Economie

Wilders wast billen

Dat is nou jammer. Maandenlang maakte ik mezelf blij met het feit dat Geert Wilders geen enkel sociaal-economisch standpunt van betekenis innam. Ik kon de man en zijn beweging in deze rubriek dan ook zonder moeite negeren. Laat andere journalisten en columnisten zich maar buigen over zijn moslimfobie. Laat anderen maar schrijven over zijn populisme, zijn radicalisering en zijn Indische wortels. Ik hou het wel bij de kredietcrisis en het economisch beleid van Balkenende IV.
Maar helaas, afgelopen weekend zette Wilders in voor hem kenmerkende klare taal zijn sociaal-economische agenda neer. ‘Wij zullen na Prinsjesdag bij de politieke beschouwingen laten zien hoe je kunt bezuinigen zonder dat de gewone man er last van heeft’, zei de PVV’er in De Telegraaf. Werken tot 67 jaar, zoals het kabinet wil, is voor Wilders taboe. ‘Wij zullen er nooit voor tekenen. Als iemand met ons wil regeren, weet dan dat we het binnen een minuut zullen terugdraaien.’
Wilders voegt zich met zijn nieuwe standpunt bij de voor hem op het eerste gezicht wezensvreemde coalitie van FNV en Socialistische Partij, die al maanden strijd voeren tegen de verhoging van de AOW-leeftijd.
In zijn vorige leven als VVD-woordvoerder voor sociale zaken, was Geert Wilders nog de meest uitgesproken tegenstander van de vakbonden, die hij ‘niet representatief’ noemde omdat driekwart van de werknemers er geen lid van is. Wilders was toen een groot voorstander van het saneren van de WAO en sprak zich uit tegen het algemeen verbindend verklaren van cao’s. Maar inmiddels is de PVV-leider tot nieuwe inzichten gekomen. ‘Wij zijn een echte volkspartij’, zegt hij.
Een vreemde redenering, want zo ongeveer de helft van het Nederlandse volk is voor verhoging van de AOW-leeftijd, zo bleek deze week uit een peiling van Maurice de Hond. Een echte volkspartij is op zulke verdeeldheid niet te bouwen.
Wilders bedoelt dan ook iets anders: ‘Wij zijn een echte conservatieve partij.’ Want juist in die behoudzucht vinden uiterst links en uiterst rechts elkaar in Nederland. Er mag niets veranderen, dus ook de onbetaalbare en gedateerde sociale zekerheid moet precies zo blijven als de afgelopen decennia.
Wilders maakt onbedoeld een parodie op die behoudzucht als hij in De Telegraaf over de hogere AOW-leeftijd beweert dat ‘Drees zich in zijn graf zou omdraaien’.
Willem Drees zelf heeft 65 jaar nooit als de onveranderbare pensioenleeftijd gezien. Toen hij in 1947 als minister van Sociale Zaken zijn ‘Noodwet Ouderdomsvoorziening’ – de voorloper van de AOW – indiende, ging hij expliciet uit van de toen geldende levensverwachting van zeventig jaar. Vijf jaar van de oude dag genieten was volgens Drees voldoende.
De fitte senior van tegenwoordig kan na zijn of haar 65ste verjaardag gemiddeld nog op pakweg veertien levensjaren rekenen. Als dat in 1947 ook zo was geweest, had Drees de pensioenleeftijd, die sinds 1913 op zeventig jaar stond, heus niet verlaagd. Dus met Drees in Balkenende IV zou de AOW-leeftijd nog verder omhoog gaan dan 67.
Maar dat is niet eens de grootste misrekening van Wilders. Zijn njet tegen verhoging van de AOW-leeftijd laat zich ook bijzonder slecht rijmen met zijn afkeer van immigratie. Dat de Nederlandse bevolking vergrijst, is een feit waar zelfs Wilders niet aan kan tornen. Er komen steeds minder potentiële arbeidskrachten, op steeds meer ouderen. In de tijd van Willem Drees waren er op iedere gepensioneerde burger zeven Nederlanders in de leeftijd tussen twintig en 65. Nu is die verhouding één op vier. En bij ongewijzigd beleid is dat over een kwart eeuw bijna één op drie.
Alleen al om voor de zorg in de toekomst voldoende personeel te hebben zijn langer werken en een later pensioen noodzakelijk. Tenzij we op grote schaal arbeidsmigratie toestaan, natuurlijk. Buitenlandse verpleegsters, uit landen met een arbeidsoverschot, gaan dan aan de slag in de Nederlandse verzorgingshuizen.
Het is óf langer werken, óf meer vreemdelingen. Wilders wil geen van beide, dus zit er voor hem maar één ding op: hij zal zelf billen moeten gaan wassen. Handen uit de mouwen en geen woorden maar daden, zoals dat in een echte volkspartij heet.
Alle PVV’ers krijgen een washandje en een stuk zeep en mogen de verpleeghuizen langs.
Of Wilders laat Nederland gewoon in de stront zitten.
Dat kan natuurlijk ook.