Willem vermeend is geen robin hood

Begin jaren negentig werd de omstandigheid dat vermogende Nederlanders vanwege het vriendelijker belastingregime uitwijken naar Belgie, gebruikt als argument om de belastingtarieven te onzent meer in de pas te laten lopen met de Europese ontwikkelingen. Te verlagen dus. Had Margaret Thatcher naar Amerikaans voorbeeld niet juist daarvoor het Britse toptarief teruggebracht tot vijftig procent? Bij ons lag dat maar liefst twintig procent hoger. Hoe moet een land dat zulke buitensporige tarieven hanteert, nog mee in het Europa van morgen, zo luidde de vraag.

De nieuwe Belgen waren in deze redenering niet minder dan een Gideonsbende, een verlichte voorhoede die weldra gevolgd zou worden door een gestaag wassende stroom medelanders die, op zoek naar vrijheid, het vaderlandse belastingjuk zou afwerpen.
Slechts Paul Kalma schreef in die tijd een stukje - in Socialisme en Democratie - waarin hij deze vluchtelingen plaatste tegenover de vluchtelingen die bij ons om andere redenen dan een wat minder vriendelijk belastingklimaat hun heil zoeken. Hij stelde voor om in dit verband tegenover de veel gebruikte term ‘ongewenste immigratie’ de term 'gewenste emigratie’ te plaatsen.
Vervolgens werd dank zij Oort het toptarief verlaagd naar zestig procent. Maar geen vluchteling keerde op zijn schreden terug.
Als de geluiden uit de grensstreek niet bedriegen, gaat dat binnenkort veranderen. De oorzaak is niet een nieuwe verlaging van het toptarief of de algehele afschaffing van de vermogensbelasting. Integendeel, op het bijkantoor van de minister van Financien waar de belastingwetgeving wordt geregeld, is inmiddels een socialistische ex-belastinginspecteur aangetreden die heeft aangekondigd de betreffende heren alsnog een aanslag te zullen sturen. Daartoe treedt hij binnenkort in overleg met onze zuiderburen. Twee mogelijkheden zijn er: of hij stuurt zelf een aanslag, of de Belgen gaan dat doen. Voor de betrokkenen komt dat neer op de keuze of zij door de kat of door de hond gebeten willen worden.
En ziedaar: de eerste geluiden over een Grote Remigratie duiken op. Bij de Roozendaalse vestiging van accountantsmaatschap Van Oers is, daarop vooruitlopend, reeds de cursus 'Remigratie, belastingvrij terugkeren van Belgie naar Nederland’ gestart. Een mini-advertentie in De Telegraaf leverde begin dit jaar al tientallen reacties op van spijtoptanten. VVD-woordvoerder De Vries heeft reeds aangekondigd een kamerdebat te willen. 'Want we moeten die vermogende burgers toch juist hier zien te houden.’
De nieuwe Belgen zijn niet de enige fiscale slimmeriken die het dezer dagen dun door de broek loopt. Ook degenen die een kapitaaltje onderbrachten in een pensioen-BV op de Antillen om later van het vriendelijke tarief aldaar gebruik te kunnen maken, de zogeheten penshonados, is via een nieuw verdrag met de Antillen de pas afgesneden.
Voorts wordt de aftrekbaarheid van de rente op consumptief krediet beperkt. Niet om te voorkomen dat Jan Modaal met behulp van die aftrek een automobiel aanschaft. Wel om directeurs-eigenaren te treffen die via hun BV’s riante kredieten opnemen om via de enorme renteaftrek hun belastbaar inkomen tot nul te reduceren.
Diezelfde lieden kunnen evenmin nog hun vermogen in een BV stoppen om dat, eenmaal uitgeweken, later stilletjes belastingvrij naar zich toe te halen. Over de vermogens van deze vermogens- of 'turbo-vennootschappen’ zullen de eigenaren, ook als zij in het buitenland vertoeven, belasting moeten betalen.
Overigens zou het niet juist zijn Willem Vermeend af te schilderen als een Robin Hood. Al was het maar omdat hij de ondernemers dezer dagen ook weer de aftrek gunt van de zogeheten gemengde kosten als daar zijn de welbesproeide zakenlunch, het congresbezoek en het duurdere relatiegeschenk. Zaken die de commisie-Oort, vanwege de onduidelijke vermenging van zakelijke en prive-elementen, als aftrekpost had geschrapt.
Maar niet alleen om die reden moet de ijver van de staatssecretaris in een enigszins ander licht worden geplaatst. Zoals een ieder weet die wel eens een verjaarspartij bijwoont of per taxi reist, raakt niets zozeer het nationale rechtvaardigheidsgevoel als de belastingheffing. Dat gevoel wordt door de onderhavige maatregelen gestreeld. Maar het aanpakken van de handige jongens verhoogt niet alleen de belastingmoraal; het maakt het tegelijk aanvaardbaarder om straks opnieuw een discussie te starten over de tariefstructuur.
Die discussie zal straks worden afgedwongen door de monetaire eenwording van Europa, die vraagt om harmonisatie van de verschillende belastingstelsels. Omdat de belastingdruk een van de elementen wordt in de concurrentiestrijd tussen de lidstaten om bedrijvigheid binnen de grenzen te houden of te krijgen, ontstaat er als vanzelf een neerwaartse druk op die tarieven. Daarmee dreigt de tendens van toenemende particuliere rijkdom tegenover groeiende publieke armoede te worden versterkt.
En dan zijn er kwesties als werkgelegenheid en milieu. De gezondmaking van beide zou gediend zijn met een verschuiving van belasting op arbeid naar belasting op consumptieve bestedingen. Een belastingvrije voet ter hoogte van het minimumloon zou aan de onderkant van de arbeidsmarkt veel meer ruimte scheppen. De kosten daarvan zouden kunnen worden terugverdiend via heffingen op consumptiegoederen, zoals de automobiel, ook die van Jan Modaal, die de prijs daarvan meer in overeenstemming zouden brengen met de werkelijke kosten.
Maar daarvoor is een visie nodig die verder gaat dan het dichten van al te opzichtig geworden lekken.