Wijntje, biertje, pikketanissie

Leo de Boer reflecteert op zijn drankgebruik te midden van een groepje licht tot zwaar problematische drinkers dat onder begeleiding de maand januari 2019 geheelonthoudend wilde doorkomen.

Dertig jaar geleden verloor mijn zaalvoetbalclubje een lid aan de drank. Een eenzaat die met zijn familie gebroken had, de studie had verruild voor een eenvoudige kantoorbaan, een doodenkele kennis had uit het café en ons als voetballende – ja, wat? ‘Maten’ dan toch maar?

Intelligent, niet makkelijk te benaderen, laat staan te doorgronden. Eerst verscheen hij nog met te veel pepermuntlucht en te weinig evenwichtsgevoel, toen helemaal niet meer, toen niet op zijn werk en uiteindelijk werd hij dood gevonden in zijn huis. Pogingen tot contact waren vergeefs geweest. De treurigste crematie die ik ooit meemaakte. Er was niemand zonder schuldgevoel, op de man van de AA na. Het was zaterdag 25 juni 1988. Toen ik thuiskwam klonk uitgerekend het fluitje voor de aftrap van de Sovjet-Unie tegen Nederland, finale Europees kampioenschap. Dit hoeft niemand te geloven want het is waar. En ik barstte in tranen uit. Wat ook waar is. Terwijl ik geen slok gedronken had en zelden ween, man zijnde.

Twee uur later was ik even uitgelaten als wie dan ook (ach, Van Basten, toen nog). En werd dronken. Vorige week werd een oud-clublid gecremeerd. Al decennia niet meer gezien. Ik kon er niet heen, maar hoorde van maten dat de weduwe had gesproken: de laatste zeven jaar waren een hel door drank. Raar clubje? Statistisch gezien waarschijnlijk niet eens. En toen ik laatst mijn verjaardag met ons kleine ploegje vierde in een voetbalkantine in vol zaterdags bedrijf, viel op dat meters bier (twaalf glazen in een plank) verboden mogen zijn; het aantal megakannen dat er doorheen ging was gigantisch. Heel halfslachtig, deze licht-kritische constatering, want ook wij waren daar en dronken daar. Uit kannen. Halfslachtigheid die veel van ons, drinkers, kenmerkt.

Enfin, ik val met trommels en valse trompetten binnen bij wat een bespreking van de documentaire Roes van Leo de Boer moet worden. Die onderzoekt daarin zijn eigen drankgebruik, wat op zichzelf al een tamelijk dappere stap is. Hij doet dat te midden van een groepje licht tot zwaar problematische drinkers dat onder begeleiding de maand januari 2019 geheelonthoudend door wil(de) komen. De film begint met een toneelstukje: De Boer op de fiets die zijn telefoon pakt en zogenaamd een doodsmak maakt. Reconstructie met filmische middelen. Hij belandt met veel pijn op de eerste hulp. Diagnose: gekneusde ribben. Maar, horen we hem vertellen, dokter Roos wil het, naar aanleiding van een bloedonderzoekje, even over iets anders hebben: zijn drankgebruik. Hoeveel per dag? Wat zullen we nou hebben: hij heeft vandaag niet eens gedronken. Nee, hier heeft hij helemaal geen zin in. En hij stiefelt bozig weg. Het is de boosheid van iemand die zich betrapt weet. De reconstructie en reactie leken me nogal gescript om een begin te hebben en een punt te kunnen maken.

Maar veel verderop in de film moet ik beschaamd vaststellen dat het echt zo is gegaan. De Boer zoekt namelijk dokter Roos weer op, nu met camera, en die blijkt zelfs het kaartje met zijn excuses bewaard te hebben dat hij de volgende dag met een bosje rozen voor haar had afgegeven. (Wat overigens ook verraadt dat de redelijk milde en rustige De Boer uit de film een radicalere kant heeft. Nou ja, hij had ook veel pijn natuurlijk. En dat hij fatsoen in zijn donder heeft.) Dit keer bedankt hij haar voor wat hij een wake-upcall noemt. Mooi. Waarbij interessant is dat hij in het therapiegroepje bepaald niet tot de meest overtuigden van de noodzaak tot stoppen of sterk minderen behoort. Hij heeft nogal wat scepsis ten aanzien van uitgangspunten, conclusies en methoden.

Ook over het exposé volgend op het ziekenhuisincident was ik nogal verbaasd: hij laat zien hoe een dag, een avond er bij hem qua drank uitzag. Dus wijntje, nog eentje, nog eentje enz. Whisky'tje toe als nachtmuts. Tot zover voorstelbaar en bekend (zij het niet in die mate). Maar die grote hoeveelheid pakken-met-tuitje slobberwijn? Die whisky van onbekend merk in plastic containers? Dat alles in huis om ook bij atoomaanval een tijdje door te kunnen? Het is letterlijk en figuurlijk zo goedkoop. Maar ook dat blijkt dus waar. Verbazing ook over de betrekkelijke mildheid waarmee partner en zoon daar mee omgingen en nu over praten. Zijn lief zegt desgevraagd dat ze hem vaker gezegd heeft dat zijn drankgebruik onverstandig was, maar dat hij niet wilde luisteren. De zoon vond het ook niet normaal, maar als het bier van hem en zijn vrienden op was, bleek zo een malle jerrycan drank van pa toch wel handig. ‘Je merkte het toch niet.’

Intermezzo. Jong zijn en drank lag in mijn tijd anders. Mijn vader was een liefhebber maar er was geen geld en wel verantwoordelijkheidsgevoel. Niemand in onze omgeving had drank in huis. Die werd gekocht voor een verjaardag en ging op. Het vaste verjaars- en sinterklaascadeau voor mijn vader was een halve liter jonge jenever. Viel er iets te vieren dan werden er een of twee maatjes bij de slijter gehaald. Het café te duur. Op ons keurige lyceum dronken we tot ons eindexamen niet. Daarna ging het los, ook al omdat het de omgang met de meisjes iets makkelijker maakte. Tot ik lam op feestjes verscheen, wat het juist weer onmogelijk maakte.

Drank is, net als vooruitgang, een tweesnijdend zwaard. En we bedwingen de satan door hem met taal onschuldig te maken: wijntje, biertje, pikketanissie. Een van de meest verhelderende momenten in therapie en film is het moment waarop de begeleider ieders meegebrachte favoriete glas vult met drank en die weer uitschenkt in een maatglas dat de ‘eenheden’ aangeeft. Tot ieders verbazing, zoniet verbijstering, blijkt dat ‘een wijntje’ er anderhalf tot twee zijn. Dito bij ‘een borreltje’. En die confrontatie komt boven op een veel eerdere: dat iedereen haar/zijn aantal glazen per dag/week aanvankelijk veel te laag opgaf. Twee bleek al vaak vier en met deze proef erbij dus acht. We denken de dokter, de psycholoog, de omgeving te belazeren maar belazeren bovenal onszelf. En weten dat. Ongemakkelijk.

We volgen een aantal mede-cursisten in de aanloop naar en tijdens de proef/beproevingsmaand. Middels beelden die ze zelf maakten. Opvallend dat de omgeving meestal bepaald niet meewerkt: ‘ongezellig’. Zoals echte drinkers altijd willen dat je meedoet, liefst in hun tempo. Dat gaat hier van redelijk zacht (tijdens het romantisch weekend van een stel drinkt zij thee, hij blijft aan de wijn, wat haar toch niet lekker zit) tot grof (echte drank gieten bovenop een bodempje alcoholvrije). De mate van drankafhankelijkheid en de gebruikte hoeveelheden verschillen – de zwaarte van de beproeving dus ook. De uitkomst (heel kort wordt zeven maanden na januari de stand van zaken genoemd, al weet je natuurlijk niet zeker hoe eerlijk ze zijn) is soms in strijd met de verwachtingen. Het adagium van de begeleider – nul glazen, want bedenk waarom je eigenlijk drinkt – wordt zelden overgenomen, maar toch verrast een aantal resultaten. Ze waarschuwden elkaar terecht: één glas wordt twee, dan drie en dan kan het je niks meer verdommen. Maar een aantal lijkt wel degelijk geminderd te hebben. Enfin, er is dus hoop. Ook De Boer heeft pak en jerrycan voor fles verruild, maar stoppen doet hij niet. Al vraagt hij zich af hoe het zal gaan na deze, misschien zijn allerlaatste film, want pensioen. Er wordt inderdaad veel gezopen door bejaarden. Op uw gezondheid. Ik zal heel wat verdringen met drank, maar de beginnende roes is echt goddelijk.

Trouwens: BNNVARA gaat ons, drinkers, intensief helpen om januari 2020 geheelonthoudend door te komen. Velen met dat goede voornemen faalden, zeggen ze, maar dit keer, met assistentie van Sophie Hilbrand, Wolter Kroes, Tatum Dagelet ‘en vele anderen gaat het iedereen in Nederland wel lukken’. Toe maar. Een slok op toen ze dat schreven? Of een bewonderenswaardig initiatief? ‘Handige tips, interessante weetjes, ondersteuning en natuurlijk ook vermaak voor iedereen die de uitdaging aangaat!’ De VARA komt terug van de dwaalweg met Astrid Joostens wijnpakketten en pakt de draad op van ‘een drinkende arbeider denkt niet; een denkende arbeider drinkt niet’. Maar nu doe ik weer lollig over iets wat een groot maatschappelijk probleem is. Zoals bijna alle drinkers doen.


Leo de Boer, Roes, VPRO, maandag 16 december, NPO 2, 20.25 uur. DryJanuari, BNNVARA, 2 t/m 31 januari, NPO3.