Kunst & leven - De zusjes Van Velzen

‘Wil je een vrouw, dan pak je er een’

Documentairemakers Ilse en Femke van Velzen vertonen hun films ook in de landen waar ze de opnamen maken. In Oost-Congo keken al meer dan twee miljoen mensen naar hun werk – in mobiele bioscopen.

Medium ahh still hr 04

Het interview is voorbij. Ilse van Velzen klapt haar laptop open. ‘Kijk, wat leuk’, zegt ze tegen haar zus Femke. ‘We zijn weer geselecteerd voor de Gouden Kalf-competitie.’ In hun kantoor in de Amsterdamse binnenstad staat al zo’n koperen beeldje. Dat kregen ze in 2010 voor Weapon of War, een van hun drie indringende documentaires over verkrachtingen in Congo. In 2012 wonnen de zussen voor dezelfde film de Puma Creative Impact Award. Dat is de belangrijkste filmprijs voor ‘documentaires die de wereld veranderen’. Deze prijs beloonde precies wat de zussen Van Velzen willen: films maken met een zo groot mogelijke impact. Films die mensen aan het denken zetten. Waaronder films over soldaten in Congo die tienduizenden vrouwen verkrachtten zonder ook maar een moment stil te staan bij de ellende die ze daarmee aanrichtten.

Ilse en Femke van Velzen willen niet alleen óns, westerlingen, aan het denken zetten. Ook reizen de Congo-films nu al jarenlang door Congo zelf. Dat doen ze via Mobile Cinema: grote, verplaatsbare openluchtbioscopen, door de zussen bedacht om mensen na het bekijken van de film aan het praten te krijgen. Een Mobile Cinema bestaat uit een zware terreinwagen met schermen, beamers, generatoren en geluidsapparatuur. Terwijl de bemanning van de trucks de bioscopen opbouwt, rijden de chauffeurs met luidsprekers door de omgeving en roepen mensen op om ’s avonds naar de film te komen. Doorgaans is de belangstelling overweldigend. Duizenden mensen zitten dan op de grond en zien vaak voor het eerst van hun leven een documentaire. Een film bovendien die hen confronteert met een van de meest wrede gevolgen van de nu al bijna drie decennia aanhoudende wetteloosheid in hun regio: de almacht van mannen, met name soldaten, over vrouwen.

In het eerste deel van de trilogie, Fighting the Silence (2007), vertellen Congolese vrouwen over wat hen overkwam tijdens het wassen van kleren aan de rivier of tijdens hun werk op het land. En over de periode na de verkrachting, wanneer de echtgenoten hun vrouwen verstoten omdat ze hen niet willen ‘delen’ met een militair of rebel. In de documentaire komt een lokale activist aan het woord die de vrouwen voorhoudt dat het niet hún schuld was dat ze werden verkracht. Hun echtgenoten krijgen te horen dat je je vrouw niet hoeft weg te jagen en dat het mogelijk is om verstoten vrouwen weer terug te nemen. In deel twee, Weapon of War (2009), moedigen militairen die zelf ooit moordden en verkrachtten nu groepsgenoten aan om te reflecteren op wat ze deden en, wanneer dat nog mogelijk is, hun slachtoffers schadeloos te stellen en om vergeving te vragen. Deel drie, Justice for Sale (2012) behandelt het corrupte rechtssysteem in het Afrikaanse land.

Bijna 36 zijn ze, Ilse en Femke van Velzen. Zoals wel vaker bij eeneiige tweelingen lijken ze niet alleen uiterlijk op elkaar, maar delen ze ook een vergelijkbare belangstelling. Op de middelbare school namen ze dezelfde vakkenpakketten. Om toch wat afstand te scheppen, gingen ze in verschillende steden studeren, al was de studiekeuze weer dezelfde: culturele en maatschappelijke vorming. In hun laatste jaar besloten ze samen af te studeren. Niet met een scriptie maar met een documentaire. Dat werd hun eerste film: Bushkids (2002), over de invloed van een _community-_radiostation in de krottenwijken van Kaapstad en wat dat radiostation betekent voor tieners.

Vijf films zouden volgen. In Terug naar Angola (2004) doen ze verslag van de gedwongen terugkeer van drie minderjarige asielzoekers naar het West-Afrikaanse land. Vervolgens werkten ze bijna tien jaar aan het drieluik over seksueel geweld in Congo. Hun laatste film is A Haunting History (2015), de documentaire die nu is geselecteerd voor de Gouden Kalf-competitie. Het is het verhaal van de jonge Zuid-Soedanese jurist Anuol Deng die als kind ontsnapt aan een massamoord en na zijn studie in Engeland terugkeert naar zijn inmiddels onafhankelijk geworden land. Hij is vast van plan om de daders van de slachtingen voor de rechter te brengen en een monument op te richten voor de slachtoffers. Tot zijn grote frustratie blijkt dat iets waar veel Zuid-Soedanezen maar weinig voor voelen.

Stuk voor stuk zijn het films die bewondering afdwingen. Dat doen ze niet alleen door hun journalistieke gespit of humanitaire insteek, noch door de prachtige shots, de spannende montage en het indringende geluid. Dat doen ze vooral omdat je meteen begrijpt dat het fysieke draaien van de documentaire het slotstuk was van jaren van onderzoek, talloze gesprekken en het winnen van vertrouwen. De mensen die de zussen hun verhalen toevertrouwen, zijn zo open, levensecht en nabij dat je je er bijna voor schaamt om vanuit een bioscoopstoel in hun levenssfeer te stappen.

Opvallend is ten slotte het optimistische perspectief. Al is de ellende nog zo groot, uiteindelijk gebeurt er iets moois. In Fighting the Silence neemt een echtgenoot zijn verstoten vrouw terug, in Weapon of War vergeeft een vrouw haar verkrachter. Als blijk van goede wil krijgt ze van hem een varkentje. En ondanks de forse tegenwerking blijft de Zuid-Soedanese mensenrechtenadvocaat in A Haunting History vechten voor het recht in zijn jonge land.

‘Hun optimisme is ook het onze. Wanneer zíj niet opgeven, waarom zouden wij dat dan wél doen?’

Dat alle films eindigen met een positieve noot is geen toeval. Femke: ‘De internationale gemeenschap geeft Afrikanen veel te snel op. Westerse media blijven het continent weergeven als verziekt door oorlog, armoede en aids. Maar de Afrikanen zelf komen gewoon weer overeind en blijven werken aan een betere toekomst.’ Ilse: ‘Hun optimisme is ook het onze. Wie zijn wij om tegen hen te zeggen dat het allemaal geen zin heeft, dat het niet meer goed komt? Wanneer zíj niet opgeven, waarom zouden wij dat dan wél doen?’

Medium crew refugeecamp

Hun films, zo benadrukken ze, zijn instrumenten, middelen. In westerse landen willen ze daarmee aandacht vragen voor de mensenrechtensituatie in verre landen als Congo. Ze moeten helpen het zwijgen te doorbreken. Zodra de vertoning in een Mobile Cinema afgelopen is, lopen moderatoren door het publiek en starten een gesprek. Zijn deze vrouwen inderdaad schuldig aan het geweld dat op hen wordt uitgeoefend? Moeten mannen hun verkrachte echtgenotes wel verstoten? Waarom zijn militairen eigenlijk zo wreed tegen hun eigen mensen? Voor het scherm stellen zich dan vertegenwoordigers op van hulporganisaties bij wie slachtoffers en daders zich kunnen melden om over deze onderwerpen in gesprek te gaan.

Wanneer je Femke en Ilse van Velzen vraagt hoe ze hun beroep noemen, dan zeggen ze ‘documentairemakers’. Maar beide vrouwen zijn ook ondernemers, mensenrechtenactivisten en, vooral, bedrijvers van slow journalism. Het maken van documentaires is weliswaar de kern van hun werk, maar hun ambitie reikt veel verder. De tweeling wil iets bewerkstelligen. In de filmhuizen en festivals van het welvarende deel van de wereld. En in de hoofden en harten van de mensen in Zuid-Afrika, Congo of Zuid-Soedan.

Dat maakt hen tot outsiders. Ze horen er niet bij, bij de journalisten, de ontwikkelingswerkers of de mensenrechtenactivisten. Ze volgden geen school voor journalistiek of filmacademie, ze beseften maar amper het belang van een Gouden Kalf en leerden nergens hoe je in de jungle van Oost-Congo mobiele bioscopen opzet en exploiteert. Ze zijn autodidacten en noemen hun bestaan ‘financieel onzeker’; om er meteen aan toe te voegen dat geld hen eigenlijk ook ‘geen reet interesseert’. Ze doen toch wel wat gedaan moet worden. Obstakels zijn er om te worden opgeheven en grenzen om doorheen te breken.

‘We kunnen alleen doen wat we doen omdat we volledig onafhankelijk zijn’, zegt de tweeling. ‘We doen dan ook álles zelf. We kiezen onderwerpen die ons aan het hart gaan. We regisseren, we produceren en monteren de films met onze vaste editor Paul de Heer. We gooien zelfs de online bestelde dvd’s nog op de bus. Daarom kunnen we ook de ruimte nemen om ons jarenlang in een thema te verdiepen. Financieel snijden we onszelf soms in de vingers, maar daar maken we ons niet al te druk om.’

De mobiele cinema’s zijn een enorm succes. Twee miljoen Congolezen zaten al samen naar de documentaires te kijken. Ook worden speciaal gemonteerde varianten van de films nu gebruikt door het Congolese leger als awareness training voor de eigen manschappen. De zussen spreken over een ‘impact-campagne’. In het hele land komt bataljon na bataljon in zaaltjes samen om de films te bekijken en zo het eigen gedrag bespreekbaar te maken. Vaak blijken de militairen niet eens te beseffen wat de gevolgen zijn van hun verkrachtingen. Omdat een aantal militairen speciaal werden getraind om hun collega’s te begeleiden in het bekijken van de films bleken de mannen makkelijker te praten dan verwacht.

‘We planten een eerste zaadje, waardoor zo’n man het debat met zichzelf aangaat. Dat is wat film kan doen’

Femke: ‘Doorgaans sluit een militair zijn bovenkamer, verkracht een meisje, trekt zijn broek omhoog en gaat door met waar hij mee bezig was. Met onze campagne proberen we die bovenkamer weer te openen. We planten een eerste zaadje, waardoor zo’n man het debat met zichzelf aangaat. Dat is wat film kan doen. Dat is wat wij met onze films willen doen.’

Enkele van de militaire bijeenkomsten werden gefilmd. Vaak wist de tweeling zelf niet wat er op dat moment door de soldaten werd gezegd, want de ene keer praatten de mannen Lingala, dan weer spraken ze Swahili. Pas bij het terugkijken met een tolk horen ze bij de ene militair oprecht berouw, terwijl de andere blijft volhouden dat de vrouwen in hun aanstootgevende kleren zelf niets liever wilden dan te worden genomen.

Het meest fascinerend zijn de mannen die zeggen spijt te hebben van hun verkrachtingen, maar met zoveel details en bravoure over hun veroveringen praten dat je het tegenovergestelde vermoedt. Femke: ‘En toch kan niemand zeggen of ook deze bravoure niet voortkomt uit schaamte. Ook wij weten het niet. Het is aan de kijker zelf om te beoordelen. Voor ons geldt dat de man verantwoording aflegt en dat hij zich in elk geval heeft gerealiseerd dat hij fout zat.’

Doeners dus, de tweeling. En geen intellectuelen die praten over, bijvoorbeeld, ‘de banaliteit van het kwaad’. Over het begrip dat Hannah Arendt in 1961 muntte tijdens het Eichmann-proces in Jeruzalem en waarmee ze precies dat omschreef wat ook Ilse en Femke blootleggen in hun films. De motieven van de mannen lijken nauwelijks terug te voeren tot dieperliggende drijfveren, zoals klassenstrijd, etnische conflicten, politieke ideologieën of vrouwenhaat. Femke: ‘Je hebt natuurlijk veel militaire commandanten die seksueel geweld heel expliciet inzetten als oorlogswapen en hun soldaten direct aanmoedigen om daar ook gebruik van te maken. Maar nogal wat verkrachters opereren eerder gedachteloos. “Wil je een vrouw, dan pak je er een”, zegt een man in Weapon of War. Een ander zegt: “Wanneer je seks wil, dan kun je je niet langer beheersen. Dan ga je meteen op zoek naar een vrouw.”’

En zo lijkt het erop dat het kwaad in iedereen zit. En dat je dit niet merkt in een normale, burgerlijke, situatie omdat je een oorlog nodig hebt om het naar buiten te laten komen. Als soldaat leg je die burgerlijke status af en word je iemand anders. Wanneer normen en waarden vervagen, wanneer mannen wapens en uniformen krijgen, wanneer iemand je keer op keer vertelt dat het leger geen genade kent, wanneer de groepsdruk stijgt… Femke: ‘Afijn, tel alles maar bij elkaar op, dan kom je al snel in een situatie waarin vrouwen als loslopend wild worden beschouwd. Wanneer de oorlog dan voorbij is, en de mannen weer zonder wapens en in burger rondlopen, dan komt de wroeging. We vroegen het aan allemaal: hoe denk je nu over wat je met die vrouwen hebt gedaan? Een heel aantal vonden het oprecht erg wat ze hadden uitgevreten.’

‘Bedenk ook’, zegt Ilse, ‘dat in Congo concepten als “verkrachting binnen het huwelijk” niet bekend zijn. Heb je een relatie met een vrouw, dan mag je vrijelijk over haar beschikken. Dat mannen dat ook daadwerkelijk doen, heeft alles te maken met het gebrek aan onderwijs, met een lage ontwikkeling. In de Congolese samenleving bestaat weinig ruimte om nieuwe ideeën over de verhouding tussen mannen en vrouwen naar voren te brengen.’

Het is precies in dit vacuüm waar de documentaires verschil kunnen maken. Na vertoning in de Congolese dorpen melden zich steevast slachtoffers en daders die gebruik willen maken van de counseling die hulpverleners aanbieden. In de tijd dat de huidige minister van Buitenlandse Zaken Bert Koenders nog minister van Ontwikkelingssamenwerking was, reisde hij naar zo’n Congolees dorp om de mobiele cinema met eigen ogen te bekijken. Omdat de zussen ook zelf wilden weten wat de impact van hun documentaires was, stuurden ze enquêteurs naar de dorpen waar de films werden vertoond. Deze verrichtten metingen vooraf, vlak na de vertoning en op een later tijdstip. De resultaten bleken ronduit bemoedigend. Meer vrouwen meldden zich voor psychologische behandeling, mannen haalden verkrachte vrouwen terug uit ballingschap en meldingen van verkrachtende soldaten namen fors af.

Maar, zo zeggen Ilse en Femke van Velzen met klem, het valt maar amper vast te stellen welke specifieke rol hun documentaires daarin spelen. In het oosten van Congo neemt het geweld al langer af en tal van ngo’s doen veel aan het bestrijden van de trauma’s. Maar met twee miljoen bezoekers van Mobile Cinema en talloze groepsgesprekken in het Congolese leger kan het niet anders of de films speelden een rol.


A Haunting History wordt op woensdag 28 september om 22.55 uur uitgezonden door EO/Ikondocs op NPO 2. De uitreiking van de Gouden Kalveren vindt plaats op het Gala van de Nederlandse Film 2016 op 30 september

Beeld: (1) A Haunting History, 2015 (AHH_STILL_HR); (2) Ilse en Femke van Velzen aan het werk in Noord-Oeganda in het vluchtelingenkamp Adjumani, 2014 (IFProductions)