CHARLIE WILSON’S WAR

Wilson, winnaar van de Koude Oorlog

Met alle schandalen die Congreslid Charlie Wilson aan zijn broek had, was hij de ideale man om door de CIA betrokken te worden bij een geheime operatie in Afghanistan.

Het was de moord op zijn hond waardoor Charlie Wilson, in 1933 geboren als Charles Nesbitt Wilson in Trinit, Texas, politiek actief werd. Dertien jaar was Wilson toen. En de hond heette Teddy. Teddy zeeg ineen na een uitstapje naar het gazon van buurman Charles Hazard. De buurman had het beest gevoerd met hondenvoer vermengd met fijngemalen glas. Toen bleek dat buurman Hazard een prominent lokaal politicus was die binnenkort herkozen moest worden, leende Wilson de auto van zijn ouders en pendelde op de verkiezingsdag heen en weer tussen een arme wijk en het stembureau. Hij bracht 96 vooral zwarte kiezers naar de stembus. ‘Ik wil je niet beïnvloeden’, zei hij tegen de kiezers vlak voordat zij hun stem uitbrachten, ‘maar je moet weten dat Charles Hazard mijn hond heeft vergiftigd.’ Met een marge van zestien stemmen werd de buurman onttroond en won Charlie Wilson zijn eerste verkiezingen.

Het is maar een van de vele anekdotes uit het nu verfilmde boek Charlie Wilson’s War, geschreven door de inmiddels overleden televisiejournalist George Crile, met Tom Hanks in de hoofdrol. En het is op het eerste gezicht een van de meest geloofwaardige. Vanaf het moment dat Wilson in 1960 zelf verkiesbaar werd, aanvankelijk voor het Huis van Afgevaardigden van Texas en sinds 1972 voor het Congres in Washington, worden de anekdotes over hem steeds wonderlijker. Charlie Wilson, Congressman namens het tweede Congresdistrict van Texas tot 1996, was larger than life en had door de beste Hollywoodproducenten niet bedacht kunnen worden.

Tot 2003, toen het fascinerende en soms hilarische boek van Crile verscheen, stond de Democraat Wilson vooral bekend als ‘Good Time Charlie’, een Washingtons feestbeest met een voorliefde voor veel (goede) whisky en veel (mooie) vrouwen. Zijn staf in het Congres bestond geheel uit jonge, langbenige dames en overal waar hij kwam, was Wilson in het gezelschap van steeds weer een andere voormalige schoonheidskoningin.

Landelijke bekendheid kreeg Wilson doordat hij op 27 juni 1980 zonder enige gêne, glas whisky in de hand, in megacasino Ceasar’s Palace in Las Vegas een hot tub deelde met twee showgirls en een voormalig covermodel van Playboy. ‘De meisjes hadden cocaïne en de muziek stond hard’, zei het Congreslid in 2003 tegen zijn biograaf. ‘Het was het totale geluk.’

Wilson was in Vegas om een deal te sluiten met een louche televisiemaker, maar terug in Washington bleek er vooral aandacht voor het eventuele drugsgebruik van de afgevaardigde. Openbaar aanklager Rudolph Giuliani, de huidige presidentskandidaat, was juist bezig met een diepgravend onderzoek naar drugsgebruik in het Congres, maar kon uiteindelijk niet bewijzen dat er in Vegas cocaïne in het spel was geweest. Met een feest, waar naar verluidt drank en poeder rijkelijk beschikbaar waren, vierde Wilson in Washington dat hij niet vervolgd zou worden.

Wat Wilson verder in Washington uitrichtte, was niemand echt duidelijk. Hij was in het Huis van Afgevaardigden lid van het machtige subcomité dat beslist over de toewijzing van geld. Daardoor kreeg hij het voor elkaar om in begrotingen steeds weer wat extraatjes te regelen voor het tweede district van Texas. ‘Pork’ heet dat in de Amerikaanse politiek. En dankzij dit geld slaagde hij er als liberale Democraat in om de ultraconservatieve en overwegend zeer godvrezende kiezers in zijn district aan zich te binden.

Zolang hij het bezit van wapens niet aan de orde zou stellen, kon Wilson zijn gang gaan. Om zijn kiezers te verzekeren dat het tweede grondwettelijke amendement bij hem in goede handen was, deelde Wilson tijdens een van zijn campagnes geen folders uit, maar speciale doekjes om wapens mee schoon te maken. Ondanks drank- en drugsmisbruik, de vele vrouwen die hij na zijn scheiding het hof maakte en zelfs een aanrijding waarbij hij met zijn dronken kop doorreed, werd de liederlijke liberaal Charlie Wilson door de christelijke conservatieven van Texas steeds weer herkozen.

Juist vanwege zijn imago was Wilson voor de cia de ideale politicus om zaken mee te doen. Hij had de juiste cover. Want wie zou denken dat Charlie Wilson in zijn vrije tijd een oorlog tegen de sovjets in Afghanistan uitvocht?

Joanne Herring (in de film gespeeld door Julia Roberts), een steenrijke en charmante communistenvreter uit Texas die contact had met de Pakistaanse dictator Zia ul Haq, wees Wilson eind jaren zeventig op de aanvallen die sovjethelikopters uitvoerden op Afghaanse vluchtelingen. Kort daarna verzocht de non-conformistische cia-agent Gust Avrakotos, in de film gespeeld door Philip Seymour Hoffman, Wilson om extra geld om ‘Afghaanse vrijheidsstrijders’, de moedjahedien, van wapens te voorzien teneinde de sovjets de genadeklap te bezorgen. Wilson nam ter plaatse poolshoogte en hapte toe. Dankzij zijn handigheid om in Washington geld te regelen, werd het aanvankelijk bescheiden budget voor de cia-operaties in Afghanistan gestaag opgevoerd tot een miljard dollar.

Wilsons ‘vrijheidsstrijders’ kregen in 1988 de sovjets op de knieën. Maar was dit alleen te danken aan de inspanningen van de Texaanse cowboy en een dissidente cia-agent, zoals boek en film suggereren? En was het überhaupt verstandig om zoveel wapens die kant uit te sturen? George Crile noemt Operatie Cycloon zelfs ‘de grootste en meest succesvolle cia-operatie in de geschiedenis’ en in de film wordt Wilson geportretteerd als de ware patriot die hoogstpersoonlijk de Koude Oorlog won.

Dat is wat overdreven. De film met Tom Hanks ‘is even leugenachtig als amusant’, merkte Martin Woollacott in The Guardian terecht op. Want wat de makers onvermeld laten is dat president Carter al voordat Wilson aan de slag ging de cia opdracht gaf voor de ondergrondse operatie. Althans, als we voormalig minister van Buitenlandse Zaken Henry Kissinger moeten geloven. Wat film en boek ook niet vermelden is dat het vertrek van de sovjets uit Afghanistan ook een gevolg was van de nieuwe weg die de in 1985 in Moskou aangetreden Michail Gorbatsjov insloeg.

Nog opmerkelijker is het dat Charlie Wilson’s War in post-9/11-Amerika op geen enkele wijze poogt de ‘vrijheidsstrijders’ van Wilson en de cia nader te duiden. Dat de moedjahedien ten strijde trokken tegen de sovjets, omdat marionetten van Moskou in Kaboel ‘de onvergeeflijke misdaad hadden begaan vrouwelijke studenten toe te laten op plattelandsscholen’ wordt niet gezegd, benadrukte het weekblad The Nation. En dat de moedjahedien mét Wilsons Pakistaanse vriend Zia en onder auspiciën van de cia in Afghanistan een fundamentalistisch regime vestigden dat al-Qaeda de ruimte gaf een dodelijke aanval op Amerika voor te bereiden, blijft evengoed geheel buiten beschouwing. Charlie Wilson is een Amerikaanse held en het zou voor Hollywood te ver gaan om te suggereren dat Amerika met Operatie Cycloon zijn eigen vijanden heeft gecreëerd. Dat levert volgens de linkse wetenschapper Chalmers Johnson ‘imperialistische propaganda’ op.

Wilson zelf probeerde na de val van de Sovjet-Unie de aandacht op Afghanistan gevestigd te houden. Maar de door hem voorgestelde 1 miljard dollar voor wederopbouw kwam er nooit en de Taliban grepen de macht. ‘Deze dingen zijn echt gebeurd. Ze waren glorieus en ze veranderden de wereld’, zegt hij op de laatste pagina van de biografie van Crile. ‘And then we fucked up the endgame.’

Charlie Wilson’s War is vanaf 31 januari in Nederland te zien
……………………………………………………………………………………………………………….

Mike Nichols

Raging Bull getemd

Een merkwaardige carrière: Mike Nichols, een van de eerste sterregisseurs van het Nieuwe Hollywood van de jaren zeventig, staat nog steeds achter de camera, nu met Charlie Wilson’s War, een satirische blik op de Amerikaanse geheime oorlog tijdens de Russische invasie in Afghanistan. Het is een film met twee gezichten. Aan de ene kant zijn er de acteurs die de film máken: Tom Hanks was nooit beter dan in de rol van Charlie Wilson, het zuipende Texaanse Congreslid dat de Amerikaanse betrokkenheid bij de strijd ontketent als hij hongerige kinderen in een vluchtelingenkamp in Pakistan ziet; en Philip Seymour Hoffman als een cia-agent die eveneens uit humanistische overwegingen de moedjahedien helpt tegen de Russen.

Aan de andere kant is er een problematische, politieke onderstroom die vooral aan het begin en einde van de film naar voren komt wanneer Wilson een onderscheiding krijgt voor zijn inzet. De suggestie is dat hij symbool staat voor Amerika, waardoor de film ontaardt in een conservatief-chauvinistisch statement. Dat valt op een vreemde manier uit de toon, zeker wat het werk als geheel betreft. Slap, aan de kant van Nichols.

Dat is teleurstellend, gezien de historie van de Amerikaanse protestcinema zoals beschreven door Peter Biskind in Easy Riders, Raging Bulls: How the Sex-and-Drugs-and-Rock ‘n’ Roll Generation Saved Hollywood. Eind jaren zestig stond juist Nichols aan de wieg van New Hollywood, een beweging die inspeelde op de culture wars en de sfeer van revolutie en flower power. Nichols was 36 toen hij The Graduate draaide, de film waarmee Dustin Hoffman en Anne Bancroft de grenzen van de seksuele moraal in Amerika verlegden met hun uitbeelding van de illegale relatie tussen de oude Mrs. Robinson en de jonge Benjamin. Samen met Arthur Penn, die Bonnie and Clyde maakte, zorgde Nichols in 1967 met The Graduate voor een aardverschuiving. New Hollywood was een feit: weg waren de helden van het studiosysteem en in opkomst de cineast als maker van persoonlijke, ondermijnende films. The Graduate bleek een tijdloze film, nog altijd Nichols’ beste, ondanks eveneens prachtig werk als Who’s Afraid of Virginia Wolf (1966), Carnal Knowledge (1971) en Wolf (1994). En draken als Catch 22 (1970) en Heartburn (1986). Als lid van de Compass Players in Chicago deed Nichols veel theaterwerk. Maar tussen 1973, met de uitstekende politieke thriller The Day of the Dolphin, en 2004, met het prachtige relatiedrama Closer, maakte hij verder nauwelijks films van betekenis. Zo lijkt de raging bull van toen anno 2008 getemd.

GAWIE KEYSER