Menno Hurenkamp

Wilders op 1

Ik had het bedacht als milde vorm van kritiek op de beruchte mediageilheid van parlementariërs. De citatie-index: we lieten bij het weekblad Intermediair turven welke politicus dat jaar het meest genoemd werd in de pers. Dat gebeurde nogal oppervlakkig. Het ging erom hoe vaak iemands naam viel in de «persdatabank» – een digitaal archief van alle kranten en weekbladen – en in enige actualiteitenrubrieken. Hoog scoren kon van alles betekenen: dat je inderdaad veel geciteerd werd, of alleen maar dat je naam vaak viel vanwege een schandaal. Als je maar genoemd werd. Want aandacht krijgen ten koste van alles was immers het devies van veel volksvertegenwoordigers – zelfs deelname aan televisieprogramma’s als Te land, ter zee en in de lucht of vragen aan de minister in verband met een lekkende schoolverwarming in Flork of Plurk (NB). Maar de citatie-index had onvermoed succes en is sindsdien een eigen leven gaan leiden, als onderdeel van het circus dat het wilde bekritiseren. Wie onder aan de lijst bungelt komt niet meer terug in het parlement. Exit mijn vrolijk-kritische oefening. Zo doen alle slimme systemen dat. Commentaar moet je onmiddellijk inlijven. De tweedehands klederdracht van anti-kapitalistische hippies en opstandige popmuzikanten werd ook binnen de kortste keren een stijlicoon van de mode-industrie.

Toch pakt die pervertering niet helemaal gek uit. Geert Wilders staat namelijk al twee jaar op 1 in dat ding. Het kamerlid met de smalste agenda krijgt zo op het oog de meeste aandacht. Als medewetgever stelt Wilders niet veel voor, je hoort hem nauwelijks over wetten of moties. Maar als man die zegt dat moslims niet deugen of dat Nederland uit de Europese Unie moet, krijgt hij in elke rubriek een plekje. Wilders’ standpunten hebben bestaansrecht. Ook het feit dat hij door die meningen bij vlagen in gevaar is moet onder de aandacht worden gebracht. Maar in Volkskrant en NRC duikt hij gemiddeld dagelijks op! Die overheersende aanwezigheid in de pers slaat natuurlijk nergens op, hoe vergoelijkend de leidinggevenden van de pcm-kranten er ook op reageren. (Frank Vermeulen van NRC zegt dat Wilders vaak genoemd wordt om het uiterste van het spectrum aan te geven – een eer die Jan Marijnissen of de christenfundamentalist Bas van der Vlies blijkbaar niet ten deel valt.)

Naast kritiek op Europa en gedoe met migranten zijn er echt nog wel een paar kwesties waar het parlement zich over buigt of zou moeten buigen. Maar dat alles tussen verzorgingsstaat, milieu en bestuurlijke vernieuwing overtroefd wordt door de aandacht voor de kruistocht van één boze man maakt duidelijk hoezeer de media zelf bijdragen aan de verhyping van de politiek. De angst om weer een Fortuyn-fenomeen te missen is de laatste jaren allesoverheersend. Vandaar ook het relletje dat ontstond toen Wouter Bos gezegd zou hebben dat allochtone gemeenteraadsleden voor problemen zouden zorgen. Dat ging van start doordat Het Parool op onbehoorlijke wijze een citaat uit de context trok en anderen (Nova, NRC, Buitenhof) daar bovenop sprongen. Van Bos of een andere politicus is in het hele gedoe geen idioot woord op te tekenen geweest.

Mijn idee met de _Intermediair-_citatie-index was de hijgerige politiek bekritiseren. Maar de exercitie is als een boemerang teruggekomen. Zo’n lijstje met veelgenoemde politici laat meer zien waar de pers belang aan hecht en minder waar de parlementariërs zich druk om maken. Ook prima, daar niet van.