Hoogleraar Beleids- en Bestuurswetenschap, Vrije Universiteit

Willem Trommel

Meest urgent: de nieuwe bestaansonzekerheid

Banen verschaffen ons geen levensloopzekerheid meer, relaties evenmin. Uitkeringen worden versoberd en pensioenen verdampen. Veroudering en verpaupering liggen weer dichter bij elkaar dan we lange tijd voor mogelijk hielden. Jongeren verlangen houvast, maar weten niet waar die te zoeken. Er bestaat, kortom, een nieuw probleem van fundamentele bestaansonzekerheid. Dit probleem is acuut, want nog één keer zo'n financiële crisis en de verzorgingsstaat verdwijnt definitief van de sociale kaart Het probleem heeft ook een nieuw gezicht, want de moderne bestaansonzekerheid gedijt in een omgeving van ongekende welvaart. Primair draait de nieuwe bestaansonzekerheid om angst voor verlies van alles wat we dachten te bezitten. Tal van ontwikkelingen jagen de vrees voor welvaartsverlies aan: de opkomende nieuwe economieën, het verrotte bankregime, de onzekere arbeidsmarkten, de klimaatcrisis. Maar het vraagstuk kent ook een morele component. De kredietcrisis houdt ons een spiegel voor: leiden we met onze niets ontziende klopjacht op welvaart eigenlijk wel het goede leven? Zouden andere waarden ons wellicht niet veel meer bestaanszekerheid kunnen bieden.

Meest onderschat: gulzig bestuur

Misschien moeten we het politiek over een andere boeg gaan gooien, maar dat vergt ideologische verbeeldingskracht en bestuurlijke intelligentie. Beide zijn ver te zoeken. Om een voorbeeld te geven: de kredietcrisis leert dat de economische verknoping van landen en industrieën zo enorm is geworden, dat sociale beheersing alleen nog via transnationaal bestuur mogelijk is. Tijd dus voor een grenzeloze verzorgingsstaat, maar van links tot rechts geen woord hierover. Politiek en bestuur zijn gevangen in een heilloze fixatie op nationale welvaart. De verzorgingsstaat maakt in dat kader plaats voor een voorzorgsstaat. Burgers worden aangesproken als waren zij de personeelsleden van de BV Nederland. Ieder levensaspect en iedere levenskeuze wordt object van bestuurlijke inspectie, met als doel gezonde, actieve en productieve levens te kweken. Dit gulzig oprukkende bestuur wordt daarbij vergezeld van nieuwe handlangers: marktpartijen en maatschappelijke organisaties. Een en ander gaat gepaard met een retoriek van grote daadkracht en ‘afrekenen op prestatie’ maar het leidt alleen maar tot organisatorische spaghetti, onderling wantrouwen en verdoezeling van de ideeënarmoede. Kortom, ons politiek-bestuurlijke stelsel loopt op zijn laatste benen, maar ondertussen doen we alsof het alsmaar beter gaat.

Meest overschat: veiligheid en integratie

De bestuurlijke gulzigheid neemt ongekende proporties aan als het gaat om de actuele vragen van veiligheid en integratie. Waarom is dat zo? Primair omdat het contemporaine straatrumoer niet meer wordt herkend als uiting van bestaansonzekerheid. Of het nu gaat om rellerige Marokkaanse jongeren, om het debat over de Islam, of over verloedering van wijken: steeds wordt ons aangepraat dat het hier gaat om problemen van veiligheid en integratie. In werkelijkheid spelen allerlei maatschappelijke kwesties die het gevolg zijn van voortschrijdende modernisering en globalisering. Samenlevingen worden opener en pluriformer, economieën ontworstelen zich aan nationale regulering en creëren wereldwijd sociale zones van winnaars en verliezers. De retoriek over veiligheid en integratie refereert aan angst voor het vreemde: het vreemde moet worden weggehouden of worden ongevormd tot het vertrouwde. Wie de vraagstukken van globalisering alleen vanuit dit perspectief beziet, kijkt niet goed en geeft voeding aan een politiek die op langere termijn de plank volledig misslaat.


Bekijk ook de profielpagina van Willem Trommel bij de VU