Herman Koch, Denken aan Bruce Kennedy

Wijs en verdrietig

Herman Koch

Denken aan Bruce Kennedy

Augustus, 191 blz., € 16,50

Weinig is zo vervelend als mannelijke columnisten die vrouwelijke personages creëren om zogenaamd ironische stukjes over te schrijven. In alles is duidelijk dat ze te laf zijn om écht ergens over te schrijven en dat ze daarom hun eigen midlifecrisis dan maar projecteren op vrouwelijke leeftijdgenoten. De grootste schrijvers, Flaubert, Couperus, Tolstoj, hebben weliswaar hun mooiste boeken geschreven vanuit een vrouwelijk perspectief, Madame Bovary, Eline Vere, Anna Karenina, maar deze schrijfkunst heeft niets te maken met de flau we verkleedpartij die de gemiddelde vaderlandse dag- en weekblad scribent tussen de schuifdeuren op voert. Toen ik hoorde waar de nieuwe roman van Herman Koch over ging, dacht ik dan ook «getverdemme». Te meer daar hij zich in zijn voorlaatste roman niet wist los te maken van een columnistentoontje en het boek zo’n beetje bezweek onder zijn eigen lulligheidsgehalte. Wat blijkt echter, en zo zie je maar weer dat je immer in staat moet blijven iets of iemand met open vizier tegemoet te treden en koeien op leeftijd daar te laten waar ze thuishoren, met Denken aan Bruce Kennedy heeft Koch zichzelf overtroffen. Zijn heldin is mooi, tragisch en geloofwaardig. Alle ingrediënten zijn aanwezig om van haar een droevige schertsfiguur te maken – haar leeftijd, haar vastzitten en haar ontsnappingspogingen – maar in die valkuil is Koch niet terechtgekomen. Als in zijn beste werk schuwt hij het drama niet en balanceert hij perfect tussen ironie en mededogen. Dit feit maakt van Denken aan Bruce Kennedy ook nog eens een spannende roman, waarvan de uitkomst niet bij voorbaat vastligt.

Miriam Wenger heet ze, en ze is in haar eentje plotsklaps vertrokken naar Spanje, tot ontzetting van man, kinderen en ouders. Het is het dankbare Shirley Valentine-scenario (vrouw van mid del bare leeftijd ontvlucht sleets huwelijk in ontmoeting met hartstochtelijke zuiderling) dat Koch geestig en origineel naar zijn hand zet. De man op wie Miriam haar oog laat vallen is namelijk niet de altijd glimlachende ober Juan, maar de wereldberoemde doch zeer verlopen Amerikaanse filmster Bruce Kennedy, die in hetzelfde Spaanse dorp verblijft vanwege filmopnamen.

Terwijl Miriams verlangens langzaam opbloeien en stukje bij beetje worden vertaald in halfslachtige toenaderingspogingen, krijgen we een inkijkje in haar huwelijksleven via terugblikken en telefoontjes van thuis die de nodige wrevel en teleurstelling oproepen. Ongeluk zou een te groot woord zijn, want als iets het karakter van Miriam kenmerkt is het wel een grote gelatenheid. Zo min als ze denkt in Bruce Kennedy haar verlosser te vinden, zo min is ze in staat haar echtgenoot echt van zich af te trappen. De be schrijvingen van de echtgenoot, film regisseur Bernhard Wenger, zijn om te rillen en te lachen. Bernhard is het type van het gefnuikte genie, ooit veelbelovend geweest en inmiddels van mislukking naar mislukking sjokkend. Het ergste is: zijn vrouw gelooft niet meer in hem. De karikatuur ligt op de loer met zo’n figuur en zo’n milieu van kunstenmakers die elkaar op de schouder slaan maar eigenlijk elkaar het licht in de ogen niet gunnen, maar Koch schetst een gruwelijk goed beeld van deze wereld en vooral het zelfbedrog waaraan de ambitieuze bewoners lijden. Het levert mooie wrange Waugh-achtige satire op, in beschrijvingen van feestjes bij de burgerlijke broer thuis bijvoorbeeld waar tot Miriams opluchting ook mensen kwamen die zich nu eens níet interesseerden voor Nederlandse films, «die hooguit vaag beseften dat er Nederlandse filmregisseurs bestonden, maar ongeveer zoals ze wisten dat eens in de zoveel tijd de riolering werd schoongemaakt, of dat er fietspaden werden aangelegd».

Sowieso is de roman sterk geschreven, met als terugkerende metafoor de grote zwarte stier van bordkarton die als reclamebord voor Osborne-sherry langs de weg staat. Al naar gelang van waar de automobilist vandaan komt, kan het beest van de viriele voorkant worden bezien of van de armoedige ach terkant. Kochs heldin heeft oog voor beide, en dat maakt haar een interessant personage. Van meet af aan wijs én verdrietig, maar uiteindelijk door de loop der dingen die haar schepper voor haar in petto heeft, nóg sadder, but wiser. Denken aan Bruce Kennedy is dan ook tragikomedie in optima forma.