Wijers’ stiekeme technologiebeleid

De Fokker-affaire begint steeds meer RSV-achtige trekken te vertonen. Afgelopen week vroeg Dasa minister Wijers 1,1 miljard gulden voor het overleven van de vliegtuigbouwer. Wordt dat verzoek ingewilligd, dan komt het totale bedrag dat de overheid in de steunoperatie heeft gestoken op 2,3 miljard gulden - honderd miljoen meer dan werd uitgetrokken voor de redding van het RSV-concern.

De argumenten voor voortzetting van de steun op een dergelijke schaal zijn echter andere dan destijds. Ook al zou de teloorgang van Fokker het ontslag betekenen van 6600 werknemers bij Fokker, 1500 bij de toeleveringsbedrijven en nog eens 1000 a 2000 bij onderzoeks- en opleidingsinstituten, dat is niet de belangrijkste reden om het bedrijf eventueel overeind te houden. Dergelijke grote afslankingsoperaties zijn namelijk geen uitzondering meer. KPN en Philips en bedrijfstakken als de banken stoten de komende jaren ook enorme aantallen banen af. Verder is geen enkel toeleveringsbedrijf zodanig afhankelijk van Fokker dat het zal moeten sluiten. En de merendeels hooggeschoolde werknemers zullen voor het overgrote deel wel weer elders aan de slag kunnen.
Het belangrijkste argument dat Fokker in stelling brengt is dan ook het strategische belang van het bedrijf voor de vaderlandse economie: Fokker is de drager van een industrieel-wetenschappelijk ‘cluster’. De term is afkomstig van de vorige minister van Economische Zaken, Andriessen, die overheidssteun vooral wilde richten op netwerken van industriele ondernemingen, kenniscentra en hoogwaardige toeleveringsbedrijven, die te zamen clusters vormen waaraan de vaderlandse economie haar kracht ontleent. In het geval van Fokker gaat het daarbij om specifiek Hollandse kennis op terreinen als metaalverwerking, fijnmechanica, kunststoffen en lijmtechnieken. Dat is geen onzin: Amerikaanse cijfers geven aan dat 0,9 procent van alle patenten op het terrein van de luchtvaart in Nederlandse handen is. En hoewel op dat argument wel wat valt af te dingen - nog slechts vijftien procent van de studenten aan de faculteit lucht- en ruimtevaarttechniek van de TU Delft gaat inderdaad naar de lucht- en ruimtevaart, de rest naar de autoindustrie, Shell of fabrikanten van windmolens -, met de ondergang van Fokker zou een belangrijke drijvende kracht achter dit soort instituten en kennisontwikkeling wegvallen. Om die reden is in het contract met Dasa vastgelegd dat Fokker binnen het concern de leidende rol zal hebben bij de ontwikkeling en de bouw van vliegtuigen tot 130 stoelen. En premier Kok zei dat de betekenis van Fokker niet alleen groot is 'met het oog op de werkgelegenheid, maar ook met het oog op technologische industriele ontwikkeling, research, hoogwaardige kennis, ontwikkelingspotentieel’.
In feite gaat het dus om technologiebeleid, vermomd als bedrijvensteun. Maar laten we het dan ook over technologiebeleid hebben. Het valt toch niet te verdedigen dat er nog meer geld in Fokker wordt gepompt, terwijl alternatieven voor de aanleg van de Betuwelijn, waarvoor nieuwe technieken moeten worden ontwikkeld, worden afgewezen omdat ze te duur zijn?