Wilhelmus

Dat Martin van Amerongen onlangs op zijn Duitse Bildungsreise (De Groene van 3 mei) het tweede couplet van het Wilhelmus met enigszins onwillige mond in het Duits heeft meegezongen c.q. met onwillig oor in het Duits heeft aangehoord, kan ik me levendig indenken. Maar alla, Willem van Oranje was welbeschouwd inderdaad ‘von teutschen Blut’ geweest, en hij heeft ons destijds ‘toch maar mooi van die verdomde Spanjaarden afgeholpen’, zo laat hj er gul op volgen.

Wat Van Amerongen kennelijk niet weet - zoals trouwens vrijwel niemand in Nederland - is dat het Wilhelmus in het Duitse taalgebied eertijds buitengewoon populair was. Er bestaan maar liefst twee zestiende-eeuwse vertalingen van en de oudste van die twee is zelfs ouder dan de vroegst overgeleverde versie van de moederlandse tekst, die uit het Geuzenliedboek van 1581! Zoals ik in 1983 - in mijn studie Wilhelmus van Nassauwe: Het gedicht en zijn dichter - meen te hebben aangetoond, kunnen op grond van deze Duitse vertaling enkele fouten in de ons bekende tekst worden aangewezen.
De populariteit van het Wilhelmus in de laatste decennia van de zestiende eeuw blijkt ook uit het feit dat, behalve die twee Duitse vertalingen, er ook een Franse, ja zelfs een jiddische versie van heeft bestaan. Allen die in West-Europa naar bevrijding snakten, hebben zich er klaarblijkelijk in herkend. Zij hadden hun hoop gevestigd op deze Wilhelmus van Nassauwe, die moedig de strijd met de heersende machten had aangebonden. En dit is, ook voor mij persoonlijk, het Wilhelmus altijd geweest en gebleven: het lied van vrijheid-in-gerechtigheid en van een nog altijd ‘uitstaande’ bevrijding, dat ik eenmaal in het jaar per se wil zingen: op de avond van de vierde mei.
Amsterdam, AD DEN BESTEN