Menno Hurenkamp

Wilders moet meedoen

Geert Wilders moppert dat hij tijdens de aanstaande parlementsverkiezingen niet mee mag doen aan de debatten die de nos uitzendt op televisie. Terwijl die met belastinggeld gemaakt worden. Zo gek is het niet dat Wilders minder zendtijd krijgt. Wilders’ Partij voor de Vrijheid heeft nu één zetel in de Tweede Kamer. Zijn partij is goed voor nul tot een paar zetels «in de peilingen». Er is één man bekend die optreedt voor de partij van Wilders. Dat is hijzelf. Eén man, één stem, één stoel: de Groep Wilders heeft alle trekken van een splinterbeweging. Weinig reden om hem op een nationaal podium naast Jan Peter Balkenende, Wouter Bos of Mark Rutte te zetten. De Partij voor de Dieren scoort ook wel eens een zeteltje «in de peilingen» en ook die wordt van het scherm gehouden.
Er is bovendien nog een volkomen ad hominem én feitelijk argument om Geert Wilders off screen te houden. Hij heeft erg gek haar. Hij heeft dat haar al jaren, maar het went niet. Nee, dat is geen flauwe opmerking: haar dóet ertoe in de politiek. Kiezers kijken naar haar. George Bush won de verkiezingen in Amerika omdat zijn tegenstanders idiote kapsels hadden. Bush heeft winnend haar. Wilders heeft verwarrend haar. Als eenvoudige mensen Wilders op de buis zien, denken ze dat ze Idols kijken. Of een therapiesessie naar aanleiding van een extreem mislukte Extreme Make Over.

Dat neemt allemaal niet weg dat Wilders een rechtervleugel in de politiek vertegenwoordigt waar tegenwoordig bijna alle andere partijen graag leentjebuur spelen. Wilders draagt de kleinburgerlijkheid uit en doet dat eerlijk. Met zijn pleidooien tegen Europa, tegen immigratie en tegen moslims hijst Wilders de nieuwe bekrompenheid uitdrukkelijk in het vaandel. Ondertussen leeft ook bij de pvda, de vvd en het cda sterk de gedachte dat veel Nederlanders niet te veel vreemde dingen en vreemde mensen meer willen. Dat het even genoeg is geweest met de asielzoekers, pedofielen, kunstenaars en andere subsidieslokkers die vanuit de Amsterdamse grachtengordel jarenlang het bewind over het land hebben gevoerd. Wilders aan tafel zetten voor een discussie kan helpen om de grote partijen kleur te doen bekennen. Het betekent immers dat je niet gaat praten over kenniseconomie of sociale cohesie, maar over straatterreur en paspoortcontroles, over het sluiten van moskeeën en het verbieden van boeken. Kwesties waar de andere partijen telkens alleen strategische oprispingen over hebben.

Voor Wilders zelf zal een televisieoptreden dus niet heel veel opleveren. Maar de kiezers moeten kunnen zien wat de leiders van de grote partijen doen met Wilders’ wereldbeeld. Kruipen Bos, Rutte en Balkenende tegen die kleinburgerlijkheid aan? Erkennen ze zijn analyse van oprukkende horden (zelf)moordlustige barbaren in de straten van Eemnes, Drachten en Sittard en gaan ze alleen over de oplossingen van mening verschillen? Honen ze de man weg – gek haar! – maar nemen ze zo hier en daar wel z’n ideeën mee? Of zijn ze in staat Wilders’ angstpolitiek soeverein te pareren en zelf afstand van zijn populisme te bewaren? Dat laatste staat echt nog te bezien. In hoeverre Wilders’ streven om Nederland op slot te krijgen doordringt in een nieuwe regering wordt een belangrijke verkiezingskwesties. Gewichtiger dan, zeg, ene A. Pechtold en de eeuwigdurende komedie van de gekozen burgemeester. Dus gooi d66 van de zender en geef Geert de ruimte.