Wilders is Obama

Obama is een Indo, wist u dat?
Eerst iets over mezelf. Mijn vader was assistent-resident in het koloniale Indië. Hij zat in Lebak, net als Multatuli. In 1952 keerde hij terug. In januari 1953 werd ik geboren. Net als Adriaan van Dis werd ik daar gemaakt en kwam ik hier ter wereld. Mijn vader was indoloog. Aan die studie had hij, voorgoed terug in Nederland, helemaal niets. Hij begon, op leeftijd, een nieuwe studie. In Nederland zat hij vol met wrok over het verloren paradijs.
Hij voedde mij op met de volgende principes: pas je aan, weet dat je beter bent dan de Nederlanders, werk keihard anders word je niet geloofd.
Nu ik de jaren des onderscheids heb bereikt, stem ik Wilders.
Cut!
Opnieuw. Andere lens.
Eerst iets over mezelf. Ik ben een echt moederskindje. Mijn moeder was altijd snel klaar met het huishouden en hield zich de rest van de dag met mij bezig. Wandelen, spelen, lezen, spelletjes. Ik was een extra arm, een extra been, een extra hoofd. Ik was haar medestrijder tegen mijn vader, ik was haar minnaar bij wie ze kon uithuilen. Mijn moeder voedde me op met de volgende principes: denk altijd aan de mensen die het minder hebben dan jij, ontwikkel jezelf tot een muzische persoonlijkheid, en doe alleen wat je wil.
Nu ik de jaren des onderscheids heb bereikt, stem ik Femke Halsema.
Cut!
Volgende scène. Groothoeklens. Totaalshot.
Obama had een oma die bang was voor negers. Hijzelf werd in Chicago als een neger beschouwd. Obama kent de pijn van een achtergestelde groep, hij weet hoe slecht sommigen behandeld zijn, hij weet wat discriminatie en uitsluiting is. Hij heeft tamelijk veel conservatieve trekjes, maar ook een paar progressieve. Hij is door en door een Amerikaan – net als mijn vader. Hij is door en door betrokken – net als mijn moeder. Net als mijn vader en moeder heeft Obama in Indonesië gewoond. Mijn ouders waren Nederlander. Hij is Amerikaan.
Obama is een Indo.
Indo’s, zo lees ik in De Groene bij Lizzy van Leeuwen, zijn oerconservatief.
Begrijpelijk – hun land is opgeheven, dus is hun cultuur weg, ze willen behouden wat ze nog hebben en dat is niet zo veel. Het is hun trots die ze in het geheim moeten voelen, het is de herinnering aan wat ze ooit waren, en dat is tevens de herinnering aan hoe ze zich voor Nederland hebben ingezet: ze werkten hard en deden extra hun best en pasten zich aan.
Aanpassen uit wanhoop.
Ze hebben daar veel voor teruggekregen, namelijk niets. Terwijl ze wel van alles was beloofd.
Ze zitten in de allerhoogste functies in het leger, in de allerhoogste functies bij de politie, in hoge functies bij de politiek, in de financiële wereld, en onder hen zijn schrijvers die prijzen hebben gewonnen, dichters die gelauwerd zijn, musici, noem maar op.
Steeds vragen mensen aan mij: ‘Wat is identiteit? Ben je Indo? Of Nederlander?’
Ik zeg dan altijd: ik ben Amerikaan.
Ik ben Amerikaan, want ik draag Amerikaanse kleren, ik lees Amerikaanse boeken, ik hou van Amerikaanse films en ik geniet van de Amerikaanse politiek. ‘Maar die politiek is soms fascistisch: Vietnam, Irak, Afghanistan…’
Dan zeg ik: ‘Kijk naar Obama. Obama is een Indo.’
En ik denk: ik ben Obama, Dick Berlijn is Obama, Giovanni van Bronckhorst is Obama, Adriaan van Dis is Obama, Ernst Jansz is Obama, Willem Nijholt is Obama, Xander de Buisonjé is Obama, Robin van Persie is Obama – en zo kan ik wel doorgaan.
En natuurlijk: Wilders is Obama.
Obama zijn, zegt kortom niets.