Sport

Wild

Je hebt grote sporten, waar je de hele tijd van alles over hoort en die op tv zijn, en je hebt kleine sporten, die de mensen soms niet eens kennen. Bijvoorbeeld wildwatervaren. Begin juni is de Holland Cup, georganiseerd door de Nederlandse Kano Bond.
Waarom weten we zo weinig over wildwatervaren? Als er één sport tot de verbeelding spreekt, is het wel wildwatervaren. Je moet het een paar keer hardop voor je uit zeggen – wildwatervaren, wildwatervaren, wildwatervaren – en dan ga je iemand voor je zien die in een boot zit, een snelle kano van epoxyhars, en dan gaat varen op het water, watervaren dus, en dat hij dat dan heel wild doet. Wildwatervaren: je ziet hem met zijn hoofd schudden, met zijn armen zwaaien, zijn voeten roffelen op de kanobodem. Hij maakt wilde geluiden met zijn tong tussen zijn lippen, hij schreeuwt en loopt heel rood aan. Ondertussen watervaart hij gewoon door.
De sport moeten we niet verwarren met gewoon watervaren. Dat kan iedereen. Waar water is, daar wordt gevaren, gewatervaren. Maar om wild te watervaren moet je toch iets in je karakter hebben dat anderen niet hebben. Dat wilde. Als je niet wild bent, van binnen en van buiten, dan kun je niet wildwatervaren.
Je hebt ook sloomwatervaren. Dat is een fascinerende sport, maar op een andere manier. Het publiek ligt daar languit te luieren aan de oever van de rivier, die traag door eindig laagland meandert, en maakt zich nergens druk over, zeker niet over wie de wedstrijd wint. Er wint niet altijd iemand, aangezien bij het sloomwatervaren de finish meer dan eens in het geheel niet wordt bereikt. Want de atleten zitten als een zak zout in hun trage bootje en peddelen een beetje een kant op en turen mijmerend in de verte, waar, met zijn armen tollend als molenwieken, en hard op een toeter toeterend, en op zijn neusfluit fluitend, een echte wildwatervaarder langskomt. Dan zijn ze ontzettend jaloers.
Zo’n sport verdient meer aandacht, liefhebbers en beoefenaars. Dat beseft de Kanobond waarschijnlijk ook wel. Zoals ondersecretaris Afdeling West-B (De Peel), Henk Hoevelaken.
Henk zat altijd op de wilde vaart en toen de kinderen de boot uit waren en hij een buikje begon te krijgen, wilde hij wat actiever gaan leven. Hij kwam via een vriend in contact met watervaren. Henk raakte snel uitgekeken: ‘Watervaren is een fijne sport, hoor, maar ik miste een zekere wildheid. Die heb ik in mezelf namelijk heel erg, dus sloot wildwatervaren beter aan bij mijn beleving. Als sport. Nu is het: een dag niet gewildwatervaren is een dag niet geleefd, zeg ik altijd. Echt altijd.’
Dat brengt Henk op nog een reden voor de relatieve onbemindheid van zijn sport: ‘Het klinkt vreemd, maar ik denk dat het mede te maken heeft met een taalkundig probleem. Het voltooid deelwoord, en de verleden tijd. Moet je zeggen: “Ik heb gisteren heerlijk gewildwatervaard? Ik heb wildwatergevaren?” Of misschien: “Ik heb wild gewatervaren. Gisteren wildwatervoer ik nog in de Biesbosch. Ik watervaarde wild op de Rijn.” Het is varen, voer, gevaren, maar wildwatervaren blijkt voor veel mensen problematisch te zijn. En dan kiezen ze voor een andere, veilige, sport, zodat ze zonder problemen kunnen zeggen: “Ik heb vorige week fijn gekorfbald.” Niks aan de hand.’
Hoevelaken werkt aan een campagne die het ledenaantal van zijn afdeling moet verdubbelen. ‘Vooral de jeugd moeten we warm zien te maken. Het hele wildwaterconcept moeten we promoten. Daarbij kan de overheid een sturende rol spelen.’
Plannen liggen al op tafel, om precies te zijn op de tafel in de eetkamer van Henk Hoevelaken. Er is een affiche:
JIJ WIL WAT ERVAREN? GA WILDWATERVAREN!
Hij is er trots op. ‘Hier heb ik er nog een: WILDPLASSEN? GA TOCH WILDWATERVAREN!’
WIE WILDWATERVAART VAART WEL!
NIET VAN DAT SLOME! GA WILDWATERVAREN!
WILDE WATERS HEBBEN DIEPE GRONDEN!
Er zijn nog meer plannen ontwikkeld door de bond. Een Nationale Wildwatervaardag, bijvoorbeeld. Lespakketten op scholen, zoals Lekker wild? Ga toch varen! Ook komt er overleg met andere sporten. Hoevelaken: ‘Je hoeft het niet bij varen te laten. Wat dacht u van wildwatertennissen? Vanuit het rugby is er belangstelling om te onderzoeken of wildwaterrugby interessant is voor de mensen. Wij denken van wel.’