Menno Hurenkamp

Wilders, Pastors, Pluto

En dan nu de verkeersmededelingen. Op de rechterrijbaan staat een file van tien kilometer met langzaam rijdend tot stilstaand verkeer. Een partijtje of vier, vijf van nationalistische snit is tegen de verlokkingen van de 27 postume parlementszetels van Pim Fortuyn aan gereden. De gewone man krijgt geen brede volksbeweging die de grenzen van dit land voorgoed dichttimmert, maar Geert Wilders, Bart Jan Spruyt, Marco Pastors en Mat Herben die elkaar de maat nemen. Verwijten richting «de linkse kerk» die drukker is met zichzelf dan met «de problemen van de mensen» maken niet veel indruk meer. Rechts zou eens zo’n conferentie moeten organiseren als de astronomen hielden over Pluto. Zijn het partijen of eigenlijk dwergpartijen, al die pro-Nederland-clubs? Is het klein rechts, of héél klein rechts?

Het is verleidelijk deze verdeeldheid te zien als bewijs dat het onmogelijk is nog één Nederland te scheppen, een land waarin iedereen elkaar begrijpt. Als de zelfbenoemde hoeders van de boerenkoolcultuur er al niet uitkomen, dan is misschien de hele kwestie van dat nationalisme minder urgent dan we moeten geloven. Of, anders gezegd, ongeveer even urgent als de wereldrevolutie aan het begin van de twintigste eeuw, waar de socialisten toen ook niet aan toe kwamen. De eerste naturalisatiedag illustreerde hoe lastig nationale-identiteitje-spelen is. «We stichten een nieuwe traditie», zei Rita Verdonk, alsof het een sovjetvijfjarenplan betrof. Nieuwkomers kwamen schaars opdagen op deze «feestdag». Wat hadden ze er ook te zoeken? Bestuurders als Gerd Leers, burgemeester van Maastricht, grepen ondertussen de kans om de staf te breken over diezelfde regering. Zo werd de migrant indirect toch gesticht over ’s lands wijs en eer, waar het lokaal bestuur al eeuwen graag zijn eigen gang gaat.

Niemand ontkent nog dat enige trots op Nederland helpt bij het maken van een gezamenlijke identiteit. Maar trots waarop? We kijken voor dit soort kwesties graag naar Amerika, waar iedereen van het land leert houden. Of dat terecht is? De Amerikaanse onderwijskundige Joel Westheimer beschreef recent een onthutsend aantal gevallen van Amerikaanse leraren die sinds september 2001 geschorst, berispt of met verlof gestuurd zijn, omdat ze een fout patriottisme aanhingen. Leraren met door leerlingen gemaakte kritische posters over de oorlog in Irak konden hun biezen pakken. (Zie www.democraticdialogue.com) Kritiek hebben op het land is on-Amerikaans, oordeelden schoolbestuur en ouders. Tot overmaat van voorspelbare ramp nemen scholieren die mening in toenemende mate over. Westheimer maakt een onderscheid tussen democratisch patriottisme en autoritair patriottisme. Democratisch patriottisme is trots op de instituties, het vraagt om tegenspraak. Autoritair patriottisme is trots op het gezag, het eist lijdzaamheid. Het ene betrekt mensen bij het land, het andere duwt ze in hun hok.

De Rotterdamse ex-wethouder Marco Pastors wees honend de democratisch georganiseerde politieke partij als vehikel voor zijn plannen van de hand. Buigen, en niet praten in het aangezicht van de macht! Klein rechts doet in de peilingen zijn naam eer aan. Ze lijken tandeloos en dragen nefaste oplossingen aan, toch sluit geen van de grote partijen de rechtse dwergpartijen uit als coalitiegenoot. Uit angst dat eentje per ongeluk heel groot wordt. Maar ook om onmogelijk te maken dat ze outsiders worden die stemmen trekken door te mekkeren dat ze buitengesloten worden. Waardoor het autoritarisme (autoRitarisme?) terug is als «ook maar een stroming in de politiek».