Wijsheid van over de zeeën

Beurtelings zijn Groene- redacteuren zes weken lang de gast van een Vietnamees weekblad, een Boliviaanse tv-zender of een Kazachstaanse Internetkrant. Vanaf de Redactie Binnenland berichten ze over het dagelijks leven ter plekke. Deze week de derde aflevering van de reportagereeks van Joris van Casteren vanaf de burelen van het Nigeriaanse opinieweekblad Newswatch. De buitenlandredacteur van Newswatch kan door geldgebrek slechts buitenlanders interviewen die in Nigeria verblijven. In het komende nummer de Nederlander Joop Berkhout, uitgever en eerste blanke chief. ‘Er zijn te weinig hersens in dit land.’

‘VOOR ZOVER IK WEET bent u de eerste blanke die zich “chief” mag noemen’, zegt Olu Ojewale als hij een recorder van vooroorlogse afmetingen in werking heeft gezet. 'Ook voor zover ik weet’, antwoordt 'chief’ Joop Berkhout, die tegenover hem aan de tafel zit. 'De koning van Ife heeft mij tot chief verheven. Ibadan, de stad waar ik woon en werk, valt binnen zijn koninkrijk. Toen hij vernam van mijn bijdrage aan de lokale nijverheid besloot hij mij te verheffen.’ Ojewale: 'Was u vereerd?’ Berkhout: 'Vanzelfsprekend. De ceremonie was ook zo prachtig. Zonder twijfel de mooiste dag van mijn leven. De koning gaf mij de naam Okun Borode. Dat betekent: de-man-die-wijsheid-en-welvaart- van-over-de-zeeën-bracht. Ik ben halverwege de jaren zestig vanuit Nederland naar hier gekomen en heb met hard zwoegen een uitgeverij van de grond gekregen. De koning wil altijd weten waar ik uithang. Als ik het land uitga, stel ik hem daarvan op de hoogte. Soms belt hij mij om advies in te winnen.’ Ojewale: 'Wat wil hij zoal van u weten?’ Berkhout: 'Bijvoorbeeld waarom Nigeria ondanks zijn smeekbeden zo'n puinhoop blijft.’ Ojewale: 'Wat zegt u hem dan?’ Berkhout: 'Dat dat komt doordat er in Nigeria te weinig hersens zijn. Als er in dit land van 120 miljoen mensen 150.000 intellectuelen rondlopen is het veel. Op feestjes herken ik altijd alle aanwezigen. En het spaarzame beetje hersens dat er is, ontvlucht het land ook nog eens. De twee bekendste auteurs uit mijn fonds, Wole Soyinka en Ben Okri, zijn meer in Londen dan in Lagos. Problematischer is dat vooral onder dokters emigreren een trend is. Slechts achtduizend dokters zijn er in dit immense land. Ik ken een welvarend Nigeriaans stel dat besloot de baby niet hier maar in Engeland te laten komen. Ze vertrouwden de Nigeriaanse dokters niet. In het ziekenhuis gaat de vrouw liggen. De dokter komt binnen. Het blijkt een Nigeriaan te zijn!’ Ojewale: 'Als chief bent u een van ’s konings belangrijkste adviseurs. Wat adviseert u hem?’ Berkhout: 'Er zijn miljoenen Nigerianen die niet eens weten dat ze Nigeriaan zijn, die leven nog compleet in de traditie van hun stam. Ik heb in het noorden mensen gesproken die niet eens weten wat de nationale geldeenheid is. Tegen de koning van Ife zeg ik: zorg er nou voor dat het nationaal besef groeit. Ik snap best dat dat geen eenvoudige opgave is. Vanwege de armoede. Mensen in de Nigeriaanse steden leven met z'n tienen in kleine kotten zonder water, zonder licht. Een Nederlander zou z'n hond er nog niet laten slapen. Dus wat kan jou als Nigeriaan in die omstandigheden zoiets als een nieuwe president schelen? Toch, zo houd ik de koning voor, zal die mentaliteit moeten veranderen. Nog steeds is er geen nationaal besef in dit land. Dit kopje waar we nu koffie uit drinken, dit prachtig handbewerkte kopje; weet jij, als Nigeriaan, waar het vandaan komt?’ Olewaje: 'Eh… Kano?’ Berkhout: 'Uit Kaduna, oen. Kaduna staat bekend om zijn aardewerk. Dit is precies wat ik bedoel. Als je een Nederlander een tulp laat zien weet hij dat die tulp uit Aalsmeer komt.’ VANOCHTEND HEEL VROEG is Olu Ojewale opgestaan en over de altijd drukbevolkte straten van Lagos naar het busstation gelopen, een tocht van ruim een uur. Onderweg hield hij een transistorradiootje bij zijn oor en gebruikte af en toe mijn rug om een aantekening te maken. 'Ik moet op de hoogte blijven van wat er speelt in Kosovo’, zei hij tegen verwonderd kijkende passanten. Bij een kraam kocht hij na stroef onder handelen en een test met de tong een setje batterijen. De na de koop vriendelijke handelaar wilde weten waar we heen gingen. 'Naar Ibadan’, zei Ojewale. 'Wat is dat toch een prachtig beroep, journalist’, zei de handelaar. 'Je komt nog eens ergens. Ik sta hier de hele dag maar achter m'n kraam.’ We liepen verder en Ojewale zei: 'Ik ben redacteur buitenland maar in die hoedanig heid nog nooit in het buitenland geweest.’ De middelen bij Newswatch zijn zo minimaal dat Olewale hooguit een buitenlander in Nigeria kan interviewen. Voor het komende nummer doet hij, afgezien van een nieuwsberichtje over Kosovo, een vraaggesprek met 'chief’ Joop Berkhout. Een Nederlander die al dertig jaar in de Nigeriaanse stad Ibadan woont en daar uitgeverij Spectrum Books heeft opgezet. Hoewel driekwart van de Nigerianen analfabeet is en er maar veertig officiële boekhandels in Nigeria zijn, heeft Ojewale vernomen dat bij Spectrum de zaken redelijk voor de wind gaan. De uitgeverij heeft grote namen in het fonds: Nobelprijswinnaar Wole Soyinka, Booker Prize-winnaar Ben Okri en wijlen auteur/activist Ken Saro Wiwa. Na een slopende, urendurende reis in een volgepakte bus kwamen we tegen het eind van de ochtend dan eindelijk aan bij het zwaarbeveiligde Spectrum House aan de Ring Road te Ibadan. Ojewale: 'Wat is er volgens u mis met Nigeria?’ Berkhout: 'De Nigerianen zelf. Ze zijn zo hebberig als de pest. Ik ging laatst naar de internationaal gerespecteerde universiteit van Ibadan om een boek te presenteren en nam wat pr-materiaal mee: paraplu’s met het logo van de uitgeverij. We werden aangevallen. Onder de plunderaars waren netgeklede personen, professoren en hoogleraren. Er brak zowat oorlog uit, ik moest terugrennen naar de auto. Nigerianen hebben geen idee van de potentie die hun land heeft. Dit land kan door die gigantische oliereserves een van de welvarendste ter wereld zijn. Als ze maar gedisciplineerd zouden zijn. Maar wat ik laatst weer mee maakte… De uitgeverij organiseerde een cocktailparty. Er was een tafel met hapjes. Op een gegeven moment zei ik: ladies and gentleman, please help yourself. Als wilden renden ze op de tafel af. Binnen een minuut was alles op. Alles. En ik had niets. Dit zegt niet alleen iets over de Nigeriaan, ook iets over de Afrikaan, want een op de vijf Afrikanen is Nigeriaan.’ Ojewale: 'Nigeriaanse gedragingen verbazen u zozeer dat u er zelfs een boekje over uitgegeven heeft.’ Berkhout: 'Klopt, How to Be a Nigerian, van Peter Enahoro. Daarin komen allerlei bizarre Nigeriaanse gebruiken aan de orde. De manier waarop ze een bruiloft vieren bijvoorbeeld. Kapitalen hebben ze er voor over. Hele families zijn erdoor geruïneerd.’ Ojewale: 'Dat is onze cultuur.’ Berkhout: 'Cultuur moet ontwikkelen, evolueren en zichzelf herdefiniëren. Nigerianen moeten niet zo primitief willen zijn. Ik heb de Tweede Wereldoorlog meegemaakt. Ik weet wat honger is.’ MET EEN LUIDE TIK slaat de recorder af. Ojewale draait het bandje om en vraagt waarom Berkhout Nigeria niet verlaat als hij er zo'n bloedhekel aan heeft. 'Omdat al mijn geld in dit bedrijf zit’, zegt Berkhout. 'Met keihard werken en na vele tegenslagen heb ik het van de grond gekregen. In dit werelddeel kun je tenminste ook nog ondernemen. In de Europese uitgeverswereld valt geen kruimel naast het bord. Hier liggen de mogelijkheden. Dat blijf ik me zelf voorhouden ondanks dat ik het met het land telkens verkeerd heb zien gaan.’ Ojewale: 'Wanneer zag u het voor het eerst misgaan?’ Berkhout: 'Toen eind jaren zeventig de olie gevonden werd. Veertig miljard dollar lag ineens op tafel. Iedereen was rijk. Bedrijven garandeerden honderd procent dividend. Je kocht een aandeel en het jaar daarop kreeg je het ingelegde bedrag dubbel terug. Het geld stroomde binnen. Niemand maakte zich druk. Dat heeft een laksheid in de Nigeriaanse mentaliteit gecreëerd die doorwerkt tot op de dag van vandaag. Nigerianen denken: ik werk vandaag een beetje en morgen ben ik rijk. Ik zie het dagelijks om me heen gebeuren. Nigerianen moet je ervan langs geven. Op een manier zoals dat in Nederland door vakbonden en andere belangenbehartigers niet gepikt zou worden. Een soort dictator moet je zijn. In een van onze filialen werd gestolen. De hele afdeling heb ik meteen op straat gesmeten. Zo zou Obasanjo, uw nieuwe president, het ook moeten doen.’ Ojewale: 'Wat denkt u van Obasanjo?’ Berkhout: 'De man zelf is waarschijnlijk niet corrupt, dat scheelt alweer. Hij is rechtlijnig en zal zeker proberen Nigeria uit het dal te helpen. Of het hem lukt be twijfel ik. Hij staat voor een onmogelijke opgave. Je moet wel een beetje gek zijn om zo'n taak op je te nemen. Misschien is hij dat ook wel. Obasanjo heeft de dood onder ogen gezien. Onder het Abacha-regime zat hij vast en was hij ter dood veroordeeld. Dat is nog geen anderhalf jaar geleden. Hij dacht niet dat hij levend de gevangenis zou verlaten. Ik heb hem op een receptie horen zeggen: ik ben dichter bij de dood geweest dan iedereen, als ik morgen sterf maakt het niet uit dus wat heb ik te verliezen? Vandaar dat de security rond zijn persoon bijna nul is. Hij loopt rond alsof hij een gewone Nigeriaan is, wat gewone Nigerianen prachtig vinden.’ Ojewale: 'Het is de vierde keer dat u in dit land de overgang van dictatuur naar democratie meemaakt. Heeft u er nu meer vertrouwen in dan voorgaande keren?’ Berkhout: 'Dat wel. Een toeristengids die we binnen afzienbare tijd op de markt willen brengen is daarvan het bewijs.’ Ojewale: 'Ik heb ook begrepen dat u een publicatie van oud-dictator Ibrahim Babangida op de markt gaat brengen.’ Berkhout: 'Ja, dat klopt. Hij is bezig met zijn memoires. Ik heb ook een afspraak met Abdulsalami Abubakar gemaakt. Ik heb hem, nadat hij 29 mei jongstleden de macht aan Obasanjo overdroeg, twee weken rust gegeven. Een dezer dagen begint ook hij met zijn memoires.’ Ojewale: 'Had u de memoires van Abacha willen publiceren? Berkhout: 'Ik ben gedurende zijn heerschappij nooit in de buurt van Abacha geweest. Dat was onmogelijk. Ik kende hem wel toen hij minister van Defensie was. Toen kwam hij nog af en toe langs op een boekpresentatie.’ Ojewale: 'Wat vond u van hem?’ Berkhout: 'Als je iemand die je niet goed kent, tegenkomt op een boekpresentatie schud je alleen handen.’ Ojewale: 'U heeft hem verder nooit gezien?’ Berkhout: 'Ik ben een keer in z'n villa geweest omdat een goede vriend van mij voor wetenschappelijke verdiensten een prijs kreeg. Abacha kwam heel even binnen, woonde de speech bij en was weer weg. Babangida en Abubakar zijn veel amicaler. Die maken een praatje en zeggen: hoe is het nou Joop?’ BERKHOUT MAAKT een gebaar dat Ojewale de tape moet stoppen. We kunnen wat hem betreft nog uren doorpraten maar misschien is het beter als hij gewoon laat zien wat hij bedoelt. Een Volvo met gewapende chauffeur komt voorrijden en gedrieën stappen we in. 'Kijk om je heen’, zegt Berkhout als we Ibadan doorkruisen. 'Een en al chaos en ellende.’ We gaan op weg naar het International Institute of Tropical Agriculture (IITA) omdat Berkhout ons wil laten zien hoe het in heel Nigeria zou moeten zijn en omdat zijn goede vriend Lukas Brader, een Nederlander, daar de baas is. Onderweg zegt Berkhout tegen Ojewale: 'Newswatch is ook niet meer wat het ge weest is. Vroeger werden al mijn nieuwe boeken in jullie blad gerecenseerd. Van de literaire rubriek is weinig meer over. De recensenten lezen mijn boeken niet goed en vinden het geweldig om er lullig over te doen. Er is zelfs gevraagd om de bruine en veloppe.’ Ojewale: 'Dat komt omdat de economie slecht draait. Newswatch is slachtoffer van de economie.’ Berkhout: 'Vergeet niet dat ik Born to Run, de biografie van Dele Giwa, jullie ver moorde hoofdredacteur heb uitgegeven. Weet je wel dat de Staatsveiligheidsdienst vanwege dat boek op een zaterdagochtend bij me langs is geweest?’ Na een stuk niemandsland, hoge hekken en veel uniformen rijden we een schone, nette wereld binnen met glooiende gazonnen en aangeharkte perkjes. In een pavil joen aan het eind van de toegangsweg wacht Lukas Brader ons op. Hij vertelt dat IITA een wereldwijde organisatie is die ontwikkelingslanden zelfvoorzienender tracht te maken door de lokale bevolking te leren hoe ze zelf gewassen kunnen verbouwen. Nigeriaanse landbouwstudenten zien in de IITA-proeftuinen dat broodwortel wel degelijk kan groeien in Nigeria en dat broodwortel in Nigeria laten groeien zelfs een stuk goedkoper is dan altijd maar broodwortel importeren. Ojewale gebruikt zijn laatste restje tape om de woorden van Brader vast te leggen. Als 'chief’ Joop Berkhout uitbundig afscheid heeft genomen laat Brader ons de rest van het reservaat zien. In zijn rode jeep rijden we langs de Hollands aandoende velden met strakke, rationele kavels. Halverwege staat een landbouwprofessor uit Wageningen een handvol Nigerianen te onderrichten. In de verte glinstert een kunst matig aangelegd meer. Langs de stammen van een groepje palmbomen klimmen schaars geklede mannen op en neer. 'Die horen niet bij het instituut’, zegt Brader. 'Ze zijn van een of ander koninkrijk die een deel van ons gebied claimt. Om proble men te voorkomen laten we ze eens in de tijd wat vruchten uit de bomen plukken.’ De tape slaat af. Omdat je een interview met een uitgever niet kunt combineren met een reportage over een agrarisch instituut belooft Ojewale dat hij een keertje terug zal komen.