Tommy Wieringa

‘Wil je kaas of salami?’

Tommy Wieringa
De dynamica van begeerte
De Bezige Bij, 87 blz., € 9,90

De dynamica van begeerte is een bundeling essays die Tommy Wieringa schreef tijdens zijn gastschrijverschap aan de Technische Universiteit Delft in het voorjaar van 2007. De inzet is spannend want ietwat grimmig: hier komt een schrijver aan het woord die zijn romans en gedichten over romantische liefdesgeschiedenissen naar ‘verlaten adressen’ stuurde en die heeft ervaren dat hij zich van zijn fatsoen zou moeten bevrijden omdat ‘geen verstandige vrouw zo hoog wil worden opgetild dat ze zich ernstig zal bezeren bij de val’. Een schrijver die als jongetje een vreemde naakte vrouw zag waarna hij de speelkamer verliet om er nooit meer terug te keren. Hij las de dichter Kavafis en leerde dat ‘… het halve huis moet worden neergehaald’ en dat hij van het genot zou leren.

Wieringa trapt in het essay Wat wij willen af met een kleine verhandeling over het verhaal van Eva en Adam, dat wordt geduid als de wordingsgeschiedenis van ieder mens. Vervolgens stipt hij aan hoe Boeddha en Aurelius Augustinus hun begeerte bedwongen. Hoe wetenswaardig ook, interessant wordt het wanneer Wieringa zélf gaat kijken en denken, zoals wanneer hij het springveermechaniek van het bloempje van de brem bestudeert. Zorgvuldig beschrijft hij hoe de bloem een insect met stuifmeel overlaadt. Hij legt een verband tussen de begeerte van de hommels en zijn eigen seksuele associaties bij de vormgeving van de bloem. Begeerte en techniek vallen op ingenieuze wijze samen. Bioloog Midas Dekkers weet hem vervolgens haarfijn uit te leggen dat menselijk gedrag wordt gedirigeerd door biologische processen, en voegt hem ferm toe: ‘Een stijve lul overkomt je.’

In het tweede essay, De geschoren aap, begint Wieringa gevaarlijker te schrijven. Over zijn seksueel gefrustreerde alter ego Verschoor – ‘kutjes zijn gelul’ – met wie hij het fetisjfeest Wasteland bezoekt. Helaas volgt dan een redelijk platgetrapte analyse van de pornoficatie van de maatschappij. Prettig opgeschreven, dat wel. Maar de schrijver voegt pas iets toe wanneer hij de darkroom van Wasteland omschrijft als de buik van een schip waar je het zuchten en steunen van de slaven aan de riemen hoort – een aangrijpend, donker beeld dat in één klap ongemakkelijkheid over je menszijn oproept. Nog beter wordt het wanneer hij probeert uit te leggen hoe hij zich voelt nadat hij ‘mee geroeid’ heeft: ‘Die nacht wist ik wat een mensenleven was, een wankele brug, hij overspant een ondoorgrondelijke diepte, een afgrond zonder bodem.’ Horror vacui. Dit lijkt de les waar we op wachtten. En toch ook niet helemaal. Voorbij de grenzen van de begeerte rest niets. En dat we net zo werken als hommels en bloemen, goed. We zijn onze natuur. Wat ons onderscheidt van de hommel is een bewustzijn, waarin zich naast onze beestachtigheid ook het verfijnde en ongerijmde mechaniek van begeerte openbaart.

Dat bewustzijn manifesteert zich bij de schrijver wanneer hij beschrijft hoe de daad, het neuken, als een plicht kan voelen, het voltooien van een dans die, eenmaal ingezet, ook afgemaakt moet worden. ‘Niet zeuren, doe je werk, dacht ik soms…’ Dan ’s ochtends: ‘… de hatelijke vraag, geroepen vanuit de keuken, “wil je kaas op je brood of salami?”’ En in deze mededeling ligt het drama besloten. Dan ziet de lezer opeens het jongetje dat schrikt van een naakte vrouw, de jonge man die merkte dat zijn uitroepen van liefde onbeantwoord bleven liggen op verlaten adressen. En door de tekst doemt een beeld op van een man die de vrouw ziet als een wezen dat hem verstrikt doet raken in zijn eigen begeerte. Daarom wellicht de ervaren hatelijkheid van de boterhammenvraag. Wéér was de schrijver erin getuind, had hij zich laten leiden door begeerte, en was zij, de vrouw, erin geslaagd hem te misleiden.

Maar bovenal zien we een man die kijkt naar een vrouw zonder haar écht te kunnen zien. Niet voor niets haalt Wieringa Elias Canetti aan, die schreef dat hij zo oud wilde worden dat geen vrouw hem in zijn fantasie nog zou opwinden. En daarmee laat de schrijver zien dat de dynamica van begeerte de tragiek van de man is. Omdat hij blind lijkt voor het mechanisme en omdat de finesses van het spel hem ontgaan trapt hij er steeds weer in, en dat frustreert hem. Daarom moet het halve huis naar beneden, zwoegt hij in de buik van een schip waarna hij aan de afgrond van zijn begeerte staat en de duizelingwekkende diepte van zijn eigen leegte aanschouwt. En dat terwijl er zo veel is tussen dat gruwelijke niets en gewoon-zomaar.