Wild

Wat ik een beetje mis, de laatste jaren, zijn goede wildschrijvers. In mijn omgeving zijn ze tenminste praktisch verdwenen.

Garagedeuren en schuttingen blijven op wat halfslachtige tags na volkomen leeg en het windscherm langs de verderop gelegen snelweg, waar ik soms langs fiets, vertoont vooral gelijkenis met een kladblok, waarop een kind wat hanepoten heeft geoefend. Onleesbare warrigheid. Ook in de binnenstad, waar men toch dagelijks verse muren optrekt, op goed zichtbare locaties, wordt maar weinig geschreven dat de moeite waard is. Ja, ‘BULM’ wordt me ergens toegevoegd, in mollige spuitletters. ‘Rytz!’ meldt een steegje. Maar een enkele ‘All cops are bastards’ daargelaten zijn het louter cryptische letterreeksen die niet voor mij bestemd lijken. Het is niet zozeer de lelijkheid die me hindert, maar dat gebrek aan communicatie. Die geheimtalige subcultuur die mij in de openbare ruimte toeschreeuwt en uitsluit tegelijk. Een smurfblauw ‘Stay trrrrr mit X’ op een balk. Een in bruine koeienletters gespoten ‘OOO verz’. Waar gaat het over? Wie is hier aan het woord? Van welke ik is ‘Streyyyman’ een manifestatie? Niets dan raadsels. Daarom doet het me zoveel deugd wanneer ik elders ben en lees: ‘Al veertig dagen zonder jou’. Of (op een elektriciteitshuisje in het oosten des lands, in hartstochtelijk rood): ‘Hoer, geef me mijn zoon terug!’ Het zijn zulke kreten, aangebracht langs de snelweg of op het perron, die boven het besmeuren of bekladden van straatmeubilair uitstijgen. Ze zijn urgent en persoonlijk. In staat je op het spoor te zetten van een verhaal dat groter is dan sullig vandalisme. En juist zulke wildschrijverij tref ik steeds minder. Slechts één hele mooie weet ik nog te vinden hier dichtbij, op een van de buitenmuren van het Huis van Bewaring waar ik ooit werkzaam was. Ik ontdekte hem in de zomer van 2004, toen ik een dag lang de wacht moest houden bij twee potige werklieden die kwamen ‘hakken en voegen’. Die muur grenst aan een groezelige strook niemandsland en een rij met hoge schuttingen. Haast niemand komt er. Juist daarom is het zo mooi, vind ik. Want in witte kapitalen staat er: ‘BINNENKORT IN DIT THEATER’. En verder niets.