andere niet, snapt niemand precies, maar marketingbureau’s zouden een moord doen voor die kennis. Als ze Dawkins zouden lezen, komen ze erachter dat er geen pasklaar antwoord bestaat. Het leven, zo leert The Selfish Gene, of zich dat nu in de digitale of fysieke wereld afspeelt, is als een schaakspel: de zetten laten zich niet voorspellen, daarvoor zijn er te veel onverwachte wendingen mogelijk.


_ De 10 boeken die ons denken veranderden _

Het gebeurt één à twee keer per decennium. Er verschijnt een boek waar werkelijk iedereen het over heeft. Alles lijkt op zo’n moment samen te vallen: een schuivende tijdgeest, een scherpe denker die aanvoelt wat de grote vragen van het moment zijn en een hongerig publiek op zoek naar nieuwe inzichten. Op dit moment is de beurt aan de Franse econoom Thomas Piketty. De vertaling van zijn Le capital au XXIe siècle is nu het grote afzetpunt in het publieke debat.

Wat waren in de afgelopen decennia de andere boeken die onze blik op de samenleving deden kantelen? De komende weken gaat De Groene Amsterdammer op zoek naar de recente werken die insloegen als een bom. Boeken als Edward Saids Orientalism en Francis Fukuyama’s The End of History and The Last Man. Deze week verschijnt deel 6: Richard Dawkins’ klassieker The Selfish Gene_, waarin hij een brug sloeg tussen evolutieleer en de moderne genetica._


Beeld: Richard Dawkins zette met The Selfish Gene het morele kader van veel mensen op z'n kop (Jude Edginton/Camera Press/HH).