Het recht om te waarschuwen

Wilhelmina antisemiet noch kreng

Jord Schaap
Het recht om te waarschuwen: Over de Radio Oranje-toespraken van koningin Wilhelmina
Anthos, 317 blz., € 19,95

Uit alle ophef die tien jaar geleden ontstond rond Nanda van der Zee’s Om erger te voorkomen – een uitzonderlijk slordig en op hysterische toon geschreven boek dat alleen door fervente samenzweringstheoretici werd bejubeld – kreeg je bijna de indruk dat koningin Wilhelmina hoogstpersoonlijk verantwoordelijk was geweest voor de moord op de Nederlandse joden. Dat was natuurlijk onzin, maar één vraag blijft nog altijd doorzeuren: waarom heeft Wilhemina in haar vele toespraken voor Radio Oranje slechts driemaal verwezen naar de jodenvervolging, en heeft ze de inwoners van het bezette Nederland niet opgeroepen zich hiertegen te verzetten?

Loe de Jong en Cees Fasseur benadrukten het feit dat Wilhelmina eenvoudig niet wist hoe ernstig de situatie was. Met wat we tegenwoordig weten over de berichten die vanuit Polen Londen en Washington bereikten, is dat niet vol te houden. In zijn studie naar de inhoud van Wilhelmina’s radiotoespraken wijst Jord Schaap er bovendien op dat de koningin zelfs de woorden ‘vernietiging’ en ‘stelselmatig uitroeien’ gebruikte – woorden die weinig aan de verbeelding overlaten.

Maar waarom heeft ze er dan niet vaker over gesproken? Waarom heeft ze de joodse Nederlanders niet direct aangesproken, zoals ze bij andere categorieën landgenoten wél deed, en sprak ze altijd afstandelijk van ‘de joden’? Waarom heeft ze de Nederlandse gezagsdragers, ambtenaren, politiemensen en het spoorwegpersoneel niet duidelijk gemaakt dat iedereen die betrokken was bij de vervolging en deportatie van de joden zich na de bevrijding zou moeten verantwoorden?

Ook Schaap komt niet met definitieve antwoorden. Wel maakt hij aannemelijk dat voor de mensen die tijdens de oorlog moesten reageren op bepaalde situaties en gebeurtenissen hetzelfde geldt als voor mensen in meer normale omstandigheden: namelijk dat we onze handelingen meestal niet baseren op ethische principes, maar dat we vooral reageren op de handelingen van anderen. En tijdens de hectische jaren van de Tweede Wereldoorlog hadden veel politici, militairen en ook koningin Wilhelmina, andere prioriteiten dan het lot van één bepaalde bevolkingsgroep. Schaap wijst erop dat Wilhelmina’s houding niet principieel afweek van die van Roosevelt, Churchill of De Gaulle.

Wilhelmina was beslist geen antisemiet en in dit boek wordt ze ook niet afgeschilderd als een ongevoelig kreng, maar evenmin wordt haar gedrag goedgepraat. Schaap laat zien dat ze in Londen veel meer vrijheid genoot dan haar staatsrechtelijk toekwam. Daarnaast gaat hij uitgebreid in op haar eigen visie op het koningschap. Gezien haar mogelijkheden en gemeten naar haar eigen maatstaven is er geen andere conclusie mogelijk dat ze te kort is geschoten.