Groen

Wildzwijnfilet

‘Direct na de lunch commotie doordat een drijfjacht knallend en schreeuwend door ’t Pijkjeswegje trok. We zagen hoe ze een haas in de slootkant neerschoten, de fazanten renden voor dekking onze tuin in. M. werd woedend en rende eropaf, hij schold de schoften uit. Ook belde hij de politie, die arriveerde snel, maar toen waren de helden natuurlijk al in hun auto’s weggescheurd. Ongelofelijke brutaliteit […] We aten gisteravond heerlijk: wildzwijnfilet.’
Dagboek van Hans Warren, 20 december 1997. Na ooit twee oude dagboeken gelezen te hebben, probeerde ik het nog eens. Een fijn vakantieboek, dacht ik. Als pakweg Maarten ’t Hart of Koos van Zomeren over dieren of planten schrijven, lees ik dat graag, maar als Warren het doet, komt het me onecht voor. Op de een of andere manier schrijft hij pedant en bedacht over zeekoeten, Europese kanaries, maartse viooltjes en walstro. Ook wil ik niet weten hoe vaak, hoe, of hoe lekker hij klaarkomt, hoe stijf daarbij zijn ‘lid’ is, of dat hij het niet fijn vindt dat M. het in zijn eentje doet en Warren naderhand met tissues (bah) in de weer moet om niet in de ‘nattigheid’ te hoeven liggen.
En toen kwam bovenstaande passage. Zonder een zweem van ironie, relativering of humor. Hoe dacht Warren dat zijn wilde zwijn aan z’n einde gekomen is? Een natuurlijke dood, met als laatste gedachte: fijn, nu kom ik op Hans Warrens etensbordje terecht? Nou nee, everzwijnen worden afgeschoten, met een schietgeweer, door jagers. Dit jaar moeten 5200 zwijnen worden afgeschoten om tot een voorjaarsstand van 860 exemplaren te komen. Er is momenteel zo veel eten dat zelfs de vroeg geboren zwijntjes binnen het seizoen zogenaamde overlopers worden en op hun beurt nog dit jaar zwijntjes werpen. Dat zorgt voor overlast.
5200 everzwijnen, met een gemiddeld karkasgewicht van 25 kilo. Dat is minstens 130.000 kilo zwijnenvlees. Wie moet al dat vlees opeten? Ik niet, ik vind het smerig. Warren is dood, die eet nooit meer zwijnenvlees. Maar als hij nog zou leven, had hij het, uitsluitend wegens bovenstaand dagboekfragment, wat mij betreft niet eens mógen eten.