24 september 1925 - 1 oktober 2010

William W. Norton

Het leven van de Amerikaanse regisseur William Norton deed qua heftigheid nauwelijks onder voor dat van zijn filmpersonages. De revolutionair zocht zijn heil in Nicaragua en Cuba. ‘Een spannende vader.’

THIS ISN’T CHICAGO, you know, Brannigan, zegt een geschokte Londense politie-inspecteur die is opgezadeld met zijn ruwe Amerikaanse collega Brannigan uit Chicago (gespeeld door John Wayne). That’s right, Commander. You can’t buy a decent hamburger any place. En daar begint weer een vuistgevecht, gevolgd door een wilde achtervolging in beursgebeukte auto’s, eindigend in een minutenlang vuurgevecht.
Veel te melden hebben ze niet, de film-personages van de vorige week overleden William Wallace Norton. Maar hun gevatte uitspraken werden in de jaren zestig en zeventig met gejuich door een breed filmpubliek ontvangen. Hoewel hij geen seconde op het witte doek te zien is geweest, was Norton een grote ster van de ‘avontuurlijke film’, een filmtype dat pas vanaf de jaren zeventig onder de noemer 'actiefilm’ tot apart genre werd verheven. Als scenarioschrijver was Norton gewild in Hollywood - niet in de laatste plaats door zijn slim gedoseerde gebruik van erotiek. Hij werkte mee aan zo'n twintig bioscoopfilms en schreef rollen voor sterren als Burt Lancaster, Burt Reynolds, John Wayne en Angie Dickinson.
In zijn hoogtijdagen hield hij zich nog koest, maar in zijn latere leven zou blijken dat Norton qua heftigheid nauwelijks voor zijn personages onderdeed. Dat had alles te maken met zijn principiële kijk op het leven, waarin volgens Norton voor uitbuiting en onderdrukking geen plaats behoorde te zijn.
Zijn films werden gekenmerkt door drieste actie en ruwe humor, maar ontbeerden gerechtigheid. Zo ongeveer was het leven ook aan William Norton voorbijgetrokken voordat hij zijn eerste Hollywood-script schreef. In een uitgebreid interview uit januari op de onbekende weblog van een filmfan ('Stone Cold Crazy’) dat vergeten lijkt te zijn door de in memoriam-schrijvers, herinnert hij zich zijn tiener- en twintigerjaren, die diepe sporen bij hem nalieten. De crisis van de jaren dertig, toen zijn werkloze vader drie kinderen moest voeden, kweekte bij William Norton een hartgrondige afkeer van het kapitalisme. Tijdens de Tweede Wereldoorlog vocht hij in het beruchte Derde Leger van generaal George S. Patton. Met de kogelgaten in zijn uniform nam hij deel aan de bevrijding van het concentratiekamp Mauthausen. Hij bewonderde Patton, die 'meer gebied [veroverde] omdat hij meer Duitsers wist te doden dan wie ook’.
Toch walgde hij van de oorlog. De kapotgebombardeerde Duitse steden en de wanhopige poging van de bevolking om tussen de puinhopen in leven te blijven troffen hem diep. Toen hij in legerkrant Stars and Stripes las over de atoombom, stond zijn keuze dan ook vast. Hij zou zich tot het uiterste verzetten tegen dat wapen. Het deed hem bij terugkeer in de VS nog dieper belanden in communistische kringen. Op het hoogtepunt van de Red Scare werd hij ondervraagd door de gevreesde parlementaire commissie voor On-Amerikaanse Activiteiten. Hij sloeg zich met zijn humor door het verhoor heen en hield zich voorlopig rustig.
Pas zo'n dertig jaar later, begin jaren tachtig, liet Norton zijn linkse sympathieën de vrije loop. Vanaf toen ging het hard. Hij kocht op wapenbeurzen automatische geweren en pistolen die in busjes naar Midden-Amerikaanse linkse revolutionairen werden gesmokkeld 'door een man die eruit zag als een schoolleraar’. Lange tijd werd gedacht dat William en zijn vrouw slechts wapens smokkelden naar een Ierse splintergroep van de IRA. Volgens alle in memoriams probeerden zij dat één keer en werden ogenblikkelijk gearresteerd door de Franse havenautoriteiten. In het vergeten internetinterview vertelt Norton echter niet alleen dat hij geregeld wapens smokkelde naar Guatemala, El Salvador en Nicaragua, maar dat hij ook een succesvolle zending van vijftien automatische geweren en twintig pistolen naar de Ierse revolutionairen regelde. Niet via Frankrijk, maar via Nederland. 'Toen we de wapens wilden uitladen, werd het spannend, want onze man kwam niet opdagen. (…) Maar uiteindelijk hebben we die zending succesvol afgerond.’
Pas bij een tweede lading, nu via Frankrijk, werden Norton en zijn vrouw gearresteerd. Norton was zestig en kreeg twee jaar gevangenisstraf. Toen hij vrij kwam wilden de Fransen hem uitleveren aan de VS waar hem nog een fikse gevangenisstraf wachtte voor de smokkel. Norton en zijn vrouw kregen echter op het laatste moment asiel in Nicaragua. Daar raakte Norton betrokken bij de strijd tegen de ultrarechtse contra’s. Toen op een nacht een van hen zijn huis binnendrong, schoot Norton hem dood. Met één schot, in het hoofd. Zelfverdediging, oordeelde de (linkse Sandinistische) Nicaraguaanse regering. Toen de Sandinisten in 1990 de verkiezingen verloren en de contra’s de vrije hand kregen, vluchtte Norton naar Cuba. Hij leefde er enkele jaren, maar Norton, die de zeventig inmiddels was gepasseerd, wilde terug naar de VS. Daar bleek dat de FBI niet genoeg bewijs had om hem alsnog te berechten voor de Ierse wapensmokkel.
Zijn laatste jaren bracht hij door in Santa Barbara, niet ver van Hollywood. Maar ver genoeg om zich de kritische buitenstaander te blijven betonen die hij altijd was geweest. Hij schilderde er een beetje, en schreef verontwaardigde brieven naar politici.
William Norton was niet het type dat naast zijn schoenen liep door het succes dat sommige van zijn films hadden. Nortons zoon Bill vertelde de pers hoe een verpleegster de dag voor zijn overlijden aan Norton vroeg of ze wellicht een van zijn films kende. 'Ik denk niet dat je IQ daar laag genoeg voor is’, had hij geantwoord.
William Norton stierf aan een hartaanval, vrediger dan de meeste van zijn filmpersonages. 'Hij was een zeer uitzonderlijke en spannende vader’, aldus zijn dochter Joan.