Wijsheden

Irak, Uruzgan, de JSF en de klimaatverandering: aan alle discussies liggen stelligheden ten grondslag. Terwijl twijfel, nuance en openheid zo belangrijk zijn voor beslissingen over morgen.

DE CANADESE ECONOOM William White grossierde erin toen hij vorige week voor de parlementaire onderzoekscommissie-De Wit moest verschijnen. De man, die tot twee jaar geleden werkte bij de Bank voor Internationale Betalingen (BIB), kwam met de ene wijsheid na de andere tijdens het beantwoorden van de vragen die GroenLinks-Kamerlid Jolande Sap hem stelde over de oorzaken van de financiële crisis. Die van de zwembroek haalde vele media: ‘Pas bij eb zie je wie geen zwembroek aan heeft.’
Niet iedereen is gecharmeerd van dit soort citaten. Ze worden ook nogal eens gebruikt om een discussie mee dood te slaan. Maar het interessante aan White was dat hij zijn wijsheden inbedde in een betoog en ze gebruikte om zijn boodschap door te laten dringen tot zijn publiek.
White en zijn BIB hebben in jaarverslagen gewaarschuwd voor de crisis die in 2008 werkelijkheid werd. Waarom was daar niks mee gedaan, wilde Sap weten. Uitgebreid ging White in op het gegeven dat macro-economen gebruik maken van een analytisch kader waarin geen plaats was voor zo'n crisis. Hun macro-economische modellen zijn gebaseerd op de mechanische natuurkunde: je stopt er iets in, dan rolt er wat uit en als daar geen crisis bij zit, past dat dus niet in je denkraam. Daarom, zo voegde hij eraan toen, heeft het geen zin één bankdirecteur te verwijten dat hij ons jaarverslag niet heeft gelezen.
Bovendien ging het voorafgaand aan de crisis ongelooflijk goed met de economie, en daar kwam weer zo'n wijsheid: 'Als iets niet kapot is, heeft het geen zin het te maken.’ Dat laatste, zo relativeerde White, is op zich niet nieuw, maar een klassieke fout die de mensheid keer op keer maakt.
Zijn betoog was enerzijds een verademing, omdat hier eens niet werd geprobeerd de schuld op het bordje van een ander te leggen, maar anderzijds des te verontrustender, omdat White nog eens liet zien dat de crisis niet alleen voortkomt uit hoge bonussen of eventueel falend toezicht van de directeur van De Nederlandsche Bank. Wie denkt met deze twee de zondebokken te pakken te hebben, is óf naïef óf opportunistisch. Wat overigens niet wil zeggen dat de bonussen maar weer tot in de hemel moeten groeien of dat Nout Wellink de aangewezen persoon is om in het post-crisistijdperk DNB te blijven leiden.
De Amerikaanse schrijver Mark Twain aanhalend vatte White zijn eigen betoog over de blinde vlek bij de macro-economen, bankdirecteuren en toezichthouders uiteindelijk samen met diens wijsheid: 'Niet wat je niet weet, brengt je in moeilijkheden, maar dat waar je zeker van bent, en anders is dan je denkt.’
Met deze uitspraak in het hoofd kunnen ook allerlei problemen waar het kabinet momenteel mee kampt, worden geduid. De stelligheid waarmee door het toenmalige kabinet zeven jaar geleden achter de Verenigde Staten aan werd gelopen bij de inval in Irak heeft het CDA nu in moeilijkheden gebracht. De overtuiging dat een ander Navo-land de militaire missie in de Afghaanse provincie Uruzgan zou overnemen, brengt de PVDA al voor de tweede keer in de problemen.
De telkens terugkerende schermutselingen tussen CDA en PVDA over het nieuwe gevechtsvliegtuig JSF voor de luchtmacht lijken te gaan over de kostenoverschrijdingen bij het ontwikkelen van dit toestel. Maar ook aan die ruzie liggen stelligheden ten grondslag, in dit geval over de toekomstige machtsverhoudingen in de wereld, de daarbij horende typen oorlogvoering en de daar weer aan gekoppelde vraag hoe de Nederlandse defensie daarvoor dan uitgerust moet zijn. De discussie daarover wordt niet gevoerd, waardoor de voorstanders van de JSF op een jengelend kind lijken dat per se een speeltje wil en de tegenstanders op een vrek die alleen op zijn portemonnee let.
Twains uitspraak is ook op de klimaatdiscussie van toepassing. Die discussie is er een geworden tussen fanatieke gelovers en even fanatieke niet-gelovers, ieder met hun vaste overtuigingen, waardoor er voor twijfel, nuance of een open gesprek over de feilbaarheid van de eigen zekerheid geen ruimte is. Vandaar ook het gekrakeel vorige week toen bleek dat er fouten zitten in het rapport van het internationale wetenschappelijk panel dat zich heeft gebogen over de klimaatverandering, het IPCC. Dat was koren op de molen van de klimaatsceptici.
'De wetenschap schrijdt voort, van begrafenis naar begrafenis.’ Nog zo eentje die de econoom White vorige week debiteerde. De klimaatsceptici leken hem gehoord te hebben, want in sommige reacties op de fouten in het IPCC-rapport leek het erop alsof de hele analyse van de klimaatverandering en de invloed die de mens daarop heeft nu met één klap dode wetenschap is. Wat de sceptici verzuimden te melden, was dat de fouten niet de analyse van de klimaatverandering zelf betroffen, maar de gevolgen daarvan. Dat is niet om die fouten hier goed te praten, maar om ze in perspectief te plaatsen.
Minister Jacqueline Cramer van Vrom verzuimde dat, toen ze verkondigde geen fout meer te accepteren van de wetenschap. Het is tekenend voor de polarisatie in dit debat. Ze zag blijkbaar geen ruimte om de fouten te verfoeien, maar tegelijkertijd ook te nuanceren, bang dat haar kop eraf gehakt zou worden.
Haar PVDA-partijgenoot, het Tweede-Kamerlid Diederik Samsom is inmiddels een poging begonnen uit die houdgreep te komen. Dat lukt alleen als de andere partij dat ook wil. Eigen stelligheden blijven bevragen is daar een voorwaarde voor. Bij politici komt daar nog bij dat ze keer op keer duidelijk moeten maken dat ze uiteindelijk met de kennis van nu, ook al wordt die ooit begraven, toch voor morgen beslissingen moeten nemen. Omdat je pas bij vloed ziet wie verzuimd heeft de dijken op te hogen.