Televisie

Wilders bellen

TELEVISIE Kruispunt, oktober 2007

Wat doen we met Wilders? heette een _Kruispunt-_uitzending waarin Leo Fijen aan journalisten vroeg of er niet te veel aandacht aan de man werd besteed. Nog voor de aankondiging van de koranfilm; Fijens zorg kan sindsdien alleen maar zijn toegenomen. Het is een oude vraag inzake de verre rechterzijde: doodzwijgen of aandacht geven – en in het laatste geval: hoe?
Lang was zwijgen de regel. Glimmerveen bestond publicitair nauwelijks. Janmaat na zijn zetel in 1982 uitsluitend in uitzendingen van zijn eigen cp/cd waarbij hij behalve door de mantra ‘de politici hebben er één grote puinhoop van gemaakt’ vooral opviel door een vernieuwende toon (‘de hersens van Jantje Pronk lijken zwaar door alcohol aangetast’) en door curieuze bloemstukken die charisma moesten vervangen.

Dat veranderde toen zijn aanhang groeide. De verkiezingen van ’94 leken een succes te worden tot undercoverjournalistiek (onder meer in De Groene Amsterdammer) aantoonde dat het backstage nog heel wat gruwelijker was dan frontstage; en tot een overmoedige Janmaat door een _Haagse Post-_interview zijn hand zwaar overspeelde. Hij toonde zich verheugd over het plotse overlijden van minister Dales en hoopte dat de pvda snel zou volgen; hij eiste het aftreden van Hirsch Ballin (‘dat joden als nomaden trekken wil ik ze niet kwalijk nemen, maar openbare functies mogen ze dan niet bekleden’); en langdurig werkloze buitenlanders dienden naar de rand van de territoriale wateren gebracht om daar in roeibootjes overgezet te worden. Resultaat: drie zetels in plaats van de verwachte minimaal acht.

De eerste keer dat een vertegenwoordiger van radicaal rechts op de televisie uitgebreid aan het woord werd gelaten, was kort daarvoor in kro’s Katharsis. Constant Kusters van cp’86 (nu nvu) was te gast en werd geconfronteerd met drie leeftijdgenoten van Marokkaanse, Molukse en GroenLinkse herkomst. Of dat niet genoeg was, werd zijn eerste verschijning begeleid door onheilspellende muziek en ontpopte ‘gespreksleider’ Ton Verlind zich als Grootinquisiteur in de geest van Marcel van Dam versus Pim Fortuyn met als psychologiserend dieptepunt: ‘Wat is er toch met jou gebeurd dat je zulke opvattingen hebt?’ Kusters dook laf weg (‘maak je niet druk: we zijn zweeppartij’), maar was consequent in het voornemen aidspatiënten in reservaten op te sluiten, desnoods ook eigen vrouw en kind.

Hoewel Glimmerveen, Janmaat en Kusters niet in één adem genoemd kunnen met Fortuyn en Wilders, blijft die vraag van Fijen actueel. Interne meningsverschillen tussen redacteuren daarover halen nu zelfs de pagina’s van de Volkskrant. Fijens interessantste confrontatie was met Andries Knevel, bij wie Geert enige malen te gast was. Knevel: ‘Door de snelle krimp van het midden wordt elk politiek tv-optreden onderdeel van een continue verkiezingscampagne waarin steeds extremer dingen gezegd moeten. Tv-makers nodigen politici ook uit in de hoop op extreme uitspraken omdat zij in de concurrentie publieken-commerciëlen, afhankelijk van reclame-inkomsten, afgerekend worden op hun aandeel in de kijkersmarkt. Ik kén de verleiding: Wilders bellen = kijkcijfers bestellen.’

Wat onverlet laat dat hij en andere journalisten ook zuiverder motieven hebben om Wilders aan het woord te laten: veronachtzaming van diens achterban, zoals destijds bij Fortuyn, is juist gevaarlijk. Uitnodigen en tegengas geven is Knevels motto. Lijkt Knevels overweging in deze kwestie redelijk integer, ik vraag me af hoe dat ligt inzake het beleid van de EO (waar hij tot 2006 directeur was) om alle vormen van menselijk leed tranentrekkend te exploiteren; en schaamteloos stukjes programmaformule van anderen te plunderen. Zouden Rouvoet, Huizinga en Van Middelkoop, nette christenen, daar niet even onpasselijk van worden als ik?

Wat doen we met Wilders? Kruispunt, aflevering 7 oktober 2007, via: uitzendinggemist.nl